Duco Stadig, tien jaar wethouder van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting

Duco Stadig, tien jaar wethouder van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting
“Zelfs de aanpak van de stroperigheid verloopt stroperig”

Toen Duco Stadig kwam, was de tijd voorbij dat de gemeente de bouwopdrachten versterkte. Amsterdamse bestuurders moesten leren omgaan met de markt en de verzelfstandigde corporaties. Omgekeerd ook trouwens. De krapte op de woningmarkt is na tien jaar onverminderd groot. Ook de komende jaren zal daar, zo vreest de wethouder, geen verandering in komen.

De Bijlmer :
“Het is ons gelukt het desolate doorgangshuis te veranderen in een aantrekkelijk woongebied”

De transformatie van het Oostelijk Havengebied tot woongebied, de herstructuring van Zuidoost, de opbouw van IJburg en de Zuidas. Aan ambitieuze projecten ontbrak het niet in het decennium Stadig. Hij voelt zichzelf het meest verbonden met wat er in Zuidoost tot stand is gebracht. De wethouder heeft een lange geschiedenis met het gebied. Bijna dertig jaar geleden kwam hij er al als secretaris van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties. De stinkende catacomben van Ganzenhoef staan hem nog levendig voor de geest. “In de jaren zeventig openbaarden zich de eerste problemen met leegstand. Indertijd heb ik een bijdrage geleverd aan het nadenken over de toekomst van de Bijlmer en het samengaan van de woningcorporaties. Dat was allemaal voor mijn wethouderschap. Daarna kwam het gedoe met de financiering, de problemen bij de ontruiming van de eerste flat en het optuigen van de projectorganisatie. Ik ben er altijd blijven terugkomen. Veel mensen weten helemaal niet hoe het gebied er nu voorstaat. Het is ons gelukt het desolate doorgangshuis te veranderen in een aantrekkelijk woongebied voor de middenklasse. Bewoners van Zuidoost kunnen een wooncarrière maken. Dat is een belangrijk resultaat.”
Ook ergens spijt van? “Ja, de VaRa-strook, de aanpak van de Valkenburgerstraat en de nieuwbouw van de Filmacademie. Het blijft jammer dat we begin jaren negentig niet hebben gekozen voor de bouw van een tunnel van het Mr.Visserplein naar de IJ-tunnel. Toen ontbrak het ons aan voldoende geld. Een paar jaar later waren de middelen wel beschikbaar Als we dat hadden geweten, hadden we die tunnel gebouwd. Ook het gebouw van de Filmacademie aan het begin van dezelfde straat is niet gelukkig. De gevel bevalt niet. De ingang is onzichtbaar. Ook daar speelde gebrek aan geld een rol. Een groot deel van het budget ging naar de binnenkant. Om studenten daar hun werk te laten doen is een hoge mate van geluidsisolatie noodzakelijk. Architect Koen van Velzen ontbrak het vervolgens aan voldoende budget voor de buitenkant.”

Meer markt

In de jaren zeventig en tachtig werden in Amsterdam nagenoeg alleen woningen in de sociale huursector gebouwd. Daarna, vooral in de periode Stadig, ging het roer om. De marktsector ging steeds meer bouwen. Meer koopwoningen dus. Waar sociaal-democratische huisvesters eind jaren zeventig niet dood gevonden wilden worden naast een projectontwikkelaar, ging de gemeente nu steeds meer in zee met marktpartijen. Bovendien verkregen de corporaties een zelfstandige positie.
“Mijn voorganger Louis Genet ontdekte al dat er meer mensen in de stad zijn, dan alleen inwoners met een laag inkomen. Hij wilde meer duurdere woningen in de stad bouwen. Dat was politiek niet eenvoudig. Maar toen ik aantrad was die omslag al gemaakt. Daarna kwam de tijd van blijven herhalen dat de rollen zijn gewijzigd. De overheid bouwt niet meer. Maar na tien jaar moet ik concluderen dat nog steeds niet alle partijen er naar handelen.”
Die kritiek treft corporaties. “Corporaties die werk hebben gemaakt van de verkoop van de bestaande woningvoorraad beschikken over het geld dingen te doen. Toch blijft de neiging bestaan bij de gemeente langs te gaan voor een bijdrage. Steeds opnieuw. Of om bij mij te zeuren om lagere grondprijzen Dat is niet het gedrag dat ik van een goede opdrachtgever verwacht. Het brengt me ook in een lastige positie. Ik probeer de Tweede Kamer ervan te overtuigen dat werk moet worden gemaakt van de verevening van vermogens tussen corporaties onderling. Dan zeggen de Amsterdamse corporaties dat ze niks nodig hebben. Maar waarom wordt er dan zoveel over klein geld gezeurd?”
De nieuwe rolverdeling heeft volgens hem ook positieve uitkomsten. “Met Rochdale heb ik onlangs een deal gesloten over de bouw van 2400 studentenwoningen op verschillende locaties in de stad. Zij krijgen van de gemeente een subsidie van 2500 euro per woning, meer niet. Een symbolisch bedrag. De corporatie moet er veel geld bij leggen. Dat weten ze heel goed. De bouw wordt zonder morren door hen afgehandeld. Een dergelijke heldere manier van met elkaar omgaan, moeten we verder ontwikkelen. Maar nog niet alle corporaties zijn die overtuiging toegedaan.”
Gewone burgers blijven ondertussen de overheid aanspreken als de partij die de volkshuisvesting moet regelen. “Het is een kwestie van uitleggen en opvoeden. De gemeenteraad begrijpt wel dat de gemeente niet meer bouwt. Aan de andere kant is het ook niet zo dat de gemeente niet meer meedoet. We doen aan stedenbouw. We maken de plek beschikbaar. We moeten alle procedures regelen. Bij het programma van eisen houdt de gemeente zich tegenwoordig meer in. Maar daarna is het wel weer de gemeente die vergunningen verleent. Alleen de investeringsbeslissing ligt bij een ander.”
Bij het begin van de huidige bestuursperiode beloofde Stadig de stad de bouw van zestienduizend nieuwe woningen voor 2006. Het ziet er steeds minder naar uit dat dat gaat lukken. “We zullen zien hoe de evaluatie van het programakkoord uitvalt. Ik ben nog steeds optimistisch over de uitkomst. Maar hoe de getallen ook precies zullen zijn; het is veel belangrijker ons af te vragen of we alles hebben gedaan om de bouwstroom te bevorderen.”

Stroperig

De afgelopen twee jaar heeft hij zich nadrukkelijk ingespannen om de stroperigheid in de gemeentelijke besluitvorming te verminderen. “Maar ook de aanpak van de stroperigheid verloopt stroperig. Een voorbeeld. Amsterdam heeft een basiskwaliteit gedefinieerd. Maar het duurt geruime tijd voordat de werkvloer zich die eigen heeft gemaakt. Ambtenaren die jarenlang hun best hebben gedaan allerlei extra eisen te formuleren, gedragen zich niet ineens anders. Nog steeds duiken energienormen op strenger dan in het Bouwbesluit. Dan grijpen we stevig in.”

“Buiten de stad bouwen is langzamerhand net zo duur als binnenstedelijke verdichting”

Als het om stroperigheid gaat, verwacht hij ook meer van Den Haag. “Het Rijk heeft wel aangekondigd regels te schrappen, maar de uitwerking verloopt uiterst langzaam. De kans is vervolgens groot dat het dood hout betreft. Het is zeer de vraag of de Rijksoverheid toekomt aan het schrappen van zaken waar we echt last van hebben. Ik merk in ieder geval nog niet dat alles veel sneller gaat. Bovendien worden we in de tussentijd al weer opgezadeld met nieuwe regels. Vooral vanuit Europa. Hoe verder men van de praktijk staat, hoe gemakkelijker gaat men over tot het uitvaardigen van richtlijnen. Dat proces baart me echt zorgen.”
Voor de rest van zijn bestuursperiode heeft Stadig evenmin een opbeurende boodschap. Door het stagneren van de gronduitgifte voor de bouw van kantoren zal de ruimtelijke sector de komende jaren niet over veel geld kunnen beschikken. Nieuwe plannen mogen geen exploitatietekort vertonen. Lopende plannen worden kritisch tegen het licht gehouden. “Het gaat erom de komende jaren geen domme dingen te doen. Voor mij geldt dat het verbeteren van de structuur belangrijker is dan het aankleden en verfraaien van de openbare ruimte. Het creëren van een goede verkeersafwikkeling is belangrijker dan de aanschaf van extra mooie straatstenen, bomen en bankjes. De inrichting van de openbare ruimte kunnen we in betere tijden alsnog relatief gemakkelijk verbeteren. De vernieuwing van de woningvoorraad in de Westelijke Tuinsteden gaat nu even boven Monumentenzorg. Daar is de laatste dertig jaar al een enorme slag gemaakt.”
Kostbare vernieuwingsoperaties blijven mogelijk. “We hebben het Shell-terrein aangekocht. Ik twijfel niet aan de grote kansen voor het gebied. Er komen prachtige appartementen, soms met uitzicht op het IJ. Alle auto’s verdwijnen in parkeergarages. De binnenstad ligt via de pont onder handbereik. Wie zou dat niet willen? Maar ondanks de voor Amsterdam extreem dichte bebouwing, kost het de gemeente wel dertig miljoen euro. Een dergelijk tekort kunnen we ons niet nog eens permitteren.”

Geen goedkope locaties meer

Het Shell-terrein is volgens Stadig de voorloper van een kostbare periode. “Denk niet dat het bij de ontwikkeling van toekomstige bouwlocaties anders zal gaan. In Noord en in binnenstedelijk gebied gaat het zonder uitzondering om dure, moeilijke locaties. De grondopbrengsten zullen bovendien lager zijn dan in het verleden. Dan is de omslag naar een negatieve grondexploitatie snel gemaakt. Daarom hebben we ook na 2010 behoefte aan subsidies van het Rijk.”
Ook buiten de stad zijn geen voordelige plekken voorhanden. “Buiten de stad bouwen is langzamerhand net zo duur als binnenstedelijke verdichting. In de Nota Ruimte krijgt Schiphol alle ruimte. De Haarlemmermeer gaat deels op slot. De bebouwing van de Legmeerpolder onder Amstelveen wordt onmogelijk. Bij Alphen a/d Rijn kan nog in flinke aantallen worden gebouwd, maar dan moet een kassengebied worden verplaatst. Die kassen kunnen een plaats krijgen nabij de luchthaven, maar daar moeten weer goed renderende boeren worden uitgekocht. Dat moet allemaal worden betaald uit de opbrengsten van de woningbouw. Dat gaat niet lukken. Bovendien moet dan de infrastructuur tussen Alphen a/d Rijn en Schiphol worden verbeterd. Dwars door het Groene Hart.”
Stadig is zeer bezorgd over de consequenties van de Nota Ruimte. “Op de Noordvleugelconferentie hebben we de afspraak gemaakt 150 duizend nieuwe woningen te bouwen. Dat aantal hebben we echt nodig. Maar we dreigen tienduizenden woningen te verliezen door de beperkingen in de Haarlemmermeer, het schrappen van de Legmeerpolder en de keuze van een scenario met een lage druk op de ruimte in Almere. Dan zal in Amsterdam de woningnood voortduren. Zo simpel is het.”
De strijd om meer woningen zal na 2006 niet meer de taak van Duco Stadig zijn. “De stedelijke ontwikkeling heb ik dan wel zo’n beetje gehad. Mocht ik in het openbaar bestuur actief blijven, dan graag met een andere portefeuille. De beslissing daarover heb ik nog niet genomen.”

Bert Pots, Fred van der Molen

 

Duco Stadig, tien jaar wethouder van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting
“Zelfs de aanpak van de stroperigheid verloopt stroperig”

Toen Duco Stadig kwam, was de tijd voorbij dat de gemeente de bouwopdrachten versterkte. Amsterdamse bestuurders moesten leren omgaan met de markt en de verzelfstandigde corporaties. Omgekeerd ook trouwens. De krapte op de woningmarkt is na tien jaar onverminderd groot. Ook de komende jaren zal daar, zo vreest de wethouder, geen verandering in komen." data-share-imageurl="">

Trefwoorden: