12.03.21
Verkiezingen in zicht. Wat willen de partijen rond wonen?
Verkiezingen: SP: 'Huurders moeten het bij corporaties voor het zeggen krijgen'

Wat willen politieke partijen rond wonen en ruimtelijke ordening? In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen lichten we er in een serie afleveringen per partij een of enkele opvallende punten uit, met de woordvoerder van dienst. In de zesde en laatste aflevering: Sandra Beckerman, Kamerlid voor de SP over een Nationaal Bouwplan, lagere huren en structureel meer zeggenschap voor huurders in de corporatiesector. Reactie van volkshuisvestingdeskundige Hugo Priemus.

't Zonnehuis in Tuindorp Oostzaan, Amsterdam Noord
Voor de SP is volkshuisvesting het antwoord op de wooncrisis, zegt kandidaat-Kamerlid Sandra Beckerman (nr.6). “De wooncrisis is geen natuurramp. De afgelopen dertig jaar hebben we stap voor stap onze volkshuisvesting verkwanseld. De markt overheerste het denken.” Volgens haar heersen er drie crisissen: te weinig woningen, te dure woningen en veel woningen van onvoldoende kwaliteit. “Voldoende kwaliteit wordt vaak vergeten, maar in meer dan dertig procent van de huurwoningen in Amsterdam klagen bewoners over schimmel. Vaak is sprake van achterstallig onderhoud, loden leidingen en het ontbreken van voldoende isolatie. Dat is voor veel mensen met een laag of middeninkomen een enorm probleem.” 
Om het tij te keren is de SP voorstander van een Nationaal Bouwplan goed voor 1 miljoen nieuwe woningen, inclusief de komst van een minister van Wonen. “We willen een ministerie met voldoende kennis – voor Kajsa Ollongren was Wonen een bijbaan-, en met voldoende budget. De aanwijzing van nieuwe woongebieden blijft bij provincies en gemeenten, maar het Rijk moet de regie voeren op aantallen en betaalbaarheid.” 
De SP wil niet alleen veel meer, maar ook goedkopere woningen in de sociale en vrije huursector. “De meest betaalbare huurwoning is voor de meeste mensen nog onbetaalbaar. Dat probleem is breed en diep. Woningen zijn te duur, zowel voor de lagere inkomens als mensen met een middeninkomen. Een huur van meer dan duizend euro is voor veel mensen niet op te brengen.” Zij wil onder meer een einde aan (buitenlandse) woningbeleggers die snel veel geld proberen te verdienen. “Een woning is om in te wonen, niet om veel geld aan te verdienen.”
Ook wordt het volgens haar hoog tijd om een systeemfout in de corporatiesector te herstellen. “Corporaties moeten verenigingen worden waar de huurders het voor het zeggen hebben. Na de parlementaire enquête is de taak van corporaties aangepast, maar zijn we de huurders te vaak vergeten. De menselijke maat is zoek. Corporaties zijn nog steeds vaak te groot en staan vaak te ver van huurders af.  Als huurders zeggenschap hebben over hun huis en over hun buurt, dan versterkt dat de plek waar ze wonen. Geef huurders ook invloed op verkoop- en nieuwbouwplannen. Zij denken wel aan de belangen van woningzoekenden. Daar ben ik van overtuigd; hun kinderen en kleinkinderen moeten ook wonen.” 
 

 

REACTIE VAN: HUGO PRIEMUS

"Huurders hebben in de praktijk niet altijd voldoende invloed"

Woningcorporaties bieden de huurders niet altijd voldoende invloed, meent emeritus hoogleraar Hugo Priemus, maar terugkeer naar de verenigingsstructuur biedt niet de ideale oplossing.
Het verleden heeft dat volgens Priemus geleerd. “Eind vorige eeuw hebben we uitvoerig met elkaar gedebatteerd over het democratisch gehalte van woningcorporaties. Er werd toen onderscheid gemaakt tussen ‘interne democratie’ (geassocieerd met de verenigingsstructuur) en ‘externe democratie’ (bepaald door de juridische relatie huurder- verhuurder), maar die interne democratie functioneerde lang niet altijd naar behoren.”
Hij haalt enkele geruchtmakende zaken in herinnering, onder meer in de Gooi- en Vechtstreek. “Leden van een corporatie met de structuur van een vereniging mochten hun woning kopen tegen prijzen ver onder het marktniveau. Zij plunderden daarmee als het ware hun corporatie. Ook hadden we voorbeelden van corporaties met een sterke interne democratie, maar met weinig investeringen. Hoe sterker de invloed van de huurders, hoe minder nieuwbouwactiviteiten.” 
De leden behartigen dus niet automatisch de belangen van woningzoekenden, aldus Priemus. “In die tijd zijn vele verenigingen omgezet in stichtingen, die zich concentreren op een verantwoord vastgoedbeleid. De juridische relatie huurder-verhuurder moet de invloed van bewoners veiligstellen. In de praktijk gebeurt dat niet altijd in voldoende mate. De SP pleit daarom terecht voor meer bewonerszeggenschap in de volkshuisvesting, maar een verenigingsstructuur is daarvoor niet het ideale kader. In de praktijk bleek het eerder een obstakel.”
 
Hugo Priemus is emeritus hoogleraar Volkshuisvesting aan de TU Delft