Minder verhuizen door crisis

Minder verhuizen door crisis

In tijden van economische onzekerheid wordt minder verhuisd. De behoefte om de woonsituatie te verbeteren wordt er echter niet minder om. Anno 2013 hebben dan ook meer huishoudens (25%) een verhuiswens dan in 2011. Het stapelt zich op. Het staat in het deelrapport ‘Verhuiswensen’ uit het onderzoek Wonen in Amsterdam 2013.

 

Vooral in het noordwesten van de stad, de zone met onder andere Sloterdijk en Landlust, willen veel mensen verhuizen (verhuisgeneigdheid boven de 30%). Niet toevallig geven de bewoners aldaar hun huidige woning en woonomgeving een laag rapportcijfer. Iets lager in de ringzone-west is de verhuisbehoefte dalend om verder westwaarts weer te stijgen. Een buurt als De Aker lijkt iets van zijn stabiele karakter te verliezen. Dezelfde opmerking maken de onderzoekers over de Noordse tuindorpen, Gaasperdam en Buitenveldert.
Gebieden met een hoge potentiële dynamiek binnen de Ring zijn de Transvaalbuurt en Indische Buurt Oost.

 


Over de haperende roltrapregio hebben we eerder geschreven. Het merendeel van de verhuisgeneigden wil in Amsterdam blijven (van 73% in 2011 naar 76% in 2013). Dat geldt voor alle inkomensgroepen. De hogere inkomens maken wat dat betreft een sterke inhaalslag (inkomensgroep €43.785 – 2x modaal van 62% in 2011 naar 75% in 2013; hogere inkomens van 60 naar 69%). Het laatste decennium oriënteren ook gezinnen zich steeds meer op Amsterdam zelf, en minder op de regio. Het laatste WiA-onderzoek bevestigt deze langjarige trend.
Ouderen willen veel minder graag verhuizen dan jongeren, Marokkaanse Amsterdammers willen vaker verhuizen dan autochtone Nederlanders én hebben daarbij een sterke voorkeur voor het eigen stadsdeel. Ook relatief veel  Amsterdammers met een Turkse achtergrond hebben een sterke verhuiswens. Het belangrijkste motief voor beide groepen: de kwaliteit van de woning (slecht, te klein). Wel nam de verhuisgeneigdheid bij deze groepen iets af, wat parallel loopt met hun gunstiger oordeel over de huidige woning.

Koop versus huur

Veel Amsterdammers vinden dat ze te klein wonen. Het is het belangrijkste motief om naar een andere woning om te zien. Meer huurders willen verhuizen dan kopers. In de corporatiesector speelt de lage waardering voor de buurt daarbij een rol. Voor particuliere huurders zijn de financiën vaak een prikkel. In de koopsector wordt met name die te kleine woning als verhuismotief genoemd; gezinsvorming of -uitbreiding speelt daar een belangrijke rol bij.
De droom van een eengezinswoning (rijtjeshuis, twee-onder-een-kap of een vrijstaand huis) hebben veel Amsterdammers niet opgegeven. Van degenen die beslist willen verhuizen zoekt een derde daarnaar; en van degenen die het buiten de gemeentegrenzen zoeken bijna de helft. Een appartement met lift scoort ook hoog.

 


De belangstelling voor koopwoningen bereikte in 2007 haar hoogtepunt. Inmiddels is een koopwoning een minder vanzelfsprekend doel geworden.
Bijna de helft van de verhuisgeneigden (49%) opteert nu voor een huurwoning en 41% voor koop. De belangstelling voor koop is vooral afgenomen bij bewoners van oudere nieuwbouw, zoals in Gaasperdam en Gein.