Onderzoek naar menging koop- en sociale huurwoningen

24.09.15

Er komen steeds meer gemengde complexen met huurders en kopers. Wat vinden kopers en huurders eigenlijk van dat 'gemengd wonen'? Raymond Frederiks onderzocht dat in vijf case-studies ten behoeve van zijn bachelorscriptie. De meningen blijken per complex enorm uiteen te lopen. Dat juist bij een nieuwbouwcomplex beide 'partijen' het meest vijandig tegenover elkaar stonden, stemt overeen met eerdere bevindingen.

Door de verkoopprogramma's van corporaties komen er steeds meer gemengde complexen met huurders en kopers. En ook op nieuwbouwlocaties wordt gemengd gebouwd. Zo af en toe leidt dit tot pijnlijke wij/zij-tegenstellingen. De oorzaak ligt veelal in geluidsoverlast of vernielingen, waarvan de 'andere' partij - of de kinderen ervan - de oorzaak is. NUL20 heeft in het verleden een aantal van deze conflicten gedocumenteerd, zoals die van Blok19 op IJburg of het complex Batavia op Sporenburg. In het eerste geval leidde met name de overlast van kinderen van huurders in de gemeenschappelijke binnenruimte tot grote problemen. Bij het complex Batavia leidden vergelijkbare overlastproblemen met hangjongeren in publieke ruimten niet alleen tot een scheiding der geesten, maar zelfs tot fysieke scheiding van liften en parkeerplekken.
Ook bij de voorbeelden die Frederiks onderzocht, is het een nieuwbouwcomplex waar de problemen het grootst zijn. Het gaat daarbij om Blok 47CD op IJburg. Ook daar is het vooral het gebruik/misbruik van gemeenschappelijke ruimten waar de conflicten over oplopen.
Frederiks onderzocht hoe menging beleefd wordt door bewoners. Daarnaast keek hij naar het functioneren van VvE’s.
De meningen liepen per complex enorm uiteen. Waar in IJburg eigenaren negatief zijn over het samenleven met huurders, zijn in de complexen in Landlust en de Diamantbuurt eigenaren positiever. Op Kattenburg en in De Banne bekijken juist veel huurders de intocht van kopers met argusogen. Deze huurders vrezen dat hun buurt, met zijn sterke lokale netwerken, teloor gaat.
Vooral het omgaan met publieke ruimtes beïnvloedt het oordeel. Frederiks concludeert dat in de vrij anonieme complexen met weinig gedeelde ruimte, menging over het algemeen als neutraal of als positief wordt ervaren. Bewoners weten daar vaak zelfs niet wie koper en wie huurder is. Complexen met veel gedeelde publieke ruimte en met veel bewoners met lokale contacten zijn daarentegen kwetsbaar. Frederiks adviseert corporaties daar niét te verkopen of álles te verkopen. Een groep actieve bewoners kan overigens altijd het verschil maken: op Kattenburg is een onwerkbare situatie voorkomen door initiatief van bewoners en participatie van huurders in de VvE. Zo is er consensus gegroeid over het gebruik van de gemeenschappelijke binnentuin.

Menging koop- en sociale huurwoningen in woonblokken - Een onderzoek naar de beleefde aspecten van menging door bewoners. Auteur Raymond Frederiks. Bachelorscriptie Sociale Geografie & Planologie UvA. Als onderdeel van onderzoeksstage bij de AFWC. Het onderzoek is te downloaden vanaf de site van de AFWC.