Amsterdam op de bres voor laagste inkomens

04.02.2014

De armste gezinnen in Amsterdam krijgen in 2014 een tegemoetkoming in hun woonlasten. Dat hebben de corporaties, de gemeente en Huurdersvereniging Amsterdam afgesproken. Het gaat om gezinnen met minderjarige kinderen die na het betalen van de huur het minst overhouden. De afspraken over betaalbare huur voor deze gezinnen zijn een aanvulling op de afspraken Bouwen aan de Stad II die de drie partijen eerder maakten voor de periode 2010 t/m 2014.

Door de verhuurderheffing die het kabinet de corporaties oplegt, zien corporaties zich gedwongen de huren te laten stijgen. Ook kan de landelijke huurverhoging genoemde gezinnen in problemen brengen. Om de gezinnen met de laagste inkomens tegemoet te komen, nemen de gemeente Amsterdam en de Amsterdamse corporaties extra maatregelen in 2014:
-De gemeente biedt financiële ondersteuning via de Woonkostenbijdrage. De regeling voor deze bijdrage wordt eenvoudiger gemaakt en toegespitst op deze huishoudens;
-De gezinnen die al een relatief hoge sociale huur hebben (meer dan € 596,75), zullen door de corporaties worden ontzien bij de huurverhoging van 1 juli 2014. Bijvoorbeeld door geen huurverhoging te rekenen, of de huurverhoging te compenseren met een eenmalige bijdrage.
-Gezinnen die nu minder dan € 596,75 huur betalen, gaan ook na huurverhoging in 2014 niet meer betalen dan dat bedrag, of krijgen daarvoor compensatie.

Gemeente en corporaties maken zich verder sterk bij het Rijk om het huurtoeslagbeleid te repareren voor gezinnen met lage inkomens, die voor duurdere sociale huurwoningen nu onterecht buiten de boot vallen. En gemeente en corporaties gaan nog intensiever samenwerken bij schuldhulpverlening en in het project ‘Vroeg Eropaf’. Doel hiervan is snel in actie te komen bij huurders met betalingsproblemen en ze te helpen die vroegtijdig op te lossen.
De drie partijen in Bouwen aan de Stad II hebben ook nog aanvullende afspraken gemaakt over onder andere energiebesparing (ook als middel om woonlasten te verlagen), doorstroming op de Amsterdamse woningmarkt (waarbij de sprong van oude naar nieuwe huur kleiner wordt gemaakt) en het stopzetten van de studentenlabels in gebieden met een hoge druk op de woningmarkt.