Overslaan en naar de inhoud gaan
Top
Wél of geen corporatiewoningen verkopen, de politiek mag het zeggen

GroenLinks is met tien zetels dé overwinnaar van de gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam. Ook D66 en VVD halen met respectievelijk acht en zes zetels een mooie uitslag. Wat betekent die uitslag voor de toekomst van de volkshuisvesting? Bij voortzetting van de huidige driepartijencoalitie van ‘progressief Amsterdam’ met D66 zal het minder draaien om maximale bouwproductie en verdwijnt die ijzeren bouwverdeling – minimaal veertig procent sociaal – wellicht wat meer naar de achtergrond. En de corporaties? Bij onvoldoende investeringskracht krimpt de woningproductie, tenzij ze wél sociale huurwoningen mogen verkopen.

Tekst - auteur(s)
Bert Pots

GroenLinks-lijsttrekker Zita Pels liet er tijdens haar campagne geen misverstand over bestaan: volkshuisvesting verdient een nieuwe invulling. Iedereen heeft recht op een betaalbaar en goed dak boven het hoofd. Daarom is de gemeente bondgenoot in de strijd tegen uitwassen op de huurmarkt. Ook rekent zij op een flinke inspanning van de Amsterdamse woningcorporaties. Niet alleen moet de bestaande woningvoorraad verder verduurzaamd en schimmelproblematiek aangepakt; corporaties moeten bijbouwen en in het bijzonder meer werk maken van woningbouw voor gezinnen, senioren en studenten. Uitkomst moet zijn, zo luidt haar boodschap, dat de sociale woningvoorraad in Amsterdam toeneemt.

Image
Zita Pels wil een einde maken aan de verkoop van corporatiewoningen.

Tegelijkertijd neemt GroenLinks de kritiek van onder meer Rekenkamer Amsterdam serieus, dat de fixatie van afgelopen colleges op hoge bouwaantallen leidt tot buurten van onvoldoende kwaliteit. GroenLinks heeft het niet meer over woningbouwaantallen; de bouwproductie mag minder, maar gebiedsontwikkeling moet wel beter. Haar vrienden van de PvdA (zeven zetels) wagen zich evenmin aan harde bouwtotalen.

Voor D66 ligt dat anders. Lijsttrekker Melanie van der Horst houdt vast aan minstens 7.500 nieuwbouwwoningen per jaar. D66-wethouders vochten de afgelopen twee colleges voor zoveel mogelijk nieuwe voordeuren, maar de corporatiesector hoeft nou ook weer niet de duimschroeven aangedraaid. De partij hecht vooral aan de bouw van betaalbare huur- en koopwoningen in het middensegment. Meer dure nieuwbouw is eveneens welkom en het aandeel sociale huur in nieuwbouwprojecten mag krimpen naar dertig procent. Wel vindt D66 het mooi als corporaties ook bouwen voor al die Amsterdammers die zijn aangewezen op een woning in het middensegment.

Het Kabinet Jetten is onder druk van de rendementshonger van particuliere en institutionele beleggers geneigd te morrelen aan de Wet betaalbare huur

Wat mag in een dergelijk politiek klimaat als uitkomst van de onderhandelingen over een nieuwe coalitie worden verwacht? GroenLinks en PvdA, samen goed voor 17 raadszetels, zullen in de samenwerking met D66 ongetwijfeld het belang van volkshuisvesting benadrukken, maar de inhoud zou weleens tamelijk mager kunnen uitvallen. Zita Pels heeft op rijksniveau de wind niet mee. Het Kabinet Jetten is onder druk van de rendementshonger van particuliere en institutionele beleggers geneigd te morrelen aan de Wet betaalbare huur. Een kleine aanpassing kan in Amsterdam al gauw uitmonden in aanmerkelijk hogere huurprijzen. Verdergaande regulering van de woningmarkt, een hartenwens van Zita Pels, kan daar evenmin op veel begrip rekenen. Uitbreiding van opkoopbescherming, een verbod op bezit van een tweede huis, Den Haag staat niet te applaudisseren. En het Rijk staat niet klaar om de investeringskracht van corporaties flink te versterken. Weliswaar krijgen zij korting op de vennootschapsbelasting, die bijdrage is zwaar onvoldoende om woningcorporaties tot de motor van een betaalbare nieuwbouwstroom te maken.

Voortzetting beleid

Aan de vooravond van de verkiezingen benadrukte de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC) het belang van continuering van het huidige beleid. Voortzetting van dat beleid betekent, dat bij vernieuwing volgend jaar van de Prestatieafspraken ruimte blijft bestaan voor de verkoop van corporatiewoningen. Volgens de AFWC is dat een verstandige strategie: voor elke woning die wordt verkocht, komen er vaak twee terug. GroenLinks-PvdA vindt dat een no-go. Juist omdat de wachtlijsten voor sociale huur ellenlang zijn en de woningnood zo hoog, moet de bestaande voorraad maximaal beschermd. De kans dat corporaties de komende jaren maar weinig tot geen woningen mogen verkopen is dus groot. En als het Rijk niet royaler over de brug komt, en die kans is heel klein, dan zal de sociale nieuwbouwproductie wegens gebrek aan investeringsruimte flink afnemen. Met lagere bouwaantallen tot gevolg.

De kans dat corporaties de komende jaren maar weinig tot geen woningen mogen verkopen is dus groot

PvdA en GroenLinks laten nu al bouwaantallen achterwege. En D66 zal minder sociale woningbouw niet erg vinden, want bij afwezigheid van de corporatiesector zal er meer duur of meer voor het middensegment kunnen worden gebouwd. En als afnemende sociale woningbouw voor GroenLinks-PvdA dragelijk is, dan kunnen zij nog een deurtje verder kijken. Bij de VVD, 23 zetels in de raad is ook een meerderheid. Bij de liberalen ontbreekt het ook aan bouwaantallen. Koop, koop, koop, dat vinden zij belangrijk. En al die mensen die zo graag een plek vinden in de sociale sector? Die moeten simpelweg geduld hebben. Kwaliteit gaat immers boven kwantiteit. En de vinger kan door links gewezen naar Den Haag; juist daar laten D66 en VVD door gebrek aan steun voor de corporatiewereld duurzame volkshuisvesting in de steek.