Overslaan en naar de inhoud gaan
Top
Eerste verdieping
'Verrijkte' seniorenflat kan gat dichten tussen thuis en verpleeghuis
Lang Leven Thuisflats

Seniorenhuisvesting nieuwe stijlAmsterdamse corporaties verhuren circa 58.000 sociale huurwoningen aan 65-plussers. Vaak wonen zij daar tot tevredenheid, maar soms ligt eenzaamheid op de loer of is intensievere zorg nodig. Dan blijkt er een gapend gat te zitten tussen zelfstandig 'thuis' wonen en een verpleeghuis. In Rotterdam 'plussen' ze bestaande seniorenflats op met zorg- en welzijnsfuncties. De Thuisplusflat krijgt navolging in Amsterdam: de Lang Leven Thuisflat.

Image
Ingang van het wijkservicecentrum Flevopoort, onderdeel van de Flevoflats in Amsterdam Oost.
Ingang van het wijkservicecentrum Flevopoort, onderdeel van de Flevoflats in Amsterdam Oost.

Het Knarrenhof, Roze Hallen, Burano, Shaffyhuis, LIFE, Akropolis, Eureka, De Stadsveteraan. Zeker, er zijn prachtige nieuwbouwinitiatieven om zelfstandig maar niet eenzaam oud te worden. Maar wel voor 'the happy few', terwijl er een veel bredere behoefte is aan woonvormen tussen thuis en het verpleeghuis.
Met het initiatief Lang Leven Thuisflats probeert men in Amsterdam bestaande seniorenflats te verrijken met zorgfuncties en meer gemeenschapsactiviteiten. Dat maakt het palet aan woonvormen voor senioren weer wat breder. En omdat de gebouwen er al staan, is dat veel sneller te realiseren dan bij nieuwbouw.
De inspiratiebron ligt overigens in Rotterdam, waar begin 2021 de eerste Thuisplusflats zijn gestart. “Een Thuisplusflat is een seniorencomplex met dagactiviteiten en zorg dichtbij”, legt beleidsadviseur Hanneke Schottert van de gemeente Rotterdam uit. “Er wonen zowel vitale ouderen als ouderen met een zorgvraag. Activiteiten gericht op ontmoeting, tegengaan van eenzaamheid en vitaliteit sluiten aan bij wat er al wordt georganiseerd en bij de wensen van bewoners. Zij worden bovendien gestimuleerd zelf iets te ondernemen. Een mooi voorbeeld is een Thuisplusflat waar een Italiaanse kok bleek te wonen die nu regelmatig een maaltijd maakt voor zijn medebewoners.”

De eerste Lang Leven Thuisflats

Het aantal 75-plussers in Amsterdam verdubbelt de komende twintig jaar. Een groot deel van die ouderen is aangewezen op een sociale huurwoning. Met een exclusieve samenwerking tussen woningcorporatie, welzijns- en zorgpartij is het mogelijk op korte termijn meters te maken in de woonzorgopgave. Dat is het uitgangspunt van de Lang Leven Thuisflats. Amsterdamse corporaties verkennen in nauw overleg met hun bewonerscommissies de mogelijkheden van deze samenwerking in zeven complexen.

De eerste verkenningen vinden plaats in deze complexen:

Corporatie

Complex

Stadsdeel

Aantal seniorenwoningen (ca.)

Habion

Jeruzalem Staete

Oost

80

Rochdale

Osdorperhof

Nieuw-West

180

Stadgenoot

Ookmeerflat

Nieuw-West

180

Woonzorg

De Bouwmeester

Nieuw-West

170

Ymere

Garstkamp

Zuidoost

350

Ymere

Flevoflats

Oost

250

Ymere

Nellestein (na sloop-nieuwbouw)

Zuidoost

Nog niet bekend

Een preferente zorgaanbieder

In een Thuisplusflat is één preferente zorgaanbieder actief die zelf of samen met een welzijnsaanbieder activiteiten organiseert en met een vast zorgteam zorg levert. Het grote voordeel is één aanspreekpunt voor mantelzorgers en bewoners. Er is nauwe samenwerking tussen welzijn, zorg en wonen gericht op vroegtijdig herkennen van gezondheidssignalen, eenzaamheid en onveiligheid. Die inzet op preventie met activiteiten en vroegsignalering moet leiden tot een afname van de zorgbehoefte.
Minder versnippering van zorg heeft nog meer positieve effecten. Zorgmedewerkers kunnen efficiënter werken en meer kwaliteit leveren als al hun cliënten dicht bij elkaar wonen. Schottert: “In een van de Thuisplusflats werkten zestig medewerkers van dezelfde organisatie en dat is afgeschaald naar zo’n dertien mensen. Het zorgteam voelt zich meer betrokken bij de senioren en bij elkaar. Zorgaanbieders zien dat de Thuisplusflat leidt tot interessante functies voor zorgmedewerkers. Het verzuim en het personeelsverloop zijn een stuk minder, en dat is veel waard op de krappe arbeidsmarkt.”

Flevoflats

Het Rotterdamse voorbeeld maakt school in de hoofdstad. In september zijn op een werkconferentie de Lang Leven Thuisflats gelanceerd. Via speeddating konden woningcorporaties en zorgaanbieders direct zaken doen voor nieuwe samenwerkingen bij seniorenflats.
Vooruitlopend daarop is Ymere al begonnen met verbeteringen voor bewoners van de Flevoflats aan het Kramatplantsoen. Op de begane grond is sinds de renovatie zo’n tien jaar geleden ruimte voor horeca. Maar pogingen om dit succesvol te maken, mislukten keer op keer. Karien van Rozendaal, Match en Markt-specialist bij Ymere: “Volgens de toen geldende regels moesten we daarvoor externe partners benaderen. We hebben ons best gedaan met allerlei maatschappelijke ondernemingen, maar het bleek niet rendabel te maken.”

‘Autootjes rijden nu de hele dag heen en weer, mensen krijgen steeds weer andere zorgverleners over de vloer’

Nu zit hier de Kramatsalon, een laagdrempelige buurthuiskamer, beheerd door welzijnsorganisatie Civic. “Ouderen kunnen hier even onder de mensen zijn of meedoen met activiteiten die buurtbewoners vaak zelf organiseren”, vertelt Participatiecoach Alicia van Hilten. “Het is een plek voor en door de buurt. De winst zit in mensen bij elkaar brengen.” In de Kramatsalon wordt veel gedaan door vrijwilligers. Civic kijkt wel of de activiteiten voor iedereen toegankelijk zijn. Je kun er biljarten, klaverjassen en sjoelen op vaste tijden en soms is er een rommelmarkt, een dansmiddag of een songfestival voor ouderen. Op termijn komen er misschien ook goedkope wijkmaaltijden. De drukbezochte opening toont volgens Van Hilten aan hoe groot de behoefte aan buurtactiviteiten is: “Mensen waren zó blij dat er weer iets was waar ze naartoe konden.”

Image
Bezoekers van Kramatsalon, een laagdrempelige buurthuiskamer, beheerd door welzijnsorganisatie Civic.
Bezoekers van Kramatsalon, een laagdrempelige buurthuiskamer, beheerd door welzijnsorganisatie Civic.

Naast deze welzijnsactiviteiten wil Ymere de zorg voor zelfstandig wonende ouderen naar een hoger plan trekken. Hierover zijn gesprekken gaande met ZGAO, de zorginstelling die al actief is in het aanpalende Flevohuis. Ymere is van plan om een aantal seniorenwoningen te verhuren aan mensen die meer zorg nodig hebben. Zij krijgen dan een gekoppeld woon-zorgcontract. Hierdoor kan ZGAO een solide team oprichten voor intensieve zorg. “Juist voor de huidige bewoners biedt dit voordelen”, stelt Van Rozendaal. “Als hun gezondheidssituatie verslechtert kunnen zij ook deze zorg krijgen en dus langer thuis blijven wonen. Ymere is hierover in gesprek met de bewonerscommissie en we gaan inloopspreekuren voor alle bewoners organiseren. Er zijn zorgen dat meer bewoners met intensieve zorg leidt tot een verpleeghuissfeer. Dit willen we natuurlijk voorkomen dus dat gaan we goed in de gaten houden.”

Speeddaten

De speeddating tussen corporaties en zorg- en welzijnsaanbieders leverde zeven locaties op met kansen voor opplussen tot Lang Leven Thuisflats; locaties waar een bundeling van wonen, welzijn en zorg kan leiden tot meer efficiëntie en betere kwaliteit.
Zo pitchte Van Rozendaal op de conferentie namens Ymere de Garstkamp in Zuidoost: “Daar zijn wel gemeenschappelijke activiteiten, maar een mogelijkheid om bijvoorbeeld gezamenlijk te koken ontbreekt. Daarnaast is meer zorg in de nabije omgeving meer dan welkom.”
Blij verrast was ze met de belangstelling van een welzijnspartij en meerdere zorgpartijen. “Nu kunnen we echt stappen zetten om meer ontmoeting plus de mogelijkheid voor intensieve zorg op maat te realiseren.”
Ymere is met de partijen in gesprek en heeft hierover contact met een klankbordgroep van geïnteresseerde bewoners. Nadat de keuze is gemaakt, worden alle bewoners geïnformeerd en betrokken bij de uitwerking van het nieuwe aanbod.

Talloze sleutelkastjes

Ook de Osdorperhof van Rochdale staat op de nominatie om een Leven Lang Thuisflat te worden. Een goede zet, vinden Leo Schrader en Ans Smits, voorzitter en penningmeester van Omnibus, Stichting Bewonersparticipatie Osdorperhof. Zelf zijn ze nog relatief jong, maar ze zien om zich heen hoe hun buren soms in de knel komen. “De helft krijgt lichte zorg aan huis”, zegt Schrader. “De autootjes rijden de hele dag heen en weer, mensen krijgen steeds weer andere zorgverleners over de vloer.”
Omnibus hield een enquête naar de behoeften aan wonen met zorg en ondersteuning en vertaalde de resultaten in een plan voor een zorggemeenschap. “Noem het bejaardenhuis 2.0 of Lang Leven Thuis, dat maakt niet uit, als het maar werkt”, stelt Smits. Als cover voor het rapport kozen ze een foto van de sleutelkastjes van allerlei instanties bij de voordeur, wat de versnippering als geen ander beeld illustreert.

Image
Ans Smits en Leo Schrader, de zeer actieve bestuursleden van Omnibus, Stichting Bewonersparticipatie Osdorperhof.
Ans Smits en Leo Schrader, de zeer actieve bestuursleden van Omnibus, Stichting Bewonersparticipatie Osdorperhof.

De conclusie: het huidige aanbod is niet toereikend voor de zorg die de bewoners in de toekomst nodig hebben. Want ouderen worden ouder en krijgen meer aandoeningen. Dat blijkt in de Osdorperhof ook uit de toename van incidenten waarbij geen adequate zorg aan huis beschikbaar is. Schrader noemt het geval waarbij een bewoonster in een verpleeghuis terechtkomt nadat ze bij een val een stuitbeentje breekt en daardoor niet zelfstandig meer naar de wc kan. Omdat ze geen mantelzorger in de buurt heeft, revalideert ze in een verpleeghuis: 40.000 euro aan zorgkosten die voorkomen hadden kunnen worden met betere zorg dichtbij. Een andere bewoonster geeft aan dat de mantelzorg voor haar buurman nu wel wat zwaar wordt, zelf is ze immers al 99.

Tegen vereenzaming

Naast adequate zorg gaat het om ontmoeting. Vereenzaming is een punt, zien Schrader en Smits. Mensen zien soms alleen de verzorgers die helpen met de steunkousen. Daarom heeft Omnibus het ingeslapen borreluurtje op de vrijdagmiddag nieuw leven ingeblazen. Zo komen de mensen weer uit hun huizen. “We doen het graag, maar we kunnen niet alles doen”, aldus Schrader.

De inzet op preventie en vitaliteit leidt ook tot vermindering van zorgkosten

Via een documentaire kwamen ze op het spoor van de Rotterdamse Thuisflats. Ze organiseerden een excursie en maken samen met Rochdale, Cordaan en Combiwel een plan voor iets vergelijkbaars in de Osdorperhof. Binnenkort is er een startgesprek op directieniveau waarbij ook zorgverzekeraar Zilveren Kruis en de gemeente aanschuiven. Uitgangspunt is dat goede buren omzien naar elkaar, maar dat professionele zorg en begeleiding nodig zijn als mantelzorg en burenhulp niet meer voldoen. Daarbij vinden ze het belangrijk dat de mix tussen wat fittere ouderen en mensen die meer zorg nodig hebben in balans blijft.

Image
Osdorperhof
Osdorperhof

Al doende leren

Terug naar Rotterdam. Daar zijn inmiddels zes Thuisplusflats. Het college wil dat aantal de komende zittingsperiode uitbreiden tot twintig. In een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) zijn de verwachte resultaten doorgerekend. Hieruit blijkt een positief effect, zowel voor bewoners als voor zorgorganisaties. De inzet op preventie en vitaliteit leidt ook tot vergroting van gezondheidsbaten en vermindering van zorgkosten. Met een langjarig monitoringsysteem gaat Rotterdam meten of de verwachte afname van zorggebruik op langere termijn daadwerkelijk wordt gerealiseerd.
“De gemeente heeft de MKBA niet afgewacht”, aldus Schottert. “We zagen het gat tussen zelfstandig wonen en het verpleeghuis en hebben besloten te starten en al doende te leren.”
Een aantal Rotterdamse ervaringen kan ze al meegeven aan de Amsterdamse collega’s. Hoewel er keuzevrijheid is, koos zo’n 80 procent van de bewoners voor de preferente zorgaanbieder. Ze zien daarvan dus de voordelen.
Het idee om de voorzieningen in de seniorenflats ook open te stellen voor de buurt, blijkt helaas niet overal te werken. Soms maken bewoners zich zorgen over veiligheid en toenemende (service)kosten. De belangrijkste tip van Schottert gaat over samenwerking tussen de betrokken partijen: “Verwoord als corporatie, zorgaanbieder en welzijnsorganisatie een gezamenlijke ambitie. En betrek zorgverzekeraars en zorgkantoren. Binnen dit concept zijn er veel mogelijkheden voor een goede aansluiting tussen het sociaal en het medisch domein.”

Christine van Eerd