Gevraagd: laxeermiddelen voor de volkshuisvesting

Gevraagd: laxeermiddelen voor de volkshuisvesting

Pieter Tordoir

Tordoir is hoogleraar Economische Geografie en Planologie aan de Universiteit van Amsterdam, directeur Strategie en Ontwikkeling van de Kamer van Koophandel Amsterdam en lid van de Vromraad. Deze column is op persoonlijke titel geschreven.

Het valt me op dat in het debat over liberalisering in de volkshuisvesting nauwelijks aandacht wordt gegeven aan de grote problemen in de woonsector en de gevaren die deze geven voor welvaart en economie. Het pleidooi van minister Dekker voor liberalisering als ontstoppingsmiddel in de volkshuisvesting is misschien niet sterk gebracht, maar de tegenstanders hebben ook weinig overtuigende argumenten. Dit versterkt het gevoel dat het vooral om een belangenstrijd gaat. Belanghebbende partijen bijten zich vast in standpunten. Dit hindert de creativiteit en samenwerking die nodig zijn om snel oplossingen te bereiken voor het echte probleem.
Dat probleem is bijzonder urgent, vooral in de Noordvleugel van de Randstad. Zowel de huur- als de koopsector is daar ontoegankelijk voor nieuwkomers met een kleinere beurs. Er is bijzonder weinig doorstroom. Dit is niet alleen sociaal onacceptabel, maar dreigt ook een flinke rem te zetten op de welvaartsgroei en economische concurrentiekracht. De Noordvleugel van de Randstad is een motor van de nationale economie en moet het hebben van internationale uitwisseling van goederen, diensten en menselijk talent. Een kern van haar concurrentiekracht ligt in haar toegankelijkheid voor mensen van buiten. De verstopping van de regionale woonsector dreigt die kern af te breken.
De vraag is dan: is de liberalisering van Minister Dekker het gewenste laxeermiddel?
We moeten natuurlijk allereerst snel bijbouwen en herstructureren. De nieuwbouw verloopt echter moeizaam. Het grote probleem daar is de verkokering binnen de overheid. De ene koker vaardigt vanuit een tunnelvisie de ene na de andere regel uit die het de andere koker onmogelijk maakt te bouwen. Dat gebeurt binnen het Rijk, zelfs binnen één ministerie, zie het fijnstofdossier. Het gebeurt ook binnen gemeenten. Gemeenten willen misschien graag bouwen, maar hebben daarnaast financieel belang bij schaarste, want die drijft grondprijzen op. Liberalisering is daarvoor geen oplossing, want ook een volledig vermarkte volkshuisvesting zal worden geconfronteerd met al of niet tegenstrijdige overheidsregels en gemeentelijke grondpolitiek. Veel regels hebben bovendien zin, zeker als ze een stedenbouwkundige en ruimtelijke basiskwaliteit garanderen waar ook latere generaties plezier van hebben. Maar de verkokering heeft geen zin en kan met goede wil worden opgelost. Dat zal veel schelen en kost geen cent. Sterker: het levert veel geld op omdat in de bureaucratie en overlegcircuits stevig kan worden gewied. Daar moet de discussie over gaan.
Wat ook veel kan schelen, is het stevig wieden in het rondpompen van grote geldstromen, met bijbehorende bureaucratie, binnen de volkshuisvestingsector. Natuurlijk heeft het zin delen van de volkshuisvesting te subsidiëren. Het kan echter niet zo zijn dat de ene overheid(-koker) flink aan bouwgrond verdient en de andere weer de huurders op die grond subsidieert. Toch is dat heel gewoon. De geldstromen verlopen vaak erg ingewikkeld, vergelijkbaar met geavanceerde witwasoperaties; zelfs doorgewinterde experts raken de weg kwijt. Dat is gevaarlijk, want dan is er geen check meer op wat er gebeurt. Dat is vragen om inefficiëntie. Daar moet de discussie zeker over gaan.
Dat brengt me op een laatste punt van significante verbetering. De woningsector is een bolwerk van insiders: belanghebbende overheden, krachtige ontwikkelaars en corporaties, het gilde van experts, de zittende huurders en de woningbezitter die in goedkopere tijden heeft gekocht. Jan Willem Oosterwijk, secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken, wees daarop in zijn geruchtmakende nieuwjaarsartikel in het economenblad ESB. Ook Oosterwijk komt met liberalisering als het medicijn. Dat is misschien kort door de bocht, maar een beetje meer druk van buitenaf op de verschillende en onderling kibbelende gilden in de woonsector in Nederland is geen slecht idee. In de zorgsector, die in complexiteit en ondoorzichtigheid niet onderdoet voor de woonsector en die eveneens naast particuliere belangen het collectieve belang dient, geven we de consument op een slimme manier een beetje meer macht om te kiezen. Dat doet de efficiëntie deugd. Volgens mij moeten er vergelijkbare slimme manieren zijn waarmee we de outsiders op de woningmarkt meer macht kunnen geven en de insiders tot bewegen kunnen opporren. Laten we daar eens over discussiëren.

Pieter Tordoir

Tordoir is hoogleraar Economische Geografie en Planologie aan de Universiteit van Amsterdam, directeur Strategie en Ontwikkeling van de Kamer van Koophandel Amsterdam en lid van de Vromraad." data-share-imageurl="">

Trefwoorden: