Melkwegbrug Purmerend beeld:istock/biletskiy evgeniy
Purmerend mag groeien, maar moet wel in balans blijven. Bij de komende gemeenteraadsverkiezingen hebben alle partijen ongeveer hetzelfde voor ogen: meer woningen voor alle doelgroepen, betere doorstroming en een groene en gezonde leefomgeving.
Stadspartij-Beemster Polderpartij
De Stadspartij-Beemster Polderpartij, voorheen Stadspartij Purmerend is met negen zetels de grootste partij in de gemeenteraad. Al twaalf jaar maken zij deel uit van het college van burgemeester en wethouders. Het devies luidt: doorgaan op de ingeslagen weg. En dat betekent verder bouwen. ‘Purmerend moet zorgen voor genoeg woningen’ en zorgen voor een ‘goede mix van woningen’, aldus het verkiezingsprogramma. ‘Daarbij moeten we zorgen dat Purmerend bereikbaar blijft en dat de openbare ruimte mooi blijft. Zo kan de stad groeien zonder dat de woonkwaliteit en het sociale leven achteruitgaan.’ Nieuwe woningen moeten met name aan de Oostflank worden gebouwd, een grootschalige gebiedsontwikkeling goed voor 8.500 nieuwe huizen. De partij houdt daarbij vast aan de verdeling van 30 procent sociaal, 40 procent middenhuur en 30 procent vrije sector. Inwoners van Purmerend krijgen zoveel mogelijk voorrang. Tegelijkertijd wil de Stadspartij ‘bestaande wijken en dorpen leefbaar houden’. Daarvoor mag er best ‘een straatje bij’ en moeten het mogelijk worden een kleine woning op eigen erf bouwen. De leefbaarheid wil de Stadspartij-Beemster Polderpartij verbeteren door minder autoverkeer in de oude binnenstad en meer aandacht voor recreatie in het groen. Bijvoorbeeld in het Purmerbos.
GroenLinks-PvdA
De PvdA is met vijf zetels de tweede partij van Purmerend en levert met Natalie Saaf de wethouder Wonen. GroenLinks heeft momenteel drie zetels, wellicht vormen zij straks de grootste fractie. De fusiepartij wil als enige van de grote partijen meer sociale huur realiseren en gaat voor een verhouding van 40-40-20. Bovendien willen de rood-groenen dat iedere sociale huurwoning die gesloopt of verkocht wordt ‘één op één’ wordt vervangen, ‘bij voorkeur in dezelfde buurt’. De partij staat voor gemengde wijken. Als het aan de rood-groenen ligt komen er meer collectieve woonvormen en wordt onderzocht of de bouw van geclusterde seniorenwoningen mogelijk is. Die moeten uiteraard duurzaam zijn, tot een beter passend aanbod en voor doorstroming op de woningmarkt zorgen. Bovendien wil GroenLinks-PvdA drie tot vijf procent van de vrijkomende sociale huurwoningen toewijzen aan statushouders.
GroenLinks-PvdA vindt dat binnen de bestaande stad slechts beperkt ruimte is voor nieuwbouw. Uitzonderingen zijn De Koog en het Waterlandkwartier, die een stedelijk woonmilieu krijgen. Over nieuwbouw aan de randen van de stad en de dorpen, is de partij terughoudend. Zo wil GroenLinks-PvdA dat de ontwikkeling van de Oostflank ‘gefaseerd’ gebeurt om gelijke tred te houden met de daadwerkelijke woningbehoefte. Bouwen in de Beemster - werelderfgoed - sluit de partij niet volledig uit. ‘Hier is woningbouw alleen mogelijk via maatwerk, waarbij zorgvuldig rekening wordt gehouden met de cultuurhistorische waarde van de polder.’
VVD
De VVD (vier zetels) is momenteel de derde partij van Purmerend, maar zit niet in het stadsbestuur. Het is wel de enige partij die aantallen noemt voor nieuw te bouwen woningen. ‘De Purmerendse VVD wil tot 2030 gemiddeld minstens vijfhonderd nieuwe woningen per jaar realiseren, met piekjaren waarin we richting de zeshonderd gaan. In totaal willen we tot en met 2030 ruim 2.200 woningen toevoegen voor gezinnen, starters en senioren.’ Ook de liberalen leggen daarmee de nadruk op woningen voor alle soorten woningzoekenden. De helft van de nieuwe sociale huurwoningen moet beschikbaar komen voor starters, voor andere segmenten is dat veertig procent. Bovendien moeten er jaarlijks tweehonderd woningen voor senioren beschikbaar komen. Ongeacht welk segment is de eigen tuin heilig voor de VVD: ‘Iedereen die dat wil moet van een tuin bij zijn/haar woning kunnen genieten. Daarom legt VVD Purmerend waar mogelijk de nadruk op grondgebonden woningen.’
De liberalen willen vaart maken met de ontwikkeling van de Oostflank en willen van De Koog een stedelijk woon-werkgebied maken. Over bouwen in de Beemster zeggen de liberalen dat het gemakkelijker moet worden om daar woningen te bouwen. Om sneller woonruimte te realiseren moeten op bouwlocaties al tijdelijke woningen of tiny houses geplaatst worden, zodra de infrastructuur gereed is. De liberalen willen voor kleinere projecten de eisen voor sociale woningbouw loslaten. ‘De sociale woningbouweis drukt vaak te zwaar op de haalbaarheid van een project waardoor goede, kansrijke nieuwbouwprojecten onnodig stranden.’
CDA
De christendemocraten (drie zetels) leveren momenteel met Pascal Verkroost de wethouder Ruimtelijke Ordening en Gebiedsontwikkeling. Voor het CDA is wonen een basisbehoefte én een bouwsteen voor een hechte samenleving. In Purmerend moet daarom voor iedereen een passende woning beschikbaar zijn, ‘met oog voor doorstroming binnen wijken’. Het CDA wil het principe 30-40-30 doorzetten met ‘een doordachte mix van woningtypen, zodat rijk en minder draagkrachtig, jong en oud sámen een wijk kunnen vormen’. In de Beemster moet meer sociale huur komen omdat daar nu te weinig aanbod is.
Het CDA wil in eerste instantie inzetten op de al geplande ontwikkelingen en daar zo snel mogelijk woningen toevoegen, in Zuidoostbeemster en aan de Oostflank. Voor de leefbaarheid in de kleinere dorpen is het volgens de christendemocraten ‘belangrijk dat er op kleine schaal woningen kunnen worden toegevoegd met een “straatje erbij”.’
Ouderenpartij AOV Purmerend
De Ouderenpartij (drie zetels) zit ook in het college en komt bij de komende verkiezingen met drie speerpunten. Op 1 staat ‘passend wonen voor iedereen’. Voor geclusterd wonen van senioren ziet de partij al mogelijkheden in het Van der Valk hotel ‘voor als dat op enig moment vrijkomt’. Geclusterd en gelijkvloers wonen voor senioren, in een Knarrenhofje of levensbestendige woningen krijgen veel aandacht in het programma. Dat geldt ook voor sociale ondersteuning in de wijken, van wijkmanagers tot wijk- en buurtpunten. De woonbehoefte van gezinnen en jongeren wordt niet vergeten. De Ouderenpartij maakt ook duidelijk dat statushouders fatsoenlijke woningen moeten krijgen. Op enkele kritische punten na is deze partij voor de ontwikkeling van de Oostflank, zoals die al is ingezet.
D66
Ten slotte de Democraten. D66 (twee zetels) zit in de oppositie en het is de vraag in hoeverre het Jetten-effect doorwerkt tijdens de raadsverkiezingen. D66 wil dat er veel woningen worden bijgebouwd, maar staat ook voor ‘een gezonde groei’. De woningbouwproductie kan omhoog door meer gebruik te maken van fabrieksmatige bouw. Tegelijkertijd is de partij terughoudend als het gaat om de gebiedsontwikkelingen aan de Oostflank. Zo willen de Democraten dat de plannen voor deelgebied Purmer-Zuid Zuid van tafel gaan. D66 vreest dat de balans weg is als er 8.500 woningen komen aan de Oostflank. ‘Met duizenden nieuwe huizen erbij wordt het steeds drukker in onze gemeente. Groen wordt schaarser en het verkeer wordt onveiliger.’ Bouwen in de Beemster is voor D66 taboe.
Op het gebied van wonen wil D66 ‘bij nieuwbouw waar mogelijk voorrang geven aan inwoners van Purmerend.’ Ook starters, senioren en mensen met cruciale beroepen, zoals onderwijzers, zorgprofessionals en politieagenten, moeten voorrang krijgen op de woningmarkt. Maximaal de helft van de sociale huurwoningen moet voor bijzondere doelgroepen worden gereserveerd.