De winst van de wijkaanpak

Een jaar besteding Vogelaargeld
De winst van de wijkaanpak

De zogeheten ‘wijkaanpak’ heeft zijn eerste jaar er op zitten. Dus komt de vraag op wat het nu heeft opgeleverd. Harde cijfers zijn er (nog) niet, maar volgens programmamanager Hettie Politiek zit de winst vooral in een betere werkwijze en sfeer. Die winst moet het leed verzachten als straks door de crisis wellicht minder geld beschikbaar is.

AFWC: winst vooral zichtbaar in oude wijken

De Amsterdamse Federatie Woningcorporaties ziet de winst van een jaar wijkaanpak vooral in wijken als de Transvaalbuurt, waar de stedelijke vernieuwing tot dusver minder uit de verf kwam. Daar komen de extra inspanningen en de nieuwe coalities het meest tot hun recht, zegt AFWC-directeur Hans van Harten. “In Nieuw West zijn we al jaren bezig en zijn al samenwerkingsverbanden opgebouwd. Daar werkte het in het begin eerder verwarrend en is het de kunst om alle inspanningen op één lijn te krijgen. En winst is dat fysiek, economisch en sociaal meer bij elkaar komen. Verder is het alleen een ‘kop’ boven de al bestaande inspanningen”.

Op 20 juni 2008, uitgeroepen tot Dag van de Wijkaanpak, ging de Amsterdamse wijkaanpak officieel van start. Na een verbitterde discussie hadden de corporaties ermee ingestemd om naast hun omvangrijke reguliere investeringen in de stedelijke vernieuwing jaarlijks met 65 miljoen euro extra over de brug te komen. Daarmee moesten achterstanden in de aandachtswijken versneld worden weggewerkt. Een groot deel van het geld mochten de corporaties in de voor hen zo vertrouwde stenen blijven steken. Voorwaarde was dat het de maatschappelijke positie van de bewoners ten goede zou komen en dat de bewoners een flinke vinger in de pap hadden bij de bestedingen. Het rijk paste nog eens 23 miljoen euro per jaar bij.
Ruim een jaar later, op 25 september 2009, was er opnieuw een Dag van de Wijkaanpak. Rond die tijd verscheen ook het eerste tweejaarlijkse monitorrapport van de dienst Onderzoek en Statistiek: de Staat van de aandachtswijken. Hierin wordt gekeken hoe de wijken en de bewoners scoren ten opzichte van het Amsterdamse gemiddelde op onder meer het gebied van leefbaarheid, veiligheid, integratie, arbeidsparticipatie en onderwijsniveau. Tien jaar wijkaanpak moet er immers toe leiden dat de wijken in de buurt van het ‘Normaal Amsterdams Peil’ komen.
Helaas valt uit het rapport nog niet veel af te leiden over het eerste jaar wijkaanpak: de cijfers lopen niet allemaal door tot halverwege 2009 en externe factoren, zoals economische ontwikkelingen, zijn er niet uitgefilterd. Verder nemen onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam de effecten van enkele van de in totaal 350 ‘inspanningen’ van de wijkaanpak onder de loep. De uitkomsten van dat onderzoek worden op zijn vroegst begin volgend jaar verwacht.
“Het is ook te vroeg om te kunnen zien wat alle investeringen opleveren”, zegt Hettie Politiek, sinds september de opvolgster van Marijke Andeweg als programmamanager wijkaanpak. “Vergeet niet dat ruim tweederde van die 65 miljoen gewoon nog in stenen gaat. Dat heeft programma´s van eisen, plannen van aanpak en architectentekeningen opgeleverd. Daar merkt de burger nog niet veel van. “Wel op het gebied van schoon, heel en veilig. Een aantal stadsdelen en corporaties heeft op basis van gesprekken met bewoners besloten extra te investeren in vegen en schoonhouden. Ook bij het onderdeel bewonersinitiatieven merkt de burger iets van de wijkaanpak. Daar gaat veel geld naartoe: 6 miljoen euro.”
In één jaar wijkaanpak is vooral veel winst geboekt met een nieuwe werkwijze, zegt Politiek. “Gezien de vastgeroeste verhoudingen in deze stad en de ruzies aan het begin van de wijkaanpak denk ik dat we trots mogen zijn. Er is een stuk verzuring uitgehaald, die veel negatieve energie kostte. Met nieuwe coalities, een integrale aanpak en snel handelen komt er weer hartstocht; het is effectiever, constructiever en ook gezelliger. Ik hoop dat we het vast kunnen houden.”

Gat na 2011

Wat Politiek betreft mag het omschakelen nog wel wat sneller, ook als uit de evaluaties blijkt dat bepaalde inspanningen niet zo effectief zijn. “In de Bijlmer, waar de stedelijke vernieuwing bijna af is, zie je dat veel bewoners nog steeds kwetsbaar zijn in dit economische klimaat. Dat is voor mij een testcase: hoe snel kunnen we daar met sociaal-economische impulsen komen.”
De suggestie om het geld voor bewonersinitiatieven in deze tijden van recessie direct maar over te hevelen naar het sociaal-economische programma wijst Politiek van de hand. “Dat zou onbehoorlijk bestuur zijn; dat geld is voor drie jaar toegezegd. Wel gaat wethouder Freek Ossel met de stadsdelen praten of bij de bewonersinitiatieven nog gerichter kan worden ingesprongen op de gevoelde problematiek in de wijken. Je kunt bijvoorbeeld initiatieven van ouders en andere buurtbewoners aanmoedigen als je ergens een zwakke school hebt.”
Dus toch een zekere sturing als het aan Politiek ligt. “Ideale buurtparticipatie bestaat volgens mij niet. Het zijn toch vaak dezelfde mensen met goede ideeën en lef die het hoogste woord voeren.”
Natuurlijk is het een bedreiging voor de wijkaanpak dat corporaties steeds krapper bij kas zitten, zegt Politiek. “Maar het gat kan na 2011 minder diep zijn als de nieuwe werkwijze is overgenomen in de reguliere aanpak. Als we met nieuwe coalities samen met bewoners inspringen op de problematiek in wijken.” Ze wijst op het recente akkoord met Albert Heijn over het bieden van stageplaatsen aan jongeren uit de buurt en een grotere betrokkenheid bij het ‘schoon, heel en veilig’. “Nu moeten we kijken hoe we ook de Aldi’s, de Dirk van den Broeks en de Blokkers meekrijgen. Als je je zo’n aanpak  hebt eigengemaakt, wordt geld minder belangrijk.”
Politiek zet vraagtekens bij de manier waarop de Huurdersvereniging Amsterdam (HA) en het Amsterdams Steunpunt Wonen (ASW), beide betrokken bij bewonersinitiatieven, resultaten van de wijkaanpak willen bestendigen. “Dan zeggen ze dat een buurthuis nodig is om iets te borgen. Dat vind ik zo’n oude opbouwwerkgedachte. Je kunt ook een ontmoeting organiseren rondom iets wat je gaat doen; dat kan ook op andere plaatsen. Weg met de Pavlov-reactie van de roep om een vaste plek, die uiteindelijk vaak weer geclaimd wordt door een vaste groep.” Politiek is overigens wel voor het aanwenden van het Vogelaarbudget voor multifunctionele ‘buurticonen’ als de voormalige Timorpleinschool.

HA: kind met het badwater

Ook de HA heeft een jaar wijkaanpak geëvalueerd, met name dat kleine deel van de bewonersinitiatieven waarvoor zij verantwoordelijk was: het vouchersysteem. Daarin kunnen bewoners, bijgestaan door adviseurs van het ASW, de stadsdelen en de corporaties zelf beslissen waar het budget aan wordt besteed. Met het vouchersysteem is jaarlijks 300.000 euro gemoeid.
Volgens HA-bestuurslid John Sedney leidt het vouchersysteem en wat hij noemt ‘echte’ bewonersparticipatie zeker tot tijdwinst bij de stedelijke vernieuwing. “Als je bewoners direct betrekt, zorgt het ervoor dat ze zich later minder overvallen voelen door plannen.” Wat betreft ‘snel schakelen’ valt er nog wel een en ander te winnen, zegt Sedney. Zo moesten bewoners met een goed idee maar liefst drie volle werkweken besteden aan het aanvragen van een vergunning. En door bezuinigingen op het opbouwwerk is er vaak nauwelijks begeleiding voor het realiseren van bewonersinitiatieven.
In reactie op programmamanager Hettie Politiek zegt Sedney dat de roep om een buurthuis vanuit de wijkaanpak juist beloond moet worden. “Anders gooi je het kind met het badwater weg. Bewoners moeten juist worden aangemoedigd. Natuurlijk kun je wel kijken of zo’n ruimte multifunctioneel kan worden gebruikt.” Volgens Sedney gaan bewoners scrupuleus te werk met hun keuzes: “Ik was verrast hoe zorgvuldig ze omgaan met gemeenschapsgeld.”
Ook voor Sedney hoeft een vermindering van het extra geld voor de wijkaanpak geen ramp te zijn. “Als de corporaties en stadsdelen bewoners structureel vanaf het begin erbij gaan betrekken en ze zelf met initiatieven laten komen, is dat geld niet meer nodig.”

 

 

Deel