Duivesteijn over de schaalsprong van Almere

Drie groeiscenario's naar een 'alzijdige' woonstad
Duivesteijn over de schaalsprong van Almere

Almere kan de schaalsprong maken. Er zijn drie groeimodellen uitgewerkt waarin plaats is voor zestigduizend nieuwe woningen. Maar wethouder Adri Duivesteijn verbindt stringente voorwaarden aan de groei. Almere moet uitgroeien tot een wat hij noemt ‘alzijdige stad’: met voldoende economische potentie én ontsloten via een veel betere infrastructuur, waaronder een nieuwe verbinding door het IJmeer. “Anders heeft extra woningbouw geen zin.” Een interview.

In de diverse ontwikkelschetsen wordt de schaalsprong op heel verschillende manieren uitgewerkt: van hoogstedelijke eilanden in het water aan de westkant van de stad tot lintbebouwing in de oostelijk gelegen polders. Het kan dus nog alle kanten op?
Duivesteijn: “Er zijn vele richtingen mogelijk, maar ook weer niet. Cruciaal is de keuze voor het soort stad. Blijft Almere een langs de A6 gegroepeerde bandstad of ontstaat een meer alzijdige oriëntatie. Dat is de kern van het debat. We moeten een antwoord vinden op de vraag welk plan de beste mogelijkheden biedt voor economische doorontwikkeling.”

De term ‘alzijdige stad’ wordt gebruikt. Wat is dat?
“Alzijdig wil zeggen dat er op de uithoeken van de stad veel meer economische potentie is. Nu krijgt economische ontwikkeling een kans langs de A6. In de toekomst kunnen aan het Weerwater, in het entreegebied van Almere-Poort of op het knooppunt van A6-A27 bedrijven een plek vinden. Maar dat blijft een eenzijdige ontwikkeling. Op het moment dat een nieuwe infrastructuur ontstaat - die als een soort van kruis over de stad kan komen te liggen – dan kunnen ook in de richting van Almere-Hout en Almere-Pampus economische centra ontstaan.”

Meer dan een woonstad?
“De stad moet echt meer zijn dan alleen een woonstad. We zijn de afgelopen tijd achter een belangrijk risico gekomen; het grote gevaar bestaat dat de stad achterblijft vanwege een te marginaal programma. Als op enig moment een evenwicht ontstaat tussen vraag en aanbod op de woningmarkt, dan moeten we voldoende potentie hebben om mensen voor de stad te behouden. Daarom onderzoeken we in de voorkeursvariant hoe we de stad de beste economische toekomst kunnen geven.”

Waar die zestigduizend woningen komen is dus niet de belangrijkste vraag?
“Dat is zeker niet de belangrijkste vraag. Welke woningbouwlocaties we ontwikkelen is in tijd ondergeschikt. Het gaat erom dat we de stad zo maken dat die ook een economische ontwikkeling doormaakt. Daar hoort altijd de vraag bij welke woonmilieus we maken en welke differentiatie tot de mogelijkheden behoort, maar wij realiseren ons in toenemende mate dat mensen niet alleen op een mooie woonomgeving af komen. Dan zouden we allemaal in Groningen gaan wonen. Of in Drenthe, daar is het nog mooier. Het gaat om de andere factoren die mensen doen besluiten zich aan een bepaalde plek te binden. Zij hebben een veelvoud aan motieven: werk en een prettige woning, maar datzelfde moet er ook zijn voor de kinderen. Vergeet de kwaliteit van onderwijsvoorzieningen niet. En voor hun ouders moeten er verpleeghuizen zijn. De huidige stad is op dergelijke onderdelen echt nog te dun.”

Wat voor bedrijvigheid kan Almere aantrekken?
“Dan praten we over zakelijke dienstverlening en logistiek. Meer hiërarchisch bekeken: hoofdkantoren zullen zich in Amsterdam vestigen, maar voor bijkantoren is Almere aantrekkelijk. Ik heb ook niet het beeld dat Almere met Amsterdam of Schiphol moet concurreren. We kunnen wel complementair aan elkaar zijn. Als Amsterdam binnenstedelijk wil uitbreiden, dan ontstaat wellicht de noodzaak tot een bepaalde verhuisbeweging. We krijgen ook te maken met uitbreiding van vliegveld Lelystad. Dat wordt een zelfstandige economische motor.”

 

“Als Frank Bijdendijk daar in slaagt, maakt hij naar eigen zeggen het beste plan dat hij ooit heeft gemaakt”

Wat voor stedelijkheid hoort er bij die complete stad?
“De kunst is het begrip stedelijkheid zodanig betekenis te geven dat het huidige suburbane karakter in stand blijft. De bestaande overmaat aan groen en ruimte maakt Almere uniek. Buitenstaanders willen vaak het model van het oude land op de nieuwe stad leggen. Dat is voor mij niet aanvaardbaar. Cultiveer de suburbaniteit. Cultiveer de illusie van wonen in de ruimte. Stel mensen vervolgens in staat naar hele stedelijke momenten te gaan. Denk daarbij aan de gemiddelde Amerikaanse stad: suburbaan met daar binnen in geweldige plekken van samenkomst. Ons nieuwe stadscentrum is daar al een heel goed voorbeeld van: een mooie plek voor duizenden mensen. Met een enorme stedelijkheid, maar met een Almeerse maat. Of neem de Kemphaan: een restaurant midden in het bos. Dat is een stedelijke plek. Daar komen enorme aantallen mensen.

Verdichten is dus geen optie?
“Transformatie zal soms mogelijk zijn, maar klakkeloos verdichten brengt ons niet verder. Mensen die denken dat verdichting Almere stedelijkheid brengt, die zitten er naast. Juist dan zou het bijzondere verdwijnen. Ik gebruik wel eens de metafoor van Tivoli in Kopenhagen. Niets is mooier dan een soort van Tivoli op de plek van het niet afgebouwde kasteel. Een hoogwaardige publieksactiviteit, maar het karakter van de stad wordt dan niet aangetast. Een stad van groen en water, een stad omgeven door bossen waar je de stad niet meer ziet, dat is voor mij de gedroomde stad. ”

De keuze

De gemeenteraad zal zich in de eerste helft van 2009 uitspreken over het meest wenselijke model. Het gros van de Almeerders koestert zijn huis met tuin. Heeft de raad wel trek in echte stedelijkheid?
Duivesteijn: “Stedenbouwkundige Winy Maas werkt met ons aan de uitwerking van de voorkeursvariant. Dat is niet iemand van dunne soep. We gaan voor uitgesproken woon- en werkmilieus. Die bijzondere milieus zullen ontstaan. Daar heb ik geen twijfel over.”

Denkt de ‘markt’ daar ook zo over? Juist projectontwikkelaars hebben de afgelopen decennia het Almere van de rijtjeswoningen gemaakt.
“Ik zie projectontwikkelaars niet als onze bondgenoten. Zij maken de stad niet. Ze kunnen behulpzaam zijn bij het ontwikkelen van modellen, maar een partij die louter eengezinswoningen maakt, zoals Rabobouwfonds, is voor ons niet interessant. Ontwikkelaars zijn als kortebaanwerkers per definitie niet in staat kwaliteit toe te voegen. Hun noodzaak op de korte termijn winst te behalen is in mijn ogen schadelijk voor de stad. Wij zoeken naar partijen die echt duurzaam willen investeren: individuele bewoners, collectieve groepen, zorginstellingen, corporaties, beleggers. Partijen die zich voor 25 of 30 jaar willen verbinden aan de stad.”

De bouw van het Olympiakwartier door Stadgenoot als leidend voorbeeld
“Stadgenoot werkt aan een superieur stedelijk plan in een Almeerse maat met een gigantische diversiteit. Als Frank Bijdendijk daar in slaagt, dan maakt hij – naar eigen zeggen – het beste plan dat hij ooit heeft gemaakt.”


De ontwikkeling van de kustzone is in gang gezet. Hoe zijn de reacties?
“Het is de vraag welk effect de kredietcrisis op de planvorming heeft, maar er liggen voor de kustzone van Almere-Poort plannen van drie beleggers. Ik vind ze alle drie interessanter dat wat er tot op heden in Almere is gerealiseerd. De mogelijkheden om met dat soort partners verder reikende stappen te zetten lijken dus aanwezig.”

Gaat Almere daarmee concurreren met Amsterdam?
“Ik wil niet spreken over concurrentie. Ik vind het essentieel dat Almere zich verankert in de Amsterdam Metropool. Het suburbane Almere moet net als Zuid of Amstelveen tot de kwaliteiten van het metropolitane gebied gaan behoren. Het moet vanzelfsprekend worden om vanuit Almere naar het centrum van Amsterdam te reizen. En andersom. We moeten het punt zien te bereiken dat het heel normaal is boodschappen te doen aan het Rokin om vervolgens twintig minuten later de metro te verlaten in Almere. Dat is in Londen of Parijs ook het geval.

Geen eenrichtingsverkeer

“Als de buitensteden een echte kwaliteit hebben, dan hoort alles bij elkaar. Niemand schaamt zich er voor in Den Haag te werken en in Wassenaar te wonen. Wij mogen het buitenmilieu van de stad vertegenwoordigen, maar dan hoog suburbaan. Dat is geen diskwalificatie, maar een kwalificatie. Maar de vakmensen zijn gedeformeerd; die kunnen stedelijkheid alleen uitleggen als Kinkerstraat of Overtoom. Stedelijkheid is een veel rijker begrip. We moeten mensen niet boven op elkaar proppen, maar hen door goed openbaar vervoer een duurzame ontsluiting bieden.”

Cruciaal is de komst van de IJmeerlijn. Er is nog geen groen licht uit Den Haag
 “We zijn nog niet klaar. Wij gaan nu naar de vraag of het financieel allemaal verantwoord is. Of het wat betreft vervoerswaarde verantwoord is. Wij moeten ons huiswerk doen, zodanig dat de ander kan zeggen: dat is een goed plan. Als we zestigduizend woningen toevoegen, heeft de stad dan overlevingskansen? Mijn stelling is: die kans is er alleen als we de stad tot in de kern gezond maken. Als dat niet het geval is, dan moeten we ons afvragen of we die woningproductie wel moeten realiseren.”

 

 

Deel