Valt er nog wat te kiezen?

Woonparagrafen verkiezingsprogramma’s Amsterdamse partijen vergeleken
Valt er nog wat te kiezen?

De Amsterdamse politieke partijen maken zich op voor de gemeenteraadsverkiezingen. Nul20 vergelijkt de woonparagrafen van PvdA, GroenLinks, VVD, SP en D66. Maar valt er in maart eigenlijk wel iets te kiezen als het om wonen gaat?

Als we de peilingen mogen geloven, komt er in Amsterdam na de gemeenteraadsverkiezingen een einde aan de huidige rood-groene coalitie. De VVD, SP en D66 ruiken hun kans, voor het eerst in decennia lijkt een coalitie zonder de PvdA mogelijk. Maar welke gevolgen heeft dat voor het woonbeleid? Betekent het meer ‘markt’ of juist meer grip van de overheid op de woningmarkt? Deze vragen zijn nog moeilijk te beantwoorden, maar naar alle waarschijnlijkheid zal het met grote koersveranderingen wel meevallen. Niet alleen hebben alle partijen te maken met een moeilijk economisch tij, naderende rijksbezuinigingen en een kwakkelende bouwproductie, het woonbeleid wordt ook nog eens voor een belangrijk deel door ‘Den Haag’ bepaald, denk maar aan de vastgelegde huren en de hypotheekrenteaftrek. Toch hebben de partijen zo hun wensen en eigen visie ten aanzien van de Amsterdamse woningmarkt.

 

Bouwen, tegen de recessie op

Voor alle partijen is het bouwen van nieuwe woningen een voorwaarde om Amsterdam aantrekkelijk te houden voor Amsterdammers die naar een passende woning willen verhuizen en voor nieuwkomers van buiten de stad, of dat nu studenten of expats zijn. Iedereen richt zijn pijlen op de Zuidas, het Westelijk Havengebied, de Noordelijke IJ-oever en IJburg als de belangrijkste bouwlocaties. Alle partijen zijn het er wel over eens dat nieuwbouw binnen de stadsgrenzen moet plaatsvinden om de groene gebieden rond de stad te beschermen en aantrekkelijk te houden voor recreatie. Om de nieuwbouw te realiseren is verdichting nodig, maar dat is niet alleen duur, het leidt niet zelden tot slepende inspraakprocessen vanwege gebrek aan draagvlak bij omwonenden. Om die reden wil de VVD een taskforce ‘Versnelling woningbouwproductie’ oprichten om vooral de tijdverslindende procedures rondom bouwprojecten te verkorten. Wat aantallen nieuw te bouwen woningen betreft, zitten de partijen niet ver van elkaar af. Op hun wensenlijstjes staan ambitieuze plannen voor de bouw van 20.000 woningen in de komende vier jaar. Als vergelijking: in 2009 zijn nog maar 2273 woningen in aanbouw genomen. PvdA’er Michiel Mulder concludeert dat “er simpelweg een inhaalslag nodig is”. De SP wil de helft van de nieuwbouw voor sociale woningbouw reserveren, terwijl de VVD juist tachtig procent van de nieuwbouw in de vrije sector wil realiseren. Lijsttrekker Eric van der Burg verlangt in Noord, op het Zeeburgereiland en op IJburg II ook ruimte voor woningen met een tuin. Ook D66 vindt dat er meer flexibiliteit moet komen als het gaat om het vervullen van woonwensen. Zo is die partij voor casco bouw waarbij bewoners hun woning zelf in kunnen delen. Ook wil D66 een einde maken aan het stellen van een maximumoppervlakte per woning. De VVD wil ook fors snoeien in alle regels die bestaan op het gebied van wonen. De SP ziet meer heil in het oprichten van een Amsterdams woningbedrijf, al is het maar om de markt te dwingen sneller en goedkoper te bouwen dan nu gebeurt, zegt Laurens Ivens.

Behoedzaam met sloop

De Woonbond en de Huurdersvereniging Amsterdam stellen de sloop van woningen steeds vaker ter discussie. Nu de woningbouwproductie in het slop zit, groeit de steun daarvoor. Ook bij de partij die al decennia lang aan het roer zit in Amsterdam: “De PvdA wil de komende jaren behoedzamer omgaan met sloop”, zegt Mulder. “We willen steeds eerst kijken naar alternatieven voor sloop. Sloop is alleen aan de orde als de bouwtechnische kwaliteit te slecht is of als verdichting nodig is.” De SP vindt al langere tijd dat bij stadsvernieuwing niet meer de nadruk gelegd moet worden op sloop en nieuwbouw. “Renovatie van woningen en het verbeteren van buurtvoorzieningen verdienen de voorkeur boven sloop,” zegt Ivens. “Woningcorporaties en projectontwikkelaars bepalen het woonbeleid en dat is al lang niet meer gericht op volkshuisvesting, maar op rendement of beter: winst. Zij bepalen wanneer en wat wordt gebouwd en ook steeds vaker wanneer wordt gesloopt.” Maar lijsttrekker Ageeth Telleman van D66 wijst erop dat sloop/nieuwbouw in Nieuw West en Zuidoost een postitief effect heeft gehad op de buurten. Volgens haar moeten de blokken uit de jaren tachtig met anonieme plinten in de komende jaren eens aangepakt worden. GroenLinks vindt ook dat de herstructurering van oude wijken zoals die nu gebeurt door moet gaan, maar dat een toenemende diversiteit van woonmilieus samen dient te gaan met behoud van sociale woningbouw. Toch kan het vanwege de crisis verstandig zijn om sloopplannen uit te stellen, vindt GroenLinks gemeenteraadslid Jeanine van Pinxteren. D66 en de PvdA vinden dat kwaliteit voorop moet staan. ”We willen geen crisisbouw. We wachten dan liever even,” zegt Mulder. Wat de VVD betreft wordt doorgegaan met herstructurering om woningen toekomstbestendig te maken en zal ‘de grote hoeveelheid sociale huurwoningen’ ten koste gaan van de middengroepen die volgens de liberalen te weinig aan bod komen. Wel vindt de VVD dat herstructurering in samenspraak met bewoners en corporaties moet plaatsvinden, ook al mag het tempo wel wat omhoog.

Sociale woningbouw

Het zal niet verbazen dat de VVD vindt dat in de stad nog steeds te veel sociale woningbouw staat. De liberalen zien een veel vrijere woningmarkt voor zich waar sociale stijgers ook meer kans maken om door te groeien naar een grotere woning, vooral de middeninkomens zouden meer keuze moeten krijgen doordat meer koopwoningen op de markt komen. In de nieuwbouw, maar ook door verkoop van een deel van de sociale woningvoorraad. Samenvoegen van woningen en optoppen zijn volgens D66 en PvdA nodig om meer grote woningen in de stad te krijgen en daardoor de diversiteit in het woningaanbod te vergroten. De SP wil juist dat een einde komt aan de verkoop van sociale woningbouw, dat met splitsen wordt gestopt en dat corporaties actiever worden aangeschreven op het onderhoud van woningen. D66, GroenLinks en PvdA vinden dat het percentage sociale woningbouw in de stad wel naar beneden mag, maar dat overal een redelijk percentage sociale woningbouw moet blijven bestaan. D66 wil wel van de verplichte dertig procent bij nieuwbouw af, maar vindt dat per stadsdeel wel dertig procent sociale woningbouw moet blijven bestaan. Voor GroenLinks ligt dat op veertig procent. De PvdA, GroenLinks, D66 en VVD zijn voor verruiming van regelingen voor sociale koop en startersleningen om de stap van huur naar koop te vergemakkelijken. GroenLinks wijst op het belang van maatschappelijk gebonden eigendom om speculatie te voorkomen. In tegenstelling tot de linkse partijen ziet de VVD niks in het mantra van gemengde wijken die een gedeelde stad zouden moeten voorkomen. Ze vindt dat op de dure grond van de Zuidas geen sociale woningbouw moet komen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld GroenLinks.

Favoriete doelgroepen

Studenten zijn weer helemaal terug op de verlanglijstjes van de politieke partijen, van links tot rechts. De PvdA kwam onlangs al met een plan voor containerwoningen op de Zuidas om de grootste nood te lenigen. De crisis en de kwakkelende bouwproductie bieden een kans voor tijdelijke huisvesting. Er bestaat al ruime ervaring met campuscontracten. Alle partijen willen dat er duizenden nieuwe containerwoningen bijkomen, maar volgens GroenLinks moet daarvan ook een deel permanent voor studenten beschikbaar komen. De PvdA wil een deel van de bestaande kleine sociale huurwoningen aan studenten toewijzen, net als de VVD, die ook extra studentenboten in de stad wenst.
De linkse partijen vragen de laatste tijd meer aandacht voor niet-studerende jongeren. Daarvoor is het lastig om tijdelijke huurcontracten te verstrekken. Toch vinden de SP, PvdA en GroenLinks dat daarvoor meer aandacht moet komen. GroenLinks wil dat er een Deltaplan Jongerenhuisvesting komt om in de komende vier jaar het grote tekort aan woningen voor niet-studerende jongeren aan te pakken. De PvdA wil ook meer aandacht voor jongeren met een problematische thuissituatie die moeilijk een eigen woning kunnen krijgen. Alleen de VVD vindt dat jongeren voldoende kansen hebben en geen bijzondere behandeling nodig hebben.
Alle partijen zijn van mening dat nog niet genoeg woningen voor minder validen en ouderen beschikbaar zijn. De groep senioren zal de komende jaren groter worden en ouderen blijven langer op zichzelf wonen. De PvdA vindt het belangrijk dat ouderen in hun buurt kunnen blijven wonen en ziet vooral stedelijke vernieuwing als kans voor de bouw van meer ouderenwoningen. Die partij wil ook dat ouderen op een aangepaste woning in hun eigen buurt kunnen rekenen, waarvoor de woningtoewijzingsregels moeten worden veranderd. De VVD wijst erop dat de bouw van wibo’s direct invloed heeft op de doorstroming, ouderen laten een woning achter voor een jongere generatie. D66 wil steviger inzetten op levensloopbestendig wonen, woningen die afhankelijk van de levensfase aangepast kunnen worden. Hoe dat precies moet, blijft overigens onduidelijk.
En dan zijn er nog de grote gezinnen, al jaren een zorgenkindje. Nog steeds wonen heel veel grote Amsterdamse gezinnen in kleine woningen. Maar het blijkt uiterst lastig om voldoende grote woningen voor deze groepen te bouwen die ook nog betaalbaar zijn. De SP, PvdA en GroenLinks willen dat daar snel meer aan wordt gedaan. GroenLinks wil dat er in vier jaar tijd 1750 bijkomen.

Leegstand

Leegstand in combinatie met de enorme woningbehoefte in de stad, is alle partijen een doorn in het oog. GroenLinks en de SP vinden kraken een legitiem middel om leegstand te bestrijden en speculatie tegen te gaan. GroenLinks wil de constructie van kraakwachten vervangen door tijdelijke huurcontracten met een ‘zekere vorm van huurbescherming’. GroenLinks en de SP willen een leegstandsheffing invoeren die aan eigenaren van woningen wordt opgelegd. Wat de SP betreft gebeurt dat als een woning langer dan een half jaar onbewoond is. Corporatiewoningen die langer dan een jaar te koop staan, moeten terug de verhuur in, vinden de socialisten. En voor woningen onder de huurtoeslaggrens die langer dan twee maanden leegstaan, mag de gemeente een huurder voordragen. GroenLinks wil dat de gemeente woningeigenaren actiever aanspoort om huurders te vinden.
Iedereen is het er over eens dat het toenemende aantal leegstaande kantoren aangepakt moet worden. Die kunnen dan gebruikt worden door studenten, kunstenaars of kleine ondernemers. De VVD kiest daarbij voor overleg met eigenaren, D66 ziet mogelijkheden in het aanpassen van bestemmingsplannen en wil een ‘aanvalsplan’ om de lege gebouwen weer gevuld te krijgen. En de PvdA wil dat vastgoedontwikkelaars pas in aanmerking komen voor nieuwbouwprojecten, als zij hun bestaande leegstaande voorraad hebben omgebouwd tot woningen. Ook leegstaande ruimtes boven winkels willen PvdA en SP nu eindelijk eens voortvarend aanpakken.

Duurzaamheid

Alle partijen besteden aandacht aan duurzaamheid. De VVD ziet kansen voor verduurzamen van woningen bij renovatieprojecten en nieuwbouw, maar wil geen verplichtingen opleggen. Juist in economisch slechte tijden moet de overheid terughoudend zijn met het opleggen van regels die eigenaren veel geld kosten, vinden de liberalen. De SP, PvdA, GroenLinks en D66 menen dat de corporaties bij nieuwbouw en renovaties moeten voldoen aan de duurzaamheidseisen die de gemeente stelt. D66 wil dat de gemeente het cradle-to-cradle-principe omarmt en in beleid vastlegt. GroenLinks heeft een ambitieus milieuprogramma. De partij wil dat het programma voor geluidsisolatie van 8000 woningen versneld wordt uitgevoerd, dat duurzaamheid een leidend principe wordt bij het gunnen van bouwprojecten en dat alle nieuwbouwwoningen in Amsterdam vanaf 2015 energieneutraal zijn. Ook bij renovatie en splitsen wordt energieneutraal bouwen de norm. Vooral voor sociale woningbouw, zodat niet alleen de milieubelasting maar ook de woonlasten dalen. GroenLinks wil dan ook naar een systeem toe waarbij niet alleen naar de huurlasten maar naar het totaal van woonlasten wordt gekeken.

Betaalbaarheid

Andere partijen zijn verdeeld over het inbrengen van milieuaspecten in het puntenstelsel voor huurwoningen. Telleman stelt dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor hun energierekening, Ivens vindt het goed dat er een prikkel komt om woningen te isoleren, ‘maar het is niet eerlijk als mensen die de investeringen niet kunnen betalen, meer huur kwijt zijn’. De VVD wil geen inkomenspolitiek voeren met de huren, of het nu om energie gaat of om het meewegen van de locatie van woningen in de huurprijs, zoals bij het experiment ‘huren op maat’ waarbij ook het inkomen van de huurders van belang is. Van der Burg: “Bij huur op maat moeten huurders meer gaan betalen, terwijl er geen alternatieven zijn om door te stromen.” De SP is tegen vanwege de armoedeval, als mensen meer gaan verdienen raken ze dat geld via de hogere huur direct weer kwijt. De PvdA en GroenLinks zijn onder voorwaarden wel voorstander. Dat geldt ook voor D66. Telleman vindt dat subsidie “naar mensen en niet naar stenen” moet gaan, ”het systeem moet op de schop”. Van Pinxteren vindt ook dat het tijd is dat het gehele huurbeleid eens grondig onder de loep wordt genomen. De PvdA en SP willen beginnen door het puntenstelsel voor huurwoningen te verruimen tot 900 euro, opdat de middeninkomens ook huurbescherming krijgen.


 

 

Deel