Tussen wal en schip

“Wettelijk kader voor woonboten rammelt nog altijd”
Tussen wal en schip

Het blijft tobben met het beleid rond woonboten. In april verraste de Raad van State met een uitspraak waardoor duizenden woonschepen hun legale status kwijt zijn. Maar er gloort licht: minister Stef Blok van Wonen komt met reparatiewetgeving; bovendien wil hij de rechtspositie van woonbootbewoners verbeteren.

Bijzondere woonvormen: De woonbootbewoner
Dit is deel acht van een serie over bijzondere woonvormen. Eerder verschenen artikelen over woonwagenbewoners, Woonkollektief Purmerend, een kunstenaarsgemeenschap, antikrakers, een woongemeenschap voor jongeren, ouderenwoongroepen en kopers van kluswoningen.

Een kwart van de naar schatting tienduizend woonboten die Nederland rijk is, ligt in Amsterdams water. In 2002 maakte NUL20 een ronde langs woonbootbewoners, deskundigen en beleidsmakers. Onze conclusie destijds: woonboten en Amsterdam horen bij elkaar, maar tussen de gemeentelijke overheid en de woonbootbewoner botert het niet. In de tijd van burgemeester Samkalden werd de woonbootbewoner nog gelijkgesteld met een woonwagenbewoner. Vanaf eind jaren zeventig werd gepleit voor gelijkwaardig beleid voor wonen op de wal en op het water. Maar, constateerde wethouder Duco Stadig in 2002 in zijn ‘bestuurlijk testament Woonbootbeleid’: “Het woonbootbeleid sleept zich al dertig jaar voort en vastgesteld beleid is in onvoldoende mate uitgevoerd”. Wat ook niet hielp waren de verschillen per stadsdeel. Tien jaar terug kon het gebeuren dat iets aan de ene oever was verboden, terwijl het aan de overkant was toegestaan.
Veel is sindsdien veranderd, met als laatste mijlpaal de Verordening op het Binnenwater van 2010. Toch blijft het gebrek aan een duidelijk juridisch kader voor aanhoudende fricties zorgen tussen overheid en woonbootbewoners.  

Wel of geen huis?

Je kunt erin wonen, maar het is geen huis. Dat is op de keper beschouwd het basisprobleem dat de overheid met de woonboot heeft. Beleidsmatig valt de woonbootbewoner tussen wal en schip. Daarbij streeft de gemiddelde waterbewoner ook helemaal geen gelijkwaardigheid met de walbewoner na. Hij koestert zijn ‘status aparte’ en wil vooral met rust worden gelaten. En wanneer dat niet het geval is, manifesteert zich een grote actiebereidheid om die status te markeren.
De ambigue status van de woonboot vertaalt zich op beleidsniveau: stedelijk vallen woonbootzaken onder wethouder Van der Burg (Ruimtelijke Ordening en Grondzaken in geval van erfpacht) en Udo Kock (Waterbeheer). Terwijl landelijk het woonschepenbeleid onder minister Blok van Wonen valt, gaat wethouder Ivens van Wonen niet over de woonbootbewoners.
De gemeentelijke ombudsman behandelt regelmatig zaken waarbij een
bootbewoner in conflict is met een stadsdeel of Waternet: de vergunningverleners. Meestal gaat het om verplaatsing van woonschepen of het verkrijgen van een nieuwe ligplaatsvergunning na vervanging van een woonboot.
De Ombudsman constateert niet zelden dat er sprake is van ‘onbehoorlijk bestuur’. Stadsdeel Zeeburg werd in 2010 bijvoorbeeld ‘gesol met woonboten’ verweten na jarenlang gesteggel met bootbewoners over verplaatsing van woonboten aan de Diemerzeedijk. Voortvarendheid vanuit het stads(deel)bestuur of Waternet is in dit soort processen vaak ver te zoeken, zo oordeelt de Ombudsman in een aantal langslepende kwesties.

Ingewikkeld

Niet alleen de gemeentelijke ombudsman maar ook de rechter wordt vaak ingeschakeld bij conflicten over woonbootzaken. De afdeling juridische zaken van Waternet krijgt per jaar gemiddeld zo’n twintig rechtszaken op haar bordje. Volgens Evert Blees van de afdeling zijn de regels voor het woonschepenbeleid de afgelopen jaren steeds ingewikkelder geworden. “Er komen steeds meer regeltjes die het knap ingewikkeld maken. En er zijn altijd al veel partijen bij het beleid rond woonschepen betrokken geweest. Dat worden er door de uitspraak van de Raad van State straks nog veel meer.”
Sinds 2011 gaat Waternet over het gebruik van het binnenwater en dus over de woonboten, maar slechts drie stadsdelen maken ook gebruik van de diensten van deze organisatie: Oost, Centrum en West. Blees: “Die stadsdelen hebben ons ingehuurd voor het afgeven van ligplaats- en vervangingsvergunningen. De andere stadsdelen behandelen die aanvragen zelf.”
Alle stadsdelen hebben verder hun eigen bevoegdheden. “Voor ons betekent dit dat we met divers beleid te maken hebben. Het zou veel handiger zijn wanneer er grootstedelijk uitvoerend woonbotenbeleid wordt geformuleerd maar de stadsdelen zijn nu eenmaal graag baas in hun eigen gebied.”

Verschillen per stadsdeel

De Verordening op het Binnenwater van 2010 gebruiken alle stadsdelen als basis voor hun eigen beleid. Toch blijven er verschillen, weet advocaat Matthijs Vermaat, die veel woonbootzaken doet.
Twaalf jaar geleden had hij zelf de primeur van de ‘schark’: een kruising tussen woonark en woonschip. Toen hij zijn woonark in het Singel wilde vervangen werd hij door nieuwe vervangingsregels van stadsdeel Centrum verplicht een – liefst varend – historisch schip terug te leggen. Het nieuwe schip voldeed na lang gesteggel aan alle eisen hoewel de ‘schark’ geen meter kan varen. Sindsdien is Vermaat deskundige geworden op het gebied van wet- en regelgeving voor woonschepen en heeft hij menig mede-bootbewoner door het complexe en soms schimmige beleid geloodst.
Vermaat: “Meer mensen wilden een schip als het onze bouwen om aan de welstandseisen te kunnen voldoen, maar dan werden ter plekke opeens de regels aangepast en mocht het toch weer niet. Daar heb ik als jurist heel wat zaken over gevoerd en ook gewonnen. Onlangs is de Welstandcommissie ook weer door de rechter teruggefloten, omdat de afwijzing dat een bepaald schip ‘niet mooi genoeg is’ onvoldoende was onderbouwd. Het is voor bewoners wel heel vervelend dat ze een rechtszaak moeten voeren, omdat het lokale beleid zo onduidelijk en willekeurig is.”
Vermaat is net als Blees van mening dat de stadsdelen centraal woonschepenbeleid in Amsterdam tegenhouden. “Maar ook woonbootorganisaties hebben lang een uitzonderingspositie willen houden. Pas de laatste jaren is daar verandering in gekomen en zijn die organisaties steeds meer gaan aandringen op gelijkschakeling van wonen op het water en op de wal.

‘Logische uitspraak’

Terug naar de uitspraak van de Raad van State van 16 april. Die zorgde voor veel beroering in het woonbotenwereldje. De bestuursrechter vond dat woonboten die niet kunnen varen voortaan moeten worden aangemerkt als bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. De juridische consequentie is dat veel woonboten als illegaal bouwwerk moeten worden aangemerkt.
Het Amsterdams college heeft snel een gedoogkader opgesteld waarmee deze illegaliteit tijdelijk wordt ondervangen. In een brief aan het Rijk heeft toenmalig wethouder Van Poelgeest bovendien aangedrongen op aanpassing van de wet- en regelgeving. Dat heeft minister Blok toegezegd.
Zolang deze zaak niet is opgelost, lopen alle vergunningen voor vervanging of nieuwbouw (weer) via de lokale overheid. Waternet mag namelijk geen gedoogbesluiten nemen, aldus Blees: “Het is voor Amsterdam van groot belang dat er heldere juridische regels worden opgesteld. Maar ik denk dat het nog wel een paar jaar duurt tot het zover is. ”
Eric Blaauw, bestuurslid van de Landelijke Woonboten Organisatie (LWO), noemt de uitspraak een logisch gevolg van slordige wetgeving. “In het Bouwbesluit van 2012 is alleen in de toelichting opgenomen dat woonschepen niet onder deze wet vallen, niet in het besluit zelf. Daar wringt het dus. Dankzij deze uitspraak moet de uitzondering voor woonschepen worden opgenomen in het Bouwbesluit zelf. Dan pas is het wettelijk geregeld.”
Advocaat Vermaat is evenmin verbaasd over de uitspraak. “Eigenlijk verbaas ik me er al heel lang over dat een woonboot in de zin van de wet niet wordt aangemerkt als bouwwerk. Voor waterwoningen geldt dat wel. Het vervelende is dat de Amsterdamse Verordening op het Binnenwater zodanig is opgesteld dat je nooit een omgevingsvergunning krijgt voor een woonboot. Dat is dus tegenstrijdig en heel vervelend voor mensen die nu een oude boot willen vervangen; zij vallen buiten het gedoogkader. Hopelijk wordt hier snel een oplossing voor gevonden.”
De bottom-line is volgens Vermaat dat de wet- en regelgeving voor woonboten nog altijd rammelt. Daarom kan één gerechtelijke uitspraak zo’n opschudding veroorzaken. “Door het gebrek aan een juridisch kader wordt de chaos almaar groter. Overigens heeft de gemeente heel doortastend opgetreden door onmiddellijk een gedoogkader op te stellen. Daar was ik eerlijk gezegd positief door verrast.”

 

Nieuwe wetgeving geeft woonbootbewoner meer zekerheden
In een beleidsreactie op het rapport ‘Vaste grond onder de voeten; over de rechtspositie van waterbewoners ten aanzien van de ligplaats’ (RIGO research 2013) liet minister Blok in februari dit jaar aan de Tweede Kamer weten ‘te erkennen dat wonen op het water gelijkwaardig is aan wonen op het land’. En verder ‘dat een ligplaats hiervoor een noodzakelijke voorwaarde is’.
Een van de aanbevelingen uit het RIGO-rapport is het op rijksniveau regelen van huurbescherming voor huurders van ligplaatsen. Die aanbeveling wordt door Blok overgenomen en zelfs opgerekt. Hij wil huurbescherming voor álle huurders van ligplaatsen met een permanent karakter. RIGO stelde voor die bescherming te beperken tot ligplaatsen van private eigenaren. Wanneer huurbescherming geldt, worden veel gemeentelijke juridische omwegen overbodig.
In Amsterdam worden bijna alle ligplaatsen verhuurd door de gemeente. Er is een hoofdstedelijk protocol  - het ‘Beverprotocol’ - voor het geval een woonboot gedwongen wordt verplaatst. Via dat protocol kan bijvoorbeeld compensatie worden afgedwongen en zijn de regels vastgelegd voor vervanging van een ligplaats. Het opnemen van ligplaatsen in het bestemmingsplan staat ook op de agenda van de minister. Het ministerie werkt momenteel aan een Omgevingswet waarin het gemeentelijke bestemmingsplan opgaat. Hiermee kan het probleem dat ontstond door de uitspraak van de Raad van State mogelijk worden ondervangen. Amsterdam zal dan wel de Verordening op het Binnenwater moeten aanpassen.
Tot slot gaat de minister binnenkort in gesprek met de VNG over het opstellen van een model-huurovereenkomst voor ligplaatsen en een model-woonbotenverordering. Ook wordt naar een betere uitwisseling van gegevens gestreefd wat betreft het woonbotenbeleid tussen gemeenten onderling.

 

Eric Blaauw
Wie het over woonboten heeft, komt vroeger of later bij Eric Blaauw terecht, eigenaar van het woonschip De Vertrouwen aan de Westerdoksdijk. Sinds 1994 is hij bestuurslid van de Landelijke Woonboten Organisatie (LWO). Twaalf jaar geleden sprak NUL20 ook met hem over het woonschepenbeleid. De heikele kwesties van toen waren de invoering van erfpacht op het water en een dreigende verhoging van het liggeld (precario). Die strijd tegen hogere liggelden heeft de LWO verloren: in 2012 werd de precario verhoogd met ongeveer 22 procent.
Ook heeft Amsterdam erfpacht ingevoerd voor nieuwe waterkavels. Dat geldt zowel voor waterwoningen als woonschepen. Blaauw: “Die erfpacht werd eerder door de rechter afgeschoten maar is even later op een slinkse manier toch door de gemeenteraad gejast.”
Blaauw is nu voorzichtig optimistisch over de verbetering van de rechtspositie van waterbewoners, zowel op rijks- als lokaal niveau: “Minister Stef Blok lijkt ervan doordrongen dat het allemaal wat minder ingewikkeld moet worden. De voornemens om de rechtspositie van woonbootbewoners te verbeteren, mogen we wel als een overwinning zien. Nu nog de uitvoering.”
Al sinds 1995 spant de LWO zich in voor huurbescherming van ligplaatsen van woonschepen. Die inspanning wordt als het aan minister Blok ligt binnenkort via rijksbeleid gehonoreerd (zie kader Huurbescherming). Blaauw: “Ook dat is een logische stap: die bescherming genieten standplaatsen van woonwagens en huurders van een woning immers ook. Dat dit niet voor ligplaatsen geldt, is natuurlijk absurd.”

 

Deel

Trefwoorden: