Scheefhuren is geen grootstedelijk fenomeen

17.10.16
Scheefhuren is geen grootstedelijk fenomeen
Laatste update di.18 okt. 10.10 uur
In de periferie van Amsterdam wonen relatief meer goedkope scheefwoners dan in de hoofdstad zelf. De kroon spant Oostzaan, maar ook in Landsmeer en Ouder-Amstel woont meer dan een kwart van de corporatiehuurders scheef. Omgekeerd wonen veel Almeerse huurders veel te duur gezien hun inkomen. Anders dan vaak gedacht loopt het aandeel scheefwoners in Amsterdam redelijk in de pas met het landelijke gemiddelde. Er zijn bovendien meer Amsterdamse corporatiehuurders die teveel huur betalen in relatie tot hun inkomen (17,9%), dan huurders die goedkoop scheef wonen (14,6%). Deze cijfers zijn te vinden in de nieuwe Lokale Monitor Wonen die Aedes, Woonbond en de Nederlandse gemeenten gezamenlijk ontwikkelden. De monitor is onderdeel van het VNG-initiatief Waarstaatjegemeente.
 
Voor het eerst zijn per regio, per gemeente en soms zelfs per wijk cijfers over de betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen in de sociale huursector in één overzicht te bekijken. Dit jaar beperkt de Lokale Monitor Wonen zich nog grotendeels tot corporatiewoningen en -huurders. De komende jaren wordt de Monitor uitgebreid met gegevens over particuliere huurwoningen, koopwoningen en wonen met zorg en begeleiding. De cijfers zijn grotendeels uit begin 2014 en dus enigszins gedateerd.
Uit de cijfers blijkt weer eens dat scheefwonen, in tegenstelling tot de beeldvorming, niet zozeer een grootstedelijk probleem is. In Amsterdam woont 14,6 procent van de sociale huurders in een huis waarvoor ze eigenlijk te veel verdienen (landelijk 14%). Vooral in de stadsdelen Centrum en Zuid wonen veel scheefwoners. Meer Amsterdamse huurders (17,9%) wonen eigenlijk te duur gelet op hun inkomen (landelijk 15%); relatief de meeste van deze 'dure scheefwoners' wonen in Zuidoost, Nieuw-West en Noord. 
Bijna 72 procent van de Nederlandse corporatiehuurders heeft een woning die past bij hun inkomen. 
 
Van de huurwoningen van corporaties heeft 11 procent een huurprijs onder 410 euro. 58 procent van de woningen heeft een huurprijs tussen 410 euro en 629 euro. 25 procent heeft een huurprijs tussen 629 en 711 euro. Het gemiddelde besteedbaar inkomen per huishouden was in 2014 in Nederland 35.400 euro. Bij huishoudens in een huurwoning van een corporatie was dat 22.600 euro.
De gemiddelde netto huurquote (= huur verminderd met huurtoeslag als percentage van het inkomen) voor huurders in corporatiewoningen is 23 procent. De gemiddelde netto woonquote (= huur verminderd met huurtoeslag plus de kosten voor energie en lokale belastingen als percentage van het inkomen) is 32 procent. 5 procent van de huurders heeft een netto huurquote hoger dan 35 procent. Dat komt het meest voor bij huurders jonger dan 25 jaar (25 procent) en bij eenpersoonshuishoudens tot AOW-leeftijd (25 procent).
 
 
Goedkope scheefheid = het belastbaar huishoudinkomen is hoger dan € 38.690  en de huurprijs lager dan de liberalisatiegrens (€ 699,48).
 
 
Dure scheefheid = huishouden heeft recht op huurtoeslag en heeft een huur boven de aftoppingsgrens. De aftoppingsgrens bedraagt € 566,82 voor huishoudens met één of twee personen en € 596,75 voor huishoudens met drie of meer personen.
 
Alle bedragen hebben betrekking op 2014.
 
Er zijn bovendien meer Amsterdamse corporatiehuurders die teveel huur betalen in relatie tot hun inkomen (17,9%), dan huurders die goedkoop scheef wonen (14,6%)." data-share-imageurl="">

NUL20 nieuws

Laatste nummer

AEDES NIEUWS