Overslaan en naar de inhoud gaan
Top
Afscheidsinterview met hoofdredacteur Fred van der Molen
‘We moeten in het woondebat uitgaan van feiten’

Na ruim twintig jaar neemt Fred van der Molen afscheid als hoofdredacteur van NUL20. Met een journalistieke aanpak en veel aandacht voor data beschreef de redactie onder zijn leiding de turbulente ontwikkelingen en crises op de woningmarkt in Amsterdam en de regio.

Image

 

Geschiedenis en toekomst NUL20
NUL20 LogoNUL20 is in 2002 opgericht als onafhankelijk vakblad voor de professionals in wonen en bouwen, als opvolger van de Volkshuisvestingskrant van de gemeente Amsterdam en corporaties. Fred van der Molen was vanaf het begin de hoofdredacteur. NUL20 heeft een redactieraad. Naast het vakblad en de website (met archieffunctie en data) organiseerde de redactie andere activiteiten, zoals De Gouden Baksteen (voor de bouwer van de meeste woningen) en debatavonden in Pakhuis De Zwijger. Met ingang van 1 januari gaat NUL20 verder als online platform, onder leiding van hoofdredacteur Joost Zonneveld.
NUL20 wordt ook per 1 januari een stichting met als bestuursleden Jacqueline van Loon (voorzitter), Keimpe Reitsma (penningmeester) en Sebastiaan Capel (secretaris).
Fred van der Molen blijft actief als freelancer voor NUL20 en in de sector.

Op zijn fiets rijdt Fred van der Molen (67) vaak door zijn stad om de ontwikkelingen in buurten en wijken met eigen ogen te bekijken. In de ruim veertig jaar dat hij in Amsterdam woont en in de ruim twintig jaar dat hij hoofdredacteur van het vakblad NUL20 is, zag hij zijn woonplaats veranderen. Hoe de stad er in zijn studententijd voorstond is bijna niet meer voor te stellen: verwaarloosde wijken, woningen met achterstallig onderhoud, dichtgetimmerde ramen, gekraakte grachtenpanden. Nu ziet Van der Molen op zijn fietstochtjes vooral levendige buurten met terrasjes, nieuwe woonblokken en gerenoveerde woningen.

De stad is enorm opgeknapt. Gaat het altijd goed?
“Er zijn natuurlijk ook minder geslaagde projecten. Op de locatie van het voormalige verzorgingshuis Sint Jacob aan de Plantage Middenlaan staat bijvoorbeeld een enorm appartementenblok voor senioren. Ik vind dat project een gemiste kans, de uitstraling van het moderne gebouw, pal tegenover Artis, past niet in de buurt.”  

Wat is een geslaagd voorbeeld?  
“Dat zijn er vele. In de Indische Buurt, in de Makassarstraat, staan bijvoorbeeld nieuwbouwwoningen in een moderne variant van de Amsterdamse school. Ik rijd vaker door die straat, omdat mijn zoon in de buurt woont. Die retrostijl past wél bij de ziel van de buurt. Maar ik hou ook van spectaculaire nieuwbouw als het Sluishuis op IJburg.”

Effect van beleid

Als het om bouwen gaat, is elke verandering zichtbaar: woningen worden gebouwd, gesloopt, gerenoveerd. Achter de schermen maken bestuurders, corporaties en projectontwikkelaars nieuwe plannen en ontwikkelen politici woonbeleid. In je eerste column in 2002 schreef je dat de redactie niet alleen over het beleid en beleidsvoornemens wil schrijven, maar ook over de uitvoering en het effect van het beleid.
Is dat gelukt? Kun je een voorbeeld geven?

“We maakten in 2019 na twintig jaar de balans op van de wijkaanpak in de Indische Buurt. Bij die aanpak waren differentiatie van de woningvoorraad (minder sociale huur, meer koop) en een integrale aanpak (wonen, zorg en leefbaarheid in de wijk) de sleutelwoorden. Door de gezamenlijke inspanning van corporaties en het stadsdeel staat de Indische Buurt er beter voor dan ooit, was onze conclusie. Straten en pleinen waren opgeknapt, de criminaliteit aangepakt. Maar we schreven ook over de zorgen om kwetsbare groepen en de groeiende kloof tussen arm en rijk. Wonen gaat uiteindelijk altijd over mensen. Als je woning is opgeknapt, heb je niet vanzelf een betere positie in de samenleving.”

Diverse bouwcrises

“In ruim twintig jaar NUL20 gingen stad en regio door diverse bouwcrises. Bij de start van het vakblad in 2002 verkeerde de woningproductie in malaise, tijdens het vijftigste nummer van NUL20 drukte de kredietcrisis een stempel op het woondossier, en in 2019 (toen nummer honderd verscheen) woedde de wooncrisis die tot op de dag van vandaag voortduurt. En inmiddels stagneert de bouw ook weer.”

Hoe kijk je op deze ontwikkelingen terug?
“Het woningtekort is nu enorm, de prijzen voor velen onbetaalbaar. Volkshuisvesting heeft landelijk weer terrein gewonnen op het marktdenken, maar de kloof tussen arm en rijk is vooral in de stad groter dan ooit. In de wereld van het vastgoed hebben economische factoren een grote impact. Eens in de zoveel tijd breekt een economische crisis uit. Die cyclus is bijna een wetmatigheid. En daar heb je als overheid weinig invloed op. Ik zie nu in crisistijd weer dezelfde voorstellen en maatregelen uit eerdere tijden terugkeren.

’We willen niet alleen over beleid schrijven, maar ook over uitvoering en het effect daarvan’

Zo koos bijvoorbeeld de Amsterdamse wethouder Duco Stadig in 2002 onder meer voor een grote schoonmaak in de gemeentelijke procedures en de aanstelling van een woningbouwregisseur om de woningbouw te versnellen. De huidige wethouder Reinier van Dantzig doet een beetje hetzelfde. Ook hij schrapt bijvoorbeeld alle bovenwettelijke eisen. En in de gemeenteraad pleiten fracties weer voor een woningbouwregisseur.”

En hoe kijk je naar de rol van woningcorporaties in de afgelopen twintig jaar?
“De invloed van corporaties op de ontwikkeling van de stad is veel kleiner  geworden. Dat is een fundamentele verandering. Dat maakt de ruimte voor wethouders om te manoeuvreren ook kleiner. In het eerste decennium van deze eeuw beschouwden veel wethouders de lokale woningcorporatie als duizenddingendoekje.”

Experimenten

Om een uitweg te vinden uit de complexe woonproblemen kiezen gemeenten vaak voor experimenten, stelt Van der Molen vast. “Nieuw beleid begint vaak met een experiment, zodat je een definitief politiek besluit nog even kunt uitstellen. Je kan eerst kijken of het wel of niet werkt. Bovendien blijkt implementatie van woonbeleid altijd ingewikkeld. Aan de andere kant: niets is vaak eeuwiger dan tijdelijk. Kijk naar de wijk Jeruzalem in Amsterdam-Oost waar na de oorlog kleine woninkjes werden gebouwd en tijdelijk opgesplitst vanwege de woningnood. Dat is nooit gewijzigd. En sinds 2010 heeft de wijk de status van Rijksmonument.”   

De regio van Amsterdam

Al vele jaren kijkt de redactie van NUL20 ook buiten de grenzen van Amsterdam. Volgens Van der Molen was het een logische keuze om het nieuws te volgen in eerst de Stadsregio en later de Metropoolregio (MRA). Amsterdam is de economische motor van de regio, waar werk is voor veel mensen. In de omliggende gemeenten is meer ruimte voor wonen en woningbouw. “Amsterdam en de regio zijn afhankelijk van elkaar. Daarnaast spelen de thema’s van de grote stad vaak later in de kleinere omliggende gemeenten. Zoals regels voor Airbnb, opkoopbescherming of plannen om woningen te reserveren voor leraren en zorgpersoneel. Omgekeerd kunnen Amsterdamse beleidsmakers leren van initiatieven in andere gemeenten. En enige afstemming in de woningprogramma’s is ook wel handig.”
“Mensen denken niet in gemeentegrenzen, ze willen een goede baan en een fijne woning. Maar wethouders denken in de eerste plaats lokaal. Daar zitten hun kiezers, daar moeten ze zich verantwoorden. De MRA is een polderoverleg zonder doorzettingsmacht. Al neemt de invloed ervan wel jaar op jaar toe. Wat dat betreft is het net de EU. Een interessant spanningsveld.”

Bewoners

In de Metropoolregio Amsterdam wonen 2,5 miljoen mensen. Hoe komen de inwoners aan het woord in NUL20?
“We zijn een journalistiek vakblad, dus grotendeels gericht op professionals. We schrijven vooral over beleid, de uitvoering van beleid en de effecten daarvan op bewoners. We zijn er niet voor om over elk incident te schrijven, zoals een particulier geschil van een huurder met een corporatie. Gaat het over structurele problemen, zoals schimmel in woningen, dan laten we bewoners aan het woord en vragen we na wat de verhuurders eraan doen. We hebben bijvoorbeeld ook een serie interviews gedaan met woningzoekenden in de regio. Dat is de groep die het minst in beeld is; die mensen zitten bijna nergens aan tafel. Wie zijn die woningzoekenden eigenlijk? In de redactieraad zit stichting !Woon die opkomt voor de belangen van de bewoners en met ons meedenkt. Mijn journalisten en zeker onze vaste fotograaf Nico Boink komen meer bij mensen thuis over de vloer dan ik. Nico hoort soms hele andere verhalen.”

Journalistieke aanpak

Zoals? “We schreven bijvoorbeeld diverse keren over een duurzame renovatie van flats in Nieuw-West. Nico, die de bewoners op de foto zette, vertelde dat de overlast daarvan groot was, het was een drama. We zijn teruggegaan om de ervaringen van die bewoners op te schrijven. We zijn niet op zoek naar schandalen, maar we kiezen wel voor een journalistieke aanpak. Dat project is overigens nadien stilgelegd. Later heeft de corporatie besloten om de flats toch te slopen in plaats van om te bouwen tot nul-op-de meterwoningen.”

In het blad NUL20 en op de website staan data over bouwen en wonen overzichtelijk op een rij. Wat is de waarde van die data?
“Er wordt zoveel onzin beweerd over percentages sociale huur, over nieuwbouwprestaties, huisvesting statushouders, scheefwoners enzovoort. Ik hecht er enorm aan dat bij NUL20 de feiten kloppen; dat iedereen ons als betrouwbare objectieve bron ziet. Op de website staan dashboards van Amsterdam en van de MRA, met alle feiten en cijfers over de woningvoorraad en de productie. We zijn daarmee ook een bron voor andere media. Regelmatig word ik gebeld door journalisten. Dat vind ik belangrijk. Er wordt in het debat over wonen en bouwen zoveel geroepen.”

Dat debat zal voorlopig niet stoppen. Hoe kijk jij naar de toekomst?
“Toen ik student was zag de stad er niet uit en waren er ook al wachtlijsten. Maar Amsterdam was goedkoop en er was legaal of illegaal nog redelijk gemakkelijk betaalbare woonruimte te vinden. Nu is er een groot tekort voor alle doelgroepen, wonen is heel duur of onbetaalbaar. De huidige wooncrisis is ongekend. Ik zie eerlijk gezegd niet snel een oplossing. De populariteit van de stad én van Nederland zorgt voor een bevolkingsgroei waar moeilijk tegen op te bouwen valt.”

En dan hebben we het nog niet eens over verduurzaming gehad.  
“Klopt. Dat maakt de opgave nog ingewikkelder. Eén geluk: er blijft voor NUL20 genoeg om over te schrijven.”  •


Peter Kroon en Laura Uittenboogaard

(Grond en ontwikkeling, gemeente Amsterdam)

“Heel fijn dat naast de hijgerige krantenkoppen en vaak ongenuanceerde uitspraken van opiniemakers er ook NUL20 is. Met prettig leesbare artikelen gebaseerd op cijfers. Fred wás zo ongeveer NUL20. Als grote organisator, hoofdredacteur en journalist wist hij de juiste spelers op de woningmarkt te spreken en de mensen te vinden om de artikelen te schrijven. NUL20 biedt een schat aan informatie op het gebied van de Amsterdamse woningmarkt in de afgelopen 20 jaar.”

Jan-Willem Kluit

(in 2002 stond hij mede aan de wieg van NUL20, als medewerker van de AFWC)

“NUL20 is het enige interdisciplinaire en leesbare vakblad bouwen en wonen dat ik ken. De journalistieke aanpak is een zegen. We hebben het aan Fred te danken dat we dit mooie blad hebben. Hij heeft er in 2002 voor gezorgd dat een suf en langdradig blaadje van Amsterdamse wonenprofessionals een tijdschrift werd. Een vinger aan de pols, informatief, altijd mooie foto’s en met een prachtig digitaal archief. Een lintje voor die man!”

Duco Stadig

(wethouder Volkshuisvesting in Amsterdam 1994-2006)

“Ik lees NUL20 al zo lang als Fred hoofdredacteur is. Voor mij als gepensioneerd volkshuisvestingsprofessional is het lezen van NUL20 nog steeds dé manier om op mijn vroegere vakgebied een beetje bij te blijven. NUL20 is informatief, actueel, objectief en goed leesbaar. Daar heeft Fred voor gezorgd en dat beschouw ik als een grote verdienste. NUL20 geeft aan alle partijen in het veld een gemeenschappelijk referentiekader.Heel nuttig in een tijd dat nepnieuws voor veel verwarring zorgt.”

Eef Meijerman

(voormalig directeur !Woon)

“NUL20 heeft een prima reputatie, kent een groot netwerk, betrokken en ingevoerde schrijvers. Als ASW/!WOON stonden we mee aan de wieg. Onze wens de bewoners in beeld te houden, is goed waargemaakt. Oké, iets te veel vastgoed, maar nieuwe gebouwen zijn altijd leuk. NUL20-bijeenkomsten verbonden en verbinden de gemeenschap. Dat is voor een groot deel te danken aan de goed ingevoerde, goed gedocumenteerde, ruimdenkende Fred. Als kleine medefinancier stonden we hem graag bij in discussies met de grote. Omdat hij aardig is, maar vooral omdat we het kleine grote instituut overeind wilden houden.”

Lisette Vos