Uitstroom uit opvang komt op gang

“Goed kijken naar het draagvlak in buurten”
Uitstroom uit opvang komt op gang

Corporaties bieden al jaren onderdak aan zorgcliënten, maar nieuw is de schaal waarop de uitstroom uit de maatschappelijke opvang en het begeleid wonen naar reguliere woningen nu plaatsvindt. Tegelijkertijd zien corporaties hun huurders kwetsbaarder worden. Begeleiding op maat en preventie moeten portieken leefbaar houden.

 

Op de werkkamer van Harry Doef, directeur zorg van het Leger des Heils in Amsterdam, ligt net een stapeltje huurcontracten om te ondertekenen. “Ik heb ze niet speciaal voor deze afspraak laten liggen; het gaat gewoon heel hard nu.” De uitstroom van mensen in de maatschappelijke opvang en het begeleid wonen naar een gewone woning zit in een stroomversnelling. Dankzij nieuwe afspraken tussen gemeente, corporaties en zorginstellingen als het Leger des Heils en HVO-Querido in het kader van het bredere Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen (PHKG).
De zorginstellingen hebben er jaren op gehamerd dat er meer woningen voor hun cliënten beschikbaar moesten komen. Niet alleen is het maatschappelijk gewenst dat zorgcliënten zoveel mogelijk zelfstandig wonen, het is ook van groot belang om de wachtrijen aan de voordeur van de opvang terug te dringen, benadrukken Leger des Heils en HVO-Querido. En dat geldt ook voor de wachtlijsten bij Jeugdzorg: hoe meer mensen uitstromen naar een woning, hoe meer nieuwe cliënten ze kunnen opnemen. Voor de gemeente is ook niet onbelangrijk dat deze ontwikkeling flinke bezuinigingen kan opleveren op de zorgkosten

Aantallen komen los

En de aantallen komen nu los, tot wel tachtig woningen per maand bij het Leger des Heils. De zorgaanbieders moeten soms alle zeilen moeten bijzetten om het aanbod te kunnen verwerken, zegt Doef, die deel uitmaakt van de stuurgroep van het PHKG.
“In het begin waren we wel wantrouwig, omdat eerdere beloftes niet werden waargemaakt”, voegt Katia Maas, die namens ‘het Leger’ in de projectgroep zit, toe. Eerst zien, dan geloven, was de houding van het Leger toen er duizend woningen voor zorgcliënten werden toegezegd voor de periode 2016-2018. Het eerste jaar werd het quotum ook niet gehaald, maar voor 2017 stond de teller op 1 november al op ruim driehonderd. “En dat geeft vertrouwen”, aldus Doef.
Corporaties bieden al jaren onderdak aan zorgcliënten, maar nieuw is de schaal waarop het nu gebeurt, vertelt Maas. “Het is een grote ontwikkeling.” Het Leger des Heils en HVO-Querido hebben wel mensen klaarstaan die getraind zijn in het bieden van ambulante begeleiding. 
“Nieuw is ook het commitment van alle partijen”, aldus Maas. “Er zijn drie wethouders bij betrokken en door de decentralisatie van de zorgtaken kunnen er ook duidelijke verbindingen worden gemaakt. Zo is een bezuiniging van 3 miljoen euro op de zorg afhankelijk gemaakt van de realisatie van die duizend woningen voor zorgcliënten.”

Kwaliteit

Alle partijen zijn het erover eens dat aantallen niet zaligmakend zijn: de kwaliteit is minstens zo belangrijk. “Het matchen van woning en kandidaat lukt steeds beter”, zegt programmamanager Arjan Spit van de gemeente. “Zorgen dat mensen woningen krijgen waarin ze zich thuis voelen in buurten waar ze een netwerk hebben - en dan wel het goede netwerk natuurlijk.”
Waar voorheen de corporaties met één aanbod kwamen voor één bepaalde kandidaat, krijgen de instellingen nu in korte tijd tientallen woningen aangeboden, waarvoor ze de meest geschikte kandidaten kunnen zoeken. Daardoor is de kans groter dat elke gegadigde de beste woonomgeving krijgt.
Volgens de Samenwerkingsafspraken tussen gemeente, woningcorporaties en de Huurdersvereniging Amsterdam uit 2015 moet in totaal 30 procent van alle toewijzingen naar kwetsbare groepen als zorgcliënten, statushouders en sociaal-medisch urgenten gaan. “Maar als we goed matchen en we tevreden bewoners hebben, dan moet het niet erg zijn als we een keer 28 procent realiseren”, zegt Cathelijn Groot van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC). “Prima”, reageert Spit hierop, “maar dan zouden ze in een later jaar ook eens keer 32 procent kunnen doen.”
In het PKHG is afgesproken dat de woning maximaal drie maanden na het afgeven van de urgentie moet worden geleverd. Voor het hele programma lukt dat in tweederde van de gevallen. Alleen voor cliënten van het Leger en HVO-Querido zijn de gemiddelde wachttijden nog steeds wat langer, Doef schat zo’n half jaar. “Maar ooit was het 2,5 jaar, dus dit is ongekend.” Volgens Irma Baars, programmamanager van HVO-Querido, komen de langere wachttijden door de achterstanden die er nog zijn. Als die in 2018 zijn weggewerkt, zijn die drie maanden wel te bereiken.

Housing first

Allemaal goed nieuws dus, maar tegelijkertijd lijken berichten in de media over overlast door ontspoorde bewoners toe te nemen. Wordt de sociale sector niet te zwaar belast op deze manier?
De betrokken partijen benadrukken dat zorgcliënten al jaren in sociale huurwoningen worden ondergebracht. En dat gaat in het overgrote deel van de gevallen goed, zeggen ze.
Zo biedt HVO-Querido via haar Discus-team al ruim elf jaar woningen aan cliënten die vaak kampen met een mix aan problemen: een psychische stoornis, verslaving, schulden en dakloosheid. Het Discus-programma is gebaseerd op het uit New York overgewaaide ‘housing first’-principe. Dat houdt in dat een zorgcliënt niet eerst aan een heel pakket eisen hoeft te voldoen voordat die eindelijk zelfstandig in een eigen woning mag wonen. Deze eisen, bijvoorbeeld over het hebben van een dagbesteding, leiden volgens deskundigen tot demotivatie, hospitalisatie en ellenlange opnames. Een woning geeft eigenwaarde en is juist een drijfveer om zaken op orde te krijgen en houden.
Bij housing first gelden slechts drie basisvoorwaarden: huur betalen, geen overlast veroorzaken en begeleiding van de zorginstelling accepteren. Er is een stok achter de deur om die begeleiding te accepteren: het huurcontract van de corporatiewoning staat de eerste tijd op naam van de zorginstelling. Na maximaal twee jaar wordt gekeken of het contract kan worden ‘omgeklapt’ en op naam van de bewoner kan komen.
Het housing first-principe gold tot voor kort alleen voor het Discus-programma, maar wordt in de nieuwe afspraken toegepast voor de hele doelgroep in de maatschappelijke opvang en het beschermd wonen. Die wordt dus sneller geholpen. Gezinnen in de opvang zijn overigens nog uitgezonderd van housing first - met oog op de veiligheid van de kinderen. Maar wellicht verandert dit; volgens Baars hebben HVO-Querido, Leger des Heils en de gemeente er onlangs een geslaagde pilot met 25 gezinnen mee gehouden.

Draagvlak

“Juist door de begeleiding is er nauwelijks overlast. En als die er wel is, kunnen de hulpverleners er snel bij zijn”, vertelt Groot van de AFWC. “Het zijn juist de kwetsbare bewoners die geen klant zijn van zorginstanties waar wij ons zorgen over maken. Die zijn vaak lastig te bereiken.”
“Verder zien we veel van onze bewoners, mede door strengere toewijzingsregels armer en daarmee kwetsbaarder worden. Ouderen wonen langer thuis, vereenzamen, dementeren, veroorzaken overlast of ervaren die juist. Daar kunnen we als corporaties niets mee, alleen signaleren.”
Hoewel de huisvesting van zorgcliënten dus goed verloopt, bestaan er ook zorgen door de exponentiële groei ervan dit jaar. “Het is een makkelijke rekensom dat je veel kwetsbare mensen hebt in wijken met veel sociale huurwoningen”, zegt Maas. “We moeten goed kijken naar het draagvlak in die buurten, of de voorzieningen erop zijn toegerust en er ter plekke een achtervang is van hulpverleners. Ook wil je je klanten huisvesten op andere plekken in de stad, met mensen die niet kwetsbaar zijn. Daar zitten vaak ook bewoners die anderen willen en kunnen helpen. Daar moeten we een beroep op doen.”
“Aan de andere kant zijn het gewoon Amsterdammers, die nu al in buurten leven”, relativeert Spit. Ook bij het ‘enorme’ aantal past een relativering: “Vanuit maatschappelijke opvang en beschermd wonen gaat het jaarlijks om zo’n vijfhonderd mensen die worden verspreid over een stad met ruim 800.000 inwoners.”
Tegelijkertijd kun je niet altijd voorkomen dat iemand in een crisis raakt, erkent Doef. “Met één ingezonden brief over overlast in Het Parool is iedereen weer van slag. Maar het is wel de keuze die de samenleving heeft gemaakt over de omgang met kwetsbare mensen. Niet in 24-uursvoorzieningen, en dat is prima. Maar het betekent wel dat je dit meeneemt.”

Preventie

De samenwerkingspartners gaan nu kijken wat ze kunnen doen op het gebied van preventie. Want het beste is natuurlijk voorkomen dat mensen moeten worden opgenomen door een zorginstelling en op een wachtlijst daarvoor komen. Signalering is belangrijk. Daarvoor zijn er de Meldpunten Zorg en Woonoverlast, waar bewoners met klachten en zorgen over hun buren terechtkunnen. Het Leger des Heils denkt met de eigen buurtinlopen Bij Bosshardt, waarvan er nu vier in de stad zijn, laagdrempelige meldpunten te hebben. Verder hoopt het dat corporaties bij huurachterstanden en signalen over vervuiling en ‘hoarding’ (buitensporige verzameldrift) het Leger vragen om eens een kijkje bij de bewoner te nemen. Een en ander uiteraard met inachtneming van diens privacy. HVO-Querido heeft al een dergelijke samenwerking in Amstelveen met Eigen Haard, vertelt Baars.

Vertrouwen

De aangescherpte werkafspraken en verbeterde processen hebben geleid tot veel meer onderling vertrouwen, verkondigen de partijen. Iedereen weet in elke fase van het proces wat hem te doen staat en er zijn de spreekwoordelijke ‘korte lijnen’ wanneer het misgaat met een cliënt in een corporatiewoning. Overlastklachten worden snel opgepikt door de zorgverleners, en HVO-Querido heeft zo’n tien ‘time-out-bedden’ klaarstaan voor als het mis gaat of dreigt te gaan.
“Nu komen de corporaties zelfs naar ons toe met de vraag wat wij nodig hebben als ze nieuwbouw gaan neerzetten”, aldus Maas. Volgens Cathelijn Groot van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties denken de corporaties ook mee over nieuwe woonconcepten voor deze groepen. Bijvoorbeeld woonblokken met niet kwetsbare medebewoners die worden geselecteerd op hun bereidheid lichte mantelzorg te bieden.
Over de werkafspraken zijn partijen het inmiddels grotendeels eens, zegt Spit. Maar er zijn nog open eindjes, bijvoorbeeld de toegenomen risico’s voor de zorginstellingen. Doordat de huurcontracten de eerste tijd op hun naam staan, zijn ze in feite woningverhuurders geworden. “Dat is eigenlijk een ongewenste situatie. Er zijn voor ons te veel financiële risico’s aan verbonden”, zegt Doef doelend op mogelijke huurachterstanden en kostbare juridische procedures. “Daarover zijn we nog met de corporaties in gesprek.” Het Leger des Heils heeft tegen de 450 woningen op zijn naam staan en HVO-Querido maar liefst zo’n 1.500, waarvan een deel ‘omklapwoningen’.

 

Doelgroepen: wie krijgt voorrang?
Naast cliënten uit de maatschappelijke opvang vallen statushouders, mensen die op een rolstoelwoning wachten en sociaal-medische urgenten onder het Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen. Bij de statushouders was de vanuit het Rijk opgelegde taakstelling voor 2017 - ruim 1.100 woningen - half oktober gehaald, grotendeels gerealiseerd dankzij sobere tijdelijke huisvesting zoals Startblok. Er was nog wel een achterstand van enkele honderden woningen uit eerdere jaren.    
Het aanbieden van rolstoelgeschikte woningen blijkt veel lastiger, zegt gemeentelijk programmamanager Arjan Spit. Daar zijn er gewoon weinig van. “We gaan kijken wat we slimmer kunnen doen met woningaanpassingen, meer maatwerk dus.” En bij de huisvesting van sociaal-medisch urgenten geldt dat mensen zelf een woning zoeken. “Soms duurt het lang voordat ze een woning betrekken vanwege aanvullende woonwensen. We gaan daarom uitzoeken of directe bemiddeling een oplossing biedt.”
Verder zijn er nog de cliënten van jeugdzorg die lastig aan een woning komen. Terwijl er wel veel wordt gebouwd voor jongeren. “Logisch dat niet alle doelgroepen dan evenredig aan bod komen. Zo zien we nu dat jongeren meer aandacht moeten krijgen. Die gaan we dan ook geven.”