Overslaan en naar de inhoud gaan
Top
Eerste verdieping
Werken met Europese subsidies
Zegen of last?
Dossier EuropaAmsterdam heeft de afgelopen jaren 45 miljoen euro uit Brussel gekregen voor het aanpakken van achterstandswijken. Na een moeizaam begin liggen de Doelstelling 2- en Urban 2- programma’s inmiddels op schema. Hoe lastig is het om in de dagelijkse praktijk met deze Europese geldpotjes te werken? En maakt de stad met de nieuwe prioriteiten van de EU nog kans op subsidies na 2006?
Nieuw Expertisecentrum Europese Subsidies
Amsterdam heeft sinds 1 september in navolging van andere Nederlandse steden een centraal Expertisepunt Europese Subsidies. Het centrum is ondergebracht bij bureau Eurolink van de Dienst Economische Zaken. Het college van B en W besloot vorig jaar tot oprichting van het expertisepunt om een einde te maken aan de versnippering van kennis en ervaring op het gebied van Europese fondsenwerving. Ook was uit onderzoek gebleken dat veel Amsterdamse diensten en bedrijven minder tijd en geld waren gaan besteden aan Europese zaken. In het nieuwe expertisepunt zullen twee interne subsidieadviseurs stadsdelen en ambtelijke diensten/bedrijven actief op subsidiemogelijkheden wijzen en hen helpen bij het aanvragen en beheren van de gelden. Ook zal alle kennis over Europa binnen de gemeente worden verzameld en toegankelijk worden gemaakt. Verder wordt een intern netwerk van ambtenaren opgezet met specifieke kennis over Europese projecten om uitwisseling van informatie te stimuleren. Op deze manier hopen de initiatiefnemers dat diensten/bedrijven en stadsdelen sneller een aanvraag voor Europese subsidie zullen indienen en niet iedere keer het wiel opnieuw hoeven uitvinden. Ook zal er minder externe expertise ingehuurd hoeven worden en worden de financiële risico’s als gevolg van fouten in de financiële administratie beperkt.
Nieuwe tegels, bankjes en prullenbakken op de Dappermarkt en de verbouwing van een brouwerij aan de Weesperzijde tot kunstenaarsateliers. Maar ook het instellen van cameratoezicht in de Indische Buurt, het introduceren van een winkelstraatmanager in de Czaar Peterstraat en het opzetten van een digitale vraagbaak voor ondernemers in Oost. Allemaal projecten die de afgelopen jaren in Amsterdam gedeeltelijk met geld uit het Doelstelling 2-programma van de Europese Unie zijn gefinancierd. In 2000 kreeg de stad na een sterke lobby in Brussel ongeveer 36 miljoen euro uit dit structuurfonds toegezegd om de economische en sociale structuur in een aantal achterstandswijken te verbeteren.
Concreet gaat het om twee gebieden: Zuidoost en Groot-Oost. Het laatste is een verzameling wijken in Zeeburg, Centrum en Oost-Watergraafsmeer die voldoen aan twee belangrijke criteria: er is relatief veel werkloosheid en het gemiddeld inkomen is er laag in vergelijking met de rest van de stad. Om geld uit Brussel te krijgen, moesten de centrale stad en de stadsdelen zelf ook geld in de projecten stoppen. In totaal is er daardoor voor de periode 2000-2006 ruim 100 miljoen beschikbaar gekomen voor stedelijke vernieuwing in de twee gebieden. Hoe lastig was het eigenlijk om dit geld van de EU los te peuteren? En hoe moeilijk of gemakkelijk is het om er in de dagelijkse praktijk mee te werken? Enkele jaren geleden ging het immers bij het verantwoorden van subsidies uit het Europees Sociaal Fonds (ESF) flink mis.

Moeizame start

Patrick Folmer, coördinator van de Doelstelling 2-projecten in Oost-Watergraafsmeer, was er niet bij toen het programma in 2000 van start ging. Maar hij weet wel dat de stadsdelen destijds niet betrokken zijn geweest bij de lobby om geld uit Europa los te krijgen. “De beginperiode was daardoor moeilijk. Ambtenaren waren veel tijd kwijt aan het bedenken van geschikte projecten en het opzetten van de organisatie en financiële administratie.” Collega-coördinator Mathieu Baltissen uit Zeeburg valt hem bij. “We hadden wel ideeën over zaken die in het stadsdeel moesten gebeuren. Maar we hadden ons onvoldoende gerealiseerd wat het betekent om aan een EU-programma mee te doen. Ook moest er met drie stadsdelen en een externe controller worden samengewerkt. Het heeft uiteindelijk twee jaar gekost voordat in Zeeburg alles op zijn poten stond.”
Inmiddels loopt het programma in Groot-Oost op rolletjes, benadrukken beiden. Voor alle subsidies is een goede bestemming gevonden. Dat betekent dat er naast de 21 miljoen euro uit Europa tot 2008 een slordige 60 miljoen euro door de centrale stad, het stadsdeel en particulieren in de achterstandswijken wordt gestoken. In Oost-Watergraafsmeer ligt een accent op het vergroten van de aantrekkingskracht van de Dapperbuurt en het Polderweggebied voor nieuwe en bestaande ondernemers. In Zeeburg wordt stevig ingezet op onderwerpen als de komst van buurtmanagers, het ondersteunen van ondernemers via voorlichting en subsidies en de ontwikkeling van kleinschalige bedrijfsruimten met de Javastraat en omgeving als speerpunt. Stadsdeel Centrum gebruikt de Europese subsidies vooral om de Czaar Peterbuurt en de Oostelijke Eilanden aan meer kleinschalige bedrijfsruimten en winkels te helpen. Gemeenschappelijk kenmerk is dat de projecten gericht zijn op direct (sociaal-)economisch resultaat. “Dat is ook een voorwaarde van Europa. Doelstelling 2 gaat immers over het versterken van economische structuren”, aldus Folmer. “Voor de nieuwbouw van scholen of het opknappen van straten moet je dus bij een ander fonds aankloppen. Maar als het gaat om een Brede School die moeders in staat stelt om te gaan werken of een belangrijke winkelstraat of toevoerweg naar een bedrijventerrein dat aangepakt wordt, kan subsidiëring via Doelstelling 2 weer wel.”

“Opereer zorgvuldig”

Hoe lastig vinden beide coördinatoren het nu om zich in hun projecten aan de gedetailleerde regels uit Brussel te moeten houden? “Ach, het is even wennen”, vertelt Baltissen. “Bij Europese subsidies luistert het allemaal net iets nauwer bij het verantwoorden van je uitgaven. Van het begin tot het eind moet je heel zorgvuldig opereren. Maar het is een kwestie van gewoon doen en er ervaring in krijgen.” Folmer: “Je moet goed kijken of je bestedingen rechtmatig zijn en passen binnen de afspraken die er zijn gemaakt. En natuurlijk moet je je bij grote projecten houden aan de Europese aanbestedingsregels en overal zo’n EU-logo opplakken. Maar zolang je een goed verhaal hebt en alle bonnetjes bewaart, is er niets aan de hand. Ook in Nederland is de trend dat je de regels beter moet naleven, dus zoveel extra administratie kost een Europees project nu ook weer niet. Stadsdelen zijn door het ESF-schandaal bang geworden om met subsidies uit Brussel te werken. Maar in werkelijkheid valt het reuze mee.”
Ook Ger Tjalsma, programmamanager van de Urban 2-subsidies in Amsterdam, is de zo gevreesde Europese bureaucratie achteraf erg meegevallen. “In het begin hadden wij, net als de stadsdelen met Doelstelling 2-geld, moeite met het opzetten van een goede financiële administratie. Maar gaandeweg het programma is er steeds meer enthousiasme gekomen.” Inmiddels heeft het Urban 2-programma in delen van Westerpark, De Baarsjes, Oud-West en Bos en Lommer 36 projecten opgeleverd die economische en sociale achterstanden op een innovatieve manier proberen te bestrijden. “Dat vernieuwende karakter is ook de voorwaarde om voor subsidie in aanmerking te komen”, aldus Tjalsma. “Brussel ondersteunt geen normaal kinderdagverblijf, maar wel een kinderservicecentrum waar tienermoeders een speciaal programma kunnen volgen. Een project waarbij buurtbewoners zelf financiële verantwoordelijkheid krijgen om de woonomgeving te verbeteren, past ook goed in dat beleid.”
Lobby voor nieuwe subsidies
In totaal is tussen 2000 en 2006 via cofinanciering 31 miljoen euro beschikbaar gekomen voor Urban 2- projecten, waarvan negen miljoen uit Brussel komt. Net als bij Doelstelling 2-projecten worden de subsidies betaald uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), één van de vier structuurfondsen van de EU. De afgelopen jaren heeft vooral Nederland zich onder leiding van minister Zalm sterk gemaakt voor een andere aanpak van deze subsidieprogramma’s. Er zou vanaf 2007 alleen nog geld naar de armste regio’s moeten gaan, zodat ons land ook minder aan Brussel zou hoeven afdragen. De provincies en grote en middelgrote steden zijn het daar niet mee eens en lobbyen al anderhalf jaar gezamenlijk bij de EU voor het voortzetten van Urban 2- en Doelstelling 2-programma’s in rijke regio’s. Ook bij het kabinet wordt er op aangedrongen de grote steden te blijven steunen. Zowel Folmer als Tjalsma verwacht dat dit uiteindelijk ook wel zal gebeuren. Of Amsterdam dan net zoveel geld krijgt als in de huidige periode valt te betwijfelen. Insiders houden rekening met lagere bedragen.
In elk geval wil Amsterdam zich in Brussel meer richten op het binnenhalen van ESF-subsidies om Haagse bezuinigingen op sociale projecten te compenseren. Ook heeft de stad een voorkeur voor Urban-geld boven Doelstelling 2-subsidies, omdat bij de eerste regeling economische doelstellingen vaker met sociale motieven gemengd mogen worden. Bovendien loopt de verantwoording van Urban-gelden rechtstreeks via Brussel en hoeft de stad zich bij de selectie van projecten niet te voegen naar de prioriteiten van Den Haag.

Kansarm aan kansrijk koppelen

Begin 2006 zullen er waarschijnlijk knopen worden doorgehakt over de precieze subsidiebedragen. Tot die tijd zijn veel stadsdelen die nu Urban- of Doelstelling 2-geld ontvangen, nog druk in de weer met het opstellen van hun verlanglijstjes. Daarin worden de nieuwe accenten in het beleid van de Europese Unie zoveel mogelijk verwerkt. “Het wordt belangrijker om kansarme wijken te koppelen aan kansrijke gebieden. Daarom hopen we ook zones buiten de ring bij het programma te kunnen betrekken, zoals de havens en delen van Osdorp”, aldus Tjalsma. Ook Baltissen ziet mogelijkheden om in te spelen op de nieuwe subsidievoorwaarden. “Het bevorderen van kenniseconomie is bijvoorbeeld een belangrijk aandachtspunt geworden. Met het Science Park hebben we daarvoor een belangrijke troef in handen.” Het zou hem bitter tegenvallen als dadelijk geen enkele euro naar Amsterdam gaat. Aan geld uit Brussel zitten naar zijn idee toch een paar grote voordelen. “Je doet nieuwe dingen, die je anders niet zou doen. En andere dingen gaan een stuk sneller of worden beter uitgevoerd dan normaal was gebeurd. Bovendien dwingen Europese subsidies andere overheden tot committent. De strakke deadlines en de plicht om niet gebruikt geld weer terug te geven, maken dat alle partijen er echt voor gaan.”

Jaco Boer