Van 020 naar 030 en vice versa

Van 020 naar 030 en vice versa



Marien de Langen:
van 030 naar 020

   

Martin Mulder:
van 020 naar 030

Marien de LangenMarien de Langen
Bestuursvoorzitter
Stadgenoot
  Martin MulderMartin Mulder
Directeur Ruimtelijke en Economische ontwikkeling, gemeente Utrecht

"Als je mijn vader vraagt wat hij is, dan zegt hij Rotterdammer. Hij is geboren in Rotterdam, heeft tot zijn trouwen in 1951 in de havenstad gewoond en woont nu al 62 jaar in Arnhem. Maar die periode in Rotterdam heeft hem gemaakt.
Ik heb ook 23 jaar in Rotterdam gewerkt, vanaf de stadsvernieuwing. In diezelfde periode woonde ik overigens in Amsterdam. Heb een tijdje in Den Haag gezeten, was bestuurder bij woningcorporatie Mitros in Utrecht en zit nu bij Stadgenoot in Amsterdam. Voel ik me nu Rotterdammer, Hagenees, Utrechtenaar of Amsterdammer? Ik voel me een grootstedeling of Randstedeling. Dat klinkt natuurlijk niet, maar toch is het zo. Ik woon en werk in de Randstad, een miljoenenstad. Dat ik nu weer wat Amsterdamser kleur, gaat vanzelf.

Die vier grote steden zijn allemaal interessant en de verschillen zijn behoorlijk. Amsterdam en Utrecht hebben een sterkere economie dan Rotterdam. Amsterdam en Rotterdam zijn weer veel dynamischer dan Utrecht en de mensen hebben er een sterker gevoel van trots en ambitie. Soms schiet dat zelfs een beetje door. Utrecht is toch een beetje ‘doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg’ en daarmee doet die stad zichzelf te kort. De Utrechtenaren onderschatten zichzelf nog wel eens. Ze mogen veel zelfbewuster zijn.

 

Amsterdam heeft op zijn beurt de neiging zichzelf te overschreeuwen. Dat lefgozerige heeft me er eerlijk gezegd ook een tijd van weerhouden daar te gaan werken. Ze vinden zichzelf soms al te geweldig, en dat zit heel diep. Ze hebben het zelf niet eens in de gaten. Toch maakt de omvang en complexiteit van de problemen Amsterdam de spannendste stad om te werken. Als je het hier kan maken, kun je het overal maken - al besef ik dat het daarom moeilijk zal zijn nog een overstap te maken. Dat ben ik dan ook niet van plan.
Oostenburg, een flinke ontwikkellocatie van Stadgenoot in het centrum van 020, noemde ik een keer een echte Rotterdamse plek. Tegen het zere been! Niet omdat Rotterdam nou de concurrent is of zo, Amsterdam vergelijkt zich gewoonweg niet met andere steden in Nederland. Je hebt Amsterdam en de rest van Nederland. Oostenburg lijkt dus op New York, of is op zijn minst een Berlijnse plek.

 

Waar Utrecht een landelijke stad met een provinciaal zelfbeeld is, vindt Amsterdam zichzelf een internationale stad met mondaine allure. Waar in Utrecht de rede en de redelijkheid domineren, is Amsterdam de stad van de macht, van de grote mond, van ambtenaren en bestuurders die alleen naar Den Haag gaan om geld op te halen, en dat ook nog in hun dagelijkse kloffie doen. Niks pak aan of stropdas om. Dat licht anarchistische, dat is de republiek Amsterdam. Een stad waar de leefbaren nooit een poot aan de grond hebben gekregen, ik denk omdat Amsterdam een echt multiculturele stad is, waar meer dan honderd nationaliteiten de samenleving vormen en dat ook echt zo gevoeld wordt.
Dat zelfbewuste merk ik ook als ik de medewerkers van Mitros en Stadgenoot vergelijk. Als Het Parool een vervelend stukje over ons schrijft, en die krant heeft daar af en toe lol in, heb ik de volgende dag zonder daar om te vragen een concept ingezonden brief op mijn bureau liggen van iemand die er fel tegenin gaat. In Utrecht was dat niet zomaar gebeurd.

Amsterdam is kosmopolitischer. In het centrum domineren toeristen het straatbeeld, in Utrecht de studenten. Hier hebben we het Rijksmuseum, het Stedelijk, het Van Gogh. In Utrecht is er het Centraal Museum, Spoorwegmuseum en Van Speeldoos tot Pierement. Ook interessant, maar net iets minder aansprekend.

 

Toch zijn de overeenkomsten voor mijn werk uiteindelijk groter dan de verschillen. Geuzenveld in Amsterdam is vergelijkbaar met Kanaleneiland en Overvecht in Utrecht. In beide steden werken corporaties aan hun basisopgave: mensen met een relatief laag inkomen aan fatsoenlijke woonruimte helpen. Dat doe ik eigenlijk mijn hele werkende leven al en dat wil ik graag blijven doen."

  "Soms geneer ik me een beetje als ik eraan terugdenk: de Amsterdamse stadsvernieuwingsexcursies. Waar we ook kwamen: Rotterdam, Brussel, Deventer, Liverpool, Berlijn, altijd gaf één van ons luidkeels commentaar op wat anderen maakten: met een Amsterdamse grote mond, vaak aangeduid als arrogantie. We woonden en werkten immers in een stad die ooit - zo getuigt de Grachtengordel - het centrum van de wereld was.
Dat er ook sociale woningbouw aan diezelfde grachten werd gerealiseerd – al dan niet na lange gevechten met krakers – maakte het verhaal alleen maar mooier. Wie nu door de Dapperstraat loopt, ziet in de zijstraten álle fases van veertig jaar stadsvernieuwing. En in de Bijlmer zie je dat zelfs erge stedenbouwkundige missers niet hoeven leiden tot het getto dat in 1991 in Vrij Nederland werd voorspeld, maar tot een wijk met een ongekende dynamiek.
Toen ik in 1999 in Utrecht kwam werken – aan de Amsterdamsestraatweg – leek het grootstedelijke ver weg: de straatwanden waren twee verdiepingen te laag en de ‘As van Berlage’ was erg sober. Ondiep en Zuilen lagen weliswaar aan de Vecht, maar die was ter plaatse smal en bood slechts uitzicht op de dichte achterkant van de ‘damesboten’.
Mede gezien de structurele positie van FC Utrecht in de Eredivisie, was het logisch dat niemand in Utrecht arrogant was.
Wel moet ik bekennen dat ik tot dan toe nooit goed naar de binnenstad van Utrecht had gekeken. De overal herkenbare Middeleeuwse en katholieke structuren, de Romeinse lagen onder het Domplein en vooral: de verstilde schoonheid van de Pausdam en Nieuwe Gracht. Ingetogen is het woord wat er bij past. Ingetogen zoals de woningen van Rietveld: het bekende Rietveld-Schröderhuis, maar ook die zorgvuldig gerenoveerde jaren-vijftig-flatjes in Hoograven.

Is het een probleem dat Amsterdammers, zo gericht op hun eigen stad, Utrecht over het hoofd zien? Ja, want Utrecht groeit, crisis of geen crisis. Utrecht wordt leuker. Met 68.000 sfeerbepalende studenten aan hogescholen en de grootste universiteit van Nederland. Zeker nu Utrecht duizenden woningen bijbouwt voor die fietsfiles en zelfs fietskettingbotsingen veroorzakende studenten, blijven die studenten in Utrecht wonen en willen ze straks een stedelijke starterswoning of zelfs een eengezinswoning in Leidsche Rijn.
Daarnaast heeft Utrecht zijn ooit sfeerbepalende verslaafden weten onder te brengen in voorzieningen als wijkhostels, waarmee het probleem van de rondhangende junks op Hoog Catharijne is opgelost.
Gevolg?
Zowel The Times als CNN meldt nu prominent hoe bijzonder het is in Utrecht: ‘de verborgen parel’. Mensen uit de hele wereld moeten nú naar het onontdekte Utrecht komen, waar het nog niet is vergeven van de toeristen en, anders dan in Venetië of Amsterdam-Centrum, nog gewone mensen op straat lopen.
Daarnaast wijst lijstjesonderzoek Utrecht aan als de derde gelukkige stad van de wereld is (na twee Scandinavische steden). IJburg is prachtig en grootstedelijk, in Leidsche Rijn zijn mensen pas écht gelukkig.
Wat is dan precies het probleem?
Dat Utrechters de arrogantie missen zichzelf te profileren als ‘mooiste verborgen stad ter wereld’ of ‘stad van de gelukkigste mensen’. Vooral bij plaatselijke columnisten, maar ook bij politici, ambtenaren en gewone mensen bestaat de neiging tot relativeren: “laten we eerst maar eens…” gevolgd door een klagelijke opsomming van losliggende stoeptegels of tramrails waarin rollators blijven steken.
Zo’n relativering is terecht als het bijvoorbeeld gaat om instandhouding van 40.000 betaalbare woningen. Die moeten linksom of rechtsom blijven. Tegelijkertijd mag Utrecht de aandacht van CNN en The Times niet veronachtzamen: het is hoog tijd dat Schiphol ook ‘Utrecht Airport’ wordt. Het aantal bezoekers kan moeiteloos verdriedubbelen en het aantal hotelbedden dus ook. Alleen, daar is waarschijnlijk een stevige dosis arrogantie voor nodig. Arrogantie die Amsterdam – met, mind you, nog geen miljoen inwoners – op de lijst van wereldsteden heeft gebracht en gehouden, al zijn er al talloze steden met meer dan 20 miljoen inwoners.
Laat ik het maar eerlijk vragen: 020, ik ben er al zo lang weg, mijn Amsterdamse grote mond is al zo geslonken, zelf kan ik het niet meer, maar geef 030 nou eens een onweerstaanbaar arrogant advies waarmee Utrecht de hele wereld overtuigt en tot in de verste hoeken van deze aardbol zichtbaar wordt."

 

Trefwoorden: