Aandacht voor achterstallig onderhoud

Tussenstand programma Woningkwaliteit
Aandacht voor achterstallig onderhoud

Amsterdam wil eigenaren die hun woningen laten verslonzen meer achter de broek zitten. Wethouder Ivens heeft in 2016 de aanpak van achterstallig onderhoud tot stedelijke prioriteit verheven. Maar hoe gaat het daarmee?

 

‘Bouw- en woningtoezicht’ is in Amsterdam een taak van de stadsdelen. Die moeten toezien op de wettelijke minimale kwaliteit van woningen. Maar vorig jaar juni stelde de gemeenteraad het Programma Woningkwaliteit vast. Daarmee werd de aanpak van achterstallig onderhoud tot stedelijke prioriteit verheven. Dat betekent in de praktijk dat de afdeling Wonen de stadsdelen nu met een team bijstaat voor toezicht, handhaving en juridische en beleidsmatige ondersteuning. Het programma heeft een looptijd van twee jaar. Wat is er ondertussen gebeurd?
De uitwerking bestaat uit drie sporen: stimuleren, voorkomen en handhaven. Wat dat laatste betreft: wie zit te wachten op grootschalige acties om nalatige huiseigenaren schrik aan te jagen, komt vooralsnog bedrogen uit. Tot zover gaat veel tijd zitten in taaie dossiervorming, juridische verkenningen en het opzetten van samenwerking, uniformering en expertise-ontwikkeling. Het totaal aantal ‘verdachte’ woningen dat Wonen in beeld heeft, lag medio maart op circa zeshonderd.

Krottentop

Deelprojecten in uitvoering zijn een quick-scan van alle woningen in Amsterdam (stadsdeel Noord is afgerond, zie kader) en het opstellen van de ‘krottentop’: notoir slechte panden met een lange en weinig succesvolle handhavingsgeschiedenis. In het eerste kwartaal 2017 zijn vijf van die dossiers onder handen genomen waarvan er drie (opnieuw) in een handhavingstraject zijn opgenomen.
Andere deelprojecten in voorbereiding zijn acties volgend op de quick-scan in Noord, installatiekeuringen en aandacht voor uitkragende galerijflatvloeren.
Handhaven is een zaak van lange adem. De eerste stap is de eigenaar informeren over de bevindingen. Als er niets gebeurt, kan de gemeente de eigenaar ‘aanschrijven’ en dwangsommen opleggen. Dit kan in laatste instantie zelfs leiden tot het veilen van het pand. Maar dan zijn we snel maanden tot jaren verder, want een eigenaar moet een redelijke tijd worden geboden om reparaties uit te voeren. Sinds 2015 kunnen gemeenten ook een bestuurlijke boete opleggen, maar Amsterdam heeft hier nog geen beleid voor ontwikkeld.

Beter voorkomen

Een andere ‘actielijn’ van het programma is stimuleren en voorkomen. Wonen probeert onder andere met campagnes via diverse media huiseigenaren en bewoners te attenderen op de noodzaak van onderhoudsplannen, brandveiligheid, isolatie en aanpak van vocht en schimmel. Een deel van de campagnes is specifiek gericht op kleine, en vaak inactieve, VvE’s.
Extra aandacht krijgt de hardnekkige problematiek van vocht en schimmel in corporatiewoningen. Enkele ‘innovatielabs’ hebben inmiddels geleid tot een voorstel voor vier experimenten: de schimmelmeter, schimmelmediation, onderzoek naar de combinatie bouwtechnische aspecten en gedrag, en als vierde handhaving na uitspraken van de huurcommissie.

 

Kwaliteit van 1 procent woningen in Noord lijkt slecht
De staat van onderhoud van zo’n 1 procent van alle woningen in Amsterdam-Noord is op het eerste gezicht slecht en van 0,3 procent matig. Dat is de uitkomst van een quick-scan van de gemeente Amsterdam. Bij de slechte woningen zijn de meest voorkomende gebreken slecht schilderwerk en houtrot. Maar ook aan veel daken en afvoeren mankeert wat. Bij ruim honderd woningen is sprake van een vermoede verzakking. Flink wat dijkwoningen vertonen scheuren.
De quick-scan in Amsterdam-Noord is onderdeel van het Programma Woningkwaliteit dat de gemeenteraad vorig jaar juni vaststelde. Het nieuwe handhavingsteam van Wonen heeft het stadsdeel daarbij ondersteund. Ambtenaren zijn alle straten van het stadsdeel afgefietst en hebben de externe kwaliteit van de woningen beoordeeld. Daarbij zijn er 450 als ‘slecht’ beoordeeld. Omdat de verbetering van ruim 350 daarvan, veelal corporatiewoningen, al in voorbereiding zou zijn, concentreren Wonen en het stadsdeel zich op de overige dossiers, te beginnen met de 24 ‘slechtste’ panden. Omdat bij dijkwoningen een specifiek scheurpatroon naar voren kwam, is expertise van een constructeur van de Omgevingsdienst Noordzeekanaal ingeroepen.
Uiteindelijk is het de bedoeling met alle stadsdelen tot een stadsbreed beeld van de woningvoorraad te komen.

 

Trefwoorden: