Stadswarmte rukt op

Stadswarmte rukt op

Energiesbesparing in de bestaande bouwBijna de helft van het energieverbruik in Amsterdamse woningen gaat op aan de vraag naar warmte en warm tapwater. Geen wonder dat de gemeente een groot voorstander is van stadsverwarming. Met de restwarmte die vrijkomt in de AfvalEnergieCentrale en de twee elektriciteitscentrales van NUON in Westpoort en Diemen, kunnen 400.000 huishoudens het hele jaar door worden bediend. Dat zijn meer huishoudens dan de stad op dit moment telt. Hergebruik van de afvalwarmte heeft nog een voordeel: die wordt niet in het oppervlaktewater geloosd, wat beter is voor het milieu.
Toch zijn niet alle corporaties gecharmeerd van deze warmtevoorziening. Zo weigerde de Alliantie enkele jaren geleden haar nieuwbouw in de Westelijke Tuinsteden op stadswarmte aan te sluiten. Ook Stadgenoot heeft weinig op met de keuze van het stadsbestuur. “Ik zie meer in complexgebonden opwekking van warmte en stroom dan in een grootschalig en duur systeem, dat zich pas na dertig jaar heeft terugverdiend”, aldus Rogier Noyon. De Huurdersvereniging Amsterdam heeft zich ook altijd kritisch uitgelaten over stadswarmte. “Het is een inflexibel systeem waarin amper rekening kan worden gehouden met de snelle innovaties in de energievoorziening”, aldus beleidsmedewerker Bastiaan van Perlo. Tot voor kort maakte hij zich ook druk over de monopoliepositie van NUON als leverancier van stadswarmte. Maar met de komst van de Warmtewet, die afnemers beschermt tegen te hoge prijzen en controle door de NMa mogelijk maakt, is hij daar minder bezorgd om geworden. “We blijven stadswarmte kritisch volgen, maar hebben geen principiële bezwaren meer tegen het systeem.”

Vooral imagoprobleem?

Het stadsbestuur zal daar blij om zijn. In november van afgelopen jaar besloot het om de levering van stadswarmte verder uit te breiden. In onder meer Noord, de Zuidas en op het Zeeburgereiland worden zoveel mogelijk nieuwe en bestaande woningen op het warmtenet aangesloten. De drie afzonderlijke warmtenetten worden ook tot een ‘warmtering’ aan elkaar geklonken, zodat de levering robuuster en efficiënter kan worden. Het aantal aansluitingen kan daardoor tot zeker 100.000 oplopen. Dat is meer dan twee keer zoveel als de huidige 40.000 aangesloten huishoudens.
Rob Kemmeren bereidt namens het OGA de schaalsprong voor en wil graag het beeld rechtzetten dat bij stadswarmte niet kan worden ingespeeld op nieuwe, zuiniger technologieën. “We kunnen heel goed een biomassacentrale in het warmtenet integreren. Op dit moment bekijken we zelfs of we op termijn ook duurzaam koude kunnen leveren.” Hij vindt het jammer dat het milieuvriendelijke systeem door zijn grootschaligheid een slecht imago heeft gekregen bij sommige partijen. “Kleine initiatieven lijken sympathiek, maar zijn volstrekt onvoldoende om het klimaatprobleem op te lossen. In de rest van de wereld hebben ze dat ook begrepen. In Denemarken hebben bijna alle steden al een eigen stadswarmtenet.”

Jaco Boer