Participatie steeds serieuzer genomen

Corporaties: geen luxe-artikel waarop in tijden van crisis beknibbeld kan worden
Participatie steeds serieuzer genomen

Om in de sociale huursector de wensen en behoeften van ‘de klant’ in het vizier te houden is bewonersparticipatie een belangrijk middel. Kosten en opbrengsten daarvan blijken lastig in cijfers te vatten, maar de corporaties zien participatie niet als een luxe waarop vanwege de crisis beknibbeld kan worden. “Het is van belang dat we scherp naar onze klanten blijven luisteren”.

Dossier Vraaggestuurd bouwen

“We gaan samen een programma van eisen opstellen dat als opdracht dient voor de architect. Dan kiezen we een architect en uiteindelijk controleren we of die zich ook aan de opdracht heeft gehouden.” Aldus vat Egbert Dekker, ontwikkelingsmanager voor corporatie de Alliantie, de komende participatieronde in de Staalmanpleinbuurt samen. Met zijn collega Herald Besselink geeft hij op een drukbezochte informatiebijeenkomst in het nieuwe Einstein Community Center aan het Staalmanpark uitleg over het traject dat volgt op de uitwerking met de bewoners van het stedenbouwkundig plan. Met die laatste procedure oogstte de Alliantie afgelopen twee jaar veel lof door de ‘kwetsbare opstelling’ van de corporatie, de grote betrokkenheid en invloed van de bewoners en de bijna Noord-Koreaans aandoende respons op een enquête waarin de buurt uiteindelijk instemde met het plan.
Deze participatieronde gaat  over de woningen zelf, en ook daarbij hebben de buurtbewoners wat in de melk te brokkelen - ook degenen die niet naar de betreffende nieuwbouw bij de Plesmanlaan gaan. Deelnemers aan een adviesgroep zullen hun keuzes onder meer maken aan de hand van een excursie langs bestaande nieuwbouwprojecten. Willen ze een open gevel met veel glas of juist meer gesloten met bakstenen? Willen ze een extern of juist een inpandig balkon?
Achter de gevel kunnen buurtbewoners invloed uitoefenen op onder meer de indeling van de woningen, de plekken waar voorzieningen worden aangebracht, de draairichting van deuren, de verplaatsbaarheid van wanden en daarmee samenhangend de plaatsing van leidingen. “Jullie hoeven niet helemaal bij nul te beginnen,” merkt Besselink ter geruststelling op. “Veel zaken liggen al vast, in het Bouwbesluit, de Bouwverordening, een bestemmingsplan, stedenbouwkundig plan en in de basiseisen die de Alliantie zelf stelt aan haar woningen.” Hiermee geeft Besselink gelijk de beperkingen aan de participatie aan.
Die beperkingen worden nog eens duidelijk als buurtbewoner Omar Taachirt klaagt over de radiatoren in tot dusver gerealiseerde woningen. Ze zijn lomp en soms onhandig geplaatst. Over de plaatsing kunnen we het hebben, verzekeren de Alliantie-medewerkers. Maar de verwarmingselementen moeten groot zijn: bij stadsverwarming is het water minder heet en is een groter oppervlak nodig voor de warmteoverdracht. Maar kunnen ze dan niet verticaal staan, als design-radiatoren, vraagt een bewoner hoopvol. Het antwoord is niet bemoedigend: “je moet ook rekening houden met luchtstromingen”.

Meer weerwerk

Ondanks deze beperkingen heeft Carl Hirsch, voorzitter van de bewonerscommissie Staalman en veteraan uit de eerste participatieronde, zich direct opgegeven voor de adviesgroep. “Bij alles wat je doet, ben je in Nederland aan tientallen regels gebonden,” stelt hij laconiek. Hirsch wil in de adviesgroep pleiten tegen zuinige Franse balkons en voor gesloten keukens met een openslaand raam. Hij was aanvankelijk tegen sloop, maar is nu enthousiast over de plannen en over de participatieprocedure die tot dusver is gevolgd. De nieuwbouw die hij net heeft bezichtigd benadrukt nog eens de nadelen van zijn eigen huis, met name de gehorigheid en de vier trappen die hij als 66-jarige op moet. Wel is hij van plan de architecten in de tweede participatieronde meer weerwerk te geven. Bij het stedenbouwkundig plan hield hij zich vaak in. “Dat is toch een apart vak, waar je als bewoner niet direct verstand van hebt. Maar als het over je woning gaat, ben je als bewoner wel deskundig.”
Taachirt weet nog niet of hij deelneemt aan de adviesgroep. Hij voelt zich geen direct betrokkene. De nieuwe woningen bij de Plesmanlaan zijn met name bedoeld voor herhuisvestingskandidaten uit de blokken ten zuiden van de Henri Dunantstraat. Die moeten er als eersten over meepraten, vindt Taachirt. Maar als ze hem bij de adviesgroep willen hebben, doet hij alsnog mee. Ook hij zal dan ijveren voor gesloten keukens en letten op de plaatsing van het sanitair en de radiatoren. Bij de vorige ronde had de adviesgroep wel degelijk invloed, zegt hij. Zo lag al vast dat er inpandig zou worden geparkeerd - daar had het stadsdeel toe besloten -, maar bewoners wisten wel de garantie los te krijgen dat ze in tien jaar tijd aan de hogere parkeerlasten konden wennen.

Smeermiddel

De Staalmanpleinbuurt in Slotervaart is een van de spraakmakende participatieprojecten in sloop/nieuwbouw die afgelopen jaren op de voet zijn gevolgd door NUL20, een andere is de Dudokbuurt in Geuzenveld. Daar mochten bewoners meedenken over drie varianten van een stedenbouwkundig plan en uiteindelijk in een referendum bepalen welk plan het beste was. Daarnaast bood de toenmalige corporatie AWV, nu Stadgenoot, zo’n 25 huishoudens uit de Dudokbuurt de kans hun nieuwe woning op IJburg vorm te geven. Hiermee hoopte AWV de herhuisvesting van de bewoners te bespoedigen.
Participatie wordt algemeen gezien als noodzakelijk middel om draagvlak onder bewoners te creëren bij ingrijpende vernieuwingsoperaties. Stadgenoot en de Alliantie verzekeren dat het geen luxe-uitgaven zijn, waarop in tijden van crisis beknibbeld kan worden. Het is ook niet louter een smeermiddel: “We zien het als een normale investering om er voor te zorgen dat je een buurt krijgt waar mensen graag wonen,” zegt Franck Storm, directeur gebiedsontwikkeling van Stadgenoot. “En dat is ook goed voor de waarde van ons vastgoed in de buurt.” Anne Wilbers, directeur van Alliantie Amsterdam, sluit zich daarbij aan. “We hebben altijd al veel waarde gehecht aan participatie en dat doen we dus ook als het economische tij tegenzit. Het is van belang dat we scherp naar onze klanten blijven luisteren om een gewilde woonomgeving te creëren.” Volgens Linda Schalkwijk, gebiedsontwikkelaar van Stadgenoot, zijn er inmiddels voorbeelden waaruit blijkt dat participatie ook het latere beheer makkelijker kan maken. “Mensen vinden het vanzelfsprekender om mee te denken en zelf actie te ondernemen als zich problemen voordoen.”
Overigens heeft zowel Stadgenoot als de Alliantie geen duidelijk beeld van de kosten van participatieprocessen. Wilbers: “bij gebiedsontwikkeling gaan er de meeste inspanningen in zitten, meer dan in het ontwerp.”

Schuifdeuren

Het is waar dat maar een deel van de oude bewoners overgaat naar de nieuwbouw. Maar als dat dertig procent is, dan is dat ook niet weinig, zegt Wilbers. Daarmee kun je al een aardige basis leggen voor de toekomstige betrokkenheid en het woonklimaat in de buurt. En in Nieuw West is de honkvastheid nog groter, vertelt Storm. Zeventig procent van de herhuisvestingskandidaten blijft in de Westelijke Tuinsteden wonen, waarvan een groot deel in de eigen buurt.
Het bij de participatie betrekken van potentiële kopers of huurders van buiten de wijk is voor de corporaties geen optie. Er wordt in deze tijd sowieso weinig van papier gekocht, en mensen die nu een koop- of huurwoning zoeken, hebben vaak niet het zitvlees voor zo’n jaren durend proces. Hun wensen moeten boven tafel komen via marktonderzoeken.
Hoe meer het over de binnenkant van de woningen gaat, hoe sterker de toekomstige bewoners betrokken zijn bij het participatieproces, zo is de ervaring van Storm. “Bij de gevels is de interesse al wat minder en bij de binnentuin verslapt echt de aandacht. Daar moesten we in de Dudokbuurt zelf voorstellen voor uitwerken. Voor de woningen zelf komen bewoners ook echt met vernieuwende voorstellen, bijvoorbeeld om schuifdeuren te gebruiken om ruimte te besparen. Bij de gevelarchitectuur is er veel veranderd afgelopen jaren, maar in de woning is veel hetzelfde gebleven; nog steeds worden alleen opdek-draaideuren gebruikt.”

Fopspraak

“Een groot gevaar is dat je bewoners schijnruimte biedt”, stelt Wilbers. “Mijn ervaring is dat mensen heel goed met je mee kunnen gaan in het denken over belangen van de corporatie, de toekomstige klant en de wijk. Maar je moet je doelen en randvoorwaarden vanaf het begin goed duidelijk maken.” Storm: “We geven de bewoners geen blanco ontwerpvel. We hebben al een kader. We willen een zekere verdichting; dat betekent de hoogte in, meer steen. Kwaliteit op het maaiveld betekent duurder inpandig parkeren. En een lift moet een minimumaantal woningen ontsluiten, anders is hij te kostbaar. Vanuit onze deskundigheid als ontwikkelende corporatie zeggen we: dit en dit moet volgens ons gebeuren, en nu bent u aan zet.”
“We hebben een doelstelling, maar geen plan,” zegt Larry Bath, directeur vastgoed bij Alliantie Amsterdam. “In het begin kost het soms heel veel moeite om bewoners ervan te overtuigen dat er niet al een vastliggend plan is.”
Over de sloopopgave kunnen bewoners vaak niet meer meebeslissen. Als ze dat wel konden, zou er veel minder of zelfs niet worden gesloopt, zo stellen activisten. Maar die stelling lijkt niet altijd op te gaan. Bij de participatie in de Wildemanbuurt in Osdorp besloten bewoners juist tot meer sloop dan de corporaties aanvankelijk van plan waren. En in de Staalmanpleinbuurt voerden twee Marokkaanse bewoonsters actie voor afbraak van hun flat, die niet op de slooplijst stond. De vrouwen wilden ook een nieuwe woning. Uiteindelijk werd besloten het beeldbepalende gebouw grondig te renoveren, waardoor nu alle bewoners een nieuwe woning krijgen.
In een ander deel van Nieuw West wordt met hele andere ogen naar de inspanningen van stadsdeel en corporaties gekeken. Het zeer actieve Bewonersplatform Geuzenveld-Slotermeer noemt het participatieproces van 2008-2009, dat onder meer huiskamerbijeenkomsten bevatte, ‘fopspraak’ en ‘zogenaamde participatie’. Volgens het platform was het meer een marketingonderzoek, en verschuilen de corporaties en het stadsdeel zich achter elkaar bij kritiek op de plannen. Het Bewonersplatform stuurde op 26 mei 2009 een brief naar het stadsdeelbestuur en het Procesbureau met elf punten van ernstige zorg over de participatie bij de stedelijke vernieuwingen in Slotermeer.
Volgens Storm is de participatie in Slotermeer wel degelijk geslaagd: er zijn veel mensen bereikt die constructief hebben meegedacht. “Maar er zijn bewoners die afhaken. Die strijden voor behoud van hun woning en zijn teleurgesteld in de uitkomst. Ze verwijten je dat je niet luistert als je het niet met hen eens bent. Sommigen proberen via de pers en de stadsdeelpolitiek massa te creëren. Er zijn altijd belanghebbenden die dingen anders hadden gewild. Dat geldt ook voor corporaties, maar dat is inherent aan het feit dat het om ruimte gaat die door ons allemaal gebruikt wordt.” 

 
 

 

Deel