Woningdelen neemt hoge vlucht

'Friends'-contracten wellicht binnenkort ook in sociale sector
Woningdelen neemt hoge vlucht

Anderhalf jaar geleden werden in Amsterdam nieuwe regels van kracht voor woningdelen, het samen huren van een zelfstandige woning. De woonvorm is populair onder met name twintigers. Het college lijkt de regels te willen verruimen. Maar hoever kun je daarmee gaan?

 

Regels woningdelen: zo zit het
Het met meer dan twee personen in een zelfstandige woning wonen om samen een huishouding te voeren, gebeurde al langer in Amsterdam. Maar het mocht officieel niet. Begin 2014 nam de gemeenteraad een voorstel van toenmalig wethouder Ossel aan om woningdelen wel toe te staan. Om misstanden te voorkomen werden de woongroep en de woning aan regels gebonden. De ondertekening van één huurcontract door alle bewoners moet hen een gelijkwaardige positie ten opzichte van elkaar geven. En de leden van de woongroep moeten een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren. Om overbewoning te voorkomen werd bepaald dat elke bewoner over een eigen kamer van gemiddeld 15 m2 moet beschikken en dat er een gemeenschappelijke ruimte is van 15 m2. Voor drie woningdelers is dus een vierkamerwoning nodig van minimaal 60 m2, voor vier bewoners een vijfkamerwoning van minimaal 75 m2, etc.
Er kwam een aanmeldplicht voor dergelijke woongroepen en een overgangsregeling voor groepen die al voor 13 februari 2014 een zelfstandige huurwoning deelden, maar niet aan de voorwaarden voldoen. Groepen die nu gezien het oppervlak met te veel mensen in een woning zitten, worden gedoogd. Maar ze mogen, tot ze aan de norm voldoen, geen nieuwe huurders in huis nemen bij vertrek van een bewoner.
De nieuwe regeling was een initiatief van VVD-gemeenteraadslid Daniel van der Ree. Maar de VVD wees het door het college uitgewerkte voorstel uiteindelijk af. De liberalen vonden de oppervlakte-eisen te streng: een groot deel van de vrije sector huurwoningen in de binnenstad kwam daardoor niet in aanmerking voor woningdelen.

“Het past in de tijdgeest”, zegt bestuursvoorzitter Hester van Buren van corporatie Rochdale over woningdelen. “Jongeren zijn individualistischer en willen niet zo snel samenwonen met een partner. Tegelijkertijd beseffen ze dat het verkrijgen van een betaalbaar eigen huis lastig is in Amsterdam. Dan is het delen van een appartement met vrienden een goede optie. In New York, Londen en Parijs gebeurde het al.”
Woningdelen heeft de afgelopen anderhalf jaar een hoge vlucht genomen. Projectontwikkelaars en corporaties - die al langer op kleine schaal woningen verhuurden aan bijvoorbeeld meerdere studenten - zijn ingesprongen op deze vraag. Bij zowel Rochdale als Stadgenoot gaat nu zo’n driekwart van de nieuw verhuurde woningen in de vrije sector naar huurders met een ‘Friends’-contract, genoemd naar de Amerikaanse tv-serie over woningdelers. Bij Stadgenoot is inmiddels een kwart van de 1350 verhuurde woningen in de vrije sector een Friends-woning, bij Rochdale is dat 52 van de 333 (16%).
Volgens Van Buren en bestuurder Gerard Anderiesen van Stadgenoot is het een goede manier om ook met deze duurdere woningen de doelgroep te bedienen van vooral jonge mensen die minder dan 34.000 euro verdienen.
Maar dit segment was toch juist gecreëerd voor middengroepen? Van Buren ziet dat niet als een probleem. “Vaak gaat het ook om mensen die net zijn afgestudeerd, die aanschurken tegen de middengroep.” Daarbij zorgt het voor een betere benutting van de voorraad, zegt Anderiesen. “Met zo’n druk op de woningmarkt kunnen er beter meerdere mensen in zo’n grote woning zitten dan maar één bewoner.”

Versoepeling regels

In de ‘samenwerkafspraken 2015-2018’ hebben college, corporaties en huurders afgesproken de regels voor woningdelen (zie kader) te verruimen. Het delen van een woning met meer dan twee personen zou dan ook in de sociale voorraad mogelijk worden gemaakt. Dat is onder meer nodig om een deel van de groeiende groep vluchtelingen met een verblijfsstatus te kunnen huisvesten.
Maar een groot deel van de sociale voorraad komt volgens de huidige oppervlaktenormen niet in aanmerking voor bewoning door woongroepen van drie of meer mensen, omdat de woningen kleiner zijn dat 60 m2. Moet deze regel daarom ook worden versoepeld?
Anderiesen vindt de huidige norm redelijk; die sluit bovendien niet uit dat kleinere woningen worden toegewezen aan twee mensen. Jeroen Rous, beleidsmedewerker van de Federatie van Amsterdamse Woningcorporaties (AFWC), vindt wel dat er opnieuw naar de oppervlaktenorm moet worden gekeken. “Het gaat erom of je op een redelijke manier in zo’n huis kunt wonen.”
Waar Anderiesen het belang van een volwaardige gemeenschappelijke ruimte benadrukt, is volgens Rous is een gezamenlijk gebruikte keuken in veel gevallen voldoende. “Volgens mij is die behoefte aan een gemeenschappelijke ruimte er niet zozeer. Je hebt gescheiden levens en deelt voorzieningen, en je kunt medebewoners op je eigen kamer uitnodigen.”
Volgens Chris van Groenigen van de afdeling Wonen komt dat eigenlijk neer op kamergewijze verhuur: “Anders dan bij kamergewijze verhuur stellen we bij woongroepen eisen aan de wijze waarop de bewoners samenwonen. Woningdelen wordt nu formeel mogelijk gemaakt door middel van een woongroep, maar het kan ook op een andere manier.”
Dit najaar worden de huidige regels geëvalueerd en wordt politiek draagvlak gezocht voor een verruiming. Coalitiepartner SP houdt zich op de vlakte over de versoepeling van de oppervlaktenorm die de VVD graag doorgevoerd ziet. SP-woordvoerder Erik Flentge: “We denken dat overbodige regels kunnen worden geschrapt, maar willen eerst de evaluatie afwachten en kijken naar gevolgen voor bijvoorbeeld gezinnen en naar eventuele huurprijsopdrijving.”

Nauwelijks naleving

Maar eerst wordt dus gekeken hoe de regels worden nageleefd. Niet al te goed, zo lijkt het. De woningdeelregels (zie kader) gelden voor de hele vrije huursector. Maar de corporaties lijken zich er niet aan te houden. Zo staat op de website van Stadgenoot dat hooguit twee huurders het contract ondertekenen, van de andere huurders worden alleen gegevens opgenomen in de administratie van de corporatie. Anderiesen: “Zo deden we het al voordat de nieuwe regels werden ingevoerd en het werkt goed”.
Over het naleven van de meldplicht voor woongroepen, zegt Van Buren: “Net als Stadgenoot heeft Rochdale zich aan de bestaande praktijk gehouden. De regels komen niet altijd de huurder ten goede. We hebben hierover met diverse gemeentes discussies gehad, waaruit bleek dat zij het daarmee eens zijn.”
En zo komt het dat sinds het ingaan van de regeling begin 2014 slechts 65 woningdeelgroepen (tot half juli) zijn aangemeld bij de gemeente. Volgens Henk van Anrooij van de afdeling Wonen zijn 46 daarvan toegekend, terwijl vijf groepen konden gebruik maken van de overgangsregeling. Veertien aanvragen werden afgewezen. “Daar was vaak geen sprake van woningdelen, maar kamergewijze verhuur.”
Gelet op alleen al de verhuurpraktijk van beide corporaties is duidelijk dat er maar een fractie van de woningdeelgroepen is geregistreerd. Er moeten zeker honderden van deze woongroepen bestaan.
Interessant is overigens de gemiddelde woninghuur van de wel aangemelde woongroepen: zo’n 2000 euro bij een gemiddelde woongroepgrootte van 4,2 personen. Woningdelen is niet alleen een behoefte, maar ook een verdienmodel.

Zie ook: Voor starters is woningdelen heel normaal

Trefwoorden: