Overslaan en naar de inhoud gaan
Top
Tweede verdieping
Prangende woningnood vergroot belangstelling voor flexwoningen
‘Tijdelijke woningbouw moet van permanente kwaliteit zijn’

Gebrek aan locaties remt overal in de Metropoolregio Amsterdam de bouw van flexwoningen, maar de Oekraïnecrisis creëert enig momentum. Ymere gaat aan de slag in Ouder-Amstel en Amsterdam-Noord met woningen van permanente kwaliteit. Bestuursvoorzitter Erik Gerritsen van Ymere hoopt dat elders niet wordt teruggevallen op goedkoop gebouwde ‘vluchtelingendorpen’.

Image
Ymere bouwt dit voorjaar in Nieuw-Vennep zestig modulaire flexwoningen. De helft van de woningen wordt via Woningnet aangeboden, de andere helft is gereserveerd voor statushouders. De woningen blijven er naar verwachting vijftien jaar staan. Daarna kunnen ze worden gedemonteerd en op een andere locatie geplaatst.

Locaties, locaties, locaties. Vincent Kompier, strategisch adviseur bij INBO, klinkt bijna als een makelaar. INBO heeft op verzoek van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) actieonderzoek gedaan naar belemmeringen bij de bouw van tijdelijke woningen. “Acht gemeenten hebben zich bij de MRA aangemeld: Lelystad, Diemen, Hilversum, Ouder-Amstel, Haarlemmermeer, Heemskerk, Uithoorn en Edam-Volendam. Bij vier van hen hebben we een doorbraak bereikt. De rode draad in al die gemeenten is dat het ontbreekt aan geschikte locaties voor een periode van tien of vijftien jaar. Neem Diemen. Daar is echt geen locatie te vinden. Maar met behulp van de KadasterScan, een nieuw instrument waarbij op basis van data de status van grondposities worden geanalyseerd, zijn in Uithoorn wel nieuwe locaties in het vizier gekomen.”

Goede wil

Het vorige kabinet heeft met de Metropoolregio de afspraak gemaakt dat er in vijf jaar tijd drieduizend flexwoningen worden gebouwd. Minister De Jonge is zelfs voorstander van drieduizend flexwoningen per jaar, maar daarover is nog geen deal bereikt. Het ontbreekt in de regio, aldus Kompier, niet aan goede wil. “Gemeenten weten waar ze het over hebben. Het kennisniveau is hoog, verrassend hoog. Soms leeft nog de gedachte dat permanente bouw beter is dan tijdelijke bouw, maar dat lijkt meer iets van bestuurders. Ook hebben ambtenaren en bestuurders niet altijd door welke snelle ontwikkeling tijdelijke woningbouw doormaakt, maar zij erkennen allemaal de grote nood. Gemeenten merken dat de doelgroep voor flexwonen met de dag groter wordt.  Spoedzoekers, arbeidsmigranten, ontheemden. Zij hebben baat bij meer tijdelijke woningbouw.”

Gemeenten hebben de afgelopen jaren hun huiswerk gedaan en goede analyses gemaakt van hun ruimtelijke mogelijkheden, zo zegt Thijs Kroese, PvdA-wethouder in Purmerend. Hij nam drie jaar geleden zelf het initiatief voor de bouw van tweehonderd tijdelijke woningen. Op vier locaties. Geheel voor rekening en risico van de gemeente. Sinds begin 2020 zijn de eerste woningen in gebruik. Zeventig procent van de woningen wijst de gemeente rechtstreeks toe aan kwetsbare groepen. De resterende dertig procent is bestemd voor (jonge) mensen die in Purmerend wonen of die een economische dan wel sociale binding met de stad hebben. De belangstelling blijft onverminderd groot. Kortgeleden zijn er weer twintig woningen verloot. Daar kwamen ongeveer vierhonderd reacties op.

Doorstroming ingewikkeld

Voor de tijdelijke huurders in Purmerend geldt een maximale verhuurtermijn van twee jaar. Voor een aantal kwetsbare bewoners is die huurperiode inmiddels verstreken, zonder dat zij elders onderdak hebben weten te vinden.
Vanwege de coronapandemie heeft de gemeente speciaal voor die groep maatwerk toegepast. “Wij hebben van begin af aan rechtstreekse toewijzing door ons Wmo-loket gekoppeld aan intensieve begeleiding naar definitieve huisvesting. Direct na het arriveren van de eerste bewoners, brak de pandemie uit. De corona-uitbraak maakte het voor hen veel moeilijker een andere woning te vinden. Ook beperkte het ons in de begeleiding. Daarom bieden we die mensen eenmalig de kans op een andere locatie nogmaals een tijdelijke woning te betrekken. Daarbij maken we individuele afspraken over begeleiding, de maximale verblijfsperiode en de inspanning die zij zelf moeten leveren om een ander huis te vinden.”
Ook al is die doorstroming ingewikkeld, Kroese raadt andere gemeenten toch aan het risico te nemen. “Alleen al het feit dat we de nood van die mensen kunnen lenigen, maakt het waard te investeren in tijdelijke woningen. Onze wachtlijsten voor een plek in maatschappelijke opvang zijn in die twee jaar enorm geslonken. Dat is enorm belangrijk.”
Het maatschappelijke effect staat voor hem op de eerste plaats, maar ook financieel blijkt het voor zijn gemeente goed te doen. “In zijn totaliteit is het niet spannend. We kunnen met twintig jaar rekenen. We gaan zelf over de locaties  en kunnen de woningen makkelijker een andere plek geven. De keuze zelf het risico te dragen kent nog een belangrijk voordeel. Onze corporaties - Rochdale, Intermaris en Wooncompagnie - kunnen zich zo volledig richten op nieuwbouw en op de zo noodzakelijke verduurzaming van de bestaande woningvoorraad.”

Image
Erik Gerritsen (Ymere) wil een ‘vervolggarantie’ van het Rijk:
“Zelfs een grote corporatie als Ymere kan het risico van honderden flexwoningen die we vijftien jaar later nergens kwijt kunnen, niet nemen.”
Image
Thijs Kroese:
“Gemeenten moeten gesprekken over tijdelijke woningen dus net zo serieus nemen als plannen voor permanente woningontwikkeling”

Grote wooncrisis

Reguliere woningen bouwen heeft ook bij Ymere veruit de voorkeur, benadrukt bestuursvoorzitter Erik Gerritsen. “Permanente woningontwikkeling gaat echter heel langzaam, de periode van nadenken tot oplevering duurt algauw zeven jaar en soms wel twintig jaar. Op dit moment hebben we met een ongelooflijk grote wooncrisis te maken. Jonge mensen worden door gebrek aan woningaanbod gedwongen hun leven op pauze te zetten. Mensen met een relatiebreuk ondervinden enorme problemen een andere woning te vinden. Arbeidsmigranten wonen soms onder erbarmelijke omstandigheden. En ontheemden kunnen we niet snel genoeg een woning bieden; al die mensen kunnen we in een rijk en beschaafd land als Nederland toch niet eindeloos op een goede woning laten wachten?”
Zijn corporatie wil daarom de komende vijf jaar werk maken van de bouw van in totaal 750 flexwoningen. En mocht dat nodig zijn, dan kan het programma worden verlengd. Ymere spreekt het liefst over ‘permanente tijdelijke woningen’. “Niet elke corporatie maakt dezelfde kwaliteitskeuze. Wij bouwen tweekamerwoningen van rond de 40 m2, geschikt voor één- en tweepersoonshuishoudens, woningen met een ‘touch and feel’ van een permanente woning”, aldus  Charlotte Meulenbelt, programmamanager Flexwonen van Ymere.
De kosten daarvan zijn niet gering. De bouw van een dergelijke woning, de sociale grondprijs niet meegerekend, vraagt 110.000 tot 115.000 euro. “Het gaat om woningen die na een eerste periode kunnen worden verplaatst voor een tweede gebruiksperiode of die daarna ergens permanent kunnen worden bewoond.”

Kwaliteitssprong

Meulenbelt benadrukt de enorme ontwikkeling die modulaire woningbouw doormaakt. “Overal zijn bouwbedrijven samen met ontwerpers bezig nieuwe producten te ontwikkelen. Elke dag groeien de mogelijkheden om slimmer, beter en meer gevarieerd te bouwen.”
Ymere is partner in NH-bouwstroom, een initiatief van acht Noord-Hollandse corporaties om de bouw van modulaire eengezinswoningen en appartementen een stimulans te geven. NH Bouwstroom wil jaarlijks van zes fabrikanten 750 tijdelijke en permanente fabriekswoningen afnemen. Voor wat betreft flexwoningen is onlangs de keuze gemaakt voor producten van Homes Factory, Heddes Bouw en MOOS.
Homes Factory is ook de fabrikant van het eerste flexproject van Ymere in Nieuw-Vennep. Nabij het station van Nieuw-Vennep zijn in korte tijd zestig modulaire woningen geplaatst. Voor een periode van vijftien jaar, langer is niet toegestaan vanwege de milieucontouren van luchthaven Schiphol. De bedoeling is dat de woningen daarna een andere plek in Haarlemmermeer of elders in de regio vinden.
Rendement verlangt Ymere bij zo’n project niet, aldus Gerritsen. Wel moeten die woningen zich in 30 jaar tijd terugverdienen. Hij zou graag zien dat het Rijk het financiële risico bij het ontbreken van een vervolglocatie op zich neemt. “Zelfs een grote corporatie als Ymere kan het risico van honderden flexwoningen die we vijftien jaar later nergens kwijt kunnen, niet nemen. Ik heb inmiddels begrepen dat het departement positief tegenover zo’n garantieregeling staat. Snelle invoering zal, zo verwacht ik, een enorme bouwimpuls geven.”

Meer urgentie door Oekraïne

Gerritsen merkt dat de kansen voor tijdelijke woningbouw toenemen. “De oorlog in Oekraïne versterkt het gevoel van urgentie. Een paar jaar geleden zagen de Amsterdamse corporaties tientallen door hen aangedragen locaties voor tijdelijke woningbouw stuklopen bij de gemeente. Zo’n exercitie hebben de corporaties niet zo lang geleden herhaald, met als resultaat een tiental serieuze bouwlocaties. Voor Ymere ontstaat de mogelijkheid permanente tijdelijke woningen te bouwen aan de Appelweg in Amsterdam-Noord. Bovendien hebben we op initiatief van Marien de Langen, tot voor kort bestuurder van Stadgenoot, het streven naar alleen grote locaties losgelaten. Onder de titel ‘Stad van intussen’ zoeken we met elkaar en met de AFWC naar mogelijkheden voor bescheiden verdichting, denk aan toevoeging van dertig woningen, nabij of bovenop onze complexen.”
De Purmerendse wethouder Kroese heeft niet de illusie, noch de ervaring dat kleine toevoegingen zich wel makkelijk laten regelen. “Procedures zijn eenvoudiger en gaan sneller, maar voor een buurt is tijdelijk algauw voor altijd. Voor burgers is tien of vijftien jaar heel lang. Gemeenten moeten gesprekken over tijdelijke woningen dus net zo serieus nemen als plannen voor permanente woningontwikkeling. En vergeet de beeldvorming niet. Er is altijd vrees voor overlast. En, zo hebben we in Purmerend gemerkt, de bewoners geloven de mooie plaatjes van bouwers niet. Zij denken wél aan containerwoningen.”  
Een grote doorbraak is bereikt in de gemeente Ouder-Amstel, in het gebied De Nieuwe Kern. Ymere gaat er aan de vooravond van definitieve ontwikkeling samen met de collega’s van Eigen Haard vijfhonderd tijdelijke woningen bouwen. Kompier noemt dat om meerdere redenen een voorbeeldproject. “In ons actieonderzoek hebben we gemerkt dat de samenwerking tussen partners of binnen het gemeentelijke apparaat niet altijd optimaal verloopt. Hier hebben de corporaties en de twee gemeenten, Amsterdam is eigenaar van de grond, juist heel goed samengewerkt. Daarnaast kwam er via de Woningbouwimpuls een flinke bijdrage van het Rijk. En de tijdelijke bouw heeft in De Nieuwe Kern een extra functie. Het project dient als ‘place making’. Daarmee krijgt tijdelijke woningbouw ook betekenis bij gebiedsontwikkeling en gebiedsmarketing.”

‘Geen vluchtelingendorpen’

De positieve signalen voor vervolgprojecten ten spijt; Gerritsen is niet zonder zorgen. “Het toenemende besef van urgentie als gevolg van de oorlog in Oekraïne, draagt het risico in zich dat met name goedkope, kortetermijnoplossingen worden gezocht. De commissie Versnelling tijdelijke huisvesting, een initiatief van minister Hugo de Jonge, heeft specifiek de vraag meegekregen vooral adviezen uit te brengen over de versnelde huisvesting van ontheemden. Ook die mensen moeten een plek, maar voorkom dat er straks vluchtelingendorpen ontstaan. Als dat gebeurt, dan versterken we weer het imago van een noodvoorziening. Van slechte huizen. Het moet bij tijdelijke woningbouw, daar zijn wij van overtuigd, gaan om gewone complexen voor alle woningzoekenden. Bouw niet alleen voor Oekraïners en statushouders; daarmee voorkom je bovendien een verdringingsdiscussie.”

Commissie Versnelling tijdelijke huisvesting
Image
Rob Haans, directievoorzitter bij de Alliantie, is voorzitter geworden van de nieuwe landelijke commissie Versnelling tijdelijke huisvesting. Die commissie moet zich van minister De Jonge vooral richten op de huisvesting van ontheemden. 'Versnelling' kan ook de corporatiesector wel gebruiken. De doelstelling van de Taskforce Nieuwbouw Corporaties om 10.000 flexwoningen te realiseren in 2021 en 2022 is inmiddels onhaalbaar. De taskforce verwacht op iets meer dan een derde daarvan uit te komen.

 

Bert Pots