Met stip op 1: in de eigen buurt blijven

Conferentie Goed wonen van Ouderen inventariseert woonwensen en behoeften
Met stip op 1: in de eigen buurt blijven

Ruim een jaar geleden presenteerde wethouder Laurens Ivens zijn Programma Ouderenhuisvesting. Begin juni was er de conferentie ‘Goed Wonen van Ouderen’, waarin de doelgroep zelf aan het woord kwam. Nu de extramuralisering indaalt, blijkt het behouden van het sociale netwerk belangrijker dan ooit.

Vergrijzing - zo zit het
Nederland vergrijst. Vorig jaar was bijna 18 procent van de bevolking ouder dan 65 jaar en dat aandeel neemt nog sterk toe. Een grote groep babyboomers bereikt namelijk langzamerhand de pensioenleeftijd. Daarnaast blijft de levensverwachting stijgen. Amsterdam vergrijst minder maar het aantal 65-plussers neemt wel toe. Er zijn er nu ruim 100.000, zo’n 12 procent van de bevolking. In de directe regio is Almere de jongste gemeente met 9,6 procent 65-plussers. In de agglomeratie Haarlem (19,3%) en de Gooi- en Vechtstreek (20,7%) wonen relatief veel ouderen.
Volgens een recente prognose wonen er rond 2030 zo’n 143.000 65-plussers in de hoofdstad. De groep ouderen vanaf 75 jaar groeit vooral na 2020; dat is de groep waar de zorgvraag snel toeneemt. Vooral in Noord en Zuid wonen relatief veel 65-plussers (15%). Buitenveldert is de meest vergrijsde wijk, gevolgd door Betondorp en Tuindorp Nieuwendam.

“Ouderen willen zon”, zegt Saar Boerlage. De actievoerster van weleer is nooit in ruste gegaan. Op het congres ‘Goed Wonen van Ouderen’ zit ze achter de informatietafel van de Akropolistoren, de woontoren met 88 levensloopbestendige woningen die de Alliantie op Zeeburgereiland bouwt voor 55-plussers die zich kunnen vinden in het humanistische gedachtegoed van de Vereniging Akropolis.
Veel ouderen denken na over hun woonsituatie, zo blijkt op de conferentie. De Dienst Wonen heeft die georganiseerd om vooral de doelgroep zelf aan het woord te laten over hun wensen en behoeften. Directeur Max van Engen bij de opening: “Het scheiden van wonen en zorg heeft een enorme impact op het wonen van ouderen. In het programma Ouderenhuisvesting hebben we vele actielijnen uitgezet. Maar we hebben als titel van deze dag gekozen Goed wonen ván ouderen en niet voor ouderen, om juist van u te horen hoe u tegen wonen in de stad aankijkt.”
Deze houding past bij het pragmatisme - of noem het voortschrijdend inzicht - van het Programma Ouderenhuisvesting dat wethouder Ivens vorig jaar naar buiten bracht. Daarin staan geen ferme productiedoelstellingen voor WIBO-, rolstoel- of aanleunwoningen meer. Volgens Ivens had dit niets te maken met het verslappen van ambities: “Integendeel. We verhogen juist de ambities”, zei hij een jaar geleden in NUL20. “Dit is geen onderwerp dat om generieke maatregelen vraagt, maar om beleid dat specifieke problemen van ouderen op kan lossen. Het overheidsbeleid is dat je langer zelfstandig moet blijven wonen en dat je steeds meer van je sociale netwerk gebruik moet maken. Daar moet ons beleid dan ook op gericht zijn: ouderen moeten in een toegankelijke, betaalbare woning in hun eigen buurt kunnen blijven wonen.”

In eigen buurt

De woonwensen van ouderen lopen net zoveel uiteen als die van de rest van de Amsterdammers, maar de wens om in de eigen buurt te kunnen blijven wonen, komt wel heel vaak terug, ook als men door omstandigheden gedwongen is naar een andere woning om te zien. Een woning op de begane grond is dan weer niet bijzonder populair. Niet alleen vanwege het gebrek aan licht  - “ouderen willen zon” - maar vooral vanwege de onveiligheid.
Met behulp van woningaanpassingen en domotica kunnen ouderen langer in hun eigen huis blijven wonen. Maar om aanpassingen, zoals een extra leuning in het trappenhuis, in aanmerking te laten komen voor een WMO-vergoeding, vraagt nog wel eens stevige druk, zo beschreef een wooncoach haar ervaring. Woningruil en de regelingen ‘Van Hoog naar Laag’ en ‘Van Groot naar Beter’ kunnen ouderen helpen om in hun eigen buurt een meer geschikte woning te vinden, maar waren in het verleden weinig succesvol. Per 1 juli wordt een nieuwe start gemaakt, waarbij volgens wethouder Ivens een aantal beperkingen en belemmeringen is opgeruimd (zie kader).
Niet elke oudere hecht overigens enorm aan zijn buurt. Veel migrantenouderen willen best verhuizen, als ze maar in de buurt van hun kinderen kunnen wonen. En weer anderen zouden graag in een woongemeenschap met gelijkgestemden toetreden. De rode draad is eerder: de nabijheid van een netwerk.

Wel of niet bij elkaar?

Nieuwe kansen voor ‘Van Groot naar Beter’ en ‘Van Hoog naar Laag’

Er bestaan al vele jaren stimuleringsregelingen om ouderen aan een meer geschikte woning te helpen. Met weinig succes. Dat ligt niet alleen aan het schaarse aanbod, maar ook aan de vele voorwaarden en beperkingen van die regels. Deze regelingen - Van Groot naar Beter en Van Hoog naar Laag gaan nu op de schop.

Belangrijke verbeteringen zijn:

  • alle corporaties doen nu mee
  • verhuizen tussen corporaties wordt ook mogelijk
  • de regeling wordt via WoningNet ingezet, een kandidaat krijgt daarvoor een label
  • er is geen huursprong meer voor verhuizers via de regeling VGNB. Verhuizers via de regeling VHNL houden
  • ook dezelfde huur mits ze ouder zijn dan 70 of 65-plus met WMO-indicatie. Nieuwbouw is hiervan uitgezonderd.

De nieuwe regelingen gelden vanaf 1 juli 2016.

De meeste nieuwbouw is redelijk ‘levensloopbestendig’. In het verleden zijn er naast zorginstellingen ook flinke aantallen seniorenflats gebouwd. Een enkele maal lukt het nieuwbouw voor senioren in de oude stad toe te voegen, zoals De Flinck van Ymere in de Govert Flinckstraat. Op de conferentie werd duidelijk dat sommigen juist niet alleen maar met andere ouderen willen wonen. “Dan heb je de hele dag gesprekken over versleten knieën. Ik wil juist onderdeel blijven van de samenleving.” Maar deze behoefte staat juist weer haaks op betaalbaar houden van investeringen en het levensloopbestendig maken van wooncomplexen.
In het Amstelhuis en - straks - in de Akropolis probeert men de ontmoeting met de buurt, met andere leeftijdsgroepen, te stimuleren door voorzieningen en ontmoetingsruimtes publiek beschikbaar te maken. De mogelijkheid tot terloopse ontmoetingen met anderen draagt bij aan het levensgeluk, zo valt bij diverse sessies op te tekenen.

Migrantenwoongroepen en groepswonen

Terwijl de ene oudere liefst ‘gemengd’ woont, hebben anderen liever gelijkgestemden om zich heen. Om die reden bouwden woningcorporaties de afgelopen decennia tal van woonvoorzieningen voor migrantenouderen, voor zo’n beetje elke etnische achtergrond. Veelal gaat het om eerste generatie migranten die nauwelijks of slecht Nederlands spreken.
Ook andere ouderen willen in de nabijheid en met ondersteuning van gelijkgestemden oud worden. De vorming van ‘stadsdorpen’ zijn daar een voorbeeld van. Maar er zijn ook tal van initiatieven van groepen die samen een pand willen bouwen of transformeren. De waarheid is dat tot dusver weinig van dergelijke initiatieven zonder steun van een woningcorporatie slagen. In de overspannen Amsterdamse markt strijden vele kapitaalkrachtige belanghebbenden om de schaarse kavels en leegstaande gebouwen.
Oud CPN-politica Evelien Eshuis beschrijft hoe ze met een groep binnenstadbewoners zo’n drie jaar intensief betrokken is geweest bij een stichting om het Prinsengrachtziekenhuis te verwerven. Het is niet gelukt. Eshuis: “Maar het is voor mij niet mislukt. Ik had daarvoor nog nooit goed nagedacht over hoe ik de rest van mijn leven zou willen wonen.” Nu wel. Ze heeft veel opgestoken én alvast aanpassingen aangebracht in haar eigen huis om daar zo lang mogelijk te kunnen blijven wonen. Ze geeft nog twee lessen mee: zulke trajecten duren lang, en het wordt een stuk makkelijker als je niet kieskeurig bent waar je wilt wonen.”