In de vorige eeuw was overheidssteun voor de volkshuisvesting heel gewoon, anno 2026 zijn de woningcorporaties nettobetalers aan de schatkist. Sociale huurwoningen hadden een brede doelgroep, maar worden steeds meer gezien als een sociale voorziening, en hun aantal is de afgelopen dertig jaar niet gegroeid. Voor de Nationale Prestatieafspraken komt de sector inmiddels € 20 miljard tekort op een totale investering van € 115 miljard. Wat is er gebeurd met het ooit zo brede draagvlak voor de volkshuisvesting, vraagt historicus Wouter Beekers zich af in zijn geschiedschrijving, die “gelezen mag worden als een oproep de wortels van de volkshuisvesting te koesteren”.
Persoonlijke inkleuring
Elk van de veertien hoofdstukken opent met een uitgebreide schets van de maatschappelijke en politieke context. Daarna gaat de auteur in op onder meer de Vereeniging ten behoeve der Arbeidersklasse, woningopzichteressen, de Woningwet, corporaties als uitvoerders van de naoorlogse wederopbouw, brutering in de jaren negentig, corporaties als pinautomaat.
Bekende cesuren voor wie thuis is in de volkshuisvesting, bijzonder is hoe Beekers de geschiedenis persoonlijk maakt, om te beginnen met eigen woonervaringen. De maatschappelijke en politieke context haalt hij dichterbij via zijn familieverleden. Sleutelpersonen in de volkshuisvesting worden geïntroduceerd met hun religieuze achtergrond, opleiding en het beroep van hun vader – de moeders worden zomaar buiten de historie gehouden. Ook geeft de auteur inkijkjes in zijn contacten met een aantal bobo’s.
Verbinding tussen bestuurders en huurders
De vroegste wortels van de Nederlandse volkshuisvesting pasten volgens de auteur in “het ideaal van een veerkrachtige samenleving”. Welgestelde burgers met gemeenschapszin waren de dragers, minder gefortuneerde burgers met verantwoordelijkheidsgevoel de doelgroep: “Het volk en de huisvesters hoorden bij elkaar”. De manier waarop bestuurders en huurders verbonden zijn, vormt het ijkpunt waarmee Beekers door het boek heen naar veranderingen in de volkshuisvesting kijkt.
Dat ligt niet echt voor de hand. De volkswoningbouw ontstond immers in een standenmaatschappij waarin goede bedoelingen van de gegoede burgerij gepaard gingen met angst voor besmettelijke ziektes. Disciplinering van de huurders liep door tot diep in de twintigste eeuw. Dat maakt ‘verbinding’ (met zijn positieve connotatie) tussen bestuurders en huurders een problematisch ijkpunt. In wezen was het voor de huurders van meet af aan een afhankelijkheidsrelatie, zowel wat betreft de beschikbaarheid en betaalbaarheid als de kwaliteit van woningen.
Dubbeltjeswoningen en kapitaalbehoefte
De financiering van de sociale huursector loopt als een rode draad door Beekers’ historie. Het idee dat een vereniging met een kleine wekelijkse inleg van de leden na een paar jaar woningen kon bouwen, bleek al in 1870 een doodlopende weg. Filantropen en fabrieksdirecteuren voorzagen soms in de kapitaalbehoefte. Maar het verstrekken van leningen en borgstelling door de overheid was de financiële basis van waaruit de woningcorporaties een hoge vlucht konden nemen. Zij het onder voorwaarden die de verbinding tussen bestuurders en huurders verzwakten, al helemaal na het invoeren van object- en subjectsubsidies.
Voor het volk, van het volk?
In de slotbeschouwing ‘Voor het volk, van het volk’ stelt Beekers vast dat de afstand tussen bestuurders en huurders steeds groter werd. Dat leidde tot minder draagvlak voor een brede volkshuisvesting en steeds verdere beknotting en inperking van het werkveld. “Deze geschiedenis zou pessimistisch kunnen stemmen”, sombert hij, maar zoals Baron Von Münchhausen zich aan zijn haren uit het moeras trok, ziet hij toch allerlei aanknopingspunten voor een hernieuwde verankering van de volkshuisvesting in de samenleving. Zonder de daarvoor noodzakelijke maatschappelijke en politieke context aan te geven, juist zo’n sterke bouwsteen in elk hoofdstuk, is dat weinig overtuigend.
Wonen Wonen Wonen is rijk aan persoonlijke verhalen en gaat intussen vooral over het boeiende proces van verstatelijking, professionalisering en bureaucratisering van de sociale huursector, met een ondertoon van verlangen naar de verloren paradijzen van kleinschalige burgerinitiatieven en grootschalige overheidssteun.
Wonen Wonen Wonen Geschiedenis van de volkshuisvesting in Nederland
Wouter Beekers
Uitgeverij Boom, ISBN 9789024474493 | 1e druk | 304 blz. | € 29,90