Overslaan en naar de inhoud gaan
Top
Verplicht nummer? Kom op zeg
In de vorige NUL20 mochten we kennis nemen van de moeilijkheden die bewonersorganisaties van corporaties ondervinden. Zij zijn van groot belang omdat ze hét kanaal zijn waarmee huurders gegarandeerd invloed op het beleid van deze verhuurders kunnen uitoefenen. De garantie wordt gevormd door de rechten die georganiseerde huurders kunnen ontlenen aan de overlegwet, het BBSH en de lokale afspraken. Er is nog geen beter systeem, en voor medewerkers met een arrogante opstelling als de heer Kramer van het Oosten is het oude systeem nog hard nodig.
In het artikel bleef onvermeld dat Zicht op het Oosten 4.000 betalende leden heeft. En dat in een stad als Amsterdam. Er bestaan inderdaad problemen met de rekrutering (met name onder migranten, werkenden en jongeren), opleiding en de wederzijdse communicatie met de enorm verspreide en grote aantallen huurders. Daar kan aan gewerkt worden, wij hebben bijvoorbeeld het “Open panel concept” ontwikkeld. Dan heb je echter wel een verhuurder nodig die problemen niet aangrijpt als een mooie kans om af te rekenen met kritische overlegpartners.
De uitspraken van de heer Kramer over leeglopen, om de drie jaar wisselen en zakken met geld kan ik namelijk niet anders interpreteren. Het zou goed zijn als de heer Kramer, witte oudere man, in de spiegel kijkt die hij de bewoners voorhoudt. Hoe divers is het medewerkersbestand van het Oosten, met name aan de top? Hoe lang zitten de topmensen van het Oosten er al? Hoeveel ‘zakken met geld’ zijn besteed aan minder geslaagde projecten?
Discussie over de effectiviteit, het bereik en vernieuwing van koepelorganisaties en de kwaliteit van onze bijdrage daaraan, graag. Maar wel op basis van de samenwerking en het respect waarover scheidend directeur Hoff van het Oosten bij zijn afscheid sprak en niet op basis van gemakzuchtig schieten uit de heup. Projecten bij stedelijke vernieuwing zijn belangrijk, maar niet het antwoord op de vraag hoe corporatiebestuurders invulling geven aan de maatschappelijke verantwoording en verankering van hun beleid.
Dat geldt overigens ook voor de “gebiedsorganisaties” waar de heer Meertens voor pleit. Die kunnen een deel van het antwoord zijn, maar kennen op stadsdeelniveau dezelfde schaalproblemen. En als ze wel kleinschalig zijn hebben ze geen betrekking op het beleid van de grote sociale verhuurders als geheel.

Eef Meijerman, directeur Amsterdams Steunpunt Wonen