Overslaan en naar de inhoud gaan

Huren stijgen, woonquote daalt

Image

Het deel van hun inkomen dat huurders uitgeven aan huur, de zogenoemde 'woonquote', daalt al jaren. Huurders van corporatiewoningen waren in 2024 gemiddeld 24,6 procent van hun inkomen kwijt aan woonlasten, tegen 30 procent voor huurders in de vrije sector. Bij eigenwoningbezitters ging met 16,3 procent het minst op aan wonen. Starters in een particuliere huurwoning hadden de hoogste woonlasten in verhouding tot hun inkomen. Voor alle groepen lag de woonquote iets lager dan een jaar eerder, blijkt uit de meest recente cijfers van het CBS. Dat komt doordat het inkomen sneller is gestegen dan de huur.

De meeste grote corporaties, zoals Rochdale, Stadgenoot, Ymere en Eigen Haard maakten in maart en april bekend wat de huurstijgingen dit jaar worden; ze dienen dat voor 1 mei van het jaar te doen; de stijgingen gaan in per 1 juli. Ze volgen daarbij de wet en inkomensgegevens van de Belastingdienst (voor huurders met een hoger inkomen, mag de huur iets meer stijgen). De maximale huurverhoging wordt elk jaar van rijkswege bepaald op basis van inflatie- of cao-loonontwikkeling. Huurders in de sociale huursector gaan vanaf 1 juli 2026 maximaal 4,1 procent meer huur betalen. In de middenhuur ligt dit maximum op 6,1 procent en in de vrije sector op 4,4 procent. 

Huurders dienen er ook zelf op letten dat de huur nooit hoger wordt dan wat de woning volgens het woningwaarderingsstelsel maximaal waard is, waarschuwt !Woon. Volgens de stichting schrikken veel huurders van de maximale verhoging van 6,1 procent voor middenhuur, maar is dat niet altijd terecht, omdat lang niet iedereen op dat maximum uitkomt. Overigens vragen ook de corporaties hun huurders zelf het puntenstelsel eveneens in de gaten te houden en tijdig (voor 1 juli) bezwaar te maken als men meent te veel te moeten betalen. (ND)