Buiten wonen in de stad

IJburg-bewoners geven hun wijk een ruime voldoende
Buiten wonen in de stad

Zes jaar nadat de eersten de sleutel van hun huis op IJburg kregen, is het aantal bewoners van de eilanden gegroeid tot meer dan tienduizend, zijn er scholen, winkels en kunnen IJburgers er naar de film. Maar er is ook veel nog niet. IJburg is een volwaardige wijk aan het worden, die door bewoners goed wordt gewaardeerd. Zij geven een ruime zeven aan de nieuwbouwwijk vanwege de ruime woningen, het stadse karakter en het water.

Wonen op IJburgIs IJburg een succes? Stadssociologe Tineke Lupi die onderzoek deed naar de eerste jaren van pionieren op de opgespoten eilanden in het IJmeer, vindt van wel. Lupi analyseerde in haar promotieonderzoek de manier waarop IJburgers van een zandvlakte een thuis hebben weten te maken. De nabijheid bij de stad is volgens haar een belangrijke factor geweest voor het succes van IJburg. “De meeste bewoners zien het ook niet als een typische vinex-wijk, er wonen veel Amsterdammers die een grotere woning zochten en toen ze de keuze eenmaal hadden gemaakt, er ook echt voor gingen om er hun eigen plek van te maken.” Dat was volgens Lupi niet vanzelfsprekend. “Het beeld van de vinex-wijk is toch dat van een anonieme slaapstad, maar door de dichte bebouwing, de gemengde bevolking en het enthousiasme van de pioniers is het een heel Amsterdamse wijk geworden.”
En dat was precies zoals Igor Roovers, projectdirecteur IJburg, gehoopt had. “Toen IJburg op de tekentafel lag, waren er veel verschillende mogelijkheden. We hadden bijvoorbeeld alleen maar eengezinswoningen neer kunnen zetten, maar ik heb steeds gezegd: laten we een stuk Amsterdam bouwen met water, een redelijk hoge bevolkingsdichtheid, verschillende woonmilieus en een wijk die voor iedereen toegankelijk is. Ik geloof in de dynamiek en de toekomst van de stad en het blijkt dat we een goede keuze hebben gemaakt, want veel mensen willen maar al te graag in zo´n stukje Amsterdam wonen.”

 

"Door de dichte bebouwing, de gemengde bevolking en het enthousiasme van de pioniers is het een heel Amsterdamse wijk geworden"

Toch wachten juist nu de bestaande eilanden bijna zijn volgebouwd, potentiële kopers af. Roovers: “Op dit moment kan ik niet zeggen wanneer de laatste tweeduizend van de in totaal ruim negenduizend woningen klaar zullen zijn, want net als in heel Nederland heeft de bouwwereld ook op IJburg veel last van de kredietcrisis. We hadden zeven jaar geleden ook zo’n periode maar nu weten we niet hoe lang het gaat duren.”
Intussen bouwen de huidige bewoners verder aan hun eilandengemeenschap en hebben IJburgers het buiten wonen in de stad tot levensstijl verheven. Lupi: “Tweederde van de pioniers identificeert zich met zijn wijk. Hierin verschillen zij sterk van bewoners van andere nieuwbouwwijken in de regio Amsterdam.” Mensen die nog maar kort op de eilanden wonen, noemen zich bijvoorbeeld al IJburger. Volgens de stadssociologe is dat ongekend en laat het zien dat sociale contacten in de directe omgeving van mensen ook in de eenentwintigste eeuw nog belangrijk zijn.
De witte pioniers hebben gezelschap gekregen van een aanwassende stroom allochtonen; het resultaat is dat IJburg qua bevolking een wijk is geworden met zo’n beetje de meest gemiddelde samenstelling van Amsterdam, afgezien dan van de overmaat aan kinderen en het gebrek aan ouderen. Volgens Lupi is het een goed gelukte combinatie van een stadswijk waar je ook de rust en de weidsheid van het water kan vinden. “Dat idee heeft goed uitgepakt. Langzamerhand is IJburg steeds meer onderdeel van Amsterdam geworden, het ligt gevoelsmatig niet meer zo ver weg als in het begin. Het is buiten wonen in de stad.”

Stadse problemen

Naarmate de wijk zonder scheidslijnen is gegroeid, zijn de ‘problemen’ mee veranderd. Was het in de pioniersfase vooral behelpen met het minimale winkelaanbod, het zand en de wind, nu maken IJburgers zich zorgen om sociale problemen als veiligheid, jongerenoverlast, overvolle schoolgebouwen en het beperkte aanbod van vrijetijdsvoorzieningen.

Temi Taire: “geef mij maar de ruimte”

Temi Taires wooncarrière in Nederland startte enkele jaren terug in Amstelveen. “Maar toen ik bij een vriend op bezoek ging die op IJburg woont, ben ik hier op zoek gegaan naar een woning. Ik hou niet zo van die oude Amsterdamse huizen met steile trappen, geef mij maar de ruimte van IJburg.” Taire vindt de nieuwbouwwijk in het IJmeer “jong en modern” en “in de zomer heb je het gevoel dat je op vakantie bent”. Ze woont er sinds de zomer van 2008. Een beetje afgelegen is de wijk wel, “maar ik heb een auto en zit zo in de stad als ik wil”. Veel mensen kent ze nog niet op IJburg, maar dat vindt Taire geen probleem, “er wonen wat collega´s in de buurt”. Een nadeel vindt ze dat de supermarkten op IJburg erg duur zijn. “Ik ga nog steeds naar mijn oude vertrouwde winkel in Amstelveen, die is een stuk goedkoper.”

Het dorpsgevoel is volgens sommigen aan het verdwijnen. Volgens Lupi is dat logisch na de pioniersjaren. Zij ziet een nieuwe fase aanbreken. “Een tijdje is er een dip geweest, de bewonersvereniging lag bijvoorbeeld op z’n gat, maar je ziet toch steeds weer nieuwe initiatieven van bewoners ontstaan.” Zo begon kunstenares Jeanne van Heeswijk enkele jaren geleden bijvoorbeeld in haar Blauwe Huis met het stimuleren van sociale initiatieven, waaraan in de jonge wijk grote behoefte bestond, maar weinig ruimte voor was. Ze bood tijdelijk onderdak aan een bloemenstal die niet op straat mocht staan, runde kortstondig een buurtrestaurant en was betrokken bij de eerste aanzet voor een jongerencentrum.
De oplevering van flinke aantallen grote sociale huurwoningen bracht ook grote – veelal allochtone - gezinnen en oudere kinderen naar IJburg. Daar moet wat mee. Om de overlast van hangjongeren rond de jaarwisseling terug te dringen, ging het Productiehuis IJburg open. Daarin zit een muziekstudio waarin jongeren zelf muziek kunnen maken of films opnemen. Projectleider Graciano Loswijk van welzijnsorganisatie Civic Zeeburg vertelt dat het Productiehuis coaches en specialisten inhuurt om de jongeren te helpen met hun producties. “Het is de bedoeling dat ze hier iets gaan doen, niet dat ze hier de hele dag gaan zitten chillen. Omdat niet iedereen tegelijk een rap op kan nemen, is er vanzelf wel tijd om elkaar te ontmoeten.”
Al vanaf maart dit jaar is Loswijk bezig met jonge IJburgers om zijn project van de grond te krijgen. Of de opening van het Productiehuis de overlastklachten terug zal dringen, durft Loswijk niet te zeggen. “Dat wordt wel leuk gesteld, maar je kunt natuurlijk nooit weten wat de jongeren ’s avonds op straat doen wanneer wij gesloten zijn.” 

Sam van Tienhoven: ‘IJburg is oké, maar nog erg leeg’

“Ik was op zoek om met mijn zoontje in een woongroep te wonen en op IJburg konden we in een woning die oorspronkelijk was bedoeld voor minder validen. We wonen daar nu met verschillende alleenstaande ouders.” Van Tienhoven woonde tot de zomer van 2008 in Oost en vindt de afstand van IJburg tot de stad nog wennen. “Ik dacht dat het dichterbij was.” IJburg vindt ze ‘oké’, maar nog wel erg leeg. “Er zijn nog weinig leuke winkeltjes, het zou leuk zijn als het wat stadser wordt, maar dat dat even duurt, is misschien ook wel inherent aan zo´n nieuw woonproject. Ik mis bijvoorbeeld een bibliotheek en een zwembad, maar ook speeltuinen met een zandbak en een schommel. Het is wel heerlijk om vanuit je huis de horizon te kunnen zien, het is prachtig als je een driemaster voorbij ziet varen.”

Hoe erg is het eigenlijk met die overlast? Die concentreert zich veelal rond een aantal complexen. Volgens Roovers moeten klachten van bewoners serieus genomen worden, maar gaat het te ver om nu de noodklok te luiden over de leefbaarheid op IJburg. “Het lastige is dat veel verschillende organisaties nodig zijn om sociale problemen goed op te pakken: scholen, woningcorporaties, het stadsdeel, noem maar op. Daar kunnen we nog een slag in maken en daar zijn we nu ook mee bezig om dat beter in te vullen.” Die noodzaak is groter geworden sinds niet alleen goed verdienende Amsterdammers maar ook probleemgezinnen uit West naar de eilanden zijn getrokken.
Op IJburg is een vrij idealistisch idee van het mixen van bewoners gestalte gegeven. Huiseigenaren die ruim drie ton voor een woning hebben betaald, wonen in hetzelfde woonblok als mensen die slechts enkele honderden euro´s per maand voor een sociale huurwoning neertellen. In sommige gevallen leiden verschillende leefstijlen tot spanningen, zo blijkt. Roovers wil voor de tweede fase van IJburg goed kijken naar het samengaan van koop en huur in hetzelfde woonblok. “We hebben daarmee heel verschillende ervaringen. Vaak gaat het goed, maar er zijn ook situaties waar bewoners niet blij zijn zo dicht op elkaar te zitten. We moeten een goede analyse maken waarom het soms wel lukt en in andere situaties niet.”

Dat geldt ook voor de semi-openbare binnenterreinen. Hoewel tweederde van de bewoners van mening is dat die alleen toegankelijk moeten zijn voor de omwonenden, wil Roovers daar niet zomaar in meegaan. “Het uitgangspunt is nog steeds prima, maar het leidt ook wel tot problemen, tot overlast die wordt veroorzaakt door mensen die er niet wonen. Daar moeten we goed naar kijken, maar dat geldt net zo goed voor gesloten binnenterreinen. Ook daar gaat het niet altijd goed.”

Voorzieningen graag!

Sinds de eerste bewoners op IJburg neerstreken, wordt er geroepen om meer voorzieningen. IJburg werd al snel een van de meest kinderrijke wijken van de stad. De scholen groeien tegen de klippen op; de noodgebouwen verdwijnen maar niet van het eiland. Ook zien bewoners graag meer speelgelegenheden komen, om over sport- en cultuurvoorzieningen maar te zwijgen.  Het geplande sportcomplex op Zeeburgereiland is geschrapt vanwege de oplopende kosten. Voor de IJburg Boys rest voorlopig niet meer dan een trapveldje in het Diemerpark.
Theatermaakster Thea Pruim van Theatraal IJburg is een van de pioniers die al jaren ‘spektakels’ organiseert, kleurrijk theater in de openlucht met medewerking van buurtbewoners. Pruim hoopt met een jeugdtheaterschool en Mediacafé, dat onder andere een IJburg-soap en een talkshow produceert, een plek te krijgen in het in aanbouw zijnde Centrum voor Vrije Tijd. Maar ze is voorlopig vooral aangewezen op de zaal van Vrijburcht, dat zelf ruimte biedt aan theater, film en muziek. IJburg kent ook al jaren een actieve watersportvereniging die volgend jaar op het Haveneiland eindelijk een echte thuishaven krijgt.
Roovers is blij dat het Centrum voor Vrije Tijd nu in aanbouw is. “Het klopt dat de vrijetijdsvoorzieningen wat laat gereed komen, maar er is nu wel een behoorlijk aantal winkels. Als het Centrum voor Vrije Tijd klaar is en volgend jaar de middelbare school met sporthal wordt opgeleverd, dan hebben we toch een redelijk voorzieningenniveau. Er zijn bijvoorbeeld ook al acht restaurants, voor zo’n jonge wijk is dat best veel.”
Ondertussen is het de vraag of hét icoon van IJburg, stadsstrand Blijburg, de komende jaren kan blijven. Het bedrijf van Stanja van Mierlo staat in 2009 in ieder geval nog op de huidige plek en als de nieuwe eilanden van de tweede fase zijn opgespoten dan zal ze daarheen verhuizen. Probleem is alleen nog de tussenliggende periode. De gemeente speurt nog naar een plekje op de steeds voller wordende eilanden.

Lessen

Lupi vindt dat de gemeente uit de ervaring met Blijburg lessen moet trekken voor de laatste vier eilanden van IJburg die vanaf volgend jaar opgespoten worden. Lupi: “Bouw niet de hele wijk meteen vol, maar laat ook wat ruimte voor initiatieven van bewoners en onverwachte wensen. Er zijn hier zoveel mensen die graag iets willen organiseren, het is goed als ze daar de ruimte voor krijgen.”
Roovers is het daarmee eens. Hij wil flexibeler omgaan met de beschikbare ruimte, maar de essentie van IJburg-I ook voor de invulling van de toekomstige eilanden overeind houden. Roovers: “Dat wordt ook een stukje stad, er komt weer dertig procent sociale woningbouw en er komt opnieuw ruimte voor collectief wonen en eigen initiatief van bewoners.”
Roovers wil op IJburg II meer regie op de bouw. “We hebben voor de eerste eilanden van IJburg direct alle grond aan drie consortia vergeven. Dat gaan we niet meer doen. We willen meer invloed op wat waar en wanneer gebouwd wordt.”
Een andere les is dat de huidige bewoners graag meer gebruik willen maken van het water. Nu is dat te veel ‘kijkwater’, terwijl bewoners het liefste een eigen steiger achter hun huis aanleggen. Ook mist een aanzienlijk deel van de bewoners nog ‘sfeer’ in de openbare ruimte. ‘Te kaal en te weinig groen’ zijn veel gehoorde klachten die vooral samenkomen in het oordeel over de IJburglaan. Roovers vindt dat niet helemaal terecht. “Het is van belang dat we meer functies aan de IJburglaan krijgen zodat het meer gaat leven, maar als de bomen groter worden, dan zal het een prachtige stadsstraat zijn. We moeten denk ik voorkomen dat we de straat gaan opleuken met plantenbakken. We moeten dat stedelijke gevoel zien vast te houden.”