Overslaan en naar de inhoud gaan

Haarlem Verandert

In de beeldvorming van Haarlem domineert de prachtige historische binnenstad zo sterk, dat je je nauwelijks kunt voorstellen dat een kwart van alle Haarlemse woningen gebouwd is tussen 1965 en 1995. Eerder al, in de publicatie Wederopbouw in Haarlem, betoogde de Historische Vereniging Haerlem dat in de stedenbouw en architectuur van de stad vanaf 1965 een nieuw tijdperk aanbrak. In Haarlem Verandert krijgt dat handen en voeten in een zorgvuldig onderbouwde, compacte geschiedschrijving door Hans Buis, Sjaak Dekkers, Dirk Jense en Theo Tenu van drie decennia stedenbouw en architectuur in Haarlem.

De stad verandert niet zoals eerder bedacht

Net als veel andere plaatsen in ons land koos de gemeente Haarlem in de jaren zestig voor sloop van vooroorlogse bebouwing, grootschalige nieuwbouw, functiescheiding en een vlotte auto-bereikbaarheid van de binnenstad. In twee hoofdstukken beschrijven de auteurs de maatschappelijke, culturele en politieke ontwikkelingen die ertoe leidden dat de stad na 1965 weliswaar ingrijpend veranderde, maar juist niet zoals het eerder door de overheid gepland was. De bepalende thema’s werden behoud en herstel, kleinschalige ingrepen, functiemenging en terugdringen van het beslag van de auto op de openbare ruimte. Hoe dit de stedenbouw en architectuur beïnvloedde, laten de auteurs in hoofdstuk 4 zien. 
De daling van de gemiddelde woningbezetting, die voor een groot deel aan de basis ligt van het huidige woningtekort, speelde in die periode ook al: er kwamen 20.000 woningen bij, maar de bevolking nam met 24.000 inwoners af.

Rijke erfenis

In drie hoofdstukken gaan de auteurs in op “de rijke erfenis uit het recente verleden.” Een groot deel daarvan staat in de uitbreidingsgebieden Meerwijk, Molenwijk en Centrumgebied in Schalkwijk, de Zuiderpolder en industriegebied Waarderpolder. De ingrepen in het kader van de stadsvernieuwing komen aan snee in een hoofdstuk over acht buurten in en rond de historische stad. Daarnaast bestaat de erfenis uit gebouwen met andere functies dan wonen: kantoren, maatschappelijke voorzieningen, winkels, gebedshuizen. Opvallend in de beschrijvingen is de grote rol van de stadsarchitecten in Haarlem. Het boek is rijk geïllustreerd met fotowerk van Chris Hoefsmit, die en passant aantoont dat je architectuur ook zonder strakblauwe luchten treffend in beeld kunt brengen.

Potentiële iconen

Voor dit boek is een inventarisatie gemaakt van zo’n duizend post-65 objecten. Sommige zijn potentiële iconen, andere zijn al gesloopt, voor de meeste dient de keuze voor renovatie of herbestemming zich aan. De auteurs realiseren zich dat lang niet alle gebouwen die ze voor het voetlicht brengen op dit moment warme gevoelens oproepen bij de Haarlemmers. Ze brengen in herinnering dat het Vroom & Dreesmanngebouw uit de jaren dertig aan het Verwulft ooit verguisd werd, ook door de Historische Vereniging Haerlem, maar inmiddels een geliefd icoon is en ook nog eens rijksmonument. 
De auteurs achten het niet mogelijk en gewenst om alles te bewaren. Zoekend naar wat van waarde is, sluiten ze aan bij de criteria van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed voor erfgoed van na 1965. Dat leidde tot een selectie van 250 objecten, vertrekpunt voor verder onderzoek en uiteindelijk de stap naar een beschermde status.

Landelijk toepasbaar

In 2024 kondigde de gemeente Haarlem aan beleid te willen ontwikkelen voor de Post 65 periode. De Vereniging wil daar met dit boek een bijdrage aan leveren. Ze organiseerden bovendien een expositie in het ABC Architectuurcentrum en een symposium, dat laatste in samenwerking met de stadsarchitect en Team Erfgoed van de gemeente. Hopelijk staat die samenwerking er borg voor dat de informatie en opvattingen in deze publicatie substantieel het gemeentelijk beleid beïnvloeden. 
Haarlem Verandert biedt een goed bruikbare beschrijving van de context voor en praktijk van het waarderen van jongere bouwperiodes. Dat maakt deze aanpak in het hele land toepasbaar. 

Joop de Haan

Haarlem Verandert
Post 65-stedenbouw en architectuur
Hans Buis, Sjaak Dekkers, Dirk Jense, Theo Tenu
Uitgave van de Historische Vereniging Haerlem
112 blz. 2025