Overslaan en naar de inhoud gaan
Top
Eerste verdieping
Zone tussen A10 en ringspoor biedt kansen voor uitbreiding centrummilieu
Een brug te ver?

Binnen de Ring en onder het IJ barst Amsterdam zo’n beetje uit zijn voegen. Het populaire stedelijke milieu is de afgelopen decennia opgeschoven van het centrum naar deze natuurlijke grenzen. Wat moet er gebeuren om deze barrières te nemen? En is dat wenselijk? Een onderzoek naar de mogelijkheden in Nieuw-West.

Op het Mercatorplein in De Baarsjes is het op een zomerse dag een drukte van belang. Spelende kinderen op het plein, jongeren die geanimeerd pratend op het terras zitten en het verkeer dat er omheen rijdt. “In vijftien jaar tijd is hier veel veranderd,” zegt Jos Gadet, planoloog en auteur van ‘Terug naar de Stad’, een boek waarin hij de ontwikkeling van Amsterdam beschrijft maar ook succesfactoren benoemt voor een bloeiend stedelijk leven.
“Dat bestaat uit variatie, veel verschillende voorzieningen in de buurt. Stedelingen willen nabijheid van leuke horeca, scholen en werk. Die nabijheid en keuzemogelijkheden maken de stad aantrekkelijk. En zij zijn bereid daarvoor veel te betalen.”
Het is een ontwikkeling die zich ook elders binnen de Ring A10 en onder het IJ heeft voorgedaan, de gentrification van oude arbeiderswijken die na een periode van achteruitgang en sociale problemen weer in de lift zitten. Naast De Baarsjes en Bos en Lommer zijn de Dapperbuurt en de Indische Buurt in Oost duidelijke voorbeelden. “Het is niet een proces dat je kunt afdwingen, het ontstaat, je kunt het hoogstens geleiden,” zegt Gadet.

Een 180-gradenmoment

In zijn boek Terug naar de Stad betoogt Gadet dat er delen van Amsterdam zijn die inmiddels aan dat binnenstedelijke milieu grenzen, maar toch moeite hebben om mee te gaan in die ontwikkeling. Volgens Gadet ligt dat voor een belangrijk deel aan de stedenbouwkundige opzet en het gebrek aan voorzieningen die stedelingen aantrekkelijk vinden.
Dat geldt bij uitstek voor Nieuw-West. Het verschil tussen dat fijnmazige binnenstedelijke milieu en de ruime opzet van de Westelijke Tuinsteden die dit jaar zestig jaar bestaan, is zeer abrupt. Dat blijkt als Gadet ons zijn inmiddels befaamde 180-gradenmomenten toont. Wie bijvoorbeeld bij de kruising van de Orteliuskade en de Jan van Galenstraat in de richting van het Mercatorplein kijkt, ziet de eerder genoemde bruisende maar drukke stedelijkheid. Eenmaal omgedraaid is dat beeld in één klap verdwenen. We zien een rustige, groene laan waarvan niet helemaal duidelijk is wat daar te verwachten is.
Gadet: “Hier vlak achter, op drie minuten fietsen is de Sloterplas, een geweldig gebied dat nauwelijks lijkt mee te doen in de stad. Dat heeft vooral te maken met het beperkte draagvlak in Nieuw-West voor voorzieningen. Mensen hebben simpelweg niet genoeg geld om voor voldoende draagvlak voor cafés, restaurants en kleine bedrijfjes te zorgen. Neem de Color Kitchen, tussen de Ring en het spoor. Dat heeft een prima keuken, maar te weinig klanten omdat die de omgeving waar dat restaurant zit, niet aantrekkelijk genoeg vinden.”

Het verschil tussen binnen en buiten de Ring komt nog eens duidelijk tot uiting in het stevige verschil in vierkante-meterprijzen die men bereid is te betalen. Op die manier lijkt een vicieuze cirkel te ontstaan, waarbij de tweedeling tussen binnen en buiten de ring alleen maar scherper wordt. Volgens Gadet is er wel een noodzaak om Nieuw-West mee te krijgen in de uitbreiding van het stedelijke milieu. “Iedere maand kloppen ruim duizend mensen aan de poort van Amsterdam omdat ze hier willen wonen. Dat hebben we lang op kunnen vangen binnen de Ring maar de rek is er wel zo’n beetje uit. Denk ook aan het Vondelpark dat in de zomer afgeladen vol is, terwijl het Rembrandtpark veel te weinig wordt gebruikt.”
Volgens Gadet zou Nieuw-West zich als woongebied meer moeten richten op mensen die een binnenstedelijk milieu zoeken. Dat betekent overigens niet dat wat hem betreft heel Nieuw-West op de schop moet. “Er is een beeld ontstaan dat ik Nieuw-West maar niks vind. Dat klopt niet, ik denk dat dat deel van Amsterdam zijn eigen kwaliteiten heeft. Het gaat er vooral om die verbinding tussen de binnenstad en de tuinsteden beter te maken. Nu hebben we tussen de snelweg en het spoor een ijle zone, een tussengebied waar de stad op lijkt te houden. Daar moet denk ik iets aan gebeuren.”
Door de crisis is het plan Masterdam van de baan, waarbij stedelijke gesloten bouwblokken aan de Jan Evertsenstraat in de richting van Nieuw-West doorgetrokken zouden worden. Daardoor zou er als vanzelf ook meer draagvlak voor het Rembrandtpark kunnen komen. Toch is het een voordeel van de crisis, aldus Gadet, dat meer van het bestaande uitgegaan wordt en stukje bij beetje gewerkt kan worden aan levendiger en aantrekkelijker hoofdstraten die Nieuw-West met de binnenstad verbinden.

Niet per se verdichten

De vraag is alleen wat voor stedelijkheid nu eigenlijk bij Nieuw-West past. Gadet vindt in ieder geval dat verdichting niet met stedelijkheid verward moet worden. “Dat zijn niet dezelfde dingen. Lange tijd is gedacht dat als er maar veel woningen in Nieuw-West zouden komen, dat de stedelijkheid vanzelf wel zou komen.”
Stadsdeelbestuurder Paulus de Wilt (GroenLinks) kijkt anders naar de verdichting. “Die is nodig om de vraag naar woningen op lange termijn op te vangen en te vermijden dat we groene gebieden moeten volbouwen. Hoogbouw en groen kunnen goed samengaan en passen ook bij Nieuw-West. Een gebied dat groen én stedelijk tegelijk is dat vind je bijna niet in de regio.”

Gezien de lastige omstandigheden op de woningmarkt is duidelijk dat keuzes gemaakt moeten worden. Daarom is juist het vizier gericht op de rommelige zone tussen ringweg en ringspoorbaan, en zelfs daar voorbij. “Daar zijn kansen voor een stedelijk milieu,” zegt regiodirecteur Jan Voskamp van Ymere, “de prijzen zijn relatief laag en zowel recreatiegebied de Sloterplas als de binnenstad zijn binnen een kwartier te bereiken.” Er liggen ook mogelijkheden voor studentenhuisvesting, bijvoorbeeld in leegstaande kantoorgebouwen, zoals het GAK- en het ACTA-gebouw. Gadet: “Maar je ziet wel dat studenten een neus hebben voor de plekken waar ze willen zitten. Tegen een goede prijs en zo dicht mogelijk tegen de buurten aan waar iets te doen is en dat is zo dicht mogelijk tegen de binnenstad aan.”

Op een andere manier ziet Voskamp voordelen in de crisis. “We vonden al eerder dat in Nieuw-West te veel nadruk lag op hoogbouw, terwijl veel gezinnen die wel in Amsterdam willen blijven maar meer ruimte en rust zoeken, in Nieuw-West een goed alternatief zien. Het voordeel van de crisis is dat meer naar de consumenten wordt geluisterd. Voor die grondgebonden woningen met een tuin, tegen een redelijke prijs, willen mensen de stap naar Nieuw-West maken.” Ook in de overgangszone, in de Laan van Spartaan bijvoorbeeld, lopen de grondgebonden woningen het beste, vooral in de koopsector. Ook al blijkt het volgens Voskamp moeilijk voor geïnteresseerden om hun hypotheek rond te krijgen.

Verderop in Nieuw-West, zoals in De Punt in Osdorp, zijn het vooral allochtonen die een ruimere eengezinswoning met tuin zoeken. “Het gaat ook om de nabijheid van goed bekend staande scholen, een moskee en de nabijheid van de A9 waardoor zij gemakkelijk de stad uit kunnen. Dat zijn heel andere voorzieningen dan de stedelingen zoeken die tegen de A10 aan wonen.” Daar, in de Laan van Spartaan, komen naast woningen diverse voorzieningen zoals Circus Elleboog, een klimcentrum, sportcentrum en restaurant CoCo’s keuken. “Voorheen stonden daar anonieme sporthallen. Straks krijgt dat gebied een duidelijke identiteit en een functie voor de hele stad.”

“Geen tweede Pijp hier”

Voskamp, die zelf in Nieuw-West is opgegroeid, denkt niet dat dat deel van de stad ooit een tweede Pijp zal worden, maar er zijn initiatieven die Nieuw-West een ander karakter kunnen geven. “De Garage Notweg, broedplaats De Vlugt en andere creatieve centra. Je ziet dat nieuwe initiatieven ontstaan en dat er een culturele voorhoede is die Nieuw-West opnieuw ontdekt.”
Ook De Wilt ziet het aantal broedplaatsen toenemen. “Het zijn beginnetjes, maar die laten wel zien dat hier ruimte is om te pionieren. Het is bekend dat die creatieve klasse de kracht van de stedelijke ontwikkeling vormt. Als meer creatieven hier hun kansen zien dan kan Nieuw-West uitgroeien tot een nieuwe hotspot of een volledige stad.”
Toch is daar volgens De Wilt nog meer voor nodig. “Veel belangrijke stedelijke voorzieningen zijn aan de oostkant van de stad te vinden. Daarom pleit ik voor een universiteit in Nieuw-West. En ProRail kwam onlangs praten over een nieuw station aan de westkant van de Ring. Dat soort functies genereert meteen levendigheid en werk. Dat biedt kansen voor mensen die hier nu wonen en dat vind ik een beter alternatief dan dat Nieuw-West langzaamaan door de binnenstad wordt overgenomen, zoals Gadet naar mijn smaak suggereert.”
Maar gemakkelijk is dat, gezien het huidige economische tij, niet. Zo hoopt De Wilt al jaren vergeefs op de terugkeer van een bioscoop in zijn stadsdeel. Maar ondernemers blijven terughoudend met investeren in het gebied. Dat gaat ook op voor de ontwikkeling van het Sloterplasgebied. Toch is daar het eerste zetje gegeven met Hotel Buiten, het Blijburg van de Sloterplas. Daarnaast probeert De Wilt de pioniersgeest op de westelijke woningmarkt te stimuleren. Met zelfbouwkavels en kluswoningen hoopt hij een nieuwe groep aan Nieuw-West te binden. “Het zou helemaal mooi zijn als leegstaande gebouwen of braakliggende kavels bestemmingsvrij gebruikt kunnen worden om te wonen, te werken, noem maar op. Op die manier kan veel sneller iets nieuws ontstaan en kan Nieuw-West ruimte bieden voor mensen die iets anders willen uitproberen.”

Zestig jaar Westelijke Tuinsteden
Het is dit najaar zestig jaar geleden dat de toenmalige koningin Juliana de eerste bewoners van de Westelijke Tuinsteden de sleutel van hun nieuwe woning gaf. Dat wordt gevierd met het programma Nieuw-West Open dat liefst zestig weken duurt. “We gaan bijzondere plekken, kunstwerken en gebouwen laten zien,” zegt projectleider Iris Dik. “De woningen, het groen, en de pleinen in de Westelijke Tuinsteden zijn door Van Eesteren als één concept voor een moderne wijk neergezet. Door de stedelijke vernieuwing, nu deels stilgelegd, is dit stedenbouwkundige plan doorbroken en dat zorgt voor een nieuwe dynamiek.”  In de zestig weken dat Nieuw-West zich letterlijk ‘opent’ voor de buitenwereld, zijn er diverse activiteiten en routes door verschillende buurten. Steeds op vrijdag en in het weekend. Dik: “Nieuw-West is een stad op zichzelf waar 135.000 mensen wonen. Door steeds de bestaande kwaliteiten van een buurt en haar mensen centraal te stellen, laten we zien dat het stadsdeel veel gezichten heeft en bieden we de bewoners ook de kans eens een ander deel te verkennen.” Toch lijkt de nadruk te liggen op het verbeteren van het imago van Nieuw-West. “We nodigen uit om niet te blijven hangen rond de Ring A10 of op de grote wegen maar een hoek om te slaan. Het is een heel ander soort Amsterdam met een ander straatleven en een jonge geschiedenis die je niet altijd makkelijk kan ‘lezen’. Wij willen mensen daarbij op weg helpen. De opzet van Nieuw-West, gebaseerd op licht, lucht en ruimte, heeft verschillende generaties pioniers aangetrokken die daar de mogelijkheden zagen.”  Het programma voor alle zestig weken staat nog niet vast. Lokale ondernemers, kunstenaars en bewoners worden betrokken bij de invulling, waardoor - geheel volgens de tijdgeest - een organisch geheel moet ontstaan. Kern van het evenement is de rondreizende tentoonstelling, met onder meer oude en nieuwe verhalen van bewoners, die per buurt een andere invulling krijgt. Verder vinden verschillende activiteiten plaats, bijvoorbeeld theatervoorstellingen in de openbare ruimte en excursies over flatgalerijen en langs broedplaatsen. Meer informatie via www.nwopen.nl

 

Sloterplas op de schop
Dit najaar komt stadsdeel Nieuw-West met een ontwikkelstrategie voor de Sloterplas. Al jaren is iedereen het er wel over eens dat de grote waterplas, vlakbij de Ring en midden in de Westelijke Tuinsteden, enorme potentie heeft. Het is hét gebied waaraan Nieuw-West zich kan optrekken en waarmee het zich stedelijk kan profileren. In juni is een Sloterplasconferentie gehouden waar over de toekomst van het gebied is gesproken; er zijn tientallen ideeën ingestuurd waar de plannenmakers op het stadsdeelkantoor hun voordeel mee kunnen doen, bij het opstellen van een nieuw masterplan. Dat is niet het eerste overigens. Tien jaar geleden is er al eens één gemaakt. Daar is niet veel van terechtgekomen, niet in de laatste plaats doordat de drie voormalige stadsdelen die nu één Nieuw-West vormen, destijds met hun rug naar de Sloterplas waren gekeerd. Maar ook toonden ondernemers weinig interesse te investeren in het gebied. Mogelijk keert nu langzaam het tij, mede dankzij initiatieven zoals Hotel Buiten, dat met weinig middelen en op een organische manier wordt ontwikkeld. Zo komen er op termijn vlakbij het café, op de kleine eilandjes, een aantal overnachtingsplekken. Het is een manier waarop horeca en het groen-blauwe karakter van de Sloterplas samen op kunnen trekken. Wat ongetwijfeld ook helpt: er gaat nu één stadsdeel over het hele Sloterplasgebied. 
Meer beelden:
www.nul20.nl/foto/sloterplas
www.nul20.nl/foto/westelijke-tuinsteden-archiefbeelden

 

Joost Zonneveld