Overslaan en naar de inhoud gaan
Top
Geactualiseerd op
Nul20 Dashboard woningcorporaties
Amsterdamse corporaties

Dit dashboard geeft een actueel overzicht van de woningvoorraad en verhuur van de woningcorporaties in Amsterdam. De cijfers komen uit de jaarberichten van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC) tenzij anders aangegeven.

Tekst - auteur(s)
Fred van der Molen

De Jaarberichten van de AFWC maken ons steevast bewust van de immense druk op de sociale huurmarkt (SH) in de hoofdstad. Het aantal actief woningzoekenden nam in 2025 wederom fors toe, naar 185.500 (+25% t.o.v. 2024, na 20% toename in 2023). De gemiddelde inschrijfduur bij toewijzing bleef hangen op 9,9 jaar, vergelijkbaar met 2024. Het gemiddeld aantal punten bij toewijzing is 29,8. Het nieuwe volgordesysteem dat in 2023 werd geïntroduceerd - dat is gebaseerd op het sparen van punten in plaats van alleen inschrijftijd - lijkt inmiddels ingeburgerd. Punten verzamel je onder andere door veel te reageren op woningadvertenties.

In Amsterdam stonden per 1 januari 2026 494.449 woningen (CBS) waarvan 183.500 zelfstandige huurwoningen van woningcorporaties. De corporaties bezitten daarmee 37 procent van de Amsterdamse woningvoorraad. Corporaties verhuren naast sociale huurwoningen (170.500 oftewel 34% woningvoorraad) ook complexen met onzelfstandige wooneenheden en woningen in de middeldure en de vrije huursector; omgekeerd wordt een deel van de particuliere sector in het gereguleerde segment verhuurd. Ongeveer 30 procent van de Amsterdamse woningen heeft een eigenaar-bewoner.



Sinds 2021 groeit de sociale woningvoorraad weer

Als we alle 'wooneenheden' meetellen - dus ook de onzelfstandige woningen - bezitten de corporaties er 191 duizend. 89 procent daarvan bestaat uit zelfstandige sociale huurwoningen, de rest uit onzelfstandige eenheden en woningen  uit de middeldure en vrije huursector. De meeste sociale huurwoningen staan in Amsterdam Noord. Ymere is de grootste woningcorporatie.

Sinds 2021 groeit de sociale woningvoorraad weer, nadat het aantal zelfstandige sociale corporatiewoningen vanaf eind jaren tachtig gestaag daalde. In 2021 committeerden gemeente, corporaties en huurdersorganisaties in de prestatieafspraken 2020-2023 (herdoopt tot 'Samenwerkingsafspraken') daaraan een einde te maken. Deze trendbreuk slaagde, maar de beoogde doelstelling van 3.000 extra sociale huurwoningen in vier jaar werd niet gerealiseerd. Het werden er 2.105 (exclusief Weesp). Daarnaast bouwden de corporaties ook 2.067 middeldure huurwoningen, juist veel meer dan de beoogde doelstelling van 1.100. 

De omvang van de sociale voorraad is in 2025 fors toegenomen: +1.300; het saldo van nieuwbouw, verkoop, sloop en liberalisatie. Daar moeten nog bij worden opgeteld 520 flexwoningen: Brasa Village in Zuidoost. De kwaliteit van deze woningen zou niet meer onder doen voor die van permanente woningen. Plan is om ze na 15 jaar te verplaatsen.

Bouwproductie

In de Samenwerkingsafspraken 2020-2023 spraken gemeente, huurders en corporaties af de afname van de sociale voorraad een halt toe te roepen. Doelstelling werd om in die periode per saldo 3.000 sociale huurwoningen en 1.100 middeldure huurwoningen aan de voorraad toe te voegen. Om deze groei waar te maken zouden jaarlijks gemiddeld 2.500 nieuwe sociale huurwoningen moeten worden opgeleverd. 
Dat is niet gelukt. Reden voor de corporaties om voor de periode 2024-2027 minder hoog in te zetten. Men koerst voor deze periode op de bouwstart van gemiddeld jaarlijks 1.900 tot 2.500 permanente sociale huurwoningen. Deze ambitie is noch in 2024 (1.817) noch in 2025 (1.515 woningen) gerealiseerd.

Er werden in 2025 wel veel woningen opgeleverd, ruim 2.500, een historische piek.

Even terug in de tijd. In de periode 2019-2023 werden beduidend meer woningen gebouwd (zie StartBouw-grafiek). De teller stond toen na vier jaar op 9.235, oftewel 2.309 per jaar. Daar zitten wel veel kleine woningen bij. Met name studenten/jongerenhuisvester Lieven de Key bouwde in die periode heel veel studio's. Ter illustratie: het gemiddelde oppervlak van een jongeren- en studentenwoning was in 2023 25 m2 gbo. Dat waren 1.271 van de 2.658 woningen. Gemiddeld hebben de reguliere sociale nieuwbouwwoningen zo'n 57 m2 vloeroppervlak.

In onderstaande grafieken is de totale woningproductie van de afgelopen jaren opgenomen. Wat valt op naast het grote aantal opleveringen in 2025? De trend is negatief. In 2024 bleef de woningproductie van de corporaties (start bouw) nog nog redelijk op peil, zeker in vergelijking met de stagnatie in de marktsector én in aanmerking genomen dat er dat jaar geen enkel groot studentencomplex in aanbouw werd genomen. Maar de trend is wel negatief. In 2025 werden in beduidend minder corporatiewoningen in aanbouw genomen. Dat leidt onvermijdelijk tot minder minder nieuwbouwwoningen de komende jaren.  

Huren en verhuringen

De doorstroming is niet groot in de reguliere Amsterdamse sociale huursector, maar is sinds 2020 wel substantieel gestegen. Ter vergelijking: in 2020 kregen 7.615 reguliere sociale huurwoningen een nieuwe bewoner, terwijl dat er vorig jaar 9.014 (verhuur via DAK/WoningNet en overig). Dat waren er ruim 500 meer dan in 2024, maar die stijging is toch wonderlijk klein gezien de stevige groei van de woningvoorraad. 

In de middeldure en dure huursector (in de grafiek de 'vrije huursector) kwamen juist vorig jaar weer meer corporatiewoningen beschikbaar na twee jaar van daling. Zo blijkt uit onderstaande tabel. (Beweeg de cursor over de grafiek voor de aantallen).


Een heikel punt is sinds jaar en dag de verkoop van sociale huurwoningen. Linkse collegepartijen willen dat het liefst verbieden, maar zwichten elke collegeperiode weer voor de financiële realiteit. Zo lang Den Haag niet bijpast of belastingen verlaagd hebben de corporaties de verkoop van sociale huurwoningen namelijk nodig om de ook door de politiek gewenste investeringen in nieuwbouw en duurzame renovatie te doen. opeenvolgende rapporten maken duidelijk dat de schuldenlast van de corporaties jaarlijks verder groeit. Het groeiend tekort aan betaalbare woningen en de toenemende maatschappelijke en politieke druk hebben er wel toe geleid dat corporaties sinds 2017 minder sociale huurwoningen verkopen en liberaliseren. Er werden in 2025 641 sociale huurwoningen verkocht. 
De afgelopen jaren compenseerden de sterk gestegen verkoopprijzen in belangrijke mate het verlies aan inkomsten vanwege afgenomen verkoop. Het gevolg van die prijsstijgingen is wel dat middeninkomens - de traditionele doelgroep - nog zelden een corporatiewoning kunnen betalen.

Uit de jaarcijfers blijkt dat Amsterdamse corporaties weer iets minder terughoudend zijn geworden met het liberaliseren van sociale huurwoningen. Zo werden in 2025 155 woningen naar de vrije sector overgezet, tegenover 125 in 2023 en slechts 88 in 2024.

Verduurzaming

Corporaties verbeteren de kwaliteit van hun woningen door te investeren in onderhoud en duurzame renovatie. Als gevolg van duurzame renovaties en door toevoeging van nieuwbouw verandert de samenstelling van de woningvoorraad. Het aandeel woningen met een energielabel A, B en C is toegenomen van 42 (2015) naar bijna 80 procent. De corporaties moeten volgens landelijke afspraken nog 15.500 woningen met een E, F of G label wegwerken voor 2029, maar dat gaat in Amsterdam niet lukken heeft de AFWC al aangekondigd.

Betaalbaarheid

De gemiddelde kale huur van een Amsterdamse corporatiewoning was 642 euro in 2025 en 1.045 euro voor een middeldure woning. Van alle zelfstandige corporatiewoningen heeft 91 procent een huur onder de sociale huurgrens (€900, prijspeil 2025), 8 procent heeft een middeldure huur (€900 tot €1260) en 1 procent een hogere huur. De verschillen tussen stadsdelen zijn klein. In elk stadsdeel heeft zo'n 90 procent van de corporatiewoningen een sociale huur; Centrum heeft wat meer dure huur (4%), Weesp helemaal niet. 

In alle stadsdelen valt het grootste deel van de sociale voorraad in de laagste prijscategorie tot de eerste aftoppingsgrens. Volgens landelijke regels zijn woningen met een huurprijs onder de aftoppingsgrenzen financieel passend voor huishoudens uit de ‘primaire doelgroep’, met een jaarinkomen tot circa €28.375 (één persoon) of €38.500 (meer personen). In 2025 hebben de corporaties 68 procent van alle Amsterdamse sociale huurwoningen onder deze grens verhuurd.

Bij de jaarlijkse huurverhoging benutten de Amsterdamse corporaties de ruimte die de landelijke regels en afspraken bieden. De huren hebben namelijk veel invloed op de mogelijkheden van corporaties om te investeren in de bouw van nieuwe woningen en het opknappen en verduurzamen van bestaande woningen.


Bronnen: CBS, Monitor Samenwerkingsafspraken 2020-2023, Jaarberichten AFWC. Het jaarbericht verschijnt op de site van de Federatie: www.afwc.nl.
Trefwoord