De Woonversnelling: wel of niet geslaagd?

Verschillende interpretaties evaluatierapport
De Woonversnelling: wel of niet geslaagd?

Wie in de regio Amsterdam een huurwoning wil betrekken moet geduld hebben. Woon- of inschrijvingsduur bepaalt je kansen. Sinds 2005 pleit vooral woningcorporatie Ymere voor alternatieven zoals loten. Dat leidde in 2007 tot het experiment De Woonversnelling. Initiatiefnemer Ymere spreekt van een geslaagd experiment, maar de Dienst Wonen ziet er weinig in.

Hoe kunnen we de vastgelopen woningmarkt weer vlot trekken? Corporaties Ymere en Woongroep Holland zien een verbetering in het verloten van een deel van de huurwoningen onder doorstromende woningzoekenden. Zo krijgt het actieve deel van de woningzoekers meer kans. Van de Stadsregio Amsterdam mochten ze ermee experimenteren. Vanaf begin 2007 tot halverwege 2008 werden in totaal 671 woningen bij loting aan doorstromers toegewezen. Het ging om woningen in de gemeenten Haarlemmermeer, Amstelveen, Uithoorn en Amsterdam. Onderzoeksbureau Rigo kwam deze winter met een evaluatierapport.
Daarin staat dat de drie hypothesen van het experiment zijn bevestigd. Woningzoekenden die slagen via De Woonversnelling hebben inderdaad een kortere woonduur dan mensen die een woning krijgen toegewezen via het reguliere systeem. Verder blijkt dat kandidaten bij De Woonversnelling een woning over het algemeen minder gauw weigeren dan in het reguliere systeem.
Ook de belangrijkste veronderstelling, dat De Woonversnelling meer doorstroming cq langere verhuisketens oplevert, wordt bevestigd. De verhuisketens bij De Woonversnelling blijken 22 procent langer: vijf verhuringen in het experiment leverden één woning meer op dan vijf verhuringen in het reguliere systeem. Voor een deel komt dit doordat in De Woonversnelling alleen doorstromers meededen. Toch verklaart dit niet alleen het verschil in verhuisketens tussen De Woonversnelling en het reguliere systeem, stellen de onderzoekers van Rigo. Er is kennelijk ook een autonoom effect dat van de loting uitgaat, al wordt dat in de evaluatie niet gekwantificeerd.
Starters worden met De Woonversnelling niet benadeeld, althans niet in hun kans op een woning, want aan het eind van iedere verhuisketen komt een starter aan de beurt. De deelnemers aan De Woonversnelling werden ondervraagd, en de meesten vonden de loting voor doorstromers een goed idee – als mogelijkheid naast de reguliere toewijzing.

 

Geen vervolg?

Het is zeer de vraag of De Woonversnelling een vervolg krijgt, want de Dienst Wonen heeft er begin dit jaar een negatief advies over uitgebracht aan toenmalig wethouder Herrema. Belangrijkste argumenten: het is niet bewezen dat loting tot meer doorstroming leidt. Het laten voorgaan van doorstromers wel, maar “daar zijn geen wonderen van te verwachten”, aldus de Dienst. Hoewel uit een enquête blijkt dat de meeste deelnemers De Woonversnelling niet rechtvaardiger of onrechtvaardiger vinden, benadrukt de Dienst dat slechts zestien procent van de deelnemers loten eerlijker vindt dan het reguliere systeem. Ook wordt in het advies gesteld dat andere doorstromers worden benadeeld. Als mensen gemiddeld tien jaar moeten wachten op een woning, maar je helpt de helft al na vijf jaar, dan moet de rest vijftien jaar wachten, rekent de Dienst voor.

Betere doorstroming

Manager innovatie Jeroen Frissen van Ymere is op zijn zachtst gezegd verbaasd over dit advies: “Voor de regio Amsterdam is doorstroming in de woningvoorraad zeer belangrijk, zeker in tijden dat de nieuwbouwproductie terugloopt. Dan is het natuurlijk prachtig als we een manier vinden waarmee we die doorstroming substantieel kunnen verhogen. Als een gerenommeerd bureau als Rigo dan laat zien dat De Woonversnelling bijna een kwart meer woningen vrijmaakt, moet je toch met een goed verhaal komen om dit experiment te stoppen. Het experiment betrof overigens niet het loten alleen. De crux zit hem juist  in de combinatie van loten met het laten voorgaan van doorstromers”.
Daarnaast klopt het rekensommetje van de Dienst Wonen niet, omdat er door het laten voorgaan van doorstromers meer aanbod komt, zegt Frissen. Het is geen wiskundesom, maar een psychologisch proces. Mensen die in het reguliere systeem nog een paar jaar zouden wachten, kunnen met De Woonversnelling al echt meedingen. Dat bevordert de doorstroming.”
Is het idee niet achterhaald door de nieuwe ‘spijtoptantenregeling’ waarmee doorstromers na verhuizing nog vijf jaar hun woonduur behouden? Frissen: “We juichen die regeling toe, omdat die de doorstroming bevordert. Daarom zijn we ook voor loting onder doorstromers, naast de reguliere toewijzing.”