Voor het eerst in tien jaar is in 2025 het aantal particuliere huurwoningen in Amsterdam gedaald. Ook in heel Nederland daalt het aantal beleggerswoningen. Kleine beleggers verkopen bestaande huurwoningen en de nieuwbouw hapert. Volgens de Nederlandse bank (DNB) is verbetering van het investeringsklimaat noodzakelijk. De bank oppert de WOZ-waarde zwaarder te laten meetellen in het puntenstelsel.
Particuliere beleggers zijn massaal aan het uitponden geslagen: ze verkopen hun huurwoningen aan particuliere eigenaren; de huurwoning wordt (weer) een koopwoning. Dat blijkt uit de opeenvolgende kwartaalrapporten van het CBS/Kadaster en de makelaarsverenigingen NVM en MVA. Uitponding speelt vooral in de grote steden, maar de trend is landelijk. Vanwege de aanwas door nieuwbouw leidt dat tot en met 2024 nog niet tot een netto afname van het aantal huurwoningen van marktpartijen. Maar in 2025 vindt een omslag plaats, zo blijkt uit een analyse van NUL20. Nederland werd ruim 6.000 particuliere huurwoningen armer (-0,5%), Amsterdam ruim 1.000 (-0,7%). Waarschijnlijk neemt die afname in 2026 nog toe, afgaande op de woningverkoop in de eerste twee kwartalen van 2026. In het tweede kwartaal van 2026 zijn bijna 57.000 bestaande woningen via een NVM-makelaar te koop gezet. Dat is het hoogste aantal sinds het begin van de metingen in 1995.
Beleggen in woningen minder lucratief
Door hogere rentes, belastingwijzigingen en strengere regels voor woningverhuur is investeren in huurwoningen minder aantrekkelijk geworden. Voor elk van die regels en aanpassingen waren goede redenen, maar al die maatregelen bij elkaar maken woningverhuur risicovoller en minder lucratief of zelfs verliesgevend.
Eerder had het kabinet Rutte 2 (met minister Blok op Wonen) de deur zover open gezet voor investeerders dat woningverhuur een loterij zonder nieten was geworden. De reactie kwam vele jaren later: de wet Opkoopbescherming moest prijsopdrijving tegenaan en ervoor zorgen dat starters nog een kans kregen op een eigen woning, de wet Vaste huurcontracten moest tegengaan dat huurders niet standaard met een tijdelijk huurcontract werden opgescheept, de wet Betaalbare huur moest de exuberante huren voor matige woningen tegengaan, de gewijzigde box 3-heffing zorgde ervoor dat de fiscus de waardestijging van verhuurd vastgoed belast.
De DNB maakt zich vooral zorgen over de consequenties daarvan voor de nieuwbouwopgave in Nederland. Bij de financiering daarvan is privaat kapitaal volgens de bank onontbeerlijk. De bank verwacht namelijk niet dat de overheid, net als vroeger, een veel groter aandeel in de nieuwbouwfinanciering kan/zal ophoesten. Waar woningbouwsubsidies in de jaren tachtig opliepen tot circa 1,8 procent van het bruto binnenlands product (bbp), bedragen de huidige directe bouwsubsidies slechts 0,1 procent van het bbp. De nationale bouwambities met 100.000 woningen per jaar zijn alleen maar haalbaar als naast woningcorporaties (34%) en particuliere kopers (50%) marktpartijen ook 16.000 woningen per jaar bouwen.
Maar internationale partijen hebben zich grotendeels teruggetrokken en de DNB verwacht niet dat Nederlandse institutionele beleggers, vooral pensioenfondsen, hun investeringen in Nederlands vastgoed gaan opvoeren: “Dat zou namelijk ten koste gaan van de spreiding van beleggingen over verschillende landen en typen beleggingen.” Nederlandse institutionele beleggers investeerden in 2025 ongeveer 3,6 miljard euro in private huurwoningen, ongeveer de helft van wat nodig is om de bouwambitie van 100.000 woningen per jaar te realiseren.
Het investeringsklimaat voor woningbouw moet daarom volgens de DNB aantrekkelijker worden. Wat is daarvoor nodig, volgens de bank? Het kabinet moet zorgen voor langjarige beleidszekerheid, beperking van lokale aanvullende eisen en een aanpassing van de Wet betaalbare huur: “Een zwaardere weging van de woningwaarde binnen de huurprijsregulering kan bijvoorbeeld belemmeringen voor investeringen verminderen, het verkopen van huurwoningen beperken en tegelijkertijd excessieve huurprijzen voorkomen.”
Uitponden: zo zit hetTerwijl vanaf 2013 juist steeds meer koopwoningen werden opgekocht (buy-to-let) of aangehouden (leave-to-let) om te verhuren, is de trend al enige afgelopen jaren omgekeerd. Al sinds de verhoging van de overdrachtsbelasting per 1 januari 2021 verkopen investeerders ieder kwartaal meer woningen dan zij kopen. Dat verschil is steeds verder toegenomen, waardoor er inmiddels meer woningen van huur naar koop zijn omgezet, dan in het decennium daarvoor zijn omgekat van koop- naar huurwoningen. Deze ontwikkeling heeft geleid tot een sterke afname van het aanbod in de vrije huursector.
Dankzij de nieuwbouw zorgde het uitponden van huurwoningen tot en met 2024 nog niet tot een netto afname van het aantal particuliere huurwoningen, maar in 2025 wel. In Amsterdamse nam het aantal particuliere huurwoningen vorig jaar af met 1.063 en in heel Nederland met 6.145. In de Metropoolregio Amsterdam als geheel (MRA) daalde het aantal huurwoningen met 825. Nieuwbouw in de overige MRA-gemeenten compenseerde dus nog enigszins de uitverkoop van huurwoningen in de hoofdstad.
|