EIB: einde Verhuurderheffing levert weinig extra woningen op

17.03.2021
Image

Het beëindigen van de Verhuurderheffing zal de komende kabinetsperiode betrekkelijk weinig extra woningen opleveren. Dat concludeerde het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) aan de vooravond van de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Het EIB analyseerde de verkiezingsprogramma’s van acht politieke partijen. Alle partijen willen sociale woningbouw stimuleren door verlaging van de Verhuurderheffing en de introductie van nieuwe financiële impulsen. Het EIB verwacht dat corporaties reeds bestaande woningplannen onder die nieuwe voorwaarden zullen scharen. Ook bestaat er een kans op verdringing: meer sociale huur en minder woningbouw in andere sectoren. Het netto-effect is dan veel kleiner dan waar de landelijke politiek op rekent. Het gaat de komende kabinetsperiode hooguit om 16.000 tot 24.000 extra woningen, aldus het EIB.

Achterblijvende woningbouw is volgens EIB ook niet het gevolg van onvoldoende financiële middelen, het overgrote deel van de corporaties heeft juist voldoende middelen om meer te bouwen, maar wordt veroorzaakt door lastige procedures en gebrek aan bouwlocaties. Ook plaatsen de onderzoekers vraagtekens bij de komst van een minister van Wonen. “Of meer centrale sturing zal leiden tot extra woningbouw, is sterk afhankelijk van de beleidskeuzes. De kernkwestie is ruimtelijke ordening en de mogelijkheid buiten-stedelijk woningbouw te organiseren.”

Ook vreest EIB voor regulering van de vrije huursector en het terugdringen van de rol van investeerders. “De veronderstelling dat particuliere beleggers kopers van de markt verdringen of dat ze straffeloos de prijs kunnen opdrijven, is niet te onderbouwen. Investeerders kopen woningen op om te splitsen of te renoveren en brengen die woningen weer terug op de markt. Daardoor neemt het finale aanbod toe. Regulering van de vrije huursector zal juist een negatief effect hebben op het woningaanbod.”