Zonnestroom: schaalsprong moet nu wel komen

Zonnestroom: ook business case in gestapelde bouw
Schaalsprong moet nu wel komen

Amsterdam wil dat binnen vijf jaar tachtigduizend woningen gebruik maken van zonnestroom, in plaats van vijfduizend nu. Welke belemmeringen zijn er? En welke goede voorbeelden?

De politieke ambitie om Amsterdam te verduurzamen is er, ook bij het nieuwe college. Verantwoordelijk wethouder Abdeluheb Choho (Duurzaamheid) heeft het zelfs over een inhaalslag: “We willen een schaalsprong maken. Meer doen en niet alleen plannen maken.”
Het college stelt 30 miljoen euro beschikbaar via het nieuwe Energiefonds. Nuttige smeermiddelen ongetwijfeld, maar volgens Choho komt er pas echt een schaalsprong als er betere samenwerking in het veld tot stand komt. Het helpt volgens hem veel dat de business case voor zonnestroom de laatste jaren beter is geworden: “Het loont nu eerder om zonnepanelen te plaatsen, zelfs al zijn de landelijke subsidieregelingen uitgekleed.”

Zonnepaneel is geen dakkapel

Buiten de stad heeft zonnestroom al een hogere vlucht genomen. Choho:  “Bij gestapelde bouw is alles veel ingewikkelder.  Veel kennis en regelingen hebben ook betrekking op grondgebonden woningen. We gaan vanuit de gemeente de kennisuitwisseling veel beter organiseren. Dat is nodig om stappen te maken.”
Naast financiële ondersteuning en betere kennisuitwisseling wil Choho belemmerende lokale regelgeving aanpakken om de verzonning te versnellen. “Voor Welstand is het aanbrengen van zonnepanelen nu hetzelfde als het bouwen van een dakkapel. Door onderscheid te maken tussen beide kunnen we het mogelijk maken om meer dan, zeg, drie panelen op een dak te plaatsen. Daardoor wordt de business case haalbaar. Nu haken mensen af, omdat de kosten niet opwegen tegen de hoeveelheid energie die een paar panelen opleveren.”

Rol voor corporaties

Om het aandeel zonnestroom in de stad op te voeren, zijn ook grote projecten nodig, waarmee in één keer een paar honderd woningen overstappen op duurzame energie. De woningcorporaties spelen daarbij een belangrijke rol. Choho: “Uit de gesprekken die ik met hen voer, blijkt ook wel dat zij actief proberen om hun bezit te verduurzamen.”
Of de afspraken over verduurzaming van het corporatiebezit in de komende jaren ambitieuzer worden, kan Choho nog niet zeggen. “De gesprekken over Bouwen aan de Stad III worden nog gevoerd.”
Een bekend struikelblok bij energetische maatregelen in corporatiewoningen is de huurverhoging die daar veelal aan wordt verbonden. Huurders zijn argwanend of de voorspelde netto vermindering van woonlasten wel realiteit wordt. Choho vindt dat de corporaties in eerste instantie zelf aan zet zijn om het vertrouwen van huurders te winnen. “Maar er zijn inmiddels heel goede voorbeelden die we ook aan andere huurders in de stad willen laten zien. Eén van die projecten is het Louise Wenthuis (zie kader) waar Stadgenoot door middel van een Amsterdamse vinding het grootste zonneproject op gestapelde bouw in Nederland heeft kunnen aanleggen.”

Geld verdienen dankzij Herman

Die Amsterdamse vinding is bedacht door Christiaan Brester. Dankzij zijn ‘Herman de Zonnestroomverdeler’ kan collectief opgewekte stroom achter de meter naar individuele woningen geleid worden. Dat heeft als grote voordeel dat stroom per huishouden wordt gebruikt en teruggeleverd aan het net, waardoor het meer geld oplevert dan via één collectieve aansluiting. Want: zo is het nu eenmaal in de Nederlandse regelgeving vastgelegd.
Het verschil tussen individueel en collectief terugleveren loont. Bewoners betalen per saldo maar 11 cent in plaats van de reguliere 22 cent per kWh voor hun zonnestroom. Bovendien is Herman flexibel: het systeem van Brester biedt voor iedere huurder de mogelijkheid om op elk gewenst moment gebruik te maken van de zonnestroom of daar juist mee te stoppen. Om het project haalbaar te laten zijn, moet minimaal ongeveer 30 procent van de huishoudens in een woonblok meedoen.
Bewoners kunnen via de Herman-app bovendien inzicht krijgen in hun stroomvoorziening en de collectief opgewekte stroom op het dak, die verdeeld wordt naar de individuele huishoudens. Dat zal naar schatting 500 kilowattuur per huishouden per jaar zijn.

Duidelijke business case

Het zonnepanelenproject op het Louise Wenthuis is een voorbeeldproject, vanwege de schaal, de haalbaarheid en de flexibiliteit van het systeem. Dat maakt veel meer zonneprojecten mogelijk op grote woongebouwen van corporaties, VvE’s of een combinatie van beide (zie kader Wladiwostok). Brester gaat met zijn bedrijf LENS Energie op dezelfde manier duizenden zonnepanelen aanbrengen op de nieuwbouw van de Alliantie op het Zeeburgereiland.

Brester heeft in het hele land, met een flink aandeel in Amsterdam, liefst zevenhonderd projecten ‘in portfolio’. Volgens hem is het aanbrengen van zonnepanelen en een sluitende business case eigenlijk het probleem niet meer. “Dat zonneprojecten haalbaar zijn, hebben we wel bewezen. Veel belangrijker is het hele aanloopproces, inclusief de kosten die daarvoor nodig zijn.” Hoeveel bewoners willen meedoen? Wat zijn de juridische en financiële gevolgen? Moeten er vergunningen aangevraagd worden?
“Op het moment dat de panelen stroom leveren, bespaar je op je energiekosten, maar in de aanloopfase moet ook geïnvesteerd worden. En dan hebben verschillende gemeenten - en voorheen ook de stadsdelen apart – ook nog allemaal hun eigen regelingen en stimuleringsmaatregelen.”

Wel voor doorzetters

Juist die aanloopfase is volgens Brester van groot belang. Niet alleen technisch onderzoek, maar ook het bij elkaar brengen van bewoners kan veel tijd en energie kosten. “Een integrale benadering en maatwerk zijn cruciaal voor het slagen van een project,” aldus Brester. Het lukte hem ook om op een monumentaal gebouw in de Floris Versterstraat 64 zonnepanelen geplaatst te krijgen. “Dat kon doordat we met Welstand hebben kunnen bespreken wat wél kon. Die panelen liggen nu vol in het zicht, op een manier die voor Welstand acceptabel is.”
Een probleem is wel dat de voorbereiding arbeidsintensief is en daardoor geld kost. Diverse andere gemeenten betalen mee aan die voorbereidingskosten, maar Amsterdam durft dat vanwege aanbestedingsregels niet aan. Haarlem beperkt de voorbereidingskosten wel door de leges voor het aanbrengen van zonnepanelen te schrappen.
Overigens kan dat voorbereidende proces ook geld opleveren. Brester: “Wij maken een analyse van het huidige stroomverbruik. Het blijkt regelmatig dat de lopende energierekening niet overeenkomt met het verbruik. Onlangs hebben we zo’n analyse gedaan voor een woonblok in Amsterdam. Daaruit bleek dat zeven jaar lang zevenduizend euro te veel in rekening was gebracht. Dat is bijna een halve ton en dat hebben de bewoners teruggekregen. Dat geld kunnen zij nu in hun zonnepanelen investeren.”

 

Goedkope stroom voor bewoners
Louise Wenthuis Het Louise Wenthuis aan het Prins Bernhardplein is in 1963 gebouwd voor  alleenstaande vrouwen. Inmiddels wonen er in de 171 kleine woningen ook mannen, onder wie steeds meer studenten. Onlangs is het complex door Stadgenoot gerenoveerd. Daarbij heeft de woningcorporatie op het dak 432 zonnepanelen laten plaatsen. Volgens Stadgenoot gaat het om het grootste zonneproject op gestapelde sociale woningbouw van Nederland.  Dankzij het systeem Herman de Zonnestroomverdeler kunnen de bewoners van het complex zelf profiteren van de opgewekte zonnestroom. Zij krijgen de eerste drie maanden gratis zonnestroom. Daarna mogen ze de stroom (500 kWh per jaar) voor de helft van de reguliere stroomprijs afnemen. Alleen nieuwe huurders krijgen te maken met een bescheiden huurverhoging als zij voor de goedkope zonnestroom kiezen. Ook de centrale voorzieningen (portieklichten, lift, etc) werken deels op de zonnestroom. Stadgenoot verwacht de investering van ruim 300.000 euro in vijftien jaar terug te verdienen. Samen met andere energiebesparende maatregelen, zoals betere isolatie en HR-ketels, heeft het gebouw nu label A.

 

Bewonersvereniging Wladiwostok wordt energievereniging
Aan het Azartplein, dat het KNSM-eiland met het Java-eiland verbindt, staat het gebouw Wladiwostok. Siem Goede woont daar al vanaf het begin. “Halverwege de jaren tachtig zat ik in de Bewonersgroep Oost, die onder meer uit krakers en woonbootbewoners bestond. Wij wilden meer invloed op onze nieuwe woningen dan gebruikelijk en dat hebben we hier gekregen. Zo hebben we hier een gemeenschappelijke ruimte voor yoga en dergelijke, en een tuin die we samen onderhouden.” Alle bewoners kunnen van die gemeenschappelijke voorzieningen gebruik maken, mits zij lid zijn van de bewonersvereniging Wladiwostok. Zo’n 70 procent van de huishoudens is lid. “Een groep bewoners gaf een jaar of drie geleden aan dat zij graag zonnepanelen zou willen hebben.” Wat dit initiatief ingewikkelder maakte, was dat inmiddels een deel van het complex uit koopwoningen bestaat: 47 sociale huurwoningen versus 25 koopwoningen. Besloten is daarom dat niet de VvE maar de bewonersvereniging de eigenaar zou worden van de zonnepanelen. Die gaat dus verder door het leven als energievereniging. Deelname is vrijwillig. Voor de techniek kwam men uit bij Christiaan Brester, die dankzij zijn ‘Herman de Zonnestroomverdeler’ individuele huishoudens tegen een gunstige prijs van zonnestroom kan voorzien.  Goede: “Omdat niet iedereen het geld had liggen om te investeren in de panelen, hebben we geprobeerd een gunstige lening tegen lage rente van het Amsterdams Investeringsfonds te krijgen. En dat is gelukt. Daardoor kunnen mensen met weinig eigen middelen ook meedoen. Zij betalen de panelen dan in vijftien jaar tijd af.” Eén set zonnepanelen kost 1200 euro, naar schatting goed voor 3000 kilowattuur per jaar. Maar wat als een eigenaar verhuist of een huurder zijn contract opzegt?  Goede: “Bij koopwoningen zijn de panelen simpelweg onderdeel van het eigendom. Bij huur ligt het ingewikkelder. We hebben gevraagd of Stadgenoot   het contract in dat geval over zou willen nemen, maar de corporatie zegt - terecht - dat zij haar middelen in slecht geïsoleerde woningen wil investeren. Dus hebben we ervoor gekozen dat de bewonersvereniging in dat geval de panelen overneemt om vervolgens een nieuwe eigenaar te vinden. Omdat de vereniging al langere tijd bestaat kan dat ook. Die beschikt over voldoende middelen.” De bewoners hebben het initiatief genomen en zorgen ook voor de uitvoering van het project. Woningcorporatie Stadgenoot, die in de VvE de grootste stem heeft, laat dus de leidende rol aan de bewoners.  Overigens doen van de 72 woningen maar 30 huishoudens mee. Niet een heel hoge score, maar volgens Goede voldoende om het project te beginnen. Bovendien hebben straks alle 196 panelen op het dak een eigenaar.

 

Deel

Trefwoorden: