Overslaan en naar de inhoud gaan
Top
Eerste verdieping
Vraag naar nut en noodzaak van operatie Parkstad blijft rondspoken
Temporiseren of doortasten?

Iedereen is het er over eens dat er wat moet gebeuren in de Westelijke Tuinsteden. Al was het maar om het imago te verbeteren van een gebied dat 130 duizend Amsterdammers herbergt. Maar bouwachterstanden, een haperende herhuisvesting, economische malaise, een inzakkende koop- en gespannen huurmarkt, en verzet van bewoners doen de discussie over nut en noodzaak van de herstructurering weer oplaaien.

Martin Werkman, oud-stadsdeelvoorzitter van Bos en Lommer, weet nog goed waar het allemaal om begonnen is. Hij was er bij toen in de eerste helft van de jaren negentig voor het eerst werd gesproken over een grootschalige aanpak van het woningbestand van de Westelijke Tuinsteden. “Aanleiding was niet alleen bezorgdheid over de toekomst van deze naoorlogse woningen. Schaefers stadsvernieuwing moest niet stoppen bij de vooroorlogse woningen. Bewoners trokken massaal weg naar kwalitatief betere en ruimere huizen: eerst in de overloopgemeentes en later naar de Vinex-wijken. Wie wilde er straks nog wonen in die gehorige woninkjes zonder centrale verwarming, waarvan de meeste niet groter zijn dan zestig vierkante meter? Leegstand, verpaupering en verloedering à la de Bijlmer lagen op de loer”, zo legt Werkman uit. Daarom bepleitte de stichting ‘Van na de oorlog’ landelijk en lokaal voor een grootschalige vernieuwing van de woningvoorraad die globaal tussen 1950 en 1968 is gebouwd. Een conferentie in en over Amsterdam-West in 1992, waar bewoners stadsdelen, corporaties en andere professionals aanwezig waren, was uiteindelijk de start van die aanpak.

Middengroepen trekken weg

Wie nu, tien jaar later, naar Nieuw-West kijkt, zou tot de conclusie kunnen komen dat Werkman ongelijk heeft gekregen. Er zijn aanzienlijke problemen in het gebied: een relatief hoge werkloosheid, onderwijsachterstanden en veel nauwelijks geïntegreerde allochtonen. Hardnekkige groepen draaideurcriminelen bezorgen de tuinsteden een slechte naam. Maar het is de vraag of deze problemen vooral het gevolg zijn van het eenzijdige woningbestand. Velen wonen er met plezier en anderen die eigenlijk wel weg zouden willen, kunnen nergens anders een betaalbaar huis vinden. Ook in Nieuw-West staan voor iedere vrijkomende huurwoning mensen in de rij.
Maar schijn bedriegt, zeggen Werkman en bestuurders die het nu voor het zeggen hebben ten westen van de A10. Als straks de bouwproductie weer op gang komt en het vertrouwen in de economie weer enigszins herstelt, zet de verhuismolen zich ook weer in beweging, en trekken draagkrachtige bewoners naar elders. “Met de bewoners hier is niets mis”, zegt Piet Dikken, portefeuillehouder Stedelijke Vernieuwing in Geuzenveld-Slotermeer. “Het is alleen jammer dat die middengroepen hier uiteindelijk niet kunnen vinden wat ze zoeken. Je ziet nu ook al allochtonen wegtrekken, en de nieuwkomers zijn dan weer veel kansarmere mensen.”

Voorkomen van verpaupering

Het voorkomen van verpaupering is voor Werkman en Dikken het belangrijkste motief. De twee zijn wars van social engineering en geloof in een maakbare samenleving, een idee dat zo vaak in de discussie is geslopen. In die maakbaarheidsgedachte zou het mengen van inkomens- en zelfs etnische groepen, bijdragen tot het wegwerken van achterstanden van zittende bewoners. Maar voor- en tegenstanders van herstructurering zijn het inmiddels eens dat het zo niet werkt: kansen op de arbeidsmarkt worden niet groter met de komst van een tweeverdienersplaza in de straat, en Marokkaanse kinderen raken niet op slag hun taalachterstand kwijt als hun school is ‘opgewit’. Het vermengen van bevolkingsgroepen is dan ook zeker geen doel op zich. “Daar moet je niet naar streven, dat gebeurt toch wel”, aldus Werkman. Simon Willing, bestuursvoorzitter in Osdorp, kijkt eerst verbaasd als hem wordt gevraagd of er al meer gemengde scholen zijn ontstaan na oplevering van de eerste stadsvernieuwingsprojecten. Daarna vertelt hij trots over het Caland College: “dat is een zwarte school, maar het is wel een van de betere middelbare scholen van Amsterdam”.

Sociale pijler

Veel critici menen ook dat de fysieke aanpak van de wijken vooral bedoeld is om de huidige problemen van de bewoners te lijf te gaan. Zo verscheen eerder dit jaar artikel in Vrij Nederland een artikel over Buurt Negen in Geuzenveld waarin werd gesuggereerd dat de herstructurering een goedmakertje moet zijn voor het twintig jaar negeren van de problemen in de wijk. Maar de bestuurders lijken zich heel goed te realiseren dat je er met alleen fysieke vernieuwing niet bent, en dat daar ook sociale programma’s voor nodig zijn. “Problemen als criminaliteit kunnen ook geen legitimatie zijn voor de herstructurering”, stelt Henk Goettsch, stadsdeelvoorzitter in Slotervaart-Overtoomse Veld. Dat zou je niet kunnen verkopen aan de bewoners. “Je kunt niet zeggen: uw huis moet worden afgebroken, omdat er hier crimineeltjes rondlopen.”
Werkman en Goettsch beamen dat er vanuit de centrale stad jarenlang weinig aandacht is geweest voor de Westelijke Tuinsteden en hun problemen. En wellicht hebben die rellen op het August Allebéplein in Overtoomse Veld in de zomer van 1998 gewerkt als een soort trigger, zegt Goettsch. “Ze waren goed wakker geschud.”
Gelukkig is er ook resultaat geboekt bij de criminaliteitsbestrijding in Slotervaart-Overtoomse Veld, zo vertelt Goettsch. Probleemjongeren worden meer op hun huid gezeten, niet alleen door de politie, maar ook bijvoorbeeld door leerplichtambtenaren. Tientallen jongens hebben inmiddels enkele maanden vastgezeten in Rijks Jeugdinrichting Den Engh in Den Dolder, waar Amsterdam een contingent plaatsen heeft. Waar het criminaliteitscijfer tot 2000 in Slotervaart-Overtoomse Veld nog steeg, is het sindsdien met 20 procent gedaald, en het aantal straatroven met maar liefst 44 procent. Maar er is nog een lange weg te gaan om het imago van het stadsdeel op te vijzelen.

"Huizen zijn niet het grootste probleem"

“De huizen zijn ook niet het belangrijkste probleem van deze wijken”, zegt Dick Glastra van Loon, coördinator van het Samenwerkingsverband Bewonersorganisaties Westelijke Tuinsteden (SBWT). Dat zijn de werkloosheid, onderwijsachterstand, slechte integratie en gevoelens van onveiligheid. Daarvoor is de sociale pijler van de stedelijke vernieuwing nodig, maar bewoners merken volgens Glastra van Loon maar weinig van die sociale vernieuwing. Buurthuizen en speeltuinverenigingen zijn wegbezuinigd; voorzieningen voor het grote aantal ouderen, met name de allochtone, schieten tekort. Ook voor de vele jongeren, van wie de meesten van allochtone afkomst, zijn er weinig aansprekende plekken om de vrije tijd door te brengen. Het schort in het aanbod in taallessen, en in maatregelen die ervoor moeten zorgen dat bewoners die lessen ook kunnen volgen.

Verzet

Mien Driel (58) begint tegen wil en dank een bekende Amsterdamse te worden. Ze was op AT5 en ze wordt op de voet gevolgd door het Amsterdams Stadsblad. Driel kwam vierenhalf jaar geleden vanuit Slotermeer naar Geuzenveld, waar ze van Rochedale een kleine eengezinswoning kreeg met uitzicht op sportpark Ookmeer. Een plek uit duizenden. Haar was beloofd dat de woning zou worden gerenoveerd, net als de 196 andere huizen in Complex 24. Maar de plannen werden bijgesteld. Twaalf woningen aan de kopse kanten, waaronder die van Driel, worden nu gesloopt om plaats te maken voor eveneens grondgebonden woningen van 120 m2, koophuizen, maar ook minimaal 30 procent sociale huur. Driel en enkele andere bewoners weigeren te vertrekken. Ondanks een volgens het stadsdeel goudgerande herhuisvestingsregeling: ze mogen zonder huurverhoging een gerenoveerde woning in de buurt betrekken. Maar Driel wil uitzicht op het park houden. “Moet Jan de Arbeider wijken voor Jan Kapitaal? Laat ze eerst nog maar wat stempeltjes halen, van de deelraad tot aan de Hoge Raad”, zegt ze strijdvaardig.
Glastra van Loon van de bewonersorganisaties: “Zo moet je die fysieke vernieuwing dus niet aanpakken. Om vertrouwen vast te houden, moet je ervoor zorgen dat iedere bewoner die moet vertrekken het gevoel heeft dat hij er op vooruit gaat De bewoner heeft immers niet om die kwaliteitsverbetering gevraagd. En je moet veel meer samen met de bewoners doen. Ik ben ervan overtuigd dat als je de bewoners vraagt op welke plekken er gebouwd kan worden, dat ze dan zelf plaatsen aanwijzen. Ze zullen niet zeggen: doe maar bij de buren. Ook zij zijn doordrongen van de noodzaak van verdichting. Er zijn immers meer woningen nodig. Maar als de bewoners nu een brief van de corporaties krijgen, dan lezen ze: ‘wij vinden dit’ en ‘we gaan dit doen’. Dat valt in slechte aarde bij mensen die hier tien, twintig, dertig en soms wel veertig jaar wonen. Woningcorporaties hebben ook niet de traditie om aan participatie te doen: er is huurders-verhuurdersoverleg en dat is mooi genoeg.”
Het draagvlak onder de stedelijke vernieuwing wordt volgens Glastra van Loon vooral ondermijnd door de problemen bij de herhuisvesting. Die was op papier goed geregeld in een sociaal plan, dat als voorbeeld diende voor de hele stad en ook voor de nationale Woonbond. Maar in de praktijk bleek die herhuisvesting in het Zuidwest Kwadrant in Osdorp te haperen. De belofte dat bewoners van sloopwoningen direct een nieuwbouwwoning zouden kunnen betrekken, kon niet worden waargemaakt. De nieuwbouw had grote vertraging opgelopen.
Verder bleek dat corporaties Eigen Haard en het Oosten bij de toewijzing van huizen in de nieuwe wijken Aker 5 en 6 een quotum hanteerden voor stadsvernieuwingsurgenten uit het Zuidwest Kwadrant. Hier vonden de bewonersorganisaties een bondgenoot in stadsdeelvoorzitter Willing, die zich “verschrikkelijk boos” heeft gemaakt over de houding van de corporaties. Eind vorig jaar zijn er afspraken gemaakt over versoepeling van de toewijzingsregels voor de Aker, maar volgens Glastra van Loon houden de corporaties zich daar niet aan. Het Oosten spreekt dit overigens tegen en zegt dat de woningen in de Aker 5 en 6 juist bedoeld zijn voor stadsvernieuwingsurgenten.

Draagvlak

Bestuurders, Bureau Parkstad en Far West, de belangrijkste corporatie in het gebied, stellen dat er ondanks deze perikelen wel degelijk draagvlak bestaat voor de vernieuwing, ook met het grote aandeel sloop/nieuwbouw. “Als je potentiële kopers vraagt of ze een gerenoveerde woning willen hebben, of een nieuwwbouwwoning van 20 duizend euro meer, dan kiezen verreweg de meesten toch voor dat laatste”, aldus René Grotendorst, directeur van Bureau Parkstad. Simon Willling, stadsdeelvoorzitter van Osdorp, bevestigt dit: “Uit een onderzoek in het Zuidwest Kwadrant blijkt dat 70 procent van de bewoners voor sloop is.” Ook oudere bewoners laten hem op straat weten dat ze tevreden zijn over hun nieuwe woningen: “Nou meneer Willing, het is een paleissie hoor. Ja, die zijn dan wel meer huur gaan betalen, maar ze krijgen daar vaak subsidie voor, en in de eerste paar jaar gewenning.”
In de deelraad van Geuzenveld-Slotermeer worden regelmatig vraagtekens gezet bij de sloop- en nieuwbouwoperatie, zegt portefeuillehouder Dikken. Met name een partij als Leefbaar Slotermeer/Geuzenveld neemt het nog al eens op voor protesterende bewoners. Maar voor Dikken is uit- of afstel van de vernieuwing geen optie. “Voor veel bewoners is de onzekerheid een belangrijke klacht: wanneer ben ik aan de beurt en waar ga ik naartoe? Die onzekerheid kun je niet nog langer laten voortduren. En als we niets doen, worden we het afvoerputje van Amsterdam. Dan ontstaan hier ‘no go areas’ waar niemand meer durft te zijn.”
Het klopt dat het stadsdeel bureau Rigo opdracht heeft gegeven nog eens onderzoek te doen in het kader van de vernieuwingsoperatie in Geuzenveld-Slotermeer. “Maar dat onderzoek moet tegenover de bevolking juist als een extra onderbouwing van de plannen dienen”, aldus Dikken. Rigo moet de sociaal-economische trend van de bevolking nog eens in kaart brengen.
Voor de bestuurders is de economische malaise een reden om juist door te halen: je weet niet hoelang de neergang duurt en misschien worden belangrijke projecten wel helemaal op de lange baan geschoven. Daarnaast is een meerjarige bouwproductie een goede bodem onder de economie. “Maar je moet wel bereid zijn eventueel je accenten te verleggen. Misschien moeten we ons straks meer richten op de bestaande bouw”, zegt Far West-directeur Jacques Thielen. Een opmerkelijke uitspraak: Far West is immers van het begin af aan de grootste voorstander van sloop geweest. Ook voor Simon Willing is de herstructurering geen stalinistisch meerjarenplan: “Het heet niet voor niets Richting Parkstad 2015. Misschien ligt over vijf jaar de nadruk meer op renovatie.”

Minder slopen!

Veel bewoners zullen deze uitspraken verwelkomen. Ze dringen al langer aan op meer behoud van de bestaande bouw. Sommigen vinden dat er helemaal niets mis is met hun woning, vooral als die pas tien jaar geleden nog is gerenoveerd. Laten ze in de Jordaan of de Pijp maar slopen, zeggen die bewoners. Daar zijn de woningen even klein en gehorig, en bovendien veel gevaarlijker met die smalle houten trappetjes. Ook wordt de roep steeds luider om in ieder geval delen van het gebied een monumentale status te geven, en dan niet zozeer om de gebouwen, maar om de stedenbouwkundige opzet: de openheid, de ruimte, het licht en het groen. Groen dat van anderen overigens het kwaliteitsoordeel ‘zeer matig’ meekrijgt.
Glastra van Loon is voorstander van het behoud van het open tuinstad-karakter. “En dan moet je zo’n gesloten fort niet bouwen”, zegt hij wijzend op het bijna voltooide appartementencomplex Hof van Hoytema, achter het gebouw in de Jan Tooropstraat waarin hij kantoor houdt. Het is teveel in zichzelf gekeerd, met zijn binnentuin en inpandige parkeerplekken. Je hoeft er als bewoner geen buurtbewoner uit de oudbouw tegen te komen, zegt Glastra van Loon. Om er vervolgens grinnikend aan toe te voegen: “Ik heb er zelf als buurtbewoner overigens ook een appartement gekocht.”

De nut- en noodzaakdiscussie van de operatie Parkstad blijft kortom nog wel even opspelen. Samengevat: bewonersorganisaties willen meer nadruk op sociale maatregelen in plaats van fysieke. Bestuurders en corporaties willen met volle kracht doorgaan met de stedelijke vernieuwing.


Wooncarrière in Nieuw-West

 

Een wooncarrière binnen de Westelijke Tuinsteden; maakt de vernieuwing die mogelijk? Ja, zo blijkt uit verkoopcijfers van twee projecten in Osdorp en Geuzenveld. Het project Katenstein in het Zuidwest Kwadrant telt tachtig koopwoningen, waarvan 64 waarvoor de AMH-regeling (Amsterdams Middensegment Hypotheek) van kracht is, en zestien in de vrije sector. Van de kopers van de AMH-woningen is 45 procent afkomstig uit Nieuw-West; van de vrijesectorwoningen is dat 37,5 procent. Bij vijf torentjes in het project Geuzenbaan (176 woningen) is 34 procent afkomstig uit de Westelijke Tuinsteden, 44 procent elders uit Amsterdam en 22 procent van buiten de stad.

 

Johan van der Tol