WoonNetwerk liet nieuw visitatiestelsel voor corporaties ontwikkelen

WoonNetwerk liet nieuw visitatiestelsel voor corporaties ontwikkelen
‘Extern, onafhankelijk, gezaghebbend’

Het debat over de rol van woningcorporaties in het publieke bestel is de afgelopen periode op hoge toon gevoerd. De opgelegde financiering van Vogelaars prachtwijken en de invoering van vennootschapsbelasting zijn binnen de sector slecht gevallen. Omgekeerd willen overheden en andere ‘stakeholders’ zicht op maatschappelijke prestaties van corporaties. Zal de nieuwe visitatiemethodiek eindelijk uitkomst bieden? Brancheorganisatie Aedes heeft de nieuwe methodiek al omarmd.

Uit het visitatierapport van De Alliantie

“Een één-op-éénmeting van de geleverde en beoogde prestaties in relatie tot de doelstellingen is nog maar beperkt mogelijk.”
“De ambitie om solidair te zijn met, en oog te hebben voor de onderkant van de samenleving, komt nog maar beperkt tot zijn recht.”
“Het algemene beeld dat uit reputatiemetingen komt is positief en ook redelijk consistent. Men ziet De Alliantie als een stevige, herkenbare en actieve club.”
“De harde waarden zijn volgens stakeholders herkenbaarder dan de zachte waarden zoals solidariteit en stakeholdermanagement.”

Universiteiten worden al jaren ‘gevisiteerd’ en dat werkt over het algemeen goed. Ook de corporatiesector heeft op vrijwillige basis kennis gemaakt met het fenomeen visitatie, maar deze initiatieven trof het verwijt van vrijblijvendheid. Als resultaten tegenvielen had dat nauwelijks gevolgen voor de betreffende organisatie. Deze vorm van zelfreiniging oogstte daarom weinig vertrouwen bij de buitenwacht. Een groep corporaties, verenigd in het WoonNetwerk, zocht begin 2006 om die reden naar een visitatiestelsel dat verder gaat dan halfslachtige zelfregulering, maar dat niet berust op overheidstoezicht. Een visitatierapport, is het uitgangspunt van de initiatiefnemers, geldt pas als gezaghebbend als sprake is van een onafhankelijke commissie van buiten de sector. Daarvoor is de term ‘maatschappijsturing’ gelanceerd en daarom heet de nieuwe methodiek ‘maatschappelijke visitatie’.
Het WoonNetwerk benaderde Steven de Waal, oprichter en voorzitter van PublicSPACE, een particuliere denktank op het gebied van maatschappelijk ondernemen, om met een pilot een nieuw stelsel uit te werken. De Waal formeerde de Auditraad Maatschappelijke Visitatie Woningcorporatie, terwijl de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting als kwartiermaker en ondersteuner fungeerde. Een onafhankelijke stichting, die straks de rol van de auditraad overneemt, is in oprichting.

Resultaten meten

Aan De Waal de vraag waarin de nieuwe methodiek zich onderscheidt van de oude. “We wilden geen afvinklijst of een vorm van retoriek voor de omgeving, maar gekwantificeerde prestaties. Wat is er van je plannen daadwerkelijk terechtgekomen? Het concept van de maatschappelijke onderneming berust erop dat je verantwoording aflegt, dat je laat zien hoe je verankerd bent in de samenleving. Met name gaat het dan om de manier waarop je geld inzet. Je moet je niet in mist hullen of je verschuilen achter excuusprojecten. Dat moet allemaal transparant worden, op een gestandaardiseerde manier. Je zou kunnen zeggen dat die miststrategie, die een deel van de sector volgde, politiek draagvlak heeft gekost en daarmee een half miljard op jaarbasis. Het is beter om als corporatie argumenten te hebben, in de vorm van cijfers.”

“Die mist-strategie heeft de sector een half miljard gekost.”

De methodiek moet stakeholders als gemeenten, zorginstellingen en huurders een betrouwbaar beeld geven van de prestaties van een corporatie. Is deze maatschappelijke visitatie voor de sector tegelijk de manier om druk van de landelijke overheid te weerstaan?
“Corporaties kunnen straks eens in de vier jaar, zo bepaalt sinds kort de Aedescode, zelf een geaccrediteerd bureau kiezen om deze visitatie uit te voeren. Omdat uitvoerende bureaus gebruik maken van een degelijke en uniforme methodiek zou ander toezicht niet nodig hoeven zijn. Belangrijk is verder dat deze methodiek uitgaat van de lokale opgave. De landelijke politiek kijkt alleen naar geaccumuleerde cijfers, maar wat de Kamer ook eist van een minister, de overheid bouwt niet. Belangrijker, deze methode dwingt corporaties resultaten te meten. Dat gebeurt soms onvoldoende. Ik vraag me af hoe je als organisatie dan wilt leren.”
Een belangrijke vraag is nog onbeantwoord. Wat is de status van visitatierapporten? Met andere woorden, wat volgt er op publicatie, al dan niet via een site?
De Waal: “Er zijn verschillende varianten denkbaar. Je kunt in een rapport al verwoorden wat er zou moeten veranderen, maar dat vonden we voor een objectieve visitatie niet juist. Het gaat namelijk om het oordeel van de stakeholders. Die moeten druk zetten, liefst samen met de Raad van Toezicht. Een tweede mogelijkheid is dat je een voorlopig oordeel geeft, bijvoorbeeld over slecht meten. Je schrijft dan in het rapport dat er nog geen basis is voor een afgewogen oordeel en dat je verwacht dat over een jaar bruikbare cijfers beschikbaar zijn.”
Het is straks aan de gevisiteerde corporatie om met het rapport in de hand stakeholders open tegemoet te treden. Maar het vervolg is niet geformaliseerd of gestructureerd. Wat als na een half jaar nog niets met de uitkomsten is gedaan?
“Klopt, binnen zo’n periode moe­ten de Raad van Toezicht, de gemeenteraad of een huurdersvereniging ermee aan de slag kunnen. Eventueel ook de inspectie van het ministerie of het Centraal Fonds Volkshuisvesting. Ik kan me voorstellen dat de wetgever, als we vinden dat het onvoldoende geregeld is, voor een sluitstuk zorgt door de bevoegdheden van omgevingspartijen in de wet vast te leggen. Dus algemeen verbindend. Er zijn namelijk corporaties die niet bij Aedes zijn aangesloten en dus niet aan hun code zijn gebonden. Bovendien kan Aedes een onwillige corporatie hooguit uit de vereniging zetten. Je zult dus publiekrechtelijke consequenties moeten verbinden aan het stelsel.”

Onafhankelijkheid

Christine Oude Veldhuis was met ECORYS (geaccrediteerd in 2006) verbonden aan de pilot. Na de introductie van het nieuwe stelsel staat hun veel werk te wachten. Een heikel punt is de onafhankelijkheid. Hierop wordt weliswaar toegezien door een stichting met deskundigen, maar de bureaus zullen toch met elkaar moeten concurreren om opdrachten. De corporaties kiezen zelf het bureau waarmee ze in zee willen.
“Dat is een interessante vraag”, begint Oude Veldhuis. “Uiteraard is daar bij het ontwikkelen van de methodiek bij stilgestaan. Er zijn geen regels voor opgesteld, maar wij hanteren wel een eigen regel: als we bij een corporatie betrokken zijn geweest bij strategische vraagstukken, doen we geen visitatie en na afronding van een maatschappelijke visitatie doen we geen acquisitie.”
Tijdens de visitatie wordt op verschillende momenten gesproken met een management team, een directie of een Raad van Toezicht. Hoe houd je je oordeel helder?
“In die gesprekken laten we zien tot welk oordeel wij komen. Dat zal soms wringen, zeker als men niet blij is met de conclusies. Maar zo’n discussie vindt plaats op basis van argumenten. Bovendien is het goed feiten, jaartallen en namen steeds te checken. Soms geeft een corporatie een nadere uitleg en als dat relevant is neem je dat op. Het is wennen, want de bestaande visitatie, volgens de Raeflex-methode, richt zich meer op de beleidscyclus. Wij beoordelen de feitelijk geleverde prestaties en de duurzaamheid daarvan.”

“Niet iedereen zal blij zijn met deze visitatie; het is nou eenmaal geen grabbelton.”

Is het lastig om cijfermateriaal boven water te krijgen?
Oude Veldhuis: “95% van de stukken hebben wij in de eerste fase, wij noemen dat deskresearch, al tot onze beschikking. Witte vlekken moet je daarna invullen en inkleuren, vaak aan de hand van interviews. Je merkt dat corporaties moeten wennen aan de methodiek. Aan de hand van kwartaalrapportages, jaarverslagen en interne stukken is het overigens goed mogelijk de consistentie van het materiaal te beoordelen. Als we bijvoorbeeld de productie van nieuwbouwwoningen beoordelen, kunnen we gebruik maken van cijfers van het Centraal Fonds Volkshuisvesting of een gemeentelijke Dienst Wonen. De bouwproductie is in de praktijk vaak lager dan men zich had voorgenomen. De feitelijke prestaties worden dan beoordeeld, maar je kunt voor de lagere productie wel verklaringen aandragen. Die komen terecht in de tekst die bij de beoordeling staat.”
Heeft zij suggesties voor een verdere ontwikkeling van de methodiek?
“Je moet dit steeds tegen het licht blijven houden. Maar concreet: het veld ‘presteren naar vermogen’ is het meest in ontwikkeling. Wij hebben een eigen aanpak ontwikkeld om transparant te maken hoe de verhouding is tussen maatschappelijke prestaties en het vermogen van corporaties. Daarbij gebruiken we onder meer cijfers van de corporatie en van het CFV en we bekijken hoe de corporatie zelf het presteren naar vermogen invult. Wat is de eigen financiële sturing? Hoe weegt men investeringsbeslissingen, gegeven de opgaven en de financiële mogelijkheden, af? Hoe gaat men om met de eisen van het Centraal Fonds en het Waarborgfonds? Deze mogelijkheid tot transparantie kan de discussie over de sector goed gebruiken.”

Geen pr-instrument

De Alliantie was één van de corporaties die aan de recente pilot deelnamen. Dat leverde een visitatierapport op met mooie, maar ook minder mooie cijfers. Het resultaat is voor iedereen via internet ontsloten en De Alliantie zond verder een samenvatting rond. Algemeen directeur Jim Schuyt heeft geen spijt van deelname. “Deze maatschappelijke visitatie draagt bij aan het ordeningsdebat, maar wat daarvan ook de uitkomst zal zijn, als maatschappelijke onderneming moet je en wil je aan je omgeving laten zien wat je presteert op het gebied van samenlevingsopgaven. Bovendien krijg je zelf een spiegel voorgehouden. Het zal duidelijk zijn dat we hier niet met een pr-instrument te maken hebben. Niemand, geen enkele corporatie, koopt wat voor een joechei-verhaal.”

Schuyt: "Ik zou het een goede zaak vinden als de minister een algemeen verbindende code zou voorschrijven voor de hele sector."

Uit het visitatierapport valt op te maken dat De Alliantie op het gebied van prestatiemeting groeipotentieel heeft. Wat gebeurt er met zo’n constatering?
Schuyt: “Die opmerking was herkenbaar. We moeten scherper verwoorden wat we willen en doen, en op welke terreinen. Dat moeten we expliciet kunnen aangeven. Maar dat bekent niet dat we nieuwe administratieve systemen nodig hebben. Het is meer een kwestie van houding, van cultuur. Leren kijken door de ogen van anderen.”
Heeft Schuyt suggesties voor verdere verbetering van het visitatiestelsel?
“De methodiek is steeds beter en gerichter geworden tijdens de dialoog met de auditraad. Ik hoop wel dat visitatierapporten niet te lijvig worden. Scherp en beknopt zou ik zeggen.”
Welke gevolgen zal invoering van deze methodiek voor de sector hebben?
“Ik zou het een goede zaak vinden als de minister een algemeen verbindende code zou voorschrijven voor de hele sector. Niet iedereen zal blij zijn met deze maatschappelijke visitatie.”
Wat staat een corporatie te doen als het visitatierapport gereed is?
“Daar is geen blauwdruk voor. Het is aan corporaties om de belanghouders erbij te betrekken. Wij hebben als corporatie dagelijks contact met stakeholders, maar je moet zo’n rapport apart en degelijk bespreken met elkaar. Aan de andere kant, er zijn 454 corporaties. Laten we die stakeholders niet gek maken…”
Wat voor eisen stel je aan jezelf, na de conclusies van het rapport tot je te hebben genomen?
Schuyt: “We moeten ons cijfermateriaal scherper krijgen. Over een jaar of twee moeten we de balans opmaken of we op de genoemde punten vooruitgang hebben geboekt. We zullen eens per jaar belanghouders informeren over wat we daarvoor hebben gedaan. Daarbij mogen harde noten worden gekraakt. Trouwens, dat gebeurt al volop.”

Maatschappelijke visitatie woningcorporaties

Stelt de samenleving (stakeholders) in staat een oordeel te vormen over het functioneren en de maatschappelijke prestaties van woningcorporaties. Stelt corporaties in staat zich te verantwoorden
Beoordeling vindt plaats aan de hand van vier perspectieven: de opgaven in het werkgebied, ambities en doelen van de corporatie, het vermogen/investeringen en de verwachtingen van belanghebbenden. In het visitatierapport staan naast rapportcijfers voor maatschappelijke prestaties ook grafische voorstellingen van de verhouding tussen bijvoorbeeld bouwproductie, doelgroepen, betaalbaarheid en duurzaamheid (spinnenwebben), plus een korte, toegankelijke recensie (gebaseerd op een vast lexicon).
Een pilot, uitgevoerd door zes bureaus, leidde tot een breed geaccepteerde methodiek.
Een visitatiecommissie wordt geformeerd door geaccrediteerde bureaus. Het proces wordt gecontroleerd door een onafhankelijke stichting Maatschappelijke Visitatie Woningcorporaties (i.o.). Tot die tijd is de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV) waarnemer.
Het nieuwe stelsel wordt verwelkomd door onder meer de Woonbond, de Vereniging Nederlandse Gemeenten, de Vereniging van Toezichthouders in Woningcorporaties, de fracties van PvdA en CDA, het Ministerie van VROM/WWI en brancheorganisatie Aedes, die haar leden verplicht zich eens per vier jaar aan een visitatie te onderwerpen.
Er zijn diverse voorstanders van het idee dat stakeholders een visitatie voor een bepaalde corporatie moeten kunnen aanvragen.

Voorbeelden van visitatierapporten, de methodiek en meer achtergrondinformatie zijn te vinden op de site van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting: www.sev.nl



Bas Donker van Heel

Deel
WoonNetwerk liet nieuw visitatiestelsel voor corporaties ontwikkelen
‘Extern, onafhankelijk, gezaghebbend’

Het debat over de rol van woningcorporaties in het publieke bestel is de afgelopen periode op hoge toon gevoerd. De opgelegde financiering van Vogelaars prachtwijken en de invoering van vennootschapsbelasting zijn binnen de sector slecht gevallen. Omgekeerd willen overheden en andere ‘stakeholders’ zicht op maatschappelijke prestaties van corporaties." data-share-imageurl="">