Overslaan en naar de inhoud gaan

‘Laat herontwikkeling Draka-terrein over aan collectieven'

Image

De herontwikkeling van het Draka-terrein in Amsterdam-Noord moet van onderop gestalte krijgen. Zo meent de Participatiemaatschappij Amsterdam (PAM bv). Er is volgens initiatiefnemer Maarten de Boer op het bedrijfsterrein pal aan het IJ ruimte voor zo’n duizend door een veelheid aan collectieven te ontwikkelen woningen. De oude bedrijfsbebouwing kan daarbij deels bewaard blijven.
De Participatiemaatschappij weet zich gesteund, zo verklaart De Boer, door een consortium van (kleine) bouwbedrijven en architecten. Zij willen bouwen voor wat hij noemt de ‘tussenmaat’. “Met de ontwikkeling van de Houthaven (Blok 0)en de herontwikkeling van de Buiksloterham hebben collectieven met steun van aannemers als Vink, Bot, Spangers en De Geus en diverse architecten laten zien dat zij een heel bijzondere bijdrage aan de hoofdstedelijke bouwproductie kunnen leveren. Dat zouden deze partijen op het Draka-terrein willen herhalen in bouwvolumes van zes tot zestig woningen.”
Stedenbouwkundig bureau Urhahn heeft op verzoek van de Participatiemaatschappij een eerste verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden voor organische herontwikkeling van het omvangrijke bedrijfsterrein. Het gaat in totaal om 5,3 hectare aan opslagruimte, bedrijfshallen en kantoren. “Zij zien ruimte voor een programma met duizend woningen. Het is belangrijk te voorkomen dat op de IJ-oever een ‘muur van luxe appartementen’ verrijst. Ook de meer naar binnen gelegen kavels moeten een aantrekkelijke invulling krijgen. Bovendien zijn er goede mogelijkheden een aantal bedrijfsgebouwen te behouden.”
De Prysmian Group, het grootste kabelproducerende bedrijf ter wereld, verplaatst begin volgend jaar de productie naar elders. De Boer wil niet speculeren over zijn kansen om het terrein daarna geheel of gedeeltelijk te kunnen verwerven. “Het is één van de laatste private bouwlocaties in de stad. Alle Nederlandse ontwikkelaars zullen daar bouwactiviteiten willen ondernemen. De gemeente heeft het gebied aangewezen als versnellingslocatie. Ook heeft de gemeente een voorkeursrecht. Het is echter onduidelijk of Amsterdam daar gebruik van zal maken. De eigenaar heeft laten weten dat de grond pas wordt verkocht als er duidelijkheid is over het nieuwe bestemmingsplan.”