Overslaan en naar de inhoud gaan

Huurstijgingen in vrije sector zullen fors uitvallen ondanks maximering

Image

De huurstijgingen in de vrije sector blijven de komende jaren gemaximeerd, maar kunnen toch fors uitpakken. Het demissionaire kabinet ondersteunt het voorstel van minister De Jonge om de jaarlijkse huurverhogingen in de vrije sector nog eens drie jaar aan een maximum te binden. Het wetsvoorstel dat nu naar de Raad van State is gestuurd, houdt in dat de maximaal toegestane huurverhoging gelijk wordt aan de gemiddelde CAO-loonontwikkeling plus 1 procent. Oftewel: 7,1 procent. De cao-loonstijging in 2023 is namelijk de grootste in ruim veertig jaar tijd. Die verlenging moet ingaan vanaf 1 mei 2024 en geldt dan tot 1 mei 2027.

Sinds 2021 geldt er een tijdelijke maximale huurverhoging in de vrije sector. Dat werd geregeld met het initiatiefwetsvoorstel van voormalig Tweede Kamerlid Nijboer. Die regeling loopt per 1 mei af. Volgens minister De Jonge blijft de noodzaak er om de huurverhoging aanbanden te leggen. Vandaar zijn huidige wetsvoorstel om de maximering te verlengen. Onderdeel van het voorstel is om de noodzaak na (bijvoorbeeld) twee jaar opnieuw te evalueren.

De wetswijziging houdt wel een wijziging in ten opzichte van de huidige situatie. Nu geldt voor de vrije sector een maximale verhoging van de gemiddelde CAO-loonstijging + 1 procent óf de gemiddelde inflatie + 1 procent, waarbij het laagste van deze twee percentages telt. De vernieuwde wet gaat enkel uit van de gemiddelde CAO-loonstijging + 1 procent. Dat is gelet op de forse loonstijgingen niet gunstig voor de huurders. In 2023 lagen de cao-lonen gemiddeld 6,1 procent hoger dan in 2022.