Eef Meijerman: 20 jaar Amsterdams Steunpunt Wonen

Eef Meijerman: 20 jaar Amsterdams Steunpunt Wonen
“Wij zijn echte polderaars”

Wat hebben Mi Akoma di Color, de IJburg Angels, de Huurdersvereniging Amsterdam, de transformatie van het Staalmanplein, de huurderskoepels of de Wijksteunpunten Wonen gemeen? Ze werden of worden ondersteund, geadviseerd of begeleid door het Amsterdams Steunpunt Wonen. “Al 20 jaar werken aan de kracht van bewoners”, luidt het mission statement van de organisatie in het jubileumjaar. Dat heeft geleid tot een breed gewaardeerde instelling met een jaaromzet van ruim 5 miljoen euro en zeventig mensen op de loonlijst. Spin in het web is al die jaren directeur Eef Meijerman.

Het twintigjarig jubileum is in stijl gevierd: borrel en buffet werden voorafgegaan door participatiedebatten en workshops; bewoners aan het woord. Ook waren er warme woorden, uitgesproken door onder andere Hans van Harten, directeur van de Amsterdams Federatie van Woningcorporaties en wethouder Tjeerd Herrema. De wethouder kondigde en passant aan dat de stedelijke bijdrage van 1 miljoen euro aan de Wijksteunpunten Wonen vanaf 2009 structureel wordt. Een mooi verjaarscadeautje voor het ASW, de belangrijkste pleitbezorger voor deze steunpunten.
Dat ASW ontstond twintig jaar terug uit het samengaan van een zevental clubjes die zich alle met huurders- en bewonersbelangen bezighielden. Dat waren groepen als SIKH (jongeren, kraakbeweging), de Woongroepen Vereniging Amsterdam, Obasa, Amsterdams Woonwagenwerk, Vrouwen, Bouwen & Wonen, Vereniging Behoud door Onderhoud (van o.a. de huidige minister voor WWI) en Steunpunt Huisvesting Migranten i.o.. Een bont gezelschap dus, waarin de rol van bestuurders nauwelijks was te onderscheiden van die van medewerkers en alle ingrijpende besluiten moesten worden verdedigd in het algemeen personeelsoverleg. De ASW startte met negentien (parttime) medewerkers en 1 miljoen gulden uit diverse potjes. Democratisch werd nog geschreven als ‘demokraties’ en de vrouwen stonden op hun eigen overleg.

Eef MeijermanDag en nacht vergaderen zeker?
Meijerman: “Er werd wel veel vergaderd, maar niet dag en nacht. Maar gelukkig deden we toen nog niet aan tijdschrijven. Typerend voor toen was dat je uitgebreid vergaderde over de  kosten van een brochure; de jaarlijkse inkomsten waren een gegeven. Je had werkgroepen met vier coördinatoren, een ondernemingsraad en een bestuur. Maar de algemene personeelsvergadering was toch wel de baas; je moest als coördinator besluiten door die vergadering zien te slepen. Dat is inmiddels totaal veranderd. Onze werkwijze is nu vergelijkbaar met een adviesbureau, alleen blijft alle geld in de organisatie en is de missie de toets der dingen.”

Van zaakwaarnemer naar adviseur

“In de loop der jaren is de werkwijze van het ASW opgeschoven van belangenvertegenwoordiger naar adviseur. Een mijlpaal was de oprichting van de Huurdersvereniging Amsterdam (HA) in 1999; daarvoor waren we zelf een bewonersorganisatie. We waren de erkende zaakwaarnemer van de Amsterdamse bewonersgroepen in de overleggen met gemeente en corporaties. Het was voor ons een overwinning dat we aanschoven bij het Amsterdams Volkshuisvesting Overleg (AVO). Dat is twee beleidsovereenkomsten goed gegaan; bij de derde liep het spaak. Wij steunden, mits er voldoende betaalbare huurwoningen bleven, de transformatie naar meer koopwoningen en middeldure huurwoningen in de stad. Toen werd het kernvoorraadprincipe geboren. Een deel van de bewonersgroepen wilde daar niet aan; een deel was principieel tegen verkoop. Dat was de eerste keer dat we onder vuur kwamen vanuit de huurders en het ging toen direct vrij hard. Ik kan me die stomende Tijgerzaal van Artis in 1998 nog goed herinneren.
Toen hebben we besloten niet te tekenen. Maar ik heb er direct bij gezegd: wij zijn kennelijk niet in staat de bewoners te vertegenwoordigen; dan moeten jullie het zelf doen. Dat is gebeurd. Vervolgens is de HA opgericht. Uiteindelijk hebben de huurders besloten weer met ons te werken voor advies en ondersteuning. Dat was natuurlijk nog een open vraag na dat conflict. Sindsdien hebben we met de HA een strategische samenwerkingsovereenkomst.”

De kern van het ASW

“We zijn altijd aan de kant van de bewoners gebleven én een brug geweest richting verhuurders en overheden. Mede dankzij ons hielden beide partijen een ingang bij elkaar. Wij zijn echte polderaars. Dat kleeft ook wel heel erg aan mij. Die positie, waarin je bewoners kunt ondersteunen en vertrouwenspersoon blijft, maar ook de taal spreekt van andere partijen en daardoor misverstanden kan wegnemen. Die kern is altijd gebleven. De rode draad is dat we bewoners sterker en meer betrokken maken en beter entree bij de beleidsmakers geven.
De ontwikkeling gaat door. Eerst schoven we zoals gezegd op van belangenbehartiger naar dienstverlener en adviseur. Met de oprichting van de huurteams versterkten we de poot voorlichting en handhaving. Verder zijn we altijd voorloper geweest in het bewoners betrekken bij het gebruik van digitale middelen. De laatste jaren richten we ons sterker op het activeren van bewoners. Met de komst van Jacqueline van Loon als mededirecteur heeft dat een flinke impuls gekregen.”

Man, 50+ en blank

“Het klassieke beeld van de bewonersvertegenwoordiger. Dat klopte, met uitzondering van ‘man’ ook, maar het is wel aan het verschuiven. In het HA-bestuur zie je behalve de oudere activist nu ook jongeren, ook met een Surinaamse of Marokkaanse achtergrond. Dat heeft lang geduurd. Gelukkig hebben we dankzij de stadsvernieuwing een netwerk in die groepen kunnen opbouwen. Je ziet het nu ook bij de koepels (bewonersvertegenwoordiging bij woningcorporaties, FvdM) opkomen. Ik denk dat je wel van een revitalisering kunt spreken.

Wij hebben, met onze ontstaansgeschiedenis, altijd op ons netvlies gehad dat dé bewoner niet bestaat. Diversiteit was en is daarom belangrijk. Ik denk dat we dat de laatste acht jaar onder migrantengroepen een goed netwerk hebben opgebouwd. De komst van Jacqueline met haar achtergrond in vluchtelingenwerk en vrouwen-emancipatie versterkt dat nog.
Er is nog wel een moderniseringsslag te maken op het gebied van bewonersparticipatie. Bijvoorbeeld via internet, bewonerspanels en dergelijke, en door meer aan te sluiten bij initiatieven van bewoners zelf in de buurt.”

Nieuwe rol corporaties

“Dat is geen eendagsvlieg. Na hun verzelfstandiging stond in eerste instantie het overleven en loskomen van dat enorme overheidstoezicht centraal. Toen werden het echte vastgoedjongens en –meisjes. Dat was logisch. Maar daarna ontdek je dat de waarde van je vastgoed toch zit in de huurder of potentiële koper – the eye of the beholder. Daarom is het ook geen speeltje wat ze nu doen met die buurtgerichte investeringen. Er zit nog steeds de koppeling met het vastgoed in. De idee is: als het goed gaat met onze huurders, gaat het goed met de buurt, gaat het goed met de waarde van ons bezit. Ik vind het ook goed dat er zo’n stevig financieel motief bij allerlei maatschappelijke investeringen zit.
Daarnaast is het ook zeker zo dat corporaties hun traditionele sociale taken zijn gaan herwaarderen. Men gaat terug naar de oorsprong. Corporaties nemen de plaats van de terugtrekkende overheid in en hebben daar ook de middelen voor. Ik denk dat die omslag naar sociale projecten wel doorgaat. Als die maar niet te instrumenteel wordt. Er moeten ook dingen kunnen gebeuren die niet passen in het corporatie-masterplan voor de buurt. Het is nu vaak toch zo dat er naar participatie wordt gezocht vanuit de instelling. Maar je ziet gelukkig dat sommige corporaties ook methoden ontwikkelen om bewonersideeën op te halen en de ruimte te geven. Zoals de Betere Buurt-prijsvraag van Ymere. Jammer daarbij is wel dat alleen de drie winnaars worden beloond. We zouden graag zien dat ook andere initiatieven worden gestimuleerd.

Twintig jaar erop. En nu?

“Gewoon doorgaan. Er komt af en toe wel eens wat voorbij, maar ik zie me niet corporatiedirecteur ergens in het land worden. Deze positie, waarin je aan de ene kant lekker tussen bewoners rondloopt, en aan de andere kant een entree hebt bij beleidsmakers en wat aan problemen kunt doen; terwijl je bovendien nog zo’n rare club een beetje mag managen, zo’n positie kom je niet vaak tegen. Het is gewoon heel erg leuk om in Amsterdam op deze plek te mogen werken. Gewoon doorgaan dus.”