Geslaagde menging of yuppenbuurt in wording?

Twee decennia vernieuwing Indische Buurt
Geslaagde menging of yuppenbuurt in wording?

In de afgelopen twintig jaar is de Indische Buurt ingrijpend vernieuwd. Enkele duizenden sociale huurwoningen werden opgeknapt, gesloopt, gedeeltelijk samengevoegd en deels verkocht. Straten en pleinen kregen een facelift en de criminaliteit en sociale problemen werden aangepakt. Anno 2019 staat de wijk er beter voor dan ooit. Al maken stadsdeel en corporaties zich zorgen over kwetsbare groepen en de groeiende kloof tussen arm en rijk.

Het laatste grote project van de Alliantie in de Indische Buurt. Nieuwbouwblok ‘De Zeebloem’ in de Molukkenstraat met 130 sociale huurwoningen
Programma Indische Buurt in convenant 2007

Sociale huurwoningen:

  • renovatie: 1.400
  • samenvoeging: 160
  • verkoop:  800
  • sloop: 870

nieuwbouw: 750 sociale huur-/koopwoningen
realisering van 2.000 m2 aan woon-/werkwoningen
realisering van 300 m2 aan bedrijfsruimte voor starters
opknappen en beter onderhouden van de openbare ruimte (straten/pleinen)
aanpakken van onveiligheid/criminaliteit en sociale problematiek
gezamenlijke corporatie-investeringen 2007-2010: €275 miljoen

Tjeerd Herrema kijkt om zich heen op het terras van de Coffee Company aan het Javaplein. Aan de ene tafel zit een student achter een latte macchiato in zijn laptop verdiept. Verderop kletsen twee jonge moeders aan een houten picknicktafel over hun opvoedproblemen, daarbij niet gehinderd door hun jengelende kinderen. Het is een wonderlijk contrast met hoe hij het plein in 1999 als kersverse stadsdeelvoorzitter van Zeeburg aantrof. “Ik schrok mij wezenloos. Hier werden op klaarlichte dag drugsdeals gesloten en hingen er veel onduidelijke types rond met een houding dat zij de baas waren. In feite was dat ook zo. Er was op het stadhuis weinig aandacht voor deze uithoek van de stad.”  
In dat eerste jaar liep Herrema mee in drie stille tochten, omdat er weer een tiener was neergestoken of -geschoten. Hij besefte dat het aanpakken van de onveiligheid een harde voorwaarde zou zijn om de buurt op te knappen. De vooroorlogse woningen in het noordwesten van de Indische Buurt kampten met achterstallig onderhoud. En de straten en pleinen zagen er afgeleefd en versleten uit. Samen met de politie startte hij daarom een offensief met cameratoezicht en een eropaf-aanpak om de overlast van criminele jongeren in te dammen. Hij kreeg daarbij hulp van een voormalig politieagent die bij het stadsdeel was komen werken en goed in de buurt was ingevoerd: Ahmed Marcouch.

 

Zie voor meer data over Indische Buurt: Feiten en Cijfers

Schimmige belwinkels

De focus lag in die eerste jaren op de Javastraat en omgeving. Daar hadden zich in de loop van de jaren negentig allerlei belwinkels en groentezaken gevestigd die op papier wel erg weinig omzet draaiden om de huur van te kunnen betalen. Veel panden waren in handen van particuliere verhuurders die hun bezit slecht onderhielden. Voor de sociale huurwoningen in de straten erachter had de toenmalige woningcorporatie De Dageraad (nu de Alliantie) al een voorraadbeheerplan opgesteld. De meestal kleine appartementen zouden worden opgeknapt en deels samengevoegd en verkocht. Met het stadsdeel was ook afgesproken dat er in de sociaal-economische positie van de buurt  zou worden geïnvesteerd. “Stadsvernieuwing moet vooral over mensen en minder over stenen gaan”, aldus Herrema.

Toen de afspraken in 2006 vernieuwd moesten worden, zocht De Dageraad contact met de twee andere corporaties in de wijk: Ymere en Eigen Haard. Ze kwamen tot een gezamenlijk bod richting stadsdeel. Differentiatie van de woningvoorraad en een integrale aanpak waren daarin sleutelwoorden. Het aandeel sociale huurwoningen moest binnen vier jaar zo’n 10 procentpunt worden teruggebracht. Met de samenvoeging en gedeeltelijke verkoop van een deel van de corporatiewoningen zou de Indische Buurt ook voor beter verdienende bewoners aantrekkelijker worden. De corporaties boden ook aan te investeren in bedrijfsruimten voor startende ondernemers en woon-/werkwoningen. Voor projecten op sociaal gebied werd gemikt op bijdragen uit nationale en Europese potjes. Het stadsdeel was enthousiast en sloot op basis van het corporatiebod een convenant dat de belangrijkste leidraad voor de vernieuwing werd.

“Het was erop of eronder”

Gebiedsontwikkelaar Hillechien Meijer van de Alliantie was de afgelopen vijftien jaar met toenmalig directeur Larry Bath intensief bij de aanpak betrokken. Ze is uitgesproken positief over de resultaten van de vernieuwing. “We hebben in grote lijnen bereikt wat we van plan waren. Toen ik in 2004 begon, stond de buurt er erg slecht voor. Het was erop of eronder. Inmiddels zijn er duizenden woningen opgeknapt en kwamen er door verkoop en samenvoeging nieuwe groepen in de buurt wonen. Veel straten en pleinen liggen er beter bij dan ooit.”
De Alliantie heeft een kleine tweeduizend woningen aangepakt waarvan het overgrote deel is gerenoveerd. Op twee sloop-/nieuwbouwprojecten in de Molukkenstraat en Borneostraat na is de corporatie klaar met haar deel van de vernieuwingsoperatie.
Hoeveel de plannen uiteindelijk hebben gekost, kan Meijer niet precies aangeven. “Je praat over een proces van vijftien jaar waarin prijzen nogal eens veranderen. Veel projecten zijn wel duurder uitgevallen dan we hadden begroot. Bij de twee laatste projecten aan de Molukkenstraat en de Borneostraat bleek bijvoorbeeld de technische staat van de panden te slecht om ze te kunnen renoveren, waarna sloop volgde. Op sommige locaties zoals het Makassarplein, is ook extra geïnvesteerd om de leefbaarheid te verbeteren. In 2009 hebben de drie corporaties ook nog maatschappelijk vastgoed van het stadsdeel overgenomen. Maar die intentie was al opgenomen in het convenant.”

Javaplein - hoek Ceramstraat

Dichtzetten van portieken

Eigen Haard heeft inmiddels ook een flink deel van zijn bezit in de Indische Buurt ingrijpend vernieuwd. Iets meer dan negenhonderd hoofdzakelijk vooroorlogse woningen zijn opgeknapt of gesloopt en nog zo’n tweehonderd appartementen worden op dit moment of binnenkort aangepakt. Driekwart van het programma bestaat uit renovatieprojecten. Daarbovenop heeft de corporatie veel kleine ingrepen gedaan in de stadsvernieuwingsblokken uit de jaren tachtig. Dankzij maatregelen als het dichtzetten van portieken en het aanbrengen van extra verlichting kon de onveiligheid in deze straten terug worden gedrongen.
Ook gebiedsontwikkelaar Imke Veltmeijer van Eigen Haard is positief over het resultaat. Ze vindt het ook bijzonder dat alle partijen zo lang intensief met elkaar hebben samengewerkt, ondanks veranderende omstandigheden zoals het verdwijnen van stedelijke vernieuwingsgelden en de fusie van stadsdeel Zeeburg met Oost. Ze ziet wel nieuwe opgaven op de buurt afkomen, vooral op sociaal gebied. “Denk aan de huisvesting van kwetsbare groepen, waardoor de leefbaarheid onder druk kan komen te staan. Of ouderen die de deur niet meer uitkomen. Hoewel het met de buurt beter gaat dan tien jaar geleden, groeit de tweedeling tussen mensen die wel en niet in de samenleving kunnen meekomen. Daar moeten we met elkaar alert op zijn.”

 

Over en niet mét de buurt

De tevredenheid over de vernieuwingsoperatie wordt breed gedeeld, maar wel is er kritiek op de geringe rol van bewoners. Zo vindt ex-deelraadslid Peter Sijtsma dat er lange tijd vooral óver de buurt in plaats van mét de buurt over sloop of renovatie is gesproken. Tijdens zijn raadsperiode lag hij als PvdA’er dan ook regelmatig met de bestuurders uit zijn partij en de coalitie in de clinch over de aanpak van de vernieuwing. Als langjarige bewoner van de Javastraat en eigenaar van een lijstenmakerij aan het Javaplein zag hij de ‘tante Annies en Ome Jans’ gedeeltelijk plaatsmaken voor ‘yuppen’. “Ik ben blij dat het beter gaat met de buurt en ook de menging van oude en nieuwe bewoners heeft in grote lijnen goed uitgepakt. Maar de corporaties hebben wel onnodig veel woningen gesloopt door jarenlang het achterstallig onderhoud op te laten lopen. Door al die samenvoegingen is de samenhang in de buurt ook een stuk minder geworden. Op die appartementen komen toch vooral mensen af die er maar korte tijd wonen en weinig aan de buurt bijdragen. Ik zou zelf ook snel weer vertrekken als ik 1400 euro per maand moet neerleggen voor een bescheiden huurwoning in de Javastraat.”
Nico Papineau Salm, die Tjeerd Herrema in 2006 als stadsdeelvoorzitter opvolgde, weerspreekt de kritiek van Sijtsma dat bewoners een onbeduidende rol in de vernieuwing speelden. “Participatie is voor ons altijd een belangrijk uitgangspunt geweest. Per woonblok werden altijd bewonersbijeenkomsten over de vraag slopen of renoveren georganiseerd.”
Over de rol van de corporaties is hij ook positiever, al begrijpt hij niet dat ze op dit moment zo weinig in het middensegment investeren om de groeiende kloof tussen sociale huur en koop te dichten. “Volkshuisvesting anno 2019 is breder dan het bouwen van huurwoningen tot 700 euro. Daar mogen ze in Den Haag best eens wat harder voor lobbyen.”
Hij hoopt vooral dat er de komende jaren ook meer aandacht komt voor oudere migranten. Die wonen nu vaak op een bovenetage en komen de deur niet meer uit. “Het zou mooi zijn als er voor die groep meer initiatieven in de sfeer van het groepswonen ontstaan.”
Met het laatste punt wordt Salm op zijn wenken bediend. Huidig stadsdeelvoorzitter Maarten Poorter vertelt dat hij samen met een groep Turkse ouderen op zoek is naar een locatie voor een collectief woonproject. “Als het niet lukt in de bestaande bouw, moeten we kijken naar nieuwbouwprojecten, binnen of buiten de buurt.”

 

Nieuwe uitdagingen

Nu de fysieke vernieuwing bijna is afgerond, willen stadsdeel en corporaties meer aandacht gaan geven aan de huisvesting van kwetsbare groepen. Naast oudere migranten zijn dat ook ex-psychiatrische patiënten en daklozen. Al zijn op dat gebied volgens Poorter in sommige delen van de Indische Buurt de grenzen wel bereikt.
Beide partijen hebben ook afgesproken verdere mogelijkheden te onderzoeken om woningen en de leefomgeving te verduurzamen. En ook de hardnekkige armoede en sociale problemen in de buurten ten zuiden van de Insulindeweg vragen aandacht. “Het activeren en faciliteren van bewonersnetwerken speelt daarin een grote rol,” aldus Poorter.
Nadat Eigen Haard daar zijn laatste renovatie- en nieuwbouwprojecten heeft opgeleverd, rest nog de aanpak van het Sumatraplantsoen. Dan gaat het niet alleen over een fysieke opknapbeurt. De afgelopen jaren is het plein uitgegroeid tot een hangplek van criminele jongeren. Fietsboxen worden regelmatig opengebroken, waarbij eenmaal een gealarmeerde bewoner het ziekenhuis is ingeslagen. De sfeer op het plein is regelmatig grimmig. Poorter: “Na enkele recente schietincidenten hebben we er camera’s opgehangen en sturen we er vaker de straatcoach op af. Met bewoners zijn we ook in gesprek om het nogal onoverzichtelijke plein een grote opknapbeurt te geven zoals we dat eerder bij het Makassarplein deden. Er blijft dus nog genoeg te doen.”

 

Strijd om de Berlageblokken

2004:

In de artist impression zag het er prachtig uit. Aan het einde van de opgeknapte Javastraat zou op de plek van drie verwaarloosde woningblokken een levendig stadsplein komen. Een nieuw hart van de wijk! Stadsdeel en complexeigenaar Ymere zagen het helemaal zitten, maar hadden niet gerekend op het felle verzet van de zittende bewoners en het Cuypersgenootschap. Toen duidelijk werd dat de kleine woningen ooit door Berlage waren ontworpen, kreeg het verzet tegen sloop wind in de zeilen. Achter de rug van stadsdeelvoorzitter Herrema om stapten enkele bezorgde ambtenaren naar de minister die de blokken de status van rijksmonument gaf. Sloop was daarmee onmogelijk geworden.
Nadat hun ergste verontwaardiging was gezakt, spraken stadsdeel en Ymere af de drie blokken met kleine woningen te renoveren en in een mix van koop en sociale huur aan starters en studenten beschikbaar te stellen. “Achteraf gezien ben ik blij dat de woningen zijn behouden. Zo kwam er een nieuwe groep bewoners naar de wijk die zeker heeft bijgedragen aan de opwaardering van de Indische Buurt”, concludeert regiomanager Chris Pettersson van Ymere.

2019:

 

 

Een oude ambachtsschool als vliegwiel
 
Voor Tjeerd Herrema was het leegkomen van het ROC-schoolgebouw op het Timorplein een buitenkans. Het pand zou in de vernieuwing van het noordwesten van de buurt als vliegwiel kunnen fungeren. Herrema kwam ter ore dat Stayokay een locatie zocht voor een nieuw hostel. Zij hadden weer contact met Kriterion en via andere kanalen kwam ook het Sociaal Instituut in beeld dat aan de achterkant vergader- en werkruimten wilde realiseren. Omdat de Alliantie al miljoenen in de renovatie van haar woningen stak, vroeg Herrema Ymere om het project op te pakken. Ymere had die truc eerder toegepast met de herontwikkeling van Het Sieraad in de Baarsjes. Op voorwaarde dat Stayokay haar deel van het pand zou aankopen ging Ymere akkoord en stak 9 miljoen euro in de verbouwing. Het stadsdeel kwam over de brug met nog eens 3 miljoen.
Volgens regiomanager Chris Pettersson van Ymere heeft het project inderdaad voor een keerpunt in de ontwikkeling van de buurt gezorgd. Uit een RIGO-onderzoek bleek dat al twee jaar na oplevering van het gebouw de woningen eromheen meer in waarde waren gestegen dan verder weg gelegen panden. Niet dat Ymere zelf van de zwaar onrendabele investering profiteerde. Vooral de Alliantie en particuliere eigenaren hadden bezit in de directe omgeving. Pettersson tilt daar niet zo zwaar aan. "Als corporaties zagen we de vernieuwing van de wijk als een gezamenlijke opdracht. De Alliantie heeft in zijn eentje ook wel eens een dure parkeergarage gebouwd om de parkeerdruk in de wijk te verminderen. Tegen zulke investeringen werd destijds anders aangekeken dan nu."




Dossier Indische Buurt. Lees ook: