Overslaan en naar de inhoud gaan
Top
Woonbarometer
Hoeveel woningen komen er nu echt bij in Amsterdam?
Statistiek is de waarheid liegen, dat is bekend. Maar over bouwproductie-cijfers zou toch niet veel discussie mogen ontstaan. Dat is toch gewoon een kwestie van optellen? Ja en nee. Zo heeft wethouder Stadig het steevast over ‘in aanbouw genomen‘ woningen. Daar wil hij op afgerekend worden als hij het over de veelbesproken bouw van zestienduizend woningen in de huidige ambtperiode heeft.

De vele cijfers voor de bouwproductie

 

Bron

2003

Start bouw

Basisbestand wongbouwlocaties (OGA)

3103

Opgeleverde woningen

Basisbestand wongbouwlocaties (OGA)

2409

Opgeleverde woningen

CBS/VGA

1998

Opgeleverde woningen

O+S

1842

De ‘start bouw’-cijfers van Stadig leiden tot de optimistische analyse dat woningproductie weer in de lift zit. Het aantal in aanbouw genomen woningen steeg immers volgens het Basisbestand Woningbouwlocaties in 2004 van 3103 (2003) naar 4940. Dat is goed nieuws, maar wel voor de lange termijn. De doorlooptijden tussen start bouw en de oplevering lopen inmiddels op tot twee à drie jaar. Het aantal opgeleverde woningen liep in 2004 juist terug.
Verwarrender is dat over het aantal ‘opgeleverde woningen’ geen eenduidigheid bestaat. Zo turft het Ontwikkelingsbedrijf (OGA) in zijn Basisbestand jaarlijks een paar honderd opgeleverde nieuwbouwwoningen meer dan de Dienst Onderzoek en Statistiek (O&S) van dezelfde gemeente Amsterdam. De OGA telt 2233 opgeleverde woningen over 2004, O+S komt niet verder dan 1906 (voorlopig cijfer op 1 maart). Over 2003 zijn de verschillen nog veel groter. OGA komt uit op 2409, terwijl O+S slechts 1842 nieuwbouwwoningen turft. Dat scheelt nogal wat.
Wat blijkt? OGA rekent tot nieuwbouw ook verbouwingen waarbij sprake is van functiewijziging: scholen, graansilo’s, pakhuizen die worden omgebouwd naar woningen. O+S is strenger. Deze dienst betrekt zijn cijfers van het Vastgoedregister Amsterdam (VRA), beheerd door Geo- en Vastgoedinformatie. Volgens de VRA kan verbouw alleen als nieuwbouw worden beschouwd als er met nieuwbouwfinanciering is gebouwd. Dat scheelt jaarlijks een paar honderd woningen.
Maar hiermee houdt het niet op. VRA is de hofleverancier van zowel CBS als O&S. Toch zat er in 2003 ook tussen het VRA- en O&S-cijfer een verschil. Het VRA kwam uit op 1998 nieuwbouwwoningen, O+S op 1842. Zo’n verschil bestond alleen in 2003, maar waarom weken CBS en O&S cijfers van elkaar af?
De verklaring: doordat de stadsdelen de aantallen opgeleverde woningen vaak laat doorgeven aan de VRA-beheerder, duurt het heel lang voor het definitieve cijfer bekend is. Voor O&S soms te lang. Als het invoerjaar erg afwijkt van het bouwjaar accepteert O&S het niet meer als nieuwbouw voor dat jaar en wordt het als correctie opgevoerd. Zo verdwijnen nieuwbouwprojecten tussen wal en schip.

Mutaties woningvoorraad

2002 2003
vermeerdering
3891
3766
w.o. nieuwbouw
2393
1842
vermindering
1827
3042
w.o. sloop
441
1436
extra woningen
2064
724

Bron O+S, Kerncijfers Amsterdam 2004

Tenslotte dit. Er verdwijnen jaarlijks natuurlijk ook woningen, zowel door functiewijziging als door sloop. Volgens O&S kwamen er in 2003 3766 woningen bij en verdwenen er 3042, waarvan de helft door sloop. Er kwamen dus in totaal slechts 724 woningen bij. Over heel 2004 is het sloopcijfer nog niet bekend, maar in de eerste helft waren het er al 1129. Vergelijk dat eens met het aantal opgeleverde woningen in 2004 volgens O&S: 1906. De eindconclusie over 2004 verandert niet: de woningproductie zit in de lift, maar er zijn wederom bitter weinig woningen bijgekomen. [FvdM]