Geen sloop. Wat wel?

Focusgebieden II: Slotermeer-Zuidwest en -Noordoost
Geen sloop. Wat wel?

Van de oorspronkelijke sloop/nieuwbouwplannen voor Slotermeer - de eerste tuinstad van West - komt weinig terecht. Inmiddels zijn Slotermeer-Noordoost en -Zuidwest beland op het lijstje van de acht Amsterdamse ‘focusgebieden’, de wijken die er het beroerdste voor staan. Kleine stappen voorwaarts moeten nu het verschil gaan maken. Een verkenning.

Acht focusgebieden: zo zit het
De tijd van de grootschalige stedelijke vernieuwing is voorbij. Het geld is op. Amsterdam heeft besloten de resterende gemeentelijke vernieuwingsgelden te concentreren in slechts acht gebieden in plaats van 33. Wethouder Freek Ossel in april over de nieuwe aanpak: “Wij nemen met de stadsdelen de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor die gebieden. De middelen worden in één portemonnee gestopt. Nu gaat het ons erom met gebiedsgerichte arrangementen het verschil te maken.” Dat verschil moet blijken uit de buurtwaardering en van de sociaal-economische positie van de bewoners. Per kwartaal moet er gerapporteerd worden. De ‘uitverkoren’ gebieden zijn: Slotermeer-Zuidwest en Slotermeer-Noordoost, De Kolenkitbuurt, IJplein/Vogelbuurt, Nieuwendam-Noord, Volewijk, Bijlmer-Centrum en Holendrecht/Reigersbos. Deze ‘focusgebieden’ zouden er op basis van de opgestelde criteria het beroerdste voorstaan. NUL20 bezoekt alle focusgebieden, ditmaal in stadsdeel Nieuw-West.

De sloopkegel van de stedelijke vernieuwing is Slotermeer, de eerste tuinstad van West, grotendeels voorbijgegaan. In de oorspronkelijke plannen van Richting Parkstad 2015 zou ongeveer de helft van de woningen in Slotermeer plaatsmaken voor nieuwbouw. Daarnaast zouden de corporaties volgens de ‘Parkstad-deal’ van 2007 50 miljoen euro investeren in de openbare ruimte, zegt Paulus de Wilt, portefeuillehouder stedelijke vernieuwing van Nieuw-West.

Veel van die plannen zijn inmiddels geschrapt of op de lange baan geschoven. De crisis. Voor veel bewoners die rekenden op een betere woning is dat een flinke domper, vooral voor de vele grote gezinnen die te klein wonen in Slotermeer. Maar anderen zijn er minder rouwig om dat een pas op de plaats wordt gemaakt met sloop, benadrukt De Wilt.

Van de oorspronkelijke bouwplannen zijn tweehonderd woningen in de Confuciusbuurt en de Slotermeerhof gerealiseerd, en een uitbreiding van basisschool De Kans. Nieuwbouw voor enkele verouderde scholen is geschrapt of uitgesteld. Wel bouwt Ymere momenteel een multifunctioneel centrum, waarin onder meer een bibliotheek en een zorgcentrum komen.

“Naar dat centrum gaat ook een deel van het resterende geld toe om de activiteiten daar te steunen”, aldus Kees Vissers, gebiedsmanager Slotermeer-Oost.

Meer slechte buurten

Slotermeer-Noordoost en -Zuidwest zijn ‘uitverkoren’ tot focusgebied. Deze wijken kunnen daardoor de komende twee jaar nog rekenen op 8,7 miljoen euro van het resterende vernieuwingsgeld. De Wilt vindt Nieuw-West daarmee karig bedeeld: “Ik kan me levendig voorstellen dat de centrale stad geld wil concentreren in een paar gebieden. Dat is het meest efficiënt. Maar je weet nu 100 procent zeker dat gebieden waar we nu halverwege zijn met de stedelijke vernieuwing - Overtoomse Veld, Geuzenveld en een deel van Osdorp - een terugval krijgen.”

De selectie van de acht focusgebieden is gebaseerd op de indicatoren leefbaarheid (veiligheid, vuil op straat en vertrouwen in de buurt) en sociaal-economische positie van de bewoners (huishoudinkomen, werkloosheid en Cito-scores). Daarin kwamen Slotermeer-Noordwest en Slotermeer-Zuidoost als slechtste uit de bus, samen met zes andere buurten elders in de stad. De Wilt: “Maar onlangs onderzocht O+S hoeveel vertrouwen bewoners in hun buurt hebben en hoeveel overlast ze ondervinden van onder meer vervuiling en jongeren. Van de tien slechtste buurten in dat onderzoek liggen er acht in Nieuw-West. Toch heeft de centrale stad besloten om het meeste geld naar Noord en Zuidoost te laten gaan.”

Identiteit

Nu de grote geldstromen zijn opgedroogd, worden stappen voorwaarts mede gezocht in ‘slimme samenwerkingsverbanden’ tussen stadsdeel, bewoners, corporaties en andere partijen. De Wilt noemt als voorbeeld een braakliggend terrein dat een corporatie beschikbaar stelt voor een moestuin. Een vmbo in de wijk zet de kweekbakken in elkaar van hout van bomen die in de buurt zijn gekapt.

“Maar niet iedereen wil veel tijd in zoiets steken”, vult Vissers aan. “Veel bewoners zijn vooral bezig met overleven. Anderen willen wel eenmalig meedenken over de bijvoorbeeld de inrichting van de openbare ruimte. Daarom willen we - bijvoorbeeld via Facebook - met ‘sociale kaarten’ van buurten werken. Daarop staat aangegeven wat bewoners zoal zouden willen doen voor de buurt. Dan stap je makkelijker op je medebewoners af. Het is een goed alternatief voor het portiekgesprek, dat vaak als formeel en opgelegd wordt ervaren.”

Vissers: “Vroeger heerste in Slotermeer, net als nu op IJburg, een pioniersmentaliteit, waarin bewoners veel zelf opzetten. Dat is nu veel minder. Een van de doelen is om de bewoners weer actief en betrokken te krijgen.”



Als bindende iconen van de buurt noemt Vissers broedplaats De Vlugt en de Sloterplas. Deze ‘Parel van Nieuw-West’ heeft helaas flink wat van zijn glans heeft verloren, maar de geplande herontwikkeling van het gebied moet in ieder geval de Noordoever op korte termijn aantrekkelijker maken. Dat kan dan weer een beetje helpen om de gezondheid van de bewoners te verbeteren.

“Eigenlijk is heel Slotermeer zelf een icoon”, zegt Vissers. “Het is de eerste tuinstad die zestig jaar geleden werd opgeleverd en het ademt nog die oorspronkelijke sfeer. Het Van Eesterenmuseum trekt mensen van heinde en verre. Die identiteit moeten we verder gaan versterken. Het museum, dat nu zo’n twee jaar bestaat, kan ook op een grote betrokkenheid van de buurt rekenen. Er zijn vijftig tot zestig vrijwilligers actief.”

Monitoring

De Wilt en Vissers onderschrijven het nut van de driemaandelijkse monitoring die de focusaanpak beoogt. Hoewel Cito-scores en gemiddelde huishoudinkomens moeilijk binnen enkele maanden te beïnvloeden zijn. “Daarbij gaat het niet zozeer om de scores, maar om wat je gedaan hebt”, aldus De Wilt.

De leefbaarheidsaspecten kunnen prima via de methodes van de WiA, het tweejaarlijkse onderzoek Wonen in Amsterdam, worden gemonitord. In aanvulling daarop gaat Nieuw-West ook met buurtpanels werken. De Wilt: “Als die verbetering zien, zit je goed. Anders moet je een stapje verder gaan of iets anders doen.”

 

Armoede, straatvuil en criminaliteit
Slotermeer-Zuidwest en -Noordoost (buurtcombinaties F77 en F76) tellen bij elkaar zo’n 26.000 inwoners. Zes op de tien inwoners zijn ‘nieuwe Nederlanders’, voornamelijk afkomstig uit Turkije en Marokko. De maatschappelijke participatie is laag en de werkloosheid ligt 1,5 keer zo hoog als gemiddeld in Amsterdam. Een kwart van de huishoudens heeft een minimuminkomen en vier op de tien kinderen groeien in zo’n huishouden op. De sociale cohesie is gering en door een gebrek aan betrokkenheid ‘verrommelt’ de buurt. Vervuiling vormt de grootste overlast voor de bewoners en wakkert gevoelens van onveiligheid aan. Overigens ligt de objectieve veiligheid er op het gemiddelde voor Amsterdam. Er wonen zowel veel ouderen als kinderen in de wijk. Tachtig procent van de kinderen onder de 12 jaar is van niet-Nederlandse afkomst. Jongeren van 12 tot 23 jaar hebben een verhoogde kans in de criminaliteit te belanden. Deze kans hangt samen met hoge schooluitval, werkloosheid, lage Cito-scores en armoede. De jeugdcriminaliteit in Slotermeer ligt ruim een kwart hoger dan het gemiddelde in Amsterdam. Ruim vijfhonderd grote gezinnen leven er in te kleine woningen, wat zijn weerslag heeft op de omgeving. Veel kinderen hebben een taalachterstand. In Slotermeer-Zuidwest staan zo’n 1200 duplexwoningen waar de afgelopen jaren een toename valt te constateren van illegale onderhuur, drugs en prostitutie.  Door de crisis is de nieuwbouw van twee basisscholen in het gedrang gekomen. Die van de Immanuelschool is vertraagd en die van de Noordmansschool uitgesteld, waardoor het gebouw nu tijdelijk opgeknapt moet worden met het focusgeld. Afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in een betere uitstraling van het kernwinkelgebied: de Burgemeester De Vlugtlaan en Plein ‘40-’45, maar extra aandacht blijft daar noodzakelijk. Van de 8,7 miljoen euro die in Slotermeer beschikbaar is voor de focusaanpak gaat 44 procent naar sociale interventies en 46 procent naar fysieke maatregelen (vooral verbetering onderwijsgebouwen en openbare ruimte). Daarnaast gaat nog eens 10 procent (dus 870.00 euro) naar fysieke en sociale interventies in het Sloterplasgebied.