Woonruimteverdeling: Minder regels, meer afspraken

Amsterdams college komt met ingrijpende hervorming van woonruimteverdeling
Minder regels, meer afspraken

Het woonruimteverdelingssysteem in Amsterdam gaat op de schop. Het college heeft begin juli een voorstel naar de raad gestuurd waarin de overheidsbemoeienis flink wordt beperkt. De reikwijdte van de huisvestingsvergunning voor goedkope huurwoningen wordt sterk verkleind. Ook schrapt de wethouder in het aantal urgentiecategorieën en op handhavingscapaciteit. Ten slotte komt er een nieuw verdeelmodel met onder andere ruimte voor loting, spoedzoekers en kwaliteitzoekers. Na de gemeenteraad moet ook de stadsregio daarmee akkoord gaan.

 

Amsterdam wil minder regels, Zaanstad en Almere juist meer
Het wordt steeds moeilijker een betaalbare huurwoning te krijgen in de regio Amsterdam. Meer woningen bouwen zit er niet in, dus wat de verantwoordelijke politici rest is wat sleutelen aan de manier waarop woningen worden verdeeld.
Maar terwijl Amsterdam regels en beperkingen schrapt, zoeken Almere en Zaanstad het juist in extra regelingen en verordeningen. Meerdere regiogemeenten willen vooral de kansen van eigen bewoners vergroten.Om in Amsterdam een goedkope huurwoning (huren tot 554 euro, 121 punten) te mogen betrekken heeft elke nieuwe huurder een huisvestingsvergunning nodig. De gemeente verleent deze vergunning op aanvraag van de verhuurder, als de potentiële huurder aan een aantal voorwaarden voldoet. Het gaat dan om binding aan de stad, de woninggrootte in relatie tot de grootte van het huishouden en om het inkomen.

In het voorstel van wethouder Freek Ossel vervallen alle ‘passendheidscriteria’ behalve de inkomensgrens. Het is een van de voorgestelde maatregelen die het woonruimteverdelingsstelsel eenvoudiger en effectiever moeten maken. Minder regels, zo stond ook in het collegeakkoord. En goedkoper, dat ook. Want Ossel moet flink bezuinigen. Het voorstel bestaat uit vijf onderdelen. Van vergunningplicht naar afspraken, minder voorwaarden voor toelating en toewijzing, minder doelgroepen, een nieuw verdeelmodel en ten slotte een soberder handhavingsregiem. Deze aanpassingen moeten leiden tot een structurele bezuiniging van ruim 2,5 miljoen euro.

Huisvestingvergunning

Historisch gezien volgt Amsterdam een opmerkelijke koers. De regelzucht van de bestuurders leidde in een grijs verleden al eens tot de bijnaam van ‘Moskou aan de Amstel’. Maar tussen het bureau Herhuisvesting eind jaren zeventig tot het laatste voorstel van Freek Ossel gaapt inmiddels een enorme kloof. Destijds werd de helft van de huurwoningen van particuliere verhuurders nog door de gemeente toegewezen. Nu stelt de wethouder voor zelfs de vergunningplicht te vervangen door afspraken met verhuurders.
Voor de corporaties is die stap overigens niet zo groot. Dergelijke prestatieafspraken hebben gemeente en corporaties al vastgelegd in akkoorden als ‘Bouwen aan de Stad’. Maar dat ook particuliere verhuurders van de vergunningplicht kunnen afkomen is opmerkelijk. Of het zover komt is overigens de vraag, want de gemeente eist van de verhuurders wel een transparant systeem voor woningverdeling en –toewijzing en een klachtenregeling. Voor particuliere verhuurders die daartoe niet bereid of in staat zijn, blijft de vergunningplicht gewoon gelden.
Directeur Hein Bos van Vastgoedbelang acht het zeker mogelijk dat met een flink deel van de (grotere) particuliere verhuurders dergelijke afspraken zijn te maken: “Veel hangt natuurlijk af van de details. We denken na over het opzetten van een website waar onze leden hun vrijkomende huurwoningen opzetten. Wat dat betreft werpt ook de nieuwe Huisvestingswet zijn schaduw vooruit. Daarin wordt ook aangestuurd op een transparant verhuursysteem.”

 

De nieuwe Amsterdamse woonruimteverdeling in vijf voorstellen
  1. De vergunning-plicht wordt vervangen door afspraken. Dit geldt niet alleen voor corporaties maar ook voor particulieren die bereid zijn om afspraken te maken..
  2. De criteria voor toelating en toewijzing worden vereenvoudigd. Er komt één huurgrens en eisen voor een passende woning en binding met de stad komen te vervallen. Wat blijft is een inkomensgrens: huurwoningen tot 554 euro mogen worden gehuurd door huishoudens met een inkomen van maximaal 38.150 euro. Voor de particuliere markt zijn er momenteel twee huurgrenzen: die van 554 euro (121 punten) voor de overige passendheidscriteria, en die van 418 euro (93 punten) voor de inkomensgrens.
    Update 22-09-2011: Waarschijnlijk wordt de inkomens- en huurgrens verhoogd: inkomensgrens van 43.000 euro voor alle particuliere huurwoningen tot 652 euro. 
  3. Studenten, ouderen, onderwijzers, grote gezinnen, verpleegsters en agenten vallen straks niet meer onder een voorrangsregeling. Het college beperkt de voorrangsregeling tot wat wettelijk is vastgelegd: calamiteitenopvang, verblijfs-gerechtigden, vrouwenopvang en maatschappelijke opvang. Bovendien wordt de (tijdelijke) herhuisvesting van stadsvernieuw-ingsurgenten een verantwoordelijkheid van de verhuurders zelf! Dat moet het aanbod voor reguliere woningzoekenden laten stijgen van zestig naar zeventig procent.
  4. Er komt een nieuw verdeelmodel met ruimte voor loting, spoedzoekers en kwaliteitzoekers. Spoedzoekers kunnen gaan loten voor een woning, maar vervolgens maar een beperkt aantal keren weigeren. Het huidige systeem op basis van inschrijfduur blijft bestaan voor degenen die willen doorstromen naar een betere woning. Huurders bouwen na verhuizing niet meer automatisch woonduur op. Zij moeten zich opnieuw inschrijven bij WoningNet.
  5. De handhavings-capaciteit wordt teruggebracht en op een andere leest geschoeid. De focus komt te liggen op bestrijding van excessen, de aanpak van leegstaande woningen en op gebieden waar misstanden worden vermoed. Bureau Zoeklicht blijft bestaan.

Meer info: www.amsterdam.nl/woonruimteverdeling

Minder urgenten

Het aantal doelgroepen dat met voorrang een woning krijgt, wordt flink kleiner. Corporaties reserveren nu elk jaar ongeveer veertig procent van hun vrijkomende huurwoningen voor voorrangsgroepen. Het college wil het aantal voorrangsdoelgroepen verminderen, zodat het woningaanbod voor reguliere woningzoekenden stijgt van zestig naar zeventig procent. Ossel stelt dat studenten, jongeren, ouderen en grote gezinnen beter met gericht beleid dan met voorrangsregelingen kunnen worden geholpen.
Verder komen er nieuwe verdeelvormen waarbij de woningzoeker straks kan kiezen uit twee routes. Degenen die haast hebben, kunnen straks als ‘spoedzoeker’ via loting gaan meedingen naar een woning. Daar staat tegenover dat meeloters maximaal drie keer een woning mogen weigeren. Daarnaast blijft het principe van de inschrijfduur bestaan voor degenen die bereid zijn lang te wachten op een betere woning.
Opvallend is dat Ossel het woonduurbeginsel wil afschaffen. Wie verhuist zal zich dus zelf opnieuw moeten inschrijven om rechten op te bouwen. Een nog open vraag is wat er gaat gebeuren met de opgebouwde rechten van de huidige huurders.

Handhaving

Woonruimteverdeling

Tot slot wordt er gesnoeid in de opsporing van misbruik van woningen. De gemeentelijke handhavingscapaciteit wordt straks vooral ingezet op de bestrijding van excessen en de aanpak van leegstand. De gemeente verwacht opvallend genoeg dat particuliere verhuurders zelf meer gaan doen aan woonfraude-bestrijding. Volgens Hein Bos van Vastgoedbelang willen particuliere verhuurders dat best, maar dan is er wel meer medewerking van de gemeente nodig. “Een verhuurder kan nu niet eens opvragen wie er in zijn huis is ingeschreven. We zouden net zo’n regeling als de corporaties moeten krijgen.”