In de ban van de ring?

Nieuw-West gaat een nieuw tijdperk in
In de ban van de ring?

De tijd van de grootschalige stedelijke vernieuwing is voorbij. Het geld is op. Niet iedereen is daar rouwig om. Kritiek op de radicale sloopplannen is er altijd geweest. De laatste tijd groeit de ergernis over de ‘framing’ van Nieuw-West als een tweederangs wijk buiten de Ring. Veel bewoners vinden het er heel goed wonen. Hoe gaat het nu echt in Nieuw-West?

Is er nu wel of geen sprake van een groeiende tweedeling in Amsterdam? Gaapt er nu wel of geen gapend gat tussen het leven binnen en buiten de Ring? En hoe goed of slecht gaat het eigenlijk met de Westelijke Tuinsteden? Op de bloggerssite Ruimtevolk ontwikkelde zich de afgelopen maanden een boeiend dispuut over deze thema’s.
Startpunt was het dwarse advies dat Stad-Forum samen met de Adviesraad voor Diversiteit en Integratie (ADI) uitbracht over de segregatie in Amsterdam. Die moeten we niet overdrijven, was de boodschap: natuurlijk zijn er forse verschillen tussen bevolkingsgroepen, maar er is geen sprake van een harde tweedeling in de stad, op welk gebied dan ook.
Deze visie maakte eind februari, enkele weken voor de verkiezingen, veel los. Partijen die het traditioneel opnemen voor zwakkere bevolkingsgroepen, zetten de verschillen tussen rijk en arm, tussen kansrijk en kansloos, in verkiezingstijd liever vet aan dan dat ze die nuanceren.
Stedenbouwkundige Wouter Veldhuis, kernteamlid van Stad-Forum, waarschuwt juist voor die beeldvorming. Door maar te blijven hameren op verschillen tussen ‘binnen de Ring en buiten de Ring’ versterk je die alleen maar, is zijn boodschap.
Veldhuis woont in Nieuw-West, zijn hele leven al. In zijn beleving is zijn stadsdeel al twee decennia slachtoffer van overdreven negatieve beeldvorming: “De snelste route naar investeringskracht was het uitvergroten van de sociale en economische problemen.”

De cijfers

Dat slechte imago komt niet uit de lucht vallen, brengt planoloog Jos Gadet in herinnering: “Een analyse (...) van statistieken omtrent ontwikkelingen van vierkantemeterprijzen, huizenwaarden, schooluitval, criminaliteit, werkloosheid, scholingsgraad enzovoort enzovoort wijst eenduidig op tweedeling.”
Veldhuis reageert dat het niet zo moeilijk is de Westelijke Tuinsteden te diskwalificeren als je de grachtengordel en Amsterdam-Zuid als ijkpunt neemt.
Onderzoeker Jeroen van der Veer (AFWC) valt hem op dat punt bij: de WOZ-waarde in Nieuw-West ligt hoger dan in delen van Purmerend en Almere; ook het aandeel jonge hoogopgeleiden ligt in Nieuw-West en Noord hoger dan in grote delen van de regio.
Sociaal-geograaf Ivan Nio, ook bewoner van Nieuw-West, vindt het potsierlijk om over dé Westelijke Tuinsteden te blijven spreken, een stad van ruim 135.000 inwoners. Hij wijst er op dat door de stedelijke vernieuwing nu ook Overtoomse Veld, de Delflandpleinbuurt en Staalmanpleinbuurt in beeld komen bij nieuwe stedelingen.

Groeiend zelfvertrouwen?

De gepikeerde reactie van Veldhuis kan ook worden geduid als een signaal van groeiend zelfvertrouwen van de bewoners. Het gaat niet alleen meer over overlastgevende jongeren, straatvuil, draaideurcriminelen en vroegtijdige schoolverlaters. Naast Veldhuis en Nio is er een groeiend aantal bewoners, bewonersgroepen en erfgoedbeschermers die opkomen voor de positieve kwaliteiten van de Westelijke Tuinsteden.
Bovendien blijkt uit die vermaledijde statistieken ook dat er sprake is van een voorzichtig opgaande lijn. Bewoners zijn beduidend tevredener over hun buurt dan tien jaar terug. In 2001 scoren de buurten Kolenkit (5,0), Overtoomse Veld (5,3) en Osdorp Midden (5,8) nog een onvoldoende in het WiA-leefbaarheidsonderzoek; nu niet meer.
De Westelijke Tuinsteden zijn in ieder geval niet verworden tot de banlieues van Amsterdam, een toekomstscenario dat begin jaren negentig niet denkbeeldig leek. Dat was het moment waarop voor het eerst gesproken werd over een grootschalige aanpak van het woningbestand. Stadsbestuurders maakten zich destijds grote zorgen wie er straks nog wilde wonen in die kleine gehorige woninkjes zonder centrale verwarming: “Leegstand, verpaupering en verloedering à la de Bijlmer lagen op de loer”, aldus oud-stadsdeelvoorzitter Martin Werkman van Bos en Lommer eerder in NUL20 (2003).
De eens populaire tuinsteden waren ‘wijken op de wip’ geworden, concludeerde het onderzoeksbureau Anderiesen en Reijndorp begin jaren negentig. De toenmalige onderzoeker Gerard Anderiesen, nu bestuurder bij Stadgenoot: “De tuinsteden hadden decennia van stabiliteit achter de rug. Ineens kwamen er als gevolg van de stadsvernieuwing grote aantallen allochtone gezinnen naar West. De bestaande bewoners zagen hun wijken in korte tijd veranderen. Ze raakten onthecht en voelden zich bedreigd.” Dit beeld werd indringend zichtbaar gemaakt in de documentaireserie Akbarstraat van Felix Rottenberg. Wat daarvan beklijft is de enorme cultuurclash tussen oude en nieuwe bewoners, de angst voor overlast, vandalisme en de criminaliteit en de armoedige woonsituatie van veel migrantengezinnen.

Rigoureuze ingreep

Om de neergaande lijn om te buigen, kiezen beleidsmakers mede voor een rigoureuze ingreep in het woningbestand. Anderiesen: “De oplossing werd gezocht in kwaliteitsverbetering en differentiatie van het woningbestand.”
De differentiatie moest ervoor zorgen dat de tuinsteden weer aantrekkelijk werden voor een ander type woningzoekende dan die er nu in overmaat neerstreek. Een breder woningaanbod moest er bovendien voor zorgen dat bewoners met wie het beter ging niet vanzelfsprekend de wijk verlieten. Sinds de jaren tachtig bleven er namelijk middengroepen wegtrekken, ook van Nieuwe Nederlanders die het beter kregen. De nieuwbouw van Nieuw Sloten en De Aker leidde tot een extra verhuisstroom uit de oudere delen van Nieuw-West.
Anderiesen: “Het probleem van die portieketageflats was niet dat ze allemaal zo slecht waren, maar dat het er zoveel waren: 45.000 dezelfde kleine sociale huurwoningen. De eenzijdigheid was het probleem. Het gevoel was daarom heel sterk dat kleine stapjes niet zouden helpen.”

Operatie Parkstad

Zo rond 1998 zijn de geesten rijp voor een grootschalige interventie. Operatie Parkstad - zoals het gebied is gaan heten - start met het aanwijzen van drie voorbeeldprojecten.
Anderiesen: “Aanvankelijk stond een aantal corporaties nog zeer aarzelend tegenover grootschalige ingrepen. Gaandeweg veranderde dat en groeiden hun ambities. Dat had zeker ook te maken met hun verzelfstandiging na de bruteringsoperatie. Ze konden nu laten zien dat ze het verschil konden maken. Het testosteron vloog je soms wel een beetje om de oren.”
Nieuw-West moest worden opgestoten in de vaart der volkeren. Dat kon ook. Want lag het juist niet heel strategisch, zo tussen Amsterdam, de Haven en Schiphol, dicht bij de uitvalswegen?
In 2001 verschijnt de marsroute voor de grootschalige vernieuwing van de Westelijke Tuinsteden: Richting Parkstad 2015. De ambitieuze sloop/nieuwbouwprogramma’s hebben tot doel wooncarrières mogelijk te maken voor de huidige bewoners (zowel naar betere sociale huurwoningen als naar marktwoningen); een beter woningaanbod te creëren voor midden- en hogere inkomensgroepen (koopwoningen) en het behoud van ten minste hetzelfde aantal inwoners. De transformatie moet het aandeel sociale woningen verlagen van 76 procent (2001) naar 44 procent in 2015. Daarbij is de sloop van meer dan 10.000 woningen voorzien.
Hoewel het tuinstadkarakter moet blijven bewaard, legt de gemeente een stevige verdichtingsopgave op. Terwijl de nieuwbouwwoningen al flink groter zijn dan de bestaande, dienen er 15.000 extra woningen te worden toegevoegd aan de bestaande 54.000.

Honderden miljoenen

Na een moeizame start, komt de vernieuwingsmachine gaandeweg het eerste decennium op stoom. De bestuurlijke aansturing wordt ondergebracht bij Projectbureau Parkstad en het aantal betrokken corporaties vermindert door fusies en consortiavorming (waaronder Far West). De corporaties tonen hun spierballen. Geholpen door de vastgoedhausse zijn ze in staat honderden miljoenen te investeren in het gebied. Typerend is dat als in 2006 de gemeente het tempo financieel niet meer kan bijbenen, de corporaties aanbieden ook de vernieuwing van de openbare ruimte voor hun rekening te nemen, in ruil voor meer handelingsvrijheid (de Parkstad-deal).
Maar dan. In september 2008, net als de vaart er lekker in zit, breekt de pleuris uit in de financiële wereld. Terwijl de woningcorporaties veel onverkochte woningen in productie hebben, stort de nieuwbouwverkoop in. Corporaties worden geconfronteerd met forse verliezen en afschrijvingen. De sector raakt verder in het nauw als zich landelijk een aantal financiële schandalen openbaren.  Het einde van een tijdperk dient zich aan. Er wordt na 2012 nog wel doorgebouwd, maar in een langzamer tempo, op kleiner schaalniveau en soberder. Anno 2014 zijn sommige vernieuwingsgebieden bijna klaar; andere wijken zijn gedeeltelijk aangepakt, terwijl in andere gebieden projecten uitgesteld of zelfs afgeblazen zijn. Aan Slotermeer, juist een van de oudste tuinsteden, is de herstructurering nog grotendeels voorbijgegaan.

Achterstallig onderhoud

Voor bewoners in vernieuwingsgebieden breken na 2008 beroerde tijden aan. Van bijna geen enkel plan is uitvoering verzekerd. Bewoners die jarenlang een gebrekkige woning voor lief namen, zien hun vooruitzicht op een nieuwe woning de grond ingeboord. Edo Gommers, teamleider van het Steunpunt Wonen in Nieuw-West: “De langdurige onzekerheid heeft veel bewoners apathisch, murw gemaakt.” Je zult maar jaren hebben meegepraat in een ‘droomgroep’ en dan ineens horen dat het opgestelde plan de prullenbak in gaat.
Arnold Paalvast, voorzitter van het bewonersplatform Geuzenveld/Slotermeer: “Veel bewonerscommissies hebben tropenjaren gedraaid. Veel deelnemers zijn teleurgesteld en verbitterd, zowel wat de corporaties als het stadsdeelbestuur betreft.” Volgens hem is er een chronisch onderhoudsprobleem bij veel complexen: “Er is sprake van moedwillige verwaarlozing. Aan veel Airey-woningen is bijvoorbeeld al 25 jaar nauwelijks wat gedaan.”
“Vragen over achterstallig onderhoud zijn de meest voorkomende”, bevestigt Gommers. Dan gaat het om echte gebreken, maar ook over slechte isolatie en gebrekkige verwarming. We krijgen ook signalen dat het planmatig onderhoud soberder wordt en over een langere periode wordt uitgesmeerd.”
Anderiesen van Stadgenoot, de grootste corporatie in Nieuw-West, erkent dat er problemen zitten bij woningen die op de nominatie stonden gesloopt te worden. Dat waren er nogal wat. “Na een inventarisatie hebben we in 2010 de ergste gevallen aangepakt. We hebben twee kwaliteitsniveaus gedefinieerd. Eind 2014 proberen we al onze woningen op een basaal niveau te hebben. In 2020 moeten onze woningen het kwaliteitsniveau hebben om ze nog enkele decennia verantwoord door te exploiteren.”
Ondertussen zijn er nog veel complexen waarvan de toekomst onzeker is. De bewoners daarvan hebben pech. Zolang sloop een optie blijft, zullen verhuurders niet investeren in dubbel glas of andere vormen van ingrijpende verbetering.

Behapbaar

Lang niet alle bewoners zijn er rouwig om dat de vernieuwingsmachine hapert. Kritiek op de radicale sloopplannen is er altijd geweest, zowel van bewoners als van externe deskundigen. Gaandeweg groeide de aarzeling. André Thomsen, oud-hoogleraar woningverbetering aan de TU Delft, pleitte eind 2004 al voor minder slopen en meer renoveren. Volgens hem kon Amsterdam die goedkope woningen niet missen. Bovendien verliep de vernieuwing zo langzaam, dat buurten eerst jarenlang verkommerden.
Daarnaast groeide de waardering voor de naoorlogse architectuur en stedenbouw in de tuinsteden. In 2006 werd een deel van Slotermeer aangewezen als beschermd stadsgezicht: het Van Eesterenmuseum.
Portefeuillehouder Wonen Paulus de Wilt van Nieuw-West maakt bij zijn aantreden in 2010 duidelijk dat hij inzet op meer renovatie en minder sloop.
Hij heeft het tij mee, met dank aan de economische crisis. De tijd van grote gebaren is namelijk voorbij. Het geld is op. Corporaties stellen sloop uit of kiezen voor een beperkte opknapbeurt. Koopwoningen worden niet meer op risico gebouwd. Gebieden worden in kleine stapjes aangepakt met meer oog voor het bestaande. Aan bestaande stratenplannen wordt vanwege de kosten bij voorkeur niet meer gemorreld. Bovendien kan renovatie of sloop/nieuwbouw zo blokje voor blokje worden uitgevoerd.
Lisette Langerwerf, als gebiedsontwikkelaar bij de Alliantie onder meer actief in de Staalmanpleinbuurt in Slotervaart: “We hebben gezien dat grote plannen ook grote risico’s met zich meebrengen, zoals onverkochte woningen en plekken die lang leeg blijven. We zijn naar een schaal teruggegaan die behapbaar is. Er blijft wel een droombeeld, maar we handelen klein.”

Hoe nu verder?

“De projecten zijn veel te grootschalig geweest”, vindt Gert Jan te Velde van Schagen Architecten en supervisor van het stadsdeel. “De ontwikkelpartijen waren te machtig. Een belangrijke les is dat de gebruiker in de positie moet worden gebracht dat hij een stem heeft. Het is beslist een voordeel dat nu veel preciezer wordt gekeken waar ingrepen echt nodig zijn.”
Maar hij is wel “dubbel over de crisis”. Hij ziet dat na een periode van kwaliteit voor alles, de nadruk nu volledig ligt op betaalbaarheid. Dat leidt enerzijds tot een gerichte aanpak van de echte knelpunten, maar ook tot pappen en nathouden: “Waar voorheen wijken van top tot teen werden aangepakt, worden nu problemen weggedefinieerd”.
Langenwerf waarschuwt dat kleinschalig handelen wel vanuit een visie op het grotere geheel moet worden gedaan: “We moeten voor ogen houden welke meerwaarde een ingreep heeft voor het stadsdeel én voor de stad Amsterdam. Welke buurt of wijk kan als springplank fungeren, welke is geschikt voor zelfbouw?” Ze wijst op de transformatie van het ACTA-gebouw tot studentenwoningen als een nieuw middel om de bevolking gemengder te maken en meer levendigheid te creëren.
Anderiesen van Stadgenoot ziet dat op een totaal andere wijze dan gepland de differentiatie toch op gang komt. “In de Van Tijenbuurt in Geuzenveld hebben we een strook teruggeven ten behoeve van zelfbouwkavels. In de bestaande bouw worden woningen verkocht. Bij de zes Dudokhaken is na renovatie de helft in de sociale huur gebleven. We hebben de laatste twee complexen nu verkocht aan een ontwikkelaar die er luxere koopwoningen van gaat maken dan wij van plan waren.”

Meer markt?

Deze transactie geeft aan hoezeer de verhouding tussen overheid, corporaties, markt en samenleving aan het veranderen is. Het zijn niet alleen meer enkele grote corporaties en de gemeente die de lijnen uitzetten. Het aantal bouwende partijen is uitgebreid met zelfbouwers, klussers en kleine en grotere ontwikkelaars. Ondertussen worden er ook braakliggende terreinen, binnentuinen en leegstaande gebouwen in gebruik genomen door collectieven van burgers.
Minister Blok gaat de rol van de corporaties nog verder terugdringen. Hij wil corporaties alleen nog toestaan marktwoningen te bouwen als de markt het laat afweten. Anderiesen: “Bij de vernieuwing is differentiatie altijd de primaire doelstelling geweest. Zodat meer Amsterdammers een volgende stap kunnen zetten. Marktpartijen stappen pas in als een buurt al in de lift zit. Bij de Dudokhaken dus in de derde fase. Dat vinden we inmiddels prima. Maar de minister moet ons wel de ruimte geven om het proces op gang te brengen.”

Sloterplas

Je zou bijna vergeten dat er ondertussen nog wordt doorgebouwd in Nieuw-West. In 2013 werden in het stadsdeel 814 woningen opgeleverd en 460 in aanbouw genomen. Sinds de start van de herstructurering zijn er ruim 11.000 nieuwbouwwoningen opgeleverd. Anderiesen: “De corporaties hebben wellicht te veel risico genomen, maar ondertussen is wel de Bijlmer en een groot deel van Nieuw-West vernieuwd.”
Er lopen nog altijd substantiële bouwprogramma’s rond het Staalmanplein (de Alliantie), Stadstuin Overtoom (Eigen Haard), de Laan van Spartaan en De Punt (Ymere), Hasselaerhof (Stadgenoot) en het Oranjekwartier (Wonam). De verkoop van nieuwbouw trekt weer wat aan. Chrétien Mommers van Eigen Haard is dan ook zeer optimistisch over de potentie van het koopwoningprogramma van de klimaatneutrale wijk Stadstuin Overtoom.
De diversiteit aan woningtypen en eigendomsverhoudingen is inmiddels flink toegenomen. Waar het Nieuw-West volgens allerlei betrokkenen nog aan ontbreekt is die bijzondere voorziening, dat iconische project waardoor een kennismaking met het gebied een must wordt. Er is geen Artis, Eye, Blijburg of universiteit.
“Maak nu eindelijk eens werk van de Sloterplas”, verzucht Anderiesen. “Daar kunnen dingen gebeuren waar iedereen op af komt.” Gelijktijdig moet volgens hem de verbinding met de stad worden versterkt. En daarmee raakt hij aan oude plannen om via stadsstraten de mentale barrière van de Ringzone te doorbreken.
De Ring! Daar is ie weer. Vincent Kompier, planoloog en journalist, stelt voor naar Duits voorbeeld een zondag per jaar de Ring West af te sluiten en er een gigantische picknick te organiseren voor bewoners van binnen én buiten de Ring. “Dan ben je in één keer van dat gezeur af.”

 

Uitstel: Bakema-Zuid
De crisis heeft tal van sloop/nieuwbouwplannen gesmoord. Dat geldt bijvoorbeeld voor de wijk Bakema-Zuid (Johan van Kuykstraat, Dirk Sonoystraat, Bouwen Ewoutszstraat, Jan Zijvertszstraat, Jan van Duivenvoordestraat en Dr. H. Colijnstraat). De reguliere huurders zijn grotendeels uitgeplaatst; het terrein aan de Colijnstraat ligt braak. Bij de ontvlechting van Far West in 2010 zijn de woningen eigendom geworden van Stadgenoot. Die zette direct een grote streep door de bestaande bouwplannen. Grootschalige sloop is van de baan. Inmiddels is het vier jaar later. Oud-portefeuillehouder Paulus de Wilt had graag van de buurt een ‘vrije zone’, een experimentgebied, gemaakt. Bijvoorbeeld door galerijflats aan studenten, kunstenaars, ondernemers en andere pioniers te verkopen. Omdat de reguliere huurders grotendeels zijn vertrokken is er meer handelingsvrijheid dan normaal. Er wordt door corporatie en stadsdeel gewerkt aan een nieuw, sober plan. Gerard Anderiesen van Stadgenoot: “We hebben besloten het stratenpatroon in stand te houden. Dat geeft de gelegenheid om blokje voor blokje besluiten te nemen. We beginnen met beperkte renovatie van de eerste blokken voor sociale huur en koop. Mogelijk gaan we in de laatste fase wel een paar blokjes vervangen door nieuwbouw.”

 

Eindeloze discussie: Aireystrook
Exemplarisch voor de eindeloze debatten over sloop versus renovatie is de discussie rond de Aireystrook in Slotermeer. In het in 2009 vastgestelde Vernieuwingsplan Slotermeer Noord was de sloop van de Aireystrook voorzien. Het zijn geen beste woningen. Bewoners hebben te maken met vocht- en geluidsproblemen en een hoog energieverbruik. Wat niet helpt is dat de opeenvolgende eigenaren het onderhoud vanwege de sloopplannen al vele jaren minimaliseren.  Een flink deel van de reguliere huurders is uitgeplaatst. Een kleine groep bestaande huurders verzet zich tegen sloop dan wel de condities voor verhuizing of terugkeer. Zij krijgen steun van erfgoedbeschermers. Die vinden dat de Airey-blokken zowel vanwege het industriële bouwsysteem als de bijzondere verkaveling behouden moeten blijven. Tot en met de Amsterdamse gemeenteraad is over het sloopbesluit gediscussieerd. Eigenaar Eigen Haard blijft vasthouden aan sloop/nieuwbouw, omdat renovatie kostbaar is en niet leidt tot woningen die voldoen aan de hedendaagse woonwensen. De corporatie heeft een plan klaarliggen waarbij de huidige strokenstructuur behouden blijft. Met woningen in de sociale huur, vrijesectorhuur en koop. Tot dusver werd de corporatie gesteund door het stadsdeel. De vraag is of dat na de bestuurswisseling zo blijft.

 

Gewoon doorgaan: Staalmanpleinbuurt

De Alliantie en stadsdeel werken sinds 2008 aan de vernieuwing van de Staalmanpleinbuurt. De uitgangspunten voor de vernieuwing zijn ondanks de crisis overeind gebleven: sloop van zeshonderd woningen en nieuwbouw van eengezinswoningen en appartementen; renovatie van de flats aan de Plesmanlaan en woningen aan de Johan Huizingalaan, de Boddaertstraat en Helena Mercierstraat. Het kluswoningenproject Klarenstraat is onderdeel van dit gebied.
De wijk heeft enkele jaren terug al een nieuw hart gekregen dat bestaat uit geschakelde complexen met 71 huurwoningen en 41 koopappartementen, een moskee en een buurtcentrum. Daarnaast ligt het nieuwe Staalmanpark met de inmiddels bekende kolossale Staalmanbeer. Langs het spoor staan vijf nieuwe woonblokken en eengezinswoningen.

Zie ook: fotoreportage Overtoomse Veld en Slotervaart

Bronvermelding:

  1. een aantal citaten zijn genoteerd op een debatavond op 16 maart geïnitieerd door ex-portefeuillehouder Paulus de Wilt van Stadsdeel Nieuw-West. De gesprekken die hij voorafgaand hield met zes deskundigen zijn gebundeld in:  ‘De tussenstand van de stedelijke vernieuwing. Zijn we nog goed bezig in Nieuw-West?’.
  2. ruimtevolk.nl (met dank voor de titel)
Deel