De student als Haarlemmerolie

Actieve studenten verhogen de leefbaarheid van achterstandswijken

De student als Haarlemmerolie 

Werden studenten in het verleden vaak als overlastgevers gevreesd, inmiddels heeft deze groep een hoge aaibaarheidsfactor. Het lijkt wel een panacee voor alle grootstedelijke problemen: om leegstand te bestrijden, de lokale middenstand en horeca een boost te geven, de leefbaarheid te bevorderen of kwetsbare bewoners vooruit te helpen. En uit recent onderzoek van het Platform Corpovenista blijkt het vaak nog te werken ook. NUL20 keek bij twee studentenprojecten van VoorUit en de Academie van de Stad. 

Platform Corpovenista, een samenwerkingsverband van veertien woningcorporaties en Aedes, is dit najaar een onderzoek gestart onder de titel ‘Student en stadsbuurt, samen sterker’. Victor Dreissen, senior adviseur Markt en Beleid van de Rotterdamse corporatie Woonbron zit in de werkgroep die het onderzoek begeleidt. Dreissen: “We gaan uit van de veronderstelling dat studenten en oude stadsbuurten iets aan elkaar hebben. We wilden dat wel eens onderzocht hebben.” De uitkomsten worden meegenomen in de digitale kennisbank ‘Wat werkt in de wijk’ van Corpovenista. 

Het onderzoek richtte zich op elf projecten in zeven studentensteden. Met vijf projecten is Amsterdam oververtegenwoordigd. “We hebben grofweg gekeken waar projecten lopen waarbij studenten in aandachtswijken maatschappelijke taken verrichten en daaruit een selectie gemaakt.”

Een schonere wijk, minder overlast en een kleinere instroom van overlastgevende bewoners. Dat is volgens het onderzoek grofweg het meetbare effect van de interventie van studenten. Werden in het verleden studenten nogal eens gezien als veroorzakers van overlast, volgens het Corpovenista-onderzoek zijn ze inmiddels zeer welkom. Of zoals één van de respondenten stelt: “liever een student als buur dan een crimineel”. In buurten met grootschalige studentenprojecten zoals in Nieuw-West en de Houthavens blijkt het contact tussen de bewoners zichtbaar verbeterd. 

Bijkomend voordeel is dat de inzet van studenten een welkome aanvulling is op het reguliere aanbod van welzijnsorganisaties - tegen een lagere investering. Volgens het onderzoek zijn de contacten tussen kwetsbare gezinnen en studenten laagdrempeliger en daarom vaak effectiever dan met professionele hulpverleners. 

Studenten bereiken niet alleen de kinderen in de buurt makkelijker, maar ook volwassen zorgmijders die voor de reguliere hulpverlening vaak ongrijpbaar zijn. 

De studenten die maatschappelijk actief zijn, wonen in buurten die normaal gesproken minder aantrekkelijk zijn en in woningen die door bijvoorbeeld uitstel van renovatie of sloop tijdelijk verhuurd worden. Zij vormen zo een buffer tegen leegstand en verloedering. 

Wachtlijst activiteiten

In het hele land lopen tientallen maatschappelijke studentenprojecten. Amsterdam is daarin koploper. Hoeveel studenten in Amsterdam precies bij de projecten betrokken zijn is lastig te tellen, maar het zullen er enkele honderden zijn. VoorUit en Academie van de Stad begeleiden samen ongeveer honderd studenten. 

Project VoorUit startte in 2007 met zestien studenten in Amsterdam-West op initiatief van onder meer de Vrije Universiteit. Daarbij werd samengewerkt met woningcorporaties Ymere en Far West. Twee jaar geleden stapte ook de UvA in het project, dat wordt beheerd door de Stichting Studenten voor Samenleving.

Liora Eldar is projectleider en medeoprichter van VoorUit. “Het is vooral bedoeld als integratieproject. Niet alleen voor de mensen die in de wijken wonen, maar ook voor de studenten die op hun beurt integreren in de wijken. Inmiddels hebben we zestig studenten verspreid door heel Amsterdam-West die in ruil voor gratis woonruimte maatschappelijke taken verrichten.”

Iedere student werkt ongeveer veertig uur per maand als bijvoorbeeld huiswerkbegeleider. Daarvan wordt twee uur per week doorgebracht bij een contactgezin in de wijk. Volgens Eldar zijn de effecten daarvan duidelijk merkbaar. “Dat wordt bijvoorbeeld door leerkrachten van scholen ervaren waar studenten leerlingen met achterstanden helpen. Kinderen voor wie na school activiteiten worden georganiseerd hangen niet op straat rond en presteren zichtbaar beter in de schoolbanken. We horen alleen maar positieve reacties, ook vanuit de corporaties.”

Maar er hangen donkere wolken boven VoorUit. Eldar: “De eerste twee jaar kregen we subsidie van het Ministerie van VROM, de gemeente Amsterdam en het VSB-fonds. Nu krijgen we alleen nog geld van de laatste partij en die subsidie loopt eind dit jaar af. We zijn nu met de gemeente in gesprek over een structurele financiering. Wanneer we daar eind van het jaar geen duidelijkheid over hebben moeten we misschien de stekker uit het project trekken. Dat zou doodzonde zijn. VoorUit is zo succesvol dat we een wachtlijst hebben voor activiteiten.” 

Springlevende wijk

De ideële stichting Academie van de Stad (AvdS) startte begin 2008 met vier projecten. Dit semester zijn er maar liefst veertig nieuwe gestart. Overigens zijn dit voornamelijk projecten die binnen het onderwijsprogramma van de studenten vallen en waarvoor ze dus studiepunten krijgen. Sinds de start hebben 2200 studenten aan diverse projecten meegewerkt. 

Buiten het onderwijscurriculum is er het project Springlevende Wijk. Daarbij werken en wonen studentcoördinatoren in aandachtwijken waar ze projecten voor en met de bewoners opzetten. In het kader van Springlevende Wijk zijn ruim dertig woningen in vier buurten door verschillende corporaties beschikbaar gesteld. In ruil voor deze maatschappelijke taken betalen de studenten geen huur. 

Springlevende Wijk begon als pilot in Landlust in Bos en Lommer. “Er waren toen twintig PABO-studenten in woningen in die wijk gezet. Maar tijdens de evaluatie bleek die groep te groot. We zijn daar opnieuw begonnen met een kleinere groep. Dat werkte wel: op die manier heeft iedereen zijn individuele verantwoordelijkheid”, vertelt Dora Fabriek, een van de zes vaste medewerkers van AvdS. 

De selectie van studenten voor Springlevende Wijk is streng, vertelt haar collega Joep Albers. “Studenten moeten een motivatiebrief schrijven en aan de hand daarvan bepalen we of iemand op gesprek kan komen. Je pikt ze er snel uit wanneer het hun alleen om gratis woonruimte te doen is.”

AvdS werkt zonder subsidie. Voor studieprojecten betalen opdrachtgevers – vaak overheids- en welzijnsinstellingen – 5000 euro. Albers en Fabriek vinden het wel zo prettig dat de AvdS zich zelf kan bedruipen. “Zo blijf je onafhankelijk. Wel merken ook wij dat het crisis is. Ondanks dat is het aantal projecten ten opzichte van de vorige periode met ruim dertig procent toegenomen. Ook voeren we oriënterende gesprekken over de start van een AvdS in Utrecht.” 

 

Studenten als portiekbeheerder
Sommige corporaties hebben zelf initiatieven ontwikkeld met studenten die in tijdelijke verhuur wonen in verband met uitgestelde sloop of renovatie. Herman Koers is sinds vijf jaar sociaal beheerder van Ymere in Hoptille en Heesterveld in de Bijlmermeer. De sloop van in totaal 317 woningen in dit stukje van de H-buurt is uitgesteld tot minstens 2013. De meeste oude bewoners zijn uitgeplaatst en 260 woningen zijn inmiddels op tijdelijke basis aan voornamelijk studenten verhuurd.
Voor elk van de dertig portieken is een studentbeheerder aangesteld in ruil voor een huurverlaging van 50 euro. Hun taak bestaat uit het geven van informatie aan nieuwe bewoners maar ook het aanspreken van bewoners op bepaald gedrag, zoals het achterlaten van huisvuil in de portieken. Studenten die de kinderen uit de buurt begeleiden bij hun huiswerk en andere activiteiten kunnen rekenen op een huurverlaging van tachtig procent. De studenten moeten een contract ondertekenen waarin bepaalde afspraken zijn vastgelegd.
Volgens Koers is dit een gouden greep om verloedering tegen te gaan. “Vijf jaar geleden was alles in de flats stuk en smerig. De eerste jaren ben ik zelf met mensen in de buurt in gesprek gegaan en zijn er allerlei activiteiten ontwikkeld waardoor de buurt al leefbaarder is geworden. Het afgelopen jaar is de buurt nog verder verbeterd door de inzet van de studenten. Zij pakken hun taak over het algemeen heel serieus op.”
Bertine Steenbergen (26) is een van de portiekbeheerders. Ze vindt het belangrijk dat buren elkaar leren kennen, zeker in een buurt als deze. “Het is jammer wanneer mensen langs elkaar heen leven. Sociale interactie is belangrijk; je omgeving heeft een grote invloed op je leven. Dat komt ook aan bod tijdens mijn studie ergotherapie. Voor een deel is onze taak vooral gewoon praktisch. We geven het door als er iets kapot is of spreken mensen aan omdat ze bijvoorbeeld in het portiek rondhangen.”
De aanwezigheid van steeds meer studenten heeft zijn weerslag op de buurt. Bertine: “Er zijn daardoor meer verschillen tussen de bewoners ontstaan, op zowel cultureel gebied als qua opleidingsniveau. Het is door die verschillen soms een uitdaging om op een prettige manier met elkaar samen te leven. Het is makkelijk om in je eigen kringetje te blijven, maar andere culturen en leefwijzen verrijken je leven.” Binnenkort organiseert Bertine voor de eerste keer een ontmoetingsavond voor de bewoners van ‘haar’ portiek. “Ik ben heel benieuwd of er veel mensen komen en hoe zo’n avond zich ontwikkelt.”
Janna van Veen

 

 

Trefwoorden: