Corporaties bepleiten uitbreiding treiteraanpak

Er komen locaties voor geïsoleerde woonvoorzieningen in alle stadsdelen
Corporaties bepleiten uitbreiding treiteraanpak

Januari 2013 was het officiële startsein van de Treiteraanpak, een gezamenlijk initiatief van de gemeente Amsterdam en corporaties om bewoners te verlossen van chronische overlast en intimidatie door medebewoners. De corporaties zijn zeer positief over de geïntegreerde aanpak en willen nu dat de gemeente even doortastend aanpakt bij minder ernstige gevallen.

De Treiteraanpak: zo zit het
De betrokken instanties hebben een convenant afgesloten om van de toptreiteraars alle informatie op tafel te leggen. Daarnaast heeft elk stadsdeel een ‘regisseur’ om de aanpak van overlastgevers te coördineren. De iets minder ernstige gevallen worden op dat niveau behandeld. Er is een ‘instrumentenkoffer’ samengesteld waaruit geput kan worden om een oplossing te zoeken. Wie op de treiterlijst komt krijgt een gele kaart uitgereikt namens de burgemeester. Bij een rode kaart volgt ontruiming, mits de rechter toestemt. Sinds de start in 2013 zijn er zo’n 178 gevallen aangemeld. Ruim dertig daarvan zijn beoordeeld als treiterzaak.  Tot de instrumenten behoren politiebezoek, buurtonderzoek, inzet van straatcoaches, boetes, camerabewaking, verhuizing met laatste-kanscontract.
Klik hier voor reactie burgemeester Van der Laan

September 2013. Onder veel mediabelangstelling wordt de familie D. uit Amsterdam-Noord onder dwang verhuisd naar twee wooncontainers op Zeeburgereiland. Het is de eerste zichtbare manifestatie van de zogeheten Treiteraanpak, de nieuwe Amsterdamse aanpak van notoire overlastveroorzakers die dat jaar in werking is getreden. Met de familie D. wordt het ernstigste geval van burenterreur in Amsterdam aangepakt. Volgens verhuurder Rochdale maakte het gezin zich al sinds 2000 schuldig aan ernstige overlast en intimidatie. Bestuurder Hester van Buren zit namens de corporaties in het Treiter Toptien Team: “Bij deze familie was de dossieropbouw heel ingewikkeld. Omwonenden klaagden maar niemand durfde een schriftelijke verklaring af te geven. Mensen zijn daar helemaal kapot gegaan. Sommigen waren doodsbang in hun eigen huis.”
Voor zulke gevallen moet de Treiteraanpak sneller uitkomst bieden. Die moet ervoor zorgen - zo staat er in het actieplan van november 2012 - dat slachtoffers van intimidatie in de woonomgeving zich beschermd weten; dat daders door de aanhoudende aandacht hun gedrag veranderen; dat er snel en zichtbaar een einde wordt gemaakt aan intimidatie en overlast. En, als andere oplossingen niet werken, dat uiteindelijk de dader gedwongen verhuist in plaats van het slachtoffer.
De gemeente Amsterdam en de woningcorporaties werken daarbij nauw samen, met burgemeester Van der Laan als prominent boegbeeld. Van Buren: “Wij zijn heel blij dat de burgemeester het project trekt. We hadden in het verleden vaak het gevoel dat we er alleen voor stonden. Hij spreekt ook met slachtoffers en bedreigde medewerkers. Dat doet veel. Het is belangrijk dat je weet dat de burgemeester achter je staat. In andere steden zijn ze daar jaloers op.”
“Er is nu in anderhalf jaar meer gebeurd, dan in vijftien jaar daarvoor”, concludeert Jan-Willem Kluit, manager gebiedsbeheer van Stadgenoot. Kluit heeft een lang verleden in de aanpak van woonoverlast en zit in de stuurgroep Treiteraanpak. Kluit: “De winst zit hem in de centrale regie, de ketensamenwerking, de informatie-uitwisseling, de extra instrumenten die ter beschikking staan en het opstellen van een gedeeld plan van aanpak per situatie.”

Structurele intimidatie

De Treiteraanpak is voor ernstige gevallen waarbij sprake is van structurele intimidatie, niet voor gewo-ne burenruzies. Echte treiterzaken worden in eerste instantie op stadsdeelniveau behandeld; elk stadsdeel heeft daarvoor een regisseur aangesteld die informatie van gemeente, politie, zorgpartners en corporatie bij elkaar brengt en de aanpak coördineert. De overlastgever krijgt te horen dat hij is aangewezen voor de Treiteraanpak en dat gedwongen verhuizing dreigt (de ‘gele kaart’). De ernstigste gevallen - ‘de Treiter Toptien’ - worden onder supervisie van Van der Laan behandeld in sessies met bestuurders van betrokken organisaties. Daarbij komt de hele doopceel van de treiteraars op tafel. Van Buren: “Dan hoor je bijvoorbeeld dat niet alleen onze medewerkers maar ook keuringsartsen van uitkeringsinstanties zijn bedreigd.”
De familie D. bleek uiteindelijk zelfs in de wooncontainers niet te handhaven. Van Buren: “Dat was een extreem geval. Om een idee te geven van een andere zaak die we recentelijk op het hoogste niveau hebben behandeld: in die zaak intimideerde een zoon de hele woonomgeving; zijn ouders konden hem niet aan. We hebben die zoon gedwongen te verhuizen naar een woning onder toezicht en een straatverbod gegeven. Zijn nieuwe bewonerscontract  - geen huurcontract dus - wordt ontbonden als hij zich onttrekt aan de verplichte begeleiding of aan andere afspraken.”

 

AFWC DIENT PROGRAMMA VAN EISEN IN BIJ BURGEMEESTER
De Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC) hebben deze zomer burgemeester Van der Laan per brief bevestigd dat de corporaties de plaatsing en kosten van containerwoningen voor ‘treiterhuishoudens’ voor hun rekening nemen. In dezelfde brief poneren ze gelijk een ‘programma van eisen’ waarin van de burgemeester een “richtinggevende stedelijke visie op het voorkomen en aanpakken van woonoverlast” wordt gevraagd. Kort gezegd: breid de methodiek van de treiteraanpak uit tot alle complexe overlastgevallen. Enkele van de eisen:
  • Eén stedelijk convenant voor gegevensuitwisseling
  • Centrale registratie voor woonoverlast
  • Afspraken over rollen en verantwoordelijkheden van ketenpartners
  • Borging van kwaliteit en een optimale inzet van beschikbaar instrumentarium door opleiding, kennisuitwisseling en instrumentontwikkeling
  • Eén stuurgroep woonoverlast waarin de treiteraanpak is geïntegreerd
  • Eén stedelijke Toptien voor alle ernstige woonoverlastdossiers die op decentraal niveau niet binnen aanvaardbare termijn opgelost kunnen worden.
  • De stadsdelen voldoende toerusten voor de operationele regie.

“Nu ook doorpakken”

Kluit vindt de aanstelling van de stadsdeelregisseurs enorme winst. “Ze hebben een ruimer mandaat dan de meldpunten zorg en overlast en de functionarissen zijn over het algemeen van zwaarder kaliber.”
Het is nu volgens hem tijd om door te pakken: “De eenduidige samenwerking van de Treiteraanpak missen we nog in andere - iets minder ernstige - overlastzaken.” De Amsterdamse woningcorporaties pleiten er dan ook voor de huidige Toptien-aanpak als platform te gebruiken voor alle ernstige gevallen van woonoverlast waarvan de oplossing op decentraal niveau blijft steken.
Van Buren: “Wij willen bijvoorbeeld dat het huidige convenant voor gegevensuitwisseling wordt verbreed. Dat is nu beperkt tot de Toptien-aanpak.”
Volgens Kluit zijn de meldpunten onvoldoende uitgerust en verschilt hun werkwijze sterk per stadsdeel. Kluit: “Je ziet nu dat meldingen op verschillende plekken de gemeente binnenkomen. Daardoor ontbreekt ook het zicht op de afhandeling.”

Skaeve Huse

Gedwongen verhuizing naar een afgelegen woonvoorziening zoals bij de familie D. is de ultieme remedie. Dat kan zijn om een periode “af te koelen” maar ook als meer permanente oplossing.
Dat is overigens niet voor het eerst. In 2007 plaatsten de woningcorporaties AWV (nu Stadgenoot) en De Key een vijftal woonunits op een afgelegen plek in de Houthavens. Dit naar het Deense voorbeeld Skaeve Huse. Daar had men al eerder erkend dat er individuen bestaan die niet te handhaven zijn in een gewone woonbuurt en die niet vatbaar zijn voor resocialisatie. In Denemarken bouwde men daarom begin van deze eeuw zo’n vierhonderd houten zomerhuisjes - skaeve huse - aan de randen van steden. Met een terreinbeheerder die de bewoners terzijde staat en een aanspreekpunt voor omwonenden. In Nederland kende alleen de gemeente Kampen een dergelijke vorm van ‘terreinbewoning’.
In de Amsterdamse variant kwam een vijftal alleenstaande mannen terecht. De proef verliep voorspoedig - oude buren opgelucht, mannen tevreden, geen overlast in nieuwe buurt - maar de wooncontainers moesten in 2010 plaatsmaken voor de bouw van een damwand. Dat was direct einde project. In de jaren daarvoor was het de corporaties niet gelukt een andere locatie te vinden. “Een moeizaam proces”, herinnert Van Buren zich. Kluit: “De stadsdelen hadden er geen zin in. Niemand wil graag in zijn achtertuin moeilijke bewoners.”

Locaties voor wooncontainers

Nu komen die locaties er wel, aangezien de opdracht daartoe uit het stadhuis komt. De stadsdelen hebben in overleg met de corporaties locaties geselecteerd, maar die moeten nog definitief vastgesteld (zie interview met Van der Laan). Ongetwijfeld wordt ook diep nagedacht over de wijze van bekendmaking, maar alle communicatieplannen ten spijt zullen er bezwaren rijzen in de betreffende buurten. Dat was het geval bij de wooncontainer op Zeeburgereiland, dat was destijds het geval bij de Skaeve Huse in de Houthavens. Van Buren kan zich nog de verhitte gesprekken herinneren met verontruste bewoners in de Spaardammerbuurt en ouders van studenten. Van Buren: “Er is toen een voortgangscommissie opgericht met omwonenden. Die is bij gebrek aan gespreksstof na een aantal maanden opgeheven.”
De corporaties denken overigens niet per se aan locaties voor wooncontainers. Kluit: “Wij willen waar mogelijk aanhaken bij voorzieningen van maatschappelijke opvang. Zoveel verschillen die overlastgevers vaak niet van deze doelgroep.” In een complex in Nieuw-West waarin maatschappelijke opvang wordt gevestigd, wil Stadgenoot bijvoorbeeld een vleugel met twee of drie units beschikbaar stellen. “Dat maakt ook de begeleiding eenvoudiger.”
Van Buren: “Het belangrijkste is dat de locatie aan de criteria voldoet.” Het belangrijkste criterium is - uiteraard - dat er geen direct omwonenden zijn. Anderzijds dienen noodzakelijke voorzieningen nog wel bereikbaar te zijn - geen hutje in Havens West dus. Kluit: “Wij verwachten dat de doelgroep niet zo groot is. We willen daarom voorzichtig starten op enkele plekken. Anders lopen de kosten ook onnodig op.” Binnenkort worden de eerste locaties bekendgemaakt.

Welke middelen kunnen worden ingezet?
Bij de treiteraanpak worden onder regie van de stadsdeelregisseur door politie, woningcorporatie, gemeente en zorgpartners diverse instrumenten ingezet om het treitergedrag te stoppen. Dit zijn er een aantal:
  • Mondelinge waarschuwingen
  • Buurtonderzoek
  • Gedragscorrigerende gesprekken
  • Inzet van straatcoaches (SAOA)
  • Toezicht en handhaving
  • Boetes
  • Cameratoezicht
  • Kort geding/civiele procedure woningcorporatie
  • Verhuizing met laatste-kanscontract
  • Burgemeesterssluiting

 

Beterburen: vrijwillige bemiddelaars lossen veel burenruzies op
Ergernissen over een bonkende stereo-installatie of katten in de tuin kunnen snel escaleren tot serieuze burenruzies. Als partijen eenmaal met rode hoofden tegenover elkaar staan, kan het raadzaam zijn externe hulp te zoeken. Bijvoorbeeld via een buurtbemiddelaar van Beterburen.
Beterburen bestaat sinds 2004. Het netwerk van ruim tweehonderd vrijwillige buurtbemiddelaars is inmiddels actief in Amsterdam, Amstelveen, Uithoorn, Aalsmeer, Zaanstad en Wormerland. En opvallend is: aan vrijwilligers geen gebrek. Beterburen lukt het ondanks het uitdijende werkgebied voldoende vrijwilligers te vinden die in hun woonomgeving willen helpen burenconflicten op te lossen. Zij krijgen interne opleidingen en volgen intervisiebijeenkomsten.
Jaarlijks groeit het aantal burenruzies dat bij de organisatie wordt aangemeld. In Amsterdam bijvoorbeeld in 2013 met 22 procent tot 1101. In het jaarverslag spreekt Beterburen het vermoeden uit dat de bezuinigingen op welzijn en zorg tot meer overlast leiden van ‘kwetsbare bewoners’. En het helpt ook niet dat door de toegenomen werkloosheid meer mensen de hele dag thuis zitten. Maar de groei van het aantal aanmeldingen komt ongetwijfeld ook door de steeds grotere bekendheid van Beterburen. Corporaties, politie en gemeentelijke diensten verwijzen bewoners bij burenruzies daardoor sneller naar Beterburen.
Buurtbemiddeling heeft in heel Nederland een grote vlucht genomen. In 185 gemeenten proberen 165 organisaties via vrijwillige bemiddeling burenconflicten op te lossen. Dat lukt volgens de jaarverslagen uitstekend: landelijk is het oplossingspercentage 68; bij Beterburen in 2013 zelfs 71 procent. De meeste conflicten hebben te maken met geluidsoverlast. De vrijwillige buurtbemiddelaars zijn er niet voor ernstige conflicten waarbij sprake is van zware verslaving, ernstige psychisch stoornissen of geweld/intimidatie. Bij zo’n 6 tot 8 procent van de aanmeldingen bij Beterburen is sprake van bedreiging of intimidatie.
Beterburen wordt gefinancierd door bijdragen van gemeenten en woningcorporaties.