Toezicht op corporaties

Toezicht op corporaties: intern of juist extern verscherpen?
Recht op vreemde ogen

Het toezicht op de handel en wandel van corporaties lijkt niet altijd effectief. Wat kan daar aan worden gedaan? De Vereniging van Toezichthouders in Woningcorporaties (VTW) pleit voor het verder versterken van het interne toezicht. De VROM-raad ziet meer in het optuigen van een sterke onafhankelijke Autoriteit, waarbij het Rijk nadrukkelijk betrokken blijft bij de belangrijkste besluiten. “Corporaties hebben recht op vreemde ogen,” zegt Peter Boelhouwer van de VROM-raad.

Woningstichting Rochdale ontslaat de bestuursvoorzitter op verdenking van zelfverrijking en dubieuze vastgoedtransacties. De Rotterdamse corporatie Woonbron vergaloppeert zich voor tientallen miljoenen aan de restauratie van de ss Rotterdam. SGBB uit Hoofddorp neemt met een overdaad aan riskante bouwprojecten veel te veel hooi op de vork. In alle gevallen keurden interne toezichthouders het handelen  van hun  directies goed.
”Dergelijke problemen zijn echt een uitzondering. Het gaat alleen mis in heel specifieke gevallen,” zegt prof.  dr.  Peter Boelhouwer, directeur van OTB  in Delft en lid van de VROM-raad. Boelhouwer is zelf ook commissaris. Bij een corporatie in de Vechtstreek. En in zijn woonplaats Zoetermeer. De aard van de corporaties brengt volgens hem risico’s met zich mee. “Bij het merendeel is het toezicht wel op orde, maar zeker grote corporaties hebben de neiging zich te willen profileren. De geldingsdrang is groot. De daar werkzame directeuren hebben niet zelden grote ego’s. Soms is dat  goed en komt via die voorlopers vernieuwing tot stand, maar dat kan ook helemaal verkeerd uitpakken.”
De mogelijke tegenkracht is daarbij beperkt. “Corporaties hebben een enorm kapitaal tot hun beschikking. Gaat er eens wat mis, dan verkopen ze gewoon een deel van het vastgoed. Dan zijn er geen aandeelhouders die, zoals in het gewone bedrijfsleven, de zaak scherp houden.” De overheid helpt ook al niet mee. “Tegenkracht komt er niet  van de overheid. Sterker nog. Gemeenten vragen steeds meer. Die vinden het bij het realiseren van hun maatschappelijke doelen wel fijn als de corporatie de nek ver uitsteekt. En de landelijke politiek klaagt voortdurend dat de corporaties onvoldoende presteren. Dat bevordert het klimaat evenmin.”
Een andere potentiële valkuil heeft volgens hem te maken met de ruimte die corporaties hebben om onrendabel te investeren. “Een normaal bedrijf moet winst maken, een corporatie mag onrendabele investeringen doen. Daarover wordt intern wel uitvoerig gesproken. De raad van toezicht bepaalt de omvang van de investeringen.  Maar er ligt geen harde norm. Vallen bij een bepaald project de kosten tegen, dan is de verleiding heel groot het onrendabele deel te verruimen.”

Autoriteit

Wie moet het toezicht organiseren? Hoe moeten overheid en corporaties zich tot elkaar verhouden? Een gezamenlijke stuurgroep van corporatiekoepel Aedes en het ministerie van WWI onder onafhankelijk voorzitterschap van Rien Meijerink adviseerde  eind vorig jaar onder meer  over de borging van het publieke belang. Een bescheiden Autoriteit zou voortaan moeten oordelen over de prestaties van de corporatie. Dit oordeel kan worden gebaseerd op bestaande bronnen, zoals het visitatierapport, het jaarverslag, het volkshuisvestelijk verslag en de lokale prestatieafspraken. Ook zou de Autoriteit  jaarlijks de financiële continuïteit van de individuele corporatie moeten toetsen. Dat kan gebeuren op basis van informatie over de kredietwaardigheid van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Het toezicht op een juiste uitvoering van de vereisten van governance blijft, zo oordeelt de Stuurgroep Meijerink, een interne taak van bestuur en raad van commissarissen. Ook krijgt de Autoriteit van de stuurgroep de rol  van geschillencommissie bij conflicten tussen corporaties en gemeenten.
Op verzoek van de Tweede Kamer reageerde  de VROM-raad begin dit jaar op de voorstellen van de Stuurgroep Meijerink. Boelhouwer gaf leiding aan het opstellen van het advies ‘Toezicht vergt afstand’. “De stuurgroep zegt feitelijk: als het  intern toezicht goed is, dan kan het extern toezicht wel wat meer op afstand blijven. Wij komen er steeds meer achter dat het niet zo werkt. Zie de problemen bij woningstichting Rochdale.”
Op zich is hij ervan overtuigd dat de corporatiesector de afgelopen jaren het interne toezicht heeft weten te verbeteren. “In het verleden was het allemaal erg amateuristisch. Aedes heeft twee jaar geleden een code ontwikkeld. De Vereniging Toezichthouders in Woningcorporaties doet heel goed werk. Ik zie om me heen dat in de raden van toezicht  heel verstandige mensen zitten.”
Boelhouwer hecht bijzonder veel waarde aan verantwoordelijkheid van de samenleving. “Wonen is een wezenlijk onderwerp van overheidszorg, zoals dat ook geldt voor gezondheidszorg en onderwijs. Beide laatste sectoren kennen een stringent extern toezicht.  Dat hoeft bij woningcorporaties misschien niet zo sterk te zijn, maar de overheid moet altijd controle blijven uitoefenen.”

Goede weg

VTW-directeur dr. Ir. Albert Kerssies kijkt daar toch wat anders tegenaan. “Extern toezicht is nodig, maar het primaat moet bij het interne toezicht liggen. Het interne toezicht is de eerste stap. Als dat goed is geregeld, als de raad van toezicht zijn werk goed doet, kritisch en onafhankelijk handelt, het hele werkterrein van de corporatie goed in de gaten houdt, dan kan het extern toezicht echt wel wat minder frequent en minder intensief.”
Volgens Kerssies zijn de corporaties gemiddeld genomen op de goede weg. “De incidenten van de afgelopen maanden zijn heel vervelend en slecht voor de beeldvorming. Maar heel veel corporaties  zijn serieus bezig met hun volkshuisvestelijke taak.” Hij ziet  als het gaat om intern toezicht nog wel verbeterpunten. “De onafhankelijke opstelling ten opzichte van de bestuurder kan nog wel beter. De raad moet zich beter afvragen waar toezicht op moet worden gehouden. Dan gaat het met name om de verbindingen met derden. En de raad moet integraal toezicht houden. Daarbij is het bijvoorbeeld  belangrijk dat een raad van commissarissen buiten het bestuur om informatie kan verzamelen. Ook moet men  oog hebben voor bevordering van deskundigheid.” Niet op de laatste plaats is Kerssies  voorstander van de toepassing van zelfevaluaties. “Een raad van commissarissen moet zich serieus de vraag stellen of het toezicht goed gaat. Niet met een borrel en een sigaar in de hand zeggen: we hebben het weer goed gedaan. Het gaat erom dat ze serieus en kritisch naar elkaars functioneren kijken.  En daadwerkelijk zaken verbeteren.”
De VTW doet zelf onderzoek naar de werking van de Governance Code. “We zijn kort geleden gestart met een evaluatieonderzoek. In juli hopen we de resultaten te hebben. We proberen duidelijk te krijgen of de code tussen de oren zit. En met welke onderdelen men moeite heeft. “Het onderzoek kan volgens hem de basis vormen de code verder te verbeteren. Ook werkt de VTW op verzoek van minister Van der Laan aan objectieve criteria  op grond waarvan een individuele commissaris of een raad van commissarissen kan worden beoordeeld. Dat voorstel komt nog voor de zomer.

Centraal Fonds Volkshuisvesting

Hoe welkom het werk van de VTW ook is. Het gaat wat betreft Boelhouwer toch te veel richting een sector die weinig wil weten van extern toezicht, al heeft de kersverse Aedes-voorzitter Marc Calon bij zijn aantreden gepleit voor onafhankelijk toezicht. Boelhouwer: “De ondertitel van ons advies luidt: woningcorporaties hebben recht op vreemde ogen. Dat vinden we echt. Het is belangrijk dat een ander de prestaties beoordeelt. Een corporatie kan wel roepen dat het goed gaat, maar laat dat ook door anderen vertellen.” De beste route daarvoor is volgens de VROM-raad versterking van het Centraal Fonds Volkshuisvesting. “Nu kijkt het Centraal Fonds alleen of de financiën op orde zijn. Geef hen ook het inhoudelijk toezicht. En zorg daarbij voor een onafhankelijke positie. Wij hebben geprobeerd te achterhalen waarom ze dat niet willen. Daar kom je niet goed achter. Ik heb sterk de indruk dat het Centraal Fonds te kritisch wordt gevonden. Daarom kiest de Stuurgroep Meijerink liever voor een bestuur van overwegend mensen uit de sector, uitgezonderd een onafhankelijke voorzitter. En velt  de Autoriteit op basis van jaarverslagen en visitaties  een oordeel. Dat is ons te mager. Evenmin heeft de Autoriteit ruimte voor zelfstandig onderzoek. Dat is toch een beetje dunnetjes. Juist de gebeurtenissen bij Rochdale  leren ons, dat zegt het Rijk ook, dat het mogelijk moet zijn kritischer te kijken.”
De door de VROM-raad gewenste stevige Autoriteit komt volgens Boelhouwer nimmer in de plaats van de verantwoordelijkheid van de minister van Wonen. “Zaken als intrekking van de toelating, fusies en de verkoop van grote delen van het bezit moeten beslist aan de maatschappij worden voorgelegd.” Het voorstel van Meijerink gaat lang niet zover. “Het lijkt wellicht een futiliteit, maar in het denken van de stuurgroep geschiedt bijvoorbeeld intrekking van de toelating alleen op voorspraak van de Autoriteit. Bij ernstige problemen, kan de Autoriteit nog altijd zeggen: er is niks aan de hand. Naar onze mening moet de minister zelf kunnen beoordelen of een ingreep noodzakelijk is.”

 

De Key, Hans Oosterbaan, voorzitter raad van commissarissen

Hans Oosterbaan is zes jaar toezichthouder bij De Key. Hij trad aan na de ontbinding van het Vastgoedfonds Lieven de Key. In het verleden  was hij stadsdeelvoorzitter in Amsterdam-Noord. “De rol van toezichthouder is buitengewoon leuk en buitengewoon nuttig. Corporaties hebben een lange staat van dienst, maar hebben kennelijk geen vrienden meer in ons land. Mijn aanwezigheid kan helpen de corporatie te laten doen waar ze voor is: zorgen voor volkshuisvesting en zorgen voor leefbaarheid in buurten.”
De ideale commissaris is kritisch, onafhankelijk en deskundig. “Ik voel me zeer onafhankelijk van De Key. Onze betrokkenheid is groot, en we zijn niet benauwd soms ‘nee’ te zeggen. Een voorzitter hoeft natuurlijk niet overal verstand van te hebben. De voorzitter moet vooral zorgen dat het proces goed verloopt. We hebben een heel bekwame financiële commissie.”
Oosterbaan heeft zich in de perikelen rond Rochdale verbaasd over het ruime mandaat van 50 miljoen euro voor de bestuurder. “Dat doe je dus niet. Er zijn grenzen. Wij kennen een normaal mandaat tot 10 miljoen euro. Bovendien hebben wij de afspraak dat ook de dingen die binnen het mandaat van de bestuurder vallen, als het even kan vooraf aan ons worden voorgelegd.”
In hoeverre heeft het handelen van de raad invloed op de activiteiten van De Key? “De raad van commissarissen is zeer betrokken bij de strategiediscussies. We rekenen het tot onze taak ervoor te zorgen dat de woonstichting voldoende meegaat met de tijd. En een antwoord vindt op de vraag hoe je omgaat met de bewoners van de stad, in het bijzonder de zwakke groepen. Het klinkt misschien obligaat, maar er wordt met gretige vingers naar ons kapitaal gekeken. De overheid komt steeds vaker met vragen op ons af voor zaken waarvan we ons echt moeten afvragen of we daar wel voor zijn. Daar moeten grenzen aan worden gesteld.”
De Key wil investeren in herontwikkeling van de Hallen. Er wordt ook een beroep gedaan op de corporatie bij de herbestemming van prostitutiepanden. “Er ligt geen helder kader. Waar onze taak begint en waar die ophoudt, is één van de zaken waar we ons enorm mee bezighouden. We moeten ons niet laten opzadelen met zaken waar we niet voor zijn. Soms komt er een ja, soms een nee. Dat zijn interessante discussies. ”

Stadgenoot, Jacob Kohnstamm, voorzitter raad van commissarissen

Jacob Kohnstamm is bij de fusie tussen de woningbouwverenigingen AWV en Het Oosten voorzitter geworden van de raad van commissarissen. Eerder vervulde hij dezelfde taak bij Het Oosten. Kohnstamm is oud-politicus (D66) en voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens.
Hij hecht sterk aan een goede relatie tussen commissaris en bestuurder. De rol van kritische en onafhankelijke toezichthouder kan volgens hem geen gestalte krijgen zonder een stevige onderlinge relatie: “We staan samen voor dezelfde zaak, maar we moeten elkaar wel de waarheid kunnen vertellen. Als het niet deugt moeten we elkaar recht in de ogen kunnen kijken en op een goede manier alle argumenten met elkaar wisselen. Een stevig robbertje vechten mag vervolgens niet tot verwijdering leiden.” Kohnstamm besteedt veel tijd aan Stadgenoot. “Het is veruit mijn belangrijkste neventaak. Zeker rond de fusie was ik daar makkelijk een dag per week mee bezig. Voor zo’n klus is dat een gigantische tijdsinvestering. Maar de functie brengt met zich mee, dat als de nood aan de man is je beschikbaar bent.” Niet alles komt bij de voorzitter terecht. “We hebben een zodanig samenstelling dat binnen onze raad zowel brede volkshuisvestelijke, als grondige financiële kennis voorhanden is. Dat is gezien onze fusie en het bestaan van de kredietcrisis een zegenrijke situatie.”
Is er in de dagelijkse praktijk voldoende informatie beschikbaar om tot een afgewogen oordeel te komen? “De afgelopen tijd hebben de raad van commissarissen, bestuur en directieraad intensief met elkaar gesproken over verbetering van de interne informatievoorziening. Een fusie brengt met zich mee dat administraties bij elkaar moeten worden gevoegd. Dan is het onvermijdelijk dat een tijd lang enige onzekerheid bestaat over de vraag of de beschikbare informatie volledig en juist is. Dat geldt voor het bestuur. Dat geldt voor ons. Na een inhaalactie heb ik het gevoel dat we nu heel goed weten wat er gaande is.”
Hij voelt zich ook nadrukkelijk betrokken bij actuele ontwikkelingen, zoals de gevolgen van de kredietcrisis voor de woningmarkt. “We kunnen niet voorbijgaan aan de marktomstandigheden. Onder invloed van de kredietcrisis hebben we aanmerkelijk minder geld tot onze beschikking. De teugels van de financiering zijn behoorlijk aangetrokken. Bovendien doet het Waarborgfonds er veel langer over om tot een oordeel over de kredietwaardigheid te komen. In de oorspronkelijke begroting over 2009 had ons bestuur voor aankopen nog een mandaat tot 50 miljoen euro. Dat bedrag hebben we om die reden verlaagd tot 12 miljoen euro.”

De Alliantie, Greetje Lubbi, lid raad van commissarissen

Greetje Lubbi vervult al acht jaar de rol van toezichthouder. Komende zomer neemt zij afscheid. Daarmee volgt ze de richtlijn van de VTW om na twee termijnen plaats te maken voor een ander. Zij beschouwt de rol van toezichthouder bij een maatschappelijke organisatie als een echt vak. “Het is geen baantje dat je er even bij doet. Je moet echt iets van de sector afweten. Volkshuisvesting heeft zijn eigen dynamiek en zijn eigen financieringsmechanismen. Heel anders dan in het gewone bedrijfsleven. Indertijd heb ik een leergang op Nyenrode gevolgd. We mogen ons vandaag gelukkig prijzen met de activiteiten van de VTW. Dat is een parel voor de commissaris die zijn werk wil professionaliseren.”
Lubbi benadrukt het goede zicht op de belanghouders. “Het verschijnen van het eerste visitatierapport twee jaar geleden was voor mij een belangrijk moment. Dat gaf onder meer een scherp beeld hoe ambtenaren, wethouders, huurders en samenwerkingspartners onze prestaties beoordelen. En op welke punten het beter kan. Voor ons is dergelijke informatie van het grootste belang.”
Corporaties worden niet zelden geleid door bestuurders met een groot ego. Kunnen toezichthouders voldoende tegenwicht bieden? “De raad van commissarissen moet zelf over de juiste mix beschikken. Met sterke vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, maar ook met toezichthouders uit andere maatschappelijke sectoren. En het gaat om een goede verdeling van de functies. De raad moet niet alleen bestaan uit oud-bestuurders. Ik prijs me bij de Alliantie gelukkig dat we altijd een divers gezelschap hebben gehad.”
Lubbi komt van oorsprong uit de vakbeweging. Ze was voorzitter van de toenmalige Voedingsbond. Een handige achtergrond? “Men blaast mij niet makkelijk omver en ik laat me niet met een kluitje in het riet sturen. Dat is wat ik meebreng. Ik ben scherp op inhoud en kritisch op relaties. Terwijl ik toch ook een relatie kan onderhouden. Een stevige relatie is echt van belang. Een toezichthouder die alleen kritiek heeft en daarna geen brug weet te slaan, plaatst zichzelf buiten de groep. Dat leer je wel in de loop van de tijd.”
De Alliantie is voor haar een professioneel bedrijf met stevige ambities. Ook intern ligt de lat hoog. Bijvoorbeeld bij het managen van risico’s. “Wij hebben in onze raad de mensen die daar verstand van hebben. Maar ik vind ook dat commissarissen hun intuïtie moeten laten spreken. Als je het gevoel hebt dat het beeld onvolledig is, moet je doorvragen. Zonder op de stoel van de bestuurder te gaan zitten.”