D66 wil voorrang voor leraren

Voorrangsregelingen op gespannen voet met terugdringen bureaucratie
D66 wil voorrang voor leraren

De Amsterdamse D66 wil een deel van de starterswoningen reserveren voor leraren. Regelingen die in het kader van de deregulering werden afgeschaft, worden weer van stal gehaald. Begrijpelijk. Voorrangsregelingen creëren behoort tot het beperkte instrumentarium van de lokale politicus. Maar de keerzijde is dat de bureaucratie toeneemt en de reguliere woningzoekende nog langer moet wachten.

De Amsterdamse D66 wil onderwijsgevenden voorrang geven; de VVD opperde eerder iedereen met een baan voorrang te verlenen. De onoplosbare schaarste aan sociale huurwoningen in de regio Amsterdam motiveert politici al decennia tot het bedenken van voorrangsregelingen voor bepaalde doelgroepen. Een urgentiestatus geeft de ene woningzoekende meer kansen ten koste van de andere, maar meer woningen levert een andere manier van verdelen natuurlijk niet op. Bovendien zorgt het voor extra bureaucratie en meer kosten.
D66 kent deze nadelen natuurlijk ook, benadrukt D66-raadslid Reinier van Dantzig. “Vandaar dat wij de wethouder hebben gevraagd om onderzoek te doen naar de mogelijkheden.” Zo’n regeling zou eventueel uitgebreid kunnen worden naar andere beroepsgroepen. Maar in dit geval zocht D66 aansluiting bij een actueel plan om het groeiende lerarentekort te bestrijden. D66-raadslid Dehlia Timman: “Anders hebben we in 2020 zo’n 415 leraren te weinig voor alleen al de basisscholen in de stad.’’

Net afgeschaft

D66 oppert om een deel van de nieuwe tijdelijke starterscontracten voor leraren te reserveren. Maar Van Dantzig en Timman willen daarnaast onderzoek naar een urgentiecategorie voor deze beroepsgroep.
Zo’n voorrangsregeling is in 2013 net afgeschaft. Amsterdam had vanaf 2001 als enige Nederlandse gemeente een voorrangsregeling voor leraren, verplegers en politieagenten. Het ging jaarlijks om zo’n 200 tot 250 woningen. Wethouder Ossel zette er in 2013 een streep door. In zijn ogen gingen er te weinig woningen naar reguliere woningzoekenden, waardoor de wachttijden maar opliepen. Bovendien was dereguleren een prioriteit van het toenmalige college. In dat kader sneuvelden onder Ossel heel wat ‘doelgroepen’: naast de beroepsgroepen verloren ook grote gezinnen, studenten, jongeren en kunstenaars hun algemene voorrang.

Rendement

Werkte de regeling? De werkgevers in de zorg, het onderwijs en bij de politie vonden kennelijk van wel, want ze pleitten in 2013 voor continuering; vergeefs dus. In de praktijk maakte overigens de politie er nauwelijks nog gebruik van en kreeg ook de zorgsector zijn contingent niet op. Voor leerkrachten lag dat anders, gaf ook wethouder Ossel destijds al toe.
Interessant is ook de eerste evaluatie van de regeling in 2005. Het achterliggende idee was woningzoekenden van buiten die in Amsterdam wilden gaan werken in de betreffende sectoren, eenmalig aan een corporatiewoning te helpen. De woning zou helpen bij de werving van nieuw personeel. In de praktijk gingen de meeste woningen juist naar Amsterdammers. Je kunt betogen dat je op deze manier potentiële vertrekkers vasthoudt,  zeker nu veel studenten een campus- of ander tijdelijk contract hebben. Maar dat was in ieder geval destijds niet de bedoeling en ook niet de afspraak.
Een beperking is dat voor corporatiewoningen een inkomensgrens (nu: max €36.165) geldt.  Leraren met jaren ervaring, laat staan tweeverdieners, verdienen snel te veel. In die inkomensgrens zit overigens wel enige rek. Corporaties mogen een deel van hun woningen (max. 10%) verhuren aan huishoudens met een inkomen tot 40.349 euro. En volgens D66 moeten er met corporaties ook afspraken zijn te maken om hun vrije sector huurwoningen met voorrang aan leraren te verhuren. Wethouder Ivens heeft inmiddels laten weten weinig heil te zien in een voorrangsregeling.