Overslaan en naar de inhoud gaan

Stand van de Stedenbouw

“Het is opvallend hoe weinig stedenbouwkundige plannen de zo noodzakelijke aandacht en publiciteit krijgen”, stelt het redactieteam van Stand van de Stedenbouw verontrust vast in de inleiding. De BNSP heeft het 25-jarig bestaan aangegrepen om daar onder leiding van voorzitter en hoofdredacteur Eric van der Kooij verandering in te brengen. Met dit boek wil de BNSP inzicht bieden in actuele stedenbouwkundige plannen, de rolopvatting aanscherpen in het vakgebied, en discussie aanjagen over wat nodig is voor goede ruimtelijke ordening en stedenbouwkundige plannen.

Vijf debatten met planpresentaties, een ‘Lagerhuisdebat’ op de Dag van de Ontwerpkracht en bezoeken aan 25 toonaangevende gebiedsontwikkelingen staan aan de basis van dit boek. De vormgeving is een statement op zich. Op de omslag staan de woorden uit de titel verticaal naast elkaar tegen een blauwpaarse achtergrond. De XXL omvang van 1.264 bladzijden schrikt af, maar je hoeft dit boek niet van voor tot achter te lezen, “er is een ordening maar geen volgorde waarin het gelezen moet worden”.

‘Wederombouw’

Vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw stuurde de rijksoverheid op de grote ruimtelijke veranderingen. Tot de opheffing van het ministerie van VROM in 2010: Nederland was immers af. Niets bleek minder waar. Pas vier jaar geleden pakte de landelijke politiek de draad weer op.

Het maatschappelijke vertrekpunt voor de BNSP is het feit dat we inmiddels zijn begonnen aan wat de beroepsvereniging aanduidt als de ‘wederombouw’ van Nederland. Tot 2050 gaat het om de toevoeging van 1,65 miljoen wooneenheden, nieuwe werklocaties en een breed scala aan voorzieningen. Dit alles onder het gesternte van klimaatopwarming, biodiversiteitsverlies en energietransitie.

Onderhanden werk

In deze publicatie ligt de focus op plannen waar nog aan gewerkt wordt en waarin woningbouw de motor is voor gebiedsontwikkeling. Gemeenten, bureaus en ontwikkelende partijen leverden 250 plannen aan. Vier pagina’s per plan, grotendeels gevuld met tekeningen, ingedeeld in acht plancategorieën. Dit onderhanden werk beslaat daarmee het overgrote deel van het boek.

De acht blokken met plannen worden afgewisseld met boeiende, scherpe essays en tweegesprekken, zestien in totaal. Zo gaat het essay van Joost Schrijnen over het ruimtelijk beleid en de aansturing daarvan sinds De Nieuwe Kaart van Nederland in 1997, schrijft Henk Hartzema over ontwerpen met onzekerheid (“Mijn vermoeden is dat hele generaties ontwerpers zijn opgeleid in het uitbannen van onzekerheid”) en delen Henk Snel en Ton Schaap ervaringen uit hun decennialange verbondenheid aan respectievelijk de gemeentes Zwolle en Amsterdam.

Vrijwel alle schrijvers van de essays en deelnemers aan de tweegesprekken hebben een achtergrond in de ontwerpdiscipline. In combinatie met bijdragen over ‘technische tools’ en ‘unieke handschriften’ geeft dat het boek een wat naar binnen gekeerd karakter.

Aan het eind van het boek staan vergelijkingen en analyses van een aantal plannen die inzicht moeten bieden in de succesfactoren van de ontwerpen. Door de (teken)technische opzet van de analyses zijn ze weinig toegankelijk voor niet-vakgenoten.

Rolopvatting en ruimtelijke kwaliteit

De laatste vier bladzijden bieden on-Nederlands helder verwoorde uitspraken – geen mitsen en maren – over rolopvatting en ruimtelijke kwaliteit. De stedenbouwkundige heeft twaalf rollen en competenties en is “de expert op de ruimtelijke regie”. En in 26 punten wordt benoemd wanneer iets “een goed plan is waarmee de ruimtelijke kwaliteit geborgd kan worden”. Eigenlijk wel een kroon op het werk van twee jaar debat en onderzoek!

Stand van de Stedenbouw biedt een representatief inzicht in actuele plannen, ondersteunt de kwaliteitsontwikkeling in de beroepsgroep en biedt nuttige inzichten aan iedereen die in gebiedsontwikkeling werkt.

Joop de Haan

Stand van de Stedenbouw
Beroepsvereniging van Nederlandse Stedenbouwkundigen en Planologen (BNSP)
Eric van der Kooij, 1.263 blz. € 99,95 (bruna.nl)